Geschiedenis
Vlaamse Leeuw

Waait de Vlaamse leeuw aan de linkerzijde?

Georgi Dimitrov en de Vlaamse identiteit

Naar aanleiding van het Feest van de Vlaamse Gemeenschap op 11 juli hingen overtuigde Vlamingen vorige maand hun Vlaamse (strijd)vlag uit. Dit jaarlijkse teken van fierheid op onze identiteit en van verzet tegen het Belgische systeem gaat geregeld gepaard met protest. Ook dit jaar was het niet anders, aangezien diverse berichten verschenen over gestolen vlaggen. De irrationele aversie van een groep personen ten aanzien van de Vlaamse strijdvlag is een opvallend gegeven.

Bepaald ongemanierde reacties op de politiek geïnspireerde diefstallen, vaak verwijzend naar de jaren 1940 van de vorige eeuw, deden terugdenken aan een interessante discussie vorig jaar tussen het politieke duo Vuye en Wouters en een aantal progressieve opiniemakers. In een uitvoerig opiniestuk, waarin die eersten de instelling van de nationale symbolen van de Nederlandse Cultuurgemeenschap sinds de jaren 1970 beschreven, betreurden ze dat sommige opiniemakers meenden de Vlaamse beweging te moeten reduceren tot de collaboratie: ‘Dat is ook het geval voor de zwarte Leeuw. Het feit dat deze door collaboratiebewegingen is gebruikt, maakt van deze vlag helemaal niet de vlag van de collaboratie. Het is en blijft de vlag van de Vlaamse ontvoogding.’

Een muur van onbegrip

Een significant deel van ‘progressief Vlaanderen’ kent een negatief imago toe aan een visueel symbool als de Vlaamse strijdvlag. Hierdoor kanten deze mensen zich uiteindelijk tegen haast alles dat met de Vlaamse zelfstandigheidsstrijd en identiteit te maken heeft, omdat ze deze vereenzelvigen met extreemrechts. Immers stellen ze, dat de zwarte Leeuw en de Vlaamse kwestie in het algemeen niet alleen voor, maar ook na de Tweede Wereldoorlog, gekaapt werden door uiterst rechts. De opiniemakers die met Vuye en Wouters de degens kruisten, riepen de in hun ogen ordentelijke Vlaamse beweging (het is onduidelijk wie of wat ze daarmee precies bedoelden) op om de strijdvlag uit ‘de klauwen van uiterst rechts’ te redden. Hiermee verweten ze indirect de progressieve zijde van de Vlaamse beweging, dat ze doorheen de afgelopen decennia minder sterk groeide dan haar tegenhanger aan de rechterzijde. Een nogal makkelijke bewering, aangezien bepaalde personen en organisaties aan de linkerzijde jarenlang niets anders deden dan Vlaamsvoelende vooruitstrevende zielen weg te zetten als zijnde marginaal en onbetrouwbaar.

Een oplossing voor deze problematiek kan eruit bestaan, dat ook zij die zich niet tot de Vlaamse beweging rekenen, een begripvolle stap zouden zetten naar een gedeelde fierheid op onze historische, volkseigen zinnebeelden. Daarbij kan men zich de vraag stellen, waarom diegenen die moord en brand schreeuwen bij het zien van een zwarte leeuw, dit bijna als een inherent onderdeel zien van hun strijd tegen de opkomst van het ‘fascisme van de 21ste eeuw’. Hierbij beroepen ze zich vaak op de ‘antifascistische strijd’ van de jaren 1930, hoewel ze daarbij uiterst selectief omspringen met de recuperatie van het verleden.

Dimitrovs invloed op de Vlaamse communisten

Antoon Roosens beschreef in 1990 Lenins visie op het brede begrip ‘nationalisme’ en de wijze waarop zijn volgelingen zijn theoretische nalatenschap interpreteerden. De Leninistische marxisten beschouw(d)en het nationalisme als een natuurlijk bijproduct van het kapitalisme: ‘Het proletariaat moest het nationalisme, de onderwerping aan zijn eigen nationale cultuur, bestrijden en vervangen door het internationalisme, de samensmelting van alle naties onder bestuur van het internationale proletariaat.’ In het Vlaanderen van de eerste helft van de vorige eeuw resulteerde bovenstaand standpunt in discussies tussen marxisten, die wedijverden over hoe het precies te interpreteren.

Vandaag leeft deze discussie niet meer, hoewel onder meer de Vlaamse vleugel van de communistische partij een contradictorisch standpunt inneemt. Enerzijds geeft ze met regelmaat blijk van een Belgicistische reflex, waardoor ze zich een bondgenoot toont van het Belgische staatsnationalisme. Anderzijds keren aanhangers van de partij – slechts op de hoogte zijnde van een deel van het verleden van hun ‘beweging’ – zich ogenschijnlijk tegen de symbolen, die spontaan uit hun eigen volk gegroeid zijn. Het lijkt erop, dat de ‘Belgische’ identiteit in de ogen van radicaal-links geen bedreiging meer vormt voor hun streven, dit in tegenstelling van het Vlaamse identiteitsgevoel. Extreme stellingnamen voor of tegen de symbolen van ons volk resulteren al te vaak in ongeremd verbaal geweld, wat de kloof tussen significante groepen in onze samenleving geen centimeter doet krimpen.

Een mogelijke oplossing van deze problematiek zou kunnen zijn dat de Vlaamse radicaal-progressieven niet meer teruggrijpen naar 1917, maar wel naar het zevende congres van de Komintern in 1935. Van groot belang was toen een uitspraak van de Bulgaar Georgi Dimitrov [i] die stelde: ‘Wij, communisten, zijn onverzoenlijke principiële tegenstanders van het burgerlijke nationalisme in al zijn schakeringen. Wij zijn echter geen aanhangers van het nationale nihilisme en mogen nooit als zodanig optreden. […] Het proletarische internationalisme moet zich in ieder land zo te zeggen ‘acclimatiseren’ om in de vaderlandse bodem diepe wortels te kunnen schieten. De nationale vormen van de proletarische klassenstrijd en de arbeidersbeweging in de afzonderlijke landen zijn niet in tegenspraak met het proletarische internationalisme, integendeel, juist in deze vormen kan men ook met succes de internationale belangen van het proletariaat verdedigen.’[ii]

Vlaamse leeuw is van iedereen

De Antwerpse communist Rik Van Aerschot gaf na de oorlog aan, dat hij Dimitrov destijds als volgt interpreteerde: ‘Ge moet niet aan de fascisten laten, wat van den eigen aard is.’ Daarbij verwees hij ook naar de bediscussieerde leeuwenvlag: ‘Bijvoorbeeld de Vlaamse leeuw: nu zijn er heel veel mensen tegen de Vlaamse leeuw, omdat die misbruikt is geweest door de fascisten. Maar in feite behoorde die aan het Vlaamse volk toe.’[iii]

Zich baserend op Dimitrovs uitlatingen formuleerden de Vlaamse communisten een klaar standpunt ten aanzien van het nationaliteitenvraagstuk. Ze dachten na over een structurele aanpassing van de partij, wat resulteerde in de stichting van de Vlaamse Kommunistische Partij in 1937. Op het stichtingscongres opperden de communisten broederlijk de hand te reiken aan ‘de socialistische werkers, aan de kristen-demokraten, aan de Vlaamsche nationalisten om gemeenschappelijk te strijden voor ZELFBESTUUR, VRIJHEID, WELSTAND en VREDE.’[iv]  Voor hen bestond er geen Belgische ‘natie’, maar een Vlaamse en een Waalse natie verpakt in een Belgische staat. Een zeer verschillende en schappelijkere toon dan vandaag, aangezien de radicaal-progressieven weigeren terug te plooien op hun eigen voorgangers die zich zeer bewust waren van de realiteit waarin hun volk verkeerde en dat in zekere mate nog steeds doet.

 

[i] Georgi Dimitrov (°Radomir, 28 juni 1882, + Moskou, 2 juli 1949) was een hoog gekwalificeerde communist en werd premier van zijn land van 1946 tot zijn overlijden.

[ii] G. Dimitrov, De eenheid van de arbeidersklasse in de strijd tegen het fascisme – Verslag en slotwoord bij het 2e punt van de dagorde van het congres, 1935.

[iii] H. Van de Vijver, R. Van Doorslaer en E. Verhoeyen, BRT-reeks – Het Verzet: Tussen hamer en sikkel, 1984-1985.

[iv] ‘Wat willen de Vlaamsche Kommunisten?’, De Rode Vaan, 30 januari 1937, voorpagina.

Nick Peeters

Nick Peeters is lid van de Algemene Vergadering van VOS Vlaamse Vredesvereniging en hoofdredacteur van de VVB-jongeren
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans