Communautair

Wallonië heeft zaken laten verrotten

Laten we niet rond de pot draaien: in Wallonië loopt een en ander grondig mis. Ik heb de verhoren in de parlementaire onderzoekscommissie Publifin met aandacht gevolgd, en de betrokkenen leken me de ernst van de toestand niet te beseffen. Blijkbaar gaat het hier om een maffieuze constructie: het hele opzet was gericht op maximaal persoonlijk profijt onder omzeiling van de wet.

Met hun fabelachtige lonen leven al die mandatarissen naast de werkelijkheid. In 2014 bedroeg het gemiddelde Belgische salaris 3414 euro bruto, en dat is minder dan de vier mandaten die volksvertegenwoordiger en burgemeester van Seraing Alain Mathot bij Publifin uitoefende, en waaruit hij pas ontslag heeft genomen! Wat Stéphane Moreau betreft, de baas van Nethys, hij heeft eindelijk zijn emolumenten voor het jaar 2016 onthuld: 839.000 euro bruto. De personeelsleden van Publifin zagen zich een Kerstpremie toekennen van… 35 euro!

‘Van die parvenu’s heb ik mijn buik vol! Er is in de socialistische partij geen plaats voor parvenu’s!’, lanceerde op 4 oktober 2005 Elio Di Rupo, toen partijvoorzitter en Waals minister-president, na de onthulling van de schandalen in Charleroi. Twaalf jaar later moeten we vaststellen dat er geen beter bestuur is gekomen. Een ongezonde sfeer verdiept de kloof tussen burger en politiek. Ze brengt extra wind in de zeilen van het populisme en zodoende draagt ze ertoe bij dat de grondvesten zelf van de democratie afkalven.

Pas nog heeft Elio Di Rupo bewezen dat zijn tijd voorbij is, en hij de toekomst niet kan belichamen. In 1999 (de N-VA bestond toen nog niet!) heeft het Vlaams Parlement zich duidelijk uitgesproken voor de confederalistische optie. Op een coherente manier, verklaart Bart De Wever nu dat een regering met de PS in 2019 enkel mogelijk wordt onder beding van een akkoord over het confederalisme. Maar voor Di Rupo kan daar geen sprake van zijn. Volgens hem zal de PS al haar gewicht in de schaal leggen om onze sociale zekerheid en de inkomsten van werknemers en gepensioneerden te versterken en zeker niet om over het einde van het land te onderhandelen. Wat de PS op tafel zal leggen, is een verlaging van de pensioenleeftijd tot 65 jaar, een herstel van de indexering van de salarissen, een betere gezondheidszorg en de individualisering van sociale rechten.

Eén ding staat vast: onder het voorzitterschap van Elio Di Rupo zal de PS blijven strijden voor haar traditionele ideologische schema’s. De man behoort niet tot die reformistische socialisten die zich pragmatisch aan de huidige wereld aanpassen.

Op het vlak van de staatshervorming heeft Elio Di Rupo, samen met de andere Franstalige partijvoorzitters zich altijd als een “demandeur de rien” voorgesteld, om uiteindelijk te zwichten. Voor hem was bijvoorbeeld de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde onaanvaardbaar zonder uitbreiding van Brussel. Maar we weten hoe het is gegaan.

Als men het interview van Wouter Beke met het Quebecse dagblad “Le Devoir” van 22 september 2007 herleest, stelt men vast dat de huidige voorzitter van de CD&V en Bart De Wever op dezelfde golflengte zitten: ‘Wij wensen een waarachtig confederalisme, waarbij elkeen zal kunnen handelen zoals het hem belieft. (…) De Walen zijn enkel voor het geld aan België gehecht. Als de Franstaligen geen ballast willen uitgooien, zal ons geen andere keuze resten dan de onafhankelijkheid’.

Laten we immers niet naïef zijn. De sociale zekerheid is de winkel van de PS, en omwille daarvan voelt Elio Di Rupo zich zo Belgischgezind, al mag hij zich hieromtrent wel enkele zorgen maken. Op 6 november 2002 was Karel De Gucht als voorzitter van de Vlaamse liberalen te gast bij VTM, en hij was bijzonder duidelijk: ‘Op termijn is België gedoemd te verdwijnen, te verdampen, en in afwachting heeft het voor Vlaanderen geen enkele toegevoegde waarde. Het is ontoelaatbaar dat Vlaanderen meer betaalt voor de gezondheidszorgen en van Wallonië minder terugkrijgt’.

Het spreekt voor zich dat het recente rapport van het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds koren op de Vlaamse molen is. In tegenstelling met wat minister-president Paul Magnette beweert – er is geen Waalse overconsumptie in de gezondheidszorg – brengt de studie aan het licht dat de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië gestaag zijn blijven toenemen.

Zo beliepen in 2015 de uitgaven in Vlaanderen 2109 euro per rechthebbende, tegen 2245 in Wallonië, een verschil van 136 euro. In 2010 was dat maar 50 euro. Wat de bijdragen betreft: in 2014 bedroegen die in Vlaanderen 19.265 euro per rechthebbende, in Wallonië 15.061.

Treffend is ook de evolutie in de uitkeringen voor het aantal dagen werkonbekwaamheid en invaliditeit. Terwijl vijf jaar terug het verschil tussen Wallonië en Vlaanderen 3,8 dagen bedroeg, zijn het er vandaag 5,7.

Volgens het VNZ zijn die verschillen te verklaren doordat Vlaanderen en Wallonië een verschillende benadering van de gezondheidszorg hebben ontwikkeld. In Vlaanderen rekent men bijvoorbeeld minder hospitalisatiedagen aan, en geeft men sterk de voorkeur aan de huisarts als beheerder van het volledige medische dossier.

We weten het: de neergang van Wallonië begon in de jaren zestig, toen de zware industrie aftakelde zonder dat er volwaardige reconversie kwam. De hulpprogramma’s van de unitaire Belgische Staat deden niets meer dan de Waalse economische achteruitgang begeleiden. Daarentegen dienden ze in Vlaanderen voor investeringen in sectoren die economische groei meebrachten, werkgelegenheid schiepen, innoverend en diversifiërend werkten, en activiteit ontwikkelden in alle provincies.

De PS had het steeds over hetzelfde: het behoud van de verworven rechten. En de strategie van de vakbonden is suïcidaal gebleken. Zij heeft het negatieve beeld opgeroepen van een streek die permanent gereedstond om het werk neer te leggen. De failliet van Cockerill-Sambre in 1981 heeft Vlaanderen ertoe gebracht op de solidariteit met Wallonië terug te komen. Geen Vlaamse cent meer voor het Waalse staal!.

Over de manier waarop de socialistische octopus zijn tentakels over heel Wallonië heeft uitgebreid, zou men een boek kunnen schrijven. Met de invoering van de gewestvorming in 1980 beschikte Wallonië over eigen werktuigen om zich economisch te herstellen, en met de opeenvolgende staatshervormingen zijn die nog talrijker geworden. Maar over goede werktuigen beschikken volstaat niet, men moet ze ook op een efficiënte manier weten te gebruiken. En hier moeten we vaststellen dat het niet het geval is geweest. In oktober 2015 heeft Philippe Destatte, directeur van het Institut Jules Destrée, dit erkend: ‘Wallonië is nog niet van de grond gekomen’.

De werkelijkheid staat inderdaad veraf van het idyllische beeld dat minister-president Paul Magnette schilderde in april 2016, in zijn jaarlijkse toespraak over de toestand van Wallonië: ‘Leven wij op kosten van Vlaanderen? Ik zeg u neen! (…) Nee, Wallonië is geen achtergebleven gebied of een ontwikkelingsland. (…) Er is geen Waalse overconsumptie in de gezondheidszorg. (…) Nooit eerder waren er in Wallonië meer arbeidsplaatsen. (…) Wij lopen in op het Belgische gemiddelde’.

Helaas spreken de cijfers anders. We hebben het al gezien met de sociale zekerheid. Maar ook op de andere gebieden blijft de toestand verontrustend. Ofschoon de werkloosheid eindelijk begint te dalen, blijft ze nog heel hoog, met zowat 14%.

Een rapport van het Iweps (Institut wallon pour l’évaluation, la prospective et la statistique) leert ons dat de werkloosheidsgraad in Vlaanderen tussen 1983 en 2015 gehalveerd is, van 10,7 procent in 1983, tot 5,2 procent in 2015. In 1983 was het verschil minder dan 3 punten, het laagst in Vlaanderen, met 10,7 procent, en het hoogst in Wallonië, met 13,5 procent. In 2015 was het verschil tussen beide regio’s uit zijn voegen gebarsten en opgelopen tot 7 punten, preciseert Béatrice Van Haeperen, de wetenschapscoördinatrice van het instituut.

Bekijken we daarnaast de tabel van Eurostat 2014, met daarin het bbp per inwoner voor de Europese regio’s, dan zien we dat bij een gemiddelde van 100, Brussel aan 207 zit, Vlaanderen op 120 uitkomt en Wallonië op 86. En al heeft Henegouwen ruime Europese steun genoten (30 miljard Belgische frank, enkel al voor de periode 1994-’99, in het kader van Objectif 1), het staat op 76, terwijl het gewest in 2003 nog op 81 stond. Niet echt een reden om de vlag uit te steken!

Wat export betreft, gaat Vlaanderen onbetwistbaar met het leeuwendeel lopen. In 2015 vertegenwoordigde het 79% van de Belgische export, met een bedrag van 185,8 miljard, tegen 42,7 miljard voor Wallonië. De cijfers van de Nationale Bank laten daarenboven een vergelijking toe tussen de eerste twee trimesters van 2015 en deze van 2016. Die laten voor Vlaanderen een stijging zien met 6,3 procent, en voor Wallonië een daling met 5,3 procent.

De jongste Europese studie over de aantrekkelijkheid van 263 regio’s, toont aan dat Brussel (met inbegrip van Vlaams en Waals Brabant) op de 19de plaats zit, terwijl de Vlaamse en Waalse provincies zich respectievelijk tussen 21-58 en 121-142 plaatsen. Ook budgettair zien we een verschil tussen Vlaanderen dat sinds enkele jaren voor een evenwichtige begroting zorgt, en Wallonië dat daar niet in slaagt.

Vanaf het begin af heeft Vlaanderen de regionale en communautaire bevoegdheden bij één bestuur ondergebracht. De Franstalige liberalen waren ook voorstanders van zo’n fusie, maar de PS verzette zich hiertegen. Zij was ervoor beducht haar macht te zien verwateren en wenste stellig haar greep op de regio te behouden. Paradoxaal genoeg verklaart Paul Magnette nu: zonder onderwijs en cultuur is Wallonië als een eunuch.

Elio Di Rupo hekelt Bart De Wever voor het desastreus bilan van de federale regering op budgettair, sociaal en economisch vlak. Maar wat de toestand van Wallonië betreft, moet hij zelf een gewetensonderzoek doen. Van 1980 tot vandaag werd het Waalse ministerschap zo goed als onderbroken aan de PS toevertrouwd. Bezwaarlijk kan men dan de beslissende invloed van die partij op het gevoerde beleid ontkennen. Een beleid dat gekarakteriseerd wordt door een politiek-administratieve hypertrofie : het resultaat van een tomeloos cliëntelisme. Wallonië leeft boven zijn stand en onder zijn mogelijkheden, verklaarde ooit professor Robert Deschamps van de Naamse Faculteit.

Van een onontkoombare fataliteit is geen sprake, maar alleen de Waalse jeugd, de hoop van de toekomst, kan de toestand veranderen door zich in te zetten om de politieke leiders duidelijk te maken dat zij een andere weg moeten inslaan. Struisvogelpolitiek is de weg van de gemakkelijkheid, maar op termijn altijd suïcidaal. François Perin heeft ooit nog de spot gedreven met die Walen zonder ogen noch oren.

Wat Vlaanderen betreft: het is een natie geworden, die haar welvaart dankt aan een rigoureus beleid en aan ondernemingsgeest. Niemand zal haar onafhankelijkheidsverlangen kunnen tegenhouden.

vertaling Marc Vanfraechem

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans