fbpx


Buitenland, Economie

Waarom België zal opdraaien voor de Italiaanse schuldenberg

Italiaanse problemen zijn ook Belgische problemen


De afgelopen weken hebben enkele Europese landen zich niet populair gemaakt in het zuiden van Europa. Nu door de coronacrisis de economie in Italië volledig stil ligt, vraagt de Italiaanse overheid dat Europa haar te hulp komt. Hierdoor is er momenteel een gevecht bezig tussen noord en zuid waarbij men de kosten voor de crisis probeert te verdelen onder elkaar. De waarheid is echter dat het noorden niet anders zal kunnen dan op te draaien voor de financiële problemen in het zuiden.

Schulden zijn een Europees probleem

Voor een buitenstaander kan het raar klinken dat Europese landen hun schuldenberg zomaar kunnen verdelen onder elkaar. Op het eerste gezicht lijkt het immers dat iedere staat verantwoordelijk is voor zijn eigen boekhouding en zijn eigen budget. Vanuit Europa zijn er dan wel solidariteitsmechanismes, maar op het einde van de dag moet iedere staat zelf zorgen dat het zijn begroting op orde heeft. Wie dit niet kan, moet maar de belastingen optrekken of besparingen doorvoeren.

De waarheid is echter veel genuanceerder. In een Europa waarin kapitaal zich vrij kan verspreiden, is iedereen nu eigenaar van elkaars schulden. En dat dreigt een groot probleem te worden.

Dat Italië een schuldenberg heeft van 2,4 biljoen euro is al langer bekend. Wat minder bekend is, is dat veel Europese banken een enorme blootstelling hebben aan deze Italiaanse schuldenberg en dat niet alleen de Italianen deze financieren. Zo berekende Bloomberg in de zomer van 2018 dat Franse banken voor maar liefst 285,5 miljard euro blootgesteld zijn aan de Italiaanse overheidsschuld. Ook Duitse banken hebben een blootstelling van 58,7 miljard euro terwijl de totale blootstelling van Europese banken in 2020 opgelopen is tot 446 miljard euro volgens Bloomberg. Dit is geen probleem zolang Italië zijn schulden kan betalen.

Italiaanse banksector onder druk

De coronacrisis dreigt echter roet in het eten te gooien en niet enkel voor de Italiaanse overheid. Nu het land volledig stil ligt, zijn de aandelen van Italiaanse banken op twee maanden tijd zo goed als gehalveerd. Zo verloor de FTSE Italia All Share Bank index maar liefst 48 procent sinds 19 februari. De financiële markten vrezen dan ook dat de coronacrisis zal zorgen voor massale faillissementen en wanbetalingen wat dan weer de Italiaanse banken zal raken. Een groot probleem dat doet terug denken aan de Europese bankencrisis van tien jaar geleden. Als de banken omvallen, dreigt dit opnieuw de hele Europese Unie te besmetten en een kettingreactie te veroorzaken.

Sindsdien heeft Europa gelukkig wel stappen gezet om te verhinderen dat overheden banken moeten redden. Zo is in Europa momenteel de zogenaamde bail-in wetgeving van toepassing waardoor een bankencrisis anders zou verlopen dan vroeger. Voordat de overheid tussen komt, zullen eerst alle aandeelhouders, obligatiehouders en spaarders van de bank moeten opdraaien voor het verlies. Obligatiehouders zien hun schuld omgezet in bankaandelen en ook spaargeld boven de 100.000 euro dient om de verliezen van de bank te stelpen. Hierdoor komt de last niet bij de overheid te liggen, maar wel bij de spaarders en schuldeisers van de bank.

Praktisch haalbaar?

Echter is het maar de vraag of in de praktijk deze bail-in ook zal werken. Zo is de regel nog niet op grote schaal gebruikt en is hij moeilijk in de praktijk om te zetten. Zo eiste in 2019 de toenmalige Italiaanse minister van economie, samen met Carmelo Barbagallo, het hoofd bankentoezicht van de Italiaanse Nationale Bank, dat deze regel geschrapt zou worden . Een bail-in dreigt immers het vertrouwen van spaarders te beschadigen en kan ook andere zwakke banken onder druk zetten. Een terechte opmerking waardoor de bail outs die nooit meer zouden voorkomen na de eurocrisis toch weer een toekomst kunnen hebben.

Het probleem is echter dat op een bepaald moment de financiële markten het vertrouwen verliezen in de terugbetalingscapaciteit van de overheid. De financiële markt wil dan niet meer lenen aan de overheid waarna de waarde van zijn schuld begint te dalen in waarde. Helaas hebben de nationale banken (die vaak netto kopers zijn van dit schuldpapier) dit papier ook vaak massaal in hun bezit. Het resultaat? De banken hun verliezen lopen op en ze vragen steun aan de overheid.  Dit brengt op zijn beurt de overheid extra in de problemen wat economen het ‘doom loop’ effect  noemen. Dit omdat je in een vicieuze cirkel dreigt te komen waar je niet uitkomt. En dan kom je op het punt dat plots ook banken van andere landen geïmpacteerd worden waarbij de cirkel enkel groter wordt.

Eurobonds zijn weer terug

Wie dit begrijpt snapt dat de noordelijke landen in een benarde situatie zitten. Men wil Italië geen blanco cheque geven, maar anderzijds heeft de coronacrisis het potentieel om de eurocrisis volledig terug te brengen.

Het is dan ook geen wonder dat verschillende staten fan zijn van de uitgifte van gemeenschappelijke euro obligaties. Op die manier halen alle lidstaten samen geld op en kan je dit geld lenen aan overheden die van de financiële markten afgesloten raken. Dat zuidelijke staten hierdoor goedkoop kunnen lenen is deels een drogreden, want momenteel kunnen bijna alle Europese landen spotgoedkoop of tegen negatieve rentes lenen. Wel is het een manier om de eigen belangen te beschermen en zwakke schakels in het systeem te versterken. Het is niet voor niets dat landen met een grote blootstelling aan Italië en de zuidelijke landen zeer gewonnen zijn voor dit idee.

En België? 

Het mag dan niet zo lijken, maar door ons verleden hebben we misschien nog wel het meest belang bij gemeenschappelijke eurobonds. Vergeet immers niet dat Dexia nog steeds een blootstelling heeft van 10,5 miljard euro aan Italiaanse overheidsobligaties en voor 8,6 miljard euro geleend heeft aan lokale Italiaanse besturen. En dat is maar een klein deeltje van de balans van 120 miljard euro van Dexia waarbij de Belgische staat nog steeds garant staat voor 31,1 miljard euro. En dan praten we nog niet over de andere 27,8 miljard euro die Belgische banken en verzekeraars volgens de Nationale Bank aan Italiaanse bedrijven en overheden geleend hebben.

Of om nog maar eens te duiden dat de problemen van Italië, nog meer de problemen van België zijn.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Stefan Willems

Stefan Willems is een zelfstandig beursanalist met als missie om financiële kennis te delen met de doorsnee Vlaming. Met zijn achtergrond in finance, en filosofie focust hij onder meer op financiële onafhankelijkheid, geluk en de mens. Meer: stefanwillems.be.

Dit artikel delen


Als abonnee kan u dit artikel gratis verspreiden via sociale media en doorsturen naar uw vrienden. Zij zullen dit artikel volledig kunnen lezen zonder abonnee te zijn of zonder een (proef)abonnement te nemen. Zij krijgen bij het lezen de vermelding dat dit artikel door u wordt aangeboden. Als u dit via email doorstuurt, wordt het emailadres van uw vriend niet genoteerd in de databank.

Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.