JavaScript is required for this website to work.
Binnenland

Wet tegen juridische intimidatie op komst

Schrijft België binnenkort geschiedenis met anti-SLAPP-wet?

NieuwsThomas Van der Biest17/3/2025Leestijd 3 minuten

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

Juridische procedures worden in ons land almaar vaker gebruikt om kritische stemmen te intimideren. Kamerlid Stefaan Van Hecke (Groen) heeft nu een wetsontwerp klaar om dat misbruik aan te pakken, maar het voorstel moet de meerderheidspartijen nog kunnen bekoren. Dat mag alleszins niet te lang duren als we de eerste Europese lidstaat met duidelijke wetgeving willen zijn.

Heeft u ooit al van de term SLAPP gehoord? Dat staat voor ‘Strategic Lawsuit Against Public Participation’ en duidt op het misbruik van juridische procedures om kritische stemmen het zwijgen op te leggen. Het gaat daarbij vaak om rijke en machtige spelers die het publieke debat in de kiem willen smoren door critici voor de rechtbank te slepen of daarmee te dreigen.

Het begrip is niet zo bekend, maar het fenomeen komt in België en andere EU-lidstaten almaar meer voor. In 2023 werden er volgens een rapport van de organisatie CASE 166 nieuwe SLAPP-zaken geregistreerd, een stijging ten opzichte van de 161 zaken in 2022.

Die toename is al even aan de gang en de Europese Commissie en de Raad hebben een richtlijn uitgevaardigd die alle lidstaten tegen mei volgend jaar moeten omzetten in wetgeving. Een groep van veertig Belgische experts gaf alvast een eerste aanzet en werkte een modelwet uit, waarna Kamerlid Stefaan Van Hecke een wetsvoorstel indiende.

Juridische kosten

Dat voorstel focust vooral op de juridische kosten. Sommige grote spelers weten namelijk dat hun klacht ongegrond is, maar starten toch een procedure om de tegenpartij tot hoge uitgaven te dwingen. Volgens Van Hecke bevat het wetsvoorstel een aantal mechanismen om dat tegen te gaan. ‘Een rechter kan bij misbruik van justitie een boete opleggen of een grotere speler verplichten om alle advocatenkosten te betalen’, zegt het Kamerlid. De wet moet het ook mogelijk maken om een rechtszaak snel af te wijzen, wat de juridische kosten serieus kan drukken.

Van Hecke wil bovendien verder gaan dan de omzetting van de Europese richtlijn naar Belgisch recht. De bepaling van de Europese Unie geldt bijvoorbeeld enkel voor grensoverschrijdende zaken, terwijl er nu ook regels worden voorzien voor nationale processen. Het wetsvoorstel moet naast civiele rechtszaken ook gelden voor rechtszaken waarbij iemand zich burgerlijke partij stelt of een verdachte direct voor de onderzoeksrechter brengt.

‘Een logische keuze, want het is onhoudbaar om de richtlijn bij de ene zaak wel toe te passen en bij de andere niet’, argumenteert professor mediarecht Dirk Voorhoof. De professor voegt daar nog aan toe dat de EU ook voorstander is van die uitbreidingen, maar die niet kon verwerken in de richtlijn aangezien de lidstaten daar zelf de bevoegdheid over hebben.

Steun aan rechterzijde?

Het is nog maar de vraag of de huidige versie van het wetsvoorstel op voldoende steun zal kunnen rekenen, want veel meerderheidspartijen hebben zich nog niet uitgesproken. ‘Ik ben vooral benieuwd naar het antwoord van de partijen aan de rechterzijde. Zij komen vaak iets meer op voor de belangen van grote bedrijven en het zijn net die spelers die soms klacht indienen’, zegt Van Hecke.

Christoph D’Haese, Kamerlid voor N-VA en lid van de commissie Justitie, is alvast voorstander van het wetsvoorstel. ‘De rechterlijke macht moet zich bezighouden met de zaken waar ze voor opgericht werd. Als het wetsvoorstel onze rechtspraak efficiënter kan maken, juich ik dat alleen maar toe.’

Handvaten

De politicus vindt wel dat er nog veel overleg nodig is. ‘Het wetsvoorstel zal magistraten voor het eerst handvaten geven om juridische intimidatie tegen te gaan. Het lijkt me dan ook logisch dat je met instellingen zoals het College van de hoven en rechtbanken regelmatig in gesprek gaat om alles uit te werken. Hetzelfde geldt voor de advocatuur’, aldus D’Haese.

Voorhoof ziet alleszins een kans om geschiedenis te schrijven. ‘Er werd in de Europese Unie hier en daar al moeite gedaan om de Europese richtlijn om te zetten, maar de meeste lidstaten hebben nog veel werk. Ik hoop dan ook dat België het eerste EU-land met duidelijke regelgeving kan worden’, duidt de professor. De parlementaire behandeling mag dan wel niet te lang aanslepen, want dat was in het verleden soms het geval bij de omzetting van andere Europese richtlijnen.

Thomas Van der Biest volgde drie jaar lang de opleiding Journalistiek aan de Arteveldehogeschool in Gent. Hij liep in zijn laatste jaar enkele weken stage bij Doorbraak.

Commentaren en reacties