Actualiteit, Politiek
Essay
Essay

De verkiezingen liggen voor Groen veel te ver weg

Drie maanden zijn ruim voldoende om te laten doordringen dat het klimaatalarmisme alleen maar roepers op het podium brengt
klimaat

Het klimaatdebat polariseert onze samenleving, dat is een understatement. Dat is onvermijdelijk omdat elk nieuw paradigma volgens de wetten van de dialectiek slechts doorbreken kan via een harde these/antithese die uiteindelijk tot een synthese leidt. Gevaarlijk onderweg zijn zij die beweren dat de synthese of consensus al bereikt is, lang voor dit het geval is. Dat zijn de totalitairen, die elk debat willen ondermijnen. Bij ons heeft historica Tine Hens van MO*Magazine zich in de Afspraak (Canvas 22/01) tot boegbeeld hiervan opgeworpen: zij wil dat iedereen die haar opinie bestrijdt de mond wordt gesnoerd, want wat zij beweert is ‘wetenschap’.

Hoe zij dat kan weten is niet erg duidelijk als zij niet bètawetenschappelijk maar slechts historisch of ‘menswetenschappelijk’ gevormd is. Dat geldt overigens voor de overgrote meerderheid van de 3000 academici die met universitair gezag een petitie ondertekenden waaruit bleek dat zij het allemaal weten (1). Hens werd in haar aanval op de freedom of speech bijgevallen door een wél wetenschappelijk gevormde Joris Meys, bioloog en statisticus aan de vakgroep Data-analyse en wiskundige modellering (UGent). Hij poneert: ‘Laten we de roepers van het podium halen, en experten aan het woord laten over het klimaat‘.

De juiste roepers op het podium

Zijn betoog is merkwaardig want wordt gedragen door een intern gebrek aan logica. Hij begint met ons uit te leggen hoe oud de opwarmingstheorieën wel zijn: John Tydall, een Ierse natuurkundige, beschreef al in 1859 hoe CO2 warmte absorbeert. De Zweedse fysicus Svante Arrhenius voorspelde een stijging van enkele graden als de CO2-concentratie in de lucht verdubbelt. Zijn werk verscheen in 1896, en de CO2-concentratie bedroeg toen 300 ppm. In 1938 stelde de Engelse ingenieur Guy Callendar vast dat de planeet inderdaad aan het opwarmen was, de CO2 bedroeg 310 ppm. In 1965 was de CO2-concentratie 320 ppm, in 1972 330 ppm. De Engelse meteoroloog John Sawyer vatte toen, in een baanbrekend artikel, de kennis samen over de menselijke bijdrage aan de klimaatopwarming en zijn bevindingen zijn geldig tot vandaag. We zitten ondertussen aan 410 ppm.

Tot zo ver het wetenschappelijke gedeelte van de uiteenzetting van Meys. Ik heb daar geen commentaar bij, want ik voel me daar ten eerste niet toe bevoegd, en ten tweede geloof ik hem. Onvoorwaardelijk zelfs, net als Anuna De Wever of al die klimaatbrossers en -betogers. Dat is een keuze, een geloof zo je wil, ingegeven door de aanhoudende stroom berichten over klimaatgerelateerde catastrofes. En toch klopt er iets niet in zijn redenering, want enerzijds wil hij slechts experten (als hij zelf) aan het woord laten; maar anderzijds vindt hij dat naar niet-experten die hem (en de zijnen) napraten moet geluisterd worden. Roepers mogen dus wel degelijk het podium beklimmen, zolang ze maar geen afwijkende mening verkondigen. De grote denkfout die hij hier maakt is dat hij een wetenschappelijk met een maatschappelijk debat verwart. Beide hebben nochtans andere wetmatigheden.

Ze zeggen zelf dat het te laat is

In een wetenschappelijk debat kan je je mengen als je a) gekwalificeerd bent; en b) als je empirisch vastgestelde falsifieerbare data hanteert (Karl Popper). In een maatschappelijk debat mag je in feite om het even wat beweren (behalve oproepen tot haat en geweld), zelfs de gekste dingen. Het is het publiek dat uitmaakt of het daarnaar luistert. Er bestaat een flat earth society, maar geen mens neemt die ernstig, ook zonder zelf onderzoek verricht te hebben naar de vorm van de aarde. Men gelooft hen dus niet en laat hen maar bezig. Er zijn nogal wat mensen die beweren dat de Amerikanen niet op de maan zijn geland. Ze slepen nogal wat niet-wetenschappelijk gevormde mensen met zich mee (naar verluidt in de VS twintig procent), maar hebben in wetenschappelijke kringen geen voet aan de grond, en maatschappelijk geen betekenis. Ze kunnen geen kwaad.

Nu, plots, in het klimaatdebat, waarin volgens experten een absolute zekerheid is bereikt, mogen afwijkende stemmen echter niet meer gehoord worden. Waarom niet? Er is daarvoor een erg zinvolle verklaring: omdat de klimaatwetenschappers uitgepraat zijn zodra ze hun vaststellingen (sinds 1859) doorgegeven hebben. De vraag is immers niet óf die juist zijn – maar áls die juist zijn, wat dan te doen? Dan staan die klimaatwetenschappers met de mond vol tanden, want hun eigen prognoses – gevulgariseerd sinds Al Gore in 2006 zijn An Inconvenient Truth lanceerde – zeggen ons dat we NIETS kunnen doen. De concentratie van CO2 in de atmosfeer is volgens hen immers al zo sterk dat de polen zullen smelten, de permafrost zal ontdooien (waardoor enorme hoeveelheden methaangas zullen vrijkomen) en de zeespiegel spectaculair zal stijgen. Het is, zo verzekeren zij zelf ons nu al zeker dertien jaar, TE LAAT. Het is niet vijf voor twaalf maar halféén.

Auto’s die rijden op bruin- en steenkool

Nadat zij ons zo doordrongen hebben van een apocalyptisch doemscenario, beweren ze evenwel dat als we maar tijdig ingrijpen, we het tij nog kunnen keren. Daarop worden ze krampachtig. Een voorbeeld slechts: de hype rond de elektrische wagens. Het is op zich goed dat de fijn stof-producerende verbrandingsmotoren uit de stadslucht worden gehaald. Aan de opwarming van de aarde verandert dit niets, want het probleem wordt verschoven naar het platteland waar de elektriciteit wordt opgewekt. In de praktijk is dat door kerncentrales (die tegen 2025 moeten gesloten worden); en door gascentrales die – jawel – CO2 uitstoten (in Duitsland door bruinkoolcentrales die men wil sluiten tegen 2038; daarna voorziet men er import vanuit Polen, waar men gebruik maakt van… steenkolen). Daar komt nog het energieverlies bovenop tijdens het transport van de elektriciteit, waardoor dit eigenlijk een verspillende vorm van bevoorrading is.

De bijdrage van alternatieve bronnen wordt tussen de vijf à tien procent geschat, en heeft nadelen die slechts kunnen opgelost worden met gigantische batterijen die primo peperduur zijn; en secundo ontzaglijk milieuvervuilend. Komt daarbij dat over de rentabiliteit van die alternatieve energieën nog niet veel is gezegd. Het feit dat wij die tot nu toe zo fel moesten subsidiëren, toont aan dat zij in feite meer energie opslorpten om in werking te treden, dan dat zij afgaven tijdens hun te verwachten levensduur. Er blijken nu de eerste windmolenparken te komen die zelfbedruipend zijn, en dat is een goede zaak, maar tot nu toe waren die eerder een deel van het probleem dan een oplossing ervoor. Heeft iemand ooit gepubliceerd hoeveel beton er nodig is om die dingen neer te zetten? En krijgen we in onze pers een berekening van de ecologische voetafdruk van beton?

Fraude als wetenschappelijke waarheid

De kwestie is dus dat al dat geroep van de klimaatwetenschappers een methode is om zichzelf te overstemmen. Ook Joris Meys toont dat aan. Hij gebruikt als positief voorbeeld Shenzen in China waar alle bussen elektrisch rijden, maar verzwijgt dat China wel massaal investeert in kolencentrales. Als het in de stad elektrische bussen wil, dan is het niet omdat het de opwarming van de aarde wil tegengaan, maar omdat men daar letterlijk naar adem hapt. Dat gebeurde overigens ook in Londen omstreeks 1950, toen sprak men daar over ‘the thick fog’ en men deed alsof dat een natuurverschijnsel was. Naarmate echter centrale verwarming op stookolie kolenkachels vervingen, loste dit probleem zichzelf op.

Dat Meys het voorbeeld van Shenzen gebruikt, toont duidelijk aan dat als het om oplossingen gaat hij niet alleen niets te vertellen heeft, maar bovendien dat hij vanaf dat moment – als hij het maatschappelijk debat betreedt – anti-wetenschappelijk te werk gaat. Want hoe noem je het achterhouden van relevante informatie immers? Eigenlijk is dat fraude.

Appelen en peren

Die fraude neemt zelfs hallucinante vormen aan als hij schrijft: ‘De capaciteit van onze kerncentrales zou kunnen vervangen worden door een combinatie van wind, water, zon, geothermale energie, biomassa, restwarmte’. Om te beginnen is dat niet waar, tenzij misschien ergens in de 22ste of 23ste eeuw, als we – volgens de prognoses van Meys – al lang allemaal verzopen zijn.

Maar het is ook erg manipulatief hoe hij hier het accent verschuift van het ene debat naar het andere. Stel namelijk dat hij gelijk heeft en dat de kerncentrales inderdaad kunnen vervangen worden door alternatieve energieën, dan zijn we immers in het probleem waar het over ging, de concentratie van CO2, geen stap verder. Kerncentrales stoten geen CO2 uit, dus het is niet duidelijk wat die redenering hier komt doen. Meys zal zeggen dat hij bezorgd is over het kernafval, en daar kan ik hem in volgen. Maar daar ging het dus niet over. In feite wil hij eerst het probleem waar hij voor waarschuwt verergeren, en dan pas over een oplossing nadenken (of liever: niet nadenken, maar het bezweren).

De Ring is de Binnenstad niet

Vind ik nu dat Joris Meys ongelijk heeft? Natuurlijk niet. Maar hij zelf toont aan dat de preventieve maatregelen waar hij voor pleit, totaal onvoldoende tot overbodig en zelfs schadelijk zijn. Wat wij niet moeten hebben zijn eindeloze investeringen in alternatieven die er geen zijn, maar een simpele oplossing die de Nederlanders na 1953 hebben toegepast: een gigantisch Deltaplan met verhoging van de dijken. Niet slechts aan onze kust, maar ook langs onze waterlopen, liefst gecoördineerd met onze buurlanden. Dat is perfect haalbaar, en kan stelselmatig en zelfs gemeentelijk uitgebouwd worden naarmate de dreiging toeneemt. Als we daar tenminste ons geld in stoppen. Dat zal niet overal ter wereld kunnen? Nee. In culturen die niet in staat zijn tot eigen initiatief zal dat niet lukken. Het islamitische Bangladesh en het boeddhistische Myanmar zullen overstromen. Helaas.

Dat men ondertussen de stadsbussen op elektriciteit wil doen rijden, mij niet gelaten. Maar we moeten ophouden ons het hoofd op hol te laten brengen door de groene brulboeien. Toen scholieren in 2008 in Antwerpen protesteerden tegen de stank van de auto’s in de straat van hun college, maakte reclamemaker op rust Wim Van Hees daar gebruik van om zijn vroegere pupil Patrick Janssens een referendum te laten houden over de Lange Wapper. Net alsof de vervuiling op de Ring iets te maken had met die in de Binnenstad.

Fijn stof als toetje in de speeltuinen

Natuurlijk werd de Lange Wapper genadeloos weggestemd, met die brug waren er nog wat technische problemen. Maar het resultaat is wel dat het dagelijkse verkeersinfarct rond de stad geen oplossing kreeg en nog steeds geen oplossing heeft. Het fijn stof dat vanop die brug zou weggeblazen worden over een grote oppervlakte, zal nu geconcentreerd worden in een tunnel. Bovenop die tunnel zal men speeltuinen voor de kinderen en wandelparken voor de bejaarden aanleggen. En het fijn stof? Ofwel zal men stikken in die tunnel, ofwel zal men dat omhoog blazen te midden de speeltuinen en de wandelparken. Je hoeft bepaald geen klimaatdeskundige te zijn om in te zien dat dit pure waanzin is.

Daarom geef ik toe aan Joris Meys dat men beter niet zou luisteren naar de ergste roepers in het debat. Maar die zijn misschien eerder aan de groene kant te vinden, zoals Rob Lemeire ook stelde in Klimaatactivisten zijn de pseudowetenschappers (08/02). Men hanteert een waarschijnlijk correcte wetenschappelijke analyse als aanzet voor magische formules. De wetenschap is zo terug waar zij ooit, in duistere tijden, begonnen is, bij de medicijnmannen en wijze vrouwen.

Klimaatalarmisme wordt sjamanisme

De sjamaan keert terug, met megafoon, een slaafse pers en kruiperige politici achter zich aan. In feite is dat de objectieve rol van de godenkinderen Anuna De Wever en Kyra Gantois. Ze hoeven daar zelfs niet voor gestudeerd te hebben. Ministers en beleidsmakers nodigen hen wel uit om ‘deskundig’ advies te verstrekken. De ‘roepers’ moeten echter zwijgen, dixunt Joris Meys en Tine Hens. Waar is de logica?

Het grote voordeel van de massahysterie echter die we nu zien in de scholierenbetogingen, ontketend door milieugroepen die hun bestaan ophangen aan goedkope slogans, is dat het stof wel weer zal neerdwarrelen. Op zich is het een goede zaak dat de jeugd via een schokeffect milieubewust raakt. Omdat de problemen zo scherp gesteld worden, zal de vraag naar een oplossing ook scherp gesteld worden. Men zal nog een paar maanden kunnen roepen dat ‘de politici’ iets moeten doen want ‘There is no Planet B’. Maar steeds meer mensen zullen zich af vragen wàt die politici dan wel moeten doen. Ik moet op de creatieve borden van die betogingen nog het eerste positief voorbeeld lezen.

En dan zal blijken dat mensen als Anuna De Wever en Kyra Gantois, met hun aardig snuitje, en Joris Meys, met zijn wetenschappelijke bagage, met hun mond vol tanden staan. Een vliegtuigtaks? Ingrijpen op drie procent, waar men dan pakweg 0,1 procent van afnijpen zal? Het is overigens de vraag of wie vandaag aan 50 euro vliegt, zal terugdeinzen voor 57 euro. Anuna waarschijnlijk niet, er circuleert op internet een oplijsting van haar plezierreizen in 2018: elf in totaal, waarvan het merendeel per vliegtuig. Ik las nergens een weerlegging. Het is haar overigens gegund, als haar ouders dat kunnen betalen, maar het relativeert wel haar persoonlijk engagement.

Een trieste 26 mei voor de ‘groene golf’

Maar het gaat natuurlijk niet om Anuna, zij werd vakkundig opgevoed tot volleerde activiste en is intelligent genoeg om die rol voorlopig nog met verve waar te maken, al weet ze wel van geen ophouden. Het gaat om de gedachtestroming waar zij voor staat, te onzent geclaimd door een partij als Groen. De grote pech voor Groen is dat haar gedroomde massabeweging te vroeg op gang is gekomen. Er zijn nog drie maanden en een half te gaan tot de verkiezingen. Tegen dan zal er ook in de scholen heftig gediscussieerd worden, intelligente leraren zijn dat waarschijnlijk al aan het integreren in hun lessen.

De groene ‘roepers’ zullen dan met oplossingen moeten komen, en die hebben ze niet. Ik voorspel Groen daarom een trieste verkiezingsuitslag op 26 mei.

 

__________

(1) Lezer Jan Braakmans in de discussielijn bij het artikel van Rob Lemeire, Klimaatactivisten zijn de pseudowetenschappers: ‘Ik heb de lijst van “wetenschappers” eens nagelopen, en het bleek een bijzonder bonte club, rechten, geschiedenis, sociologie, geneeskunde, filosofie, oude en moderne kunsten, etc., etc… . Zelfs positieve wetenschappers wiens werk ik een beetje ken, hebben ondertekend, maar waarvan ik weet dat ze niet veel meer van het klimaat afweten dan een gemiddelde milieukundige (en dat is niet bijzonder veel, gezien de complexiteit van het klimaatgegeven…). Ik schat dat er op die lijst een 20-30 tal mensen zijn die echt iets van klimaat afweten. De rest zijn meelopers, het predicaat wetenschapper onwaardig. Het is erg gesteld met onze academische “voorbeelden”.’

Eddy Daniels

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Eddy Daniels?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans