fbpx


Geschiedenis, Vlaamse Beweging
vandaag

25 jaar geleden overleed Frans Van der Elst, tijd om hem te gedenken




Op 29 augustus is het 25 jaar geleden dat Frans Van der Elst in zijn geboorteplaats Neder-over-Heembeek overleed. Frans Van der Elst werd op 13 maart 1920 geboren als enig kind van een bediende bij een verzekeringsmaatschappij en een huismoeder. Zijn ouders waren lid van het plaatselijke Davidsfonds. Na een jaar humaniora aan het Collège Sainte Marie in Schaarbeek verhuisde Van der Elst in 1932 naar het Sint-Pieterscollege in Jette, de eerste Vlaamse humaniora-afdeling in de Brusselse agglomeratie. Het waren…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Op 29 augustus is het 25 jaar geleden dat Frans Van der Elst in zijn geboorteplaats Neder-over-Heembeek overleed.

Frans Van der Elst werd op 13 maart 1920 geboren als enig kind van een bediende bij een verzekeringsmaatschappij en een huismoeder. Zijn ouders waren lid van het plaatselijke Davidsfonds. Na een jaar humaniora aan het Collège Sainte Marie in Schaarbeek verhuisde Van der Elst in 1932 naar het Sint-Pieterscollege in Jette, de eerste Vlaamse humaniora-afdeling in de Brusselse agglomeratie.

Het waren vooral Vlaamsgezinde ouders die hun zonen naar dat college stuurden. Medeleerlingen waren o.m. dichter Jos De Haes en Paul Vandenbussche (de eerste administrateur-generaal van de BRT).

Repressiedossiers

Tussen 1939 en 1944 studeerde Van der Elst aan de KU Leuven rechten en politieke wetenschappen, daarna werd hij advocaat bij de Brusselse balie. Stage liep hij bij meester William Thelen, een Maastrichtenaar die ook bestuurslid van het Algemeen Nederlands Verbond was. Bij Thelen kreeg Van der Elst voornamelijk repressiedossiers te verwerken.

Zo belandde hij, die niets met de collaboratie vandoen had, in een wereld die niet de zijne was geweest. Hij behandelde niet alleen zaken – vandaag omschreven als de ‘grote repressiedossiers’ – van bijvoorbeeld Hendrik Elias en Gerard Romsée, maar ook van honderden vooral ‘kleine vissen’. Doodgewone burgers die omwille van hun Vlaamsgezindheid achter de tralies werden gestoken.  Een voorbeeld was zijn eigen echtgenote, een lerares, die zonder enige grond voor vier jaar geschorst werd. Het waren zaken die Van der Elst ervan overtuigden dat de repressie de totale uitroeiing van het Vlaams-nationalisme beoogde.

Op de barrikaden

De mening van Van der Elst wordt tot op de dag van vandaag door historici tegengesproken, maar werd door hem herhaaldelijk bevestigd onder meer in de proloog van het boek Op de barrikaden.

‘De repressie trof niet alleen de meest dynamische krachten van de Vlaamse beweging, de Vlaams-nationalisten, maar werd aangegrepen om af te rekenen met de Vlaamse beweging als dusdanig. (…) Men mag stellen dat meer dan 100.000 families getroffen werden. Duizenden doodvonnissen werden uitgesproken en 242 personen terechtgesteld.’

Nadat Van der Elst in september 1945 de executie van collaborateur Karel De Feyter had bijgewoond, raakte hij zo in de war dat hij besliste een en ander te ondernemen tegen de doodstraf. Brieven naar vooraanstaanden, vrije tribunes, enzovoort. Het haalde weinig uit. De executies gingen door.

Federale grondwet

Al deze ongenoegens zorgden ervoor dat Van der Elst op zoek ging naar een grondwettelijke hervorming van België. Vooraanstaande Vlaamsgezinde intellectuelen als Max Lamberty en Lodewijk de Raet steunden hem daarbij. Via hen kwam hij terecht in het Vlaams Comité voor Federalisme.

In een brochure verduidelijkte het comité zijn denkbeelden over zo’n nieuwe staatsvorm. Als aanloop daartoe had Van der Elst al in 1949 in krant De Standaard een artikelenreeks over het onderwerp gepubliceerd. Maar hoe en met wie zo’n voorstel verwezenlijken? Daarom werd contact gezocht met Waalse federalisten. In de jaren 1952 en ’53 vonden onderhandelingen plaats, die leidden tot een volledig uitgewerkte federale grondwettekst.

Volksunie

Zeventig jaar later klinkt, met de wetenschap van vandaag, artikel 1 van de nieuwe grondwet tamelijk vertrouwd. ‘België is een bondsstaat, die twee gewestelijke staten, Vlaanderen en Wallonië, en het bondsgebied Brussel omvat. De grens tussen Vlaanderen en Wallonië wordt door de taalgrens gevormd. Brussel, bondshoofdstad van België en de gemeenten der Brusselse agglomeratie vormen het Bondsgebied.’

Steun voor het Vlaams-Waalse voorstel gaven de toen nog unitaire traditionele partijen niet. Een houding die Van der Elst aanzette om mee te werken aan de oprichting in 1954 van de politieke partij de Volksunie. Hij werd voorzitter vanaf 1955 en verkozene in 1958. Tussen dat jaar en het verkiezingsjaar 1961 gebeurde in België heel wat op het politieke en sociale vlak, gebeurtenissen  waarvan de Volksunie de vruchten mocht plukken.

Jaar van de doorbraak

Van der Elst redde als enige verkozene vanuit de oppositie de minderheidsregering-Eyskens. Deze kwam namelijk een stem te kort om het Schoolpact (1958) goedgekeurd te krijgen. Handig als hij was, wist Van der Elst in ruil voor zijn stem de vrijlating van Hendrik Elias te bekomen. Wie dacht dat het hem enkel om taalstrijd en repressienasleep ging, moet weten dat Van der Elst om de haverklap ook over sociale problemen tussenbeide kwam. Werk in eigen streek werd hét thema.

Precies op verkiezingszondag op 26 maart 1961 publiceerde weekblad De Post een vraaggesprek met hem. De flamboyante journalist Theo ten Bensel stelde de vragen en noteerde de antwoorden pas na een beschrijving van zijn gesprekspartner als ‘de breedgeschouderde, donkere, kaalwordende, wenkbrauwborstelige jurist’. Het artikel ging diep in op het voorstel voor een federale grondwet, vandaar de titel: ‘De volgende politieke crisis moet uitlopen op een Bondsland Vlaanderen’.

Voorzitter Van der Elst mocht vanaf die vroege lentedag in 1961 met 6 nieuwe verkozenen naar de Wetstraat: vier Kamerleden, twee Senatoren. Vier jaar later werden de VU-fracties in beide kamers verdubbeld.

Geen zuilenpartij

De partij die hij, samen met senator Wim Jorissen uitbouwde, kreeg overal in Vlaanderen plaatselijke afdelingen. Er kwam een veertiendaags ledenblad, waarvan hij de hoofdredacteur was. Maar toch wenste Van der Elst dat de Volksunie ‘geen partij als alle andere’ zou worden. En zeker geen zuilenpartij, al klonk de roep om een eigen vakbond en ziekenfonds almaar luider.

Zelfs meedoen aan gemeenteraadsverkiezingen zinde hem matig. Hij was en bleef gefocust op een diepgaande staatshervorming. Vandaar ook zijn handtekening onder het omstreden Egmontpact (1977). Zijn goedkeuring leverde hem bakken kritiek op, vaak op het onfatsoenlijke af, zoals de wekelijkse aanvallen in ’t Pallieterke.

Ieder zijn waarheid?

Midden de jaren zestig bond Van der Elst ook de strijd aan met de BRT, die in zijn politieke debatten enkel de traditionele partijen aan het woord liet. In Humo had Karel Anthierens in 1963 de kat de bel aangebonden met een artikelenreeks over Ieder zijn waarheid, een televisiedebatprogramma, waarin de Volksunie straal genegeerd werd. Anthierens ontdekte daarbij allerlei leugens.

Paul Vandenbussche legde de schuld bij de partijvoorzitters, die op hun beurt met de vinger naar de BRT wezen. ‘Dat heeft allemaal niet belet dat toen in februari 1962 VU-voorzitter Frans Van der Elst door de BRT werd uitgenodigd om deel te nemen aan Ieder zijn waarheid alle andere partijen hun kat hebben getuurd en het debat, faute de combattans, niet is kunnen doorgaan.’

In april 1963 was, wat tegen de zin van voorzitter Van der Elst, het rechtstreeks uitgezonden televisieprogramma Wie weet wat? met Toni Corsari door VU-militanten onderbroken. Pas toen Willy Courteau in Humo schreef dat ‘niemand dit protest nog (zal) kunnen negeren’ bonden de partijen in. De BRT volgde gedwee.

Primus inter pares

Met de jaren loste Van der Elst zijn greep op de partijleiding. Meer en meer bleef hij aan de zijlijn staan. In 1976 eindigde zijn voorzitterschap en werd hij door Hugo Schiltz opgevolgd. In 1983 werd hij minister van Staat en parlementariër bleef hij tot 1985. Daarna werd het stil rond hem.

Was Frans Van der Elst een goede partijvoorzitter? Een leider was hij zeker niet, eerder de primus inter pares, de ‘eerste onder zijns gelijken’. Maar hij wou vooral mensen iets bijbrengen, inspireren. Dat bleek o.m. uit de leidinggevende artikelen die hij voor blad De Volksunie en vanaf 1965 voor het weekblad WIJ schreef. In dat jaar werd, onder het hoofdredacteurschap van Toon van Overstraeten, het partijblad tot een breed informatieblad omgevormd.

Alleen de lezers van het weekblad WIJ konden hem nog lezen. En daarbij stak hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Een sprekend voorbeeld was zijn commentaar bij de Oorlogsgedenkschriften Cyriel Verschaeve. We hadden Van der Elst om een recensie gevraagd.

En deze was, onder de titel ‘De dwaalwegen van Cyriel Verschaeve’, niet mals. Hij loofde de uitgevers om hun moed om het ongekuiste dagboek te publiceren. Dat Verschaeve in een brief aan Himmler VNV-leider Elias van sabotage had beschuldigd, bracht Van der Elst van zijn stuk. Dat de priester de top-SS’er gevraagd had Elias ‘kalt zu stellen’ noemde hij hallucinant.

Hartenkreet

Toen in de jaren ’90 de Volksunie geteisterd werd door overloperij van meerdere van haar kopstukken richting Open Vld, werd het Van der Elst te machtig en kroop hij opnieuw in zijn belerende pen. Onder de titel ‘Er is nog een toekomst voor een humanitair Vlaams-nationalisme’ maakte hij duidelijk dat met de verwezenlijking van federale structuren de taak van een Vlaams-nationale partij niet ten einde is.

‘Er volgt een reeks gevolgtrekkingen gericht niet alleen op het materiële welzijn van het volk maar tevens ook op een gezonde ontwikkeling  van dit volk, op het behoud van zijn identiteit in Europa en in de wereld. Een partij die wortelt in het democratische Vlaams-nationalisme moet daarbij een richtinggevende en creatieve rol spelen.’ Het klonk als een hartenkreet.

Schone partij

Op de vorige en de toenmalige hoofdredacteur van WIJ na, vervaagden zijn contacten met de partij en haar kopstukken. Soms kregen we een telefoon met de vraag of hij een artikel naar onze redactie kon brengen. Een laatste keer vroeg hij ons om naar de inkomhal te komen, de lift deed het die dag niet. Het werd een wat mistroostig gesprek over de verdeeldheid die de Volksunie teisterde en tot haar ondergang zou leiden. ‘Wat hadden we toch een schone partij!’ Het waren de laatste woorden die ik van hem hoorde.

Bij zijn overlijden wijdde onze redactie een heel nummer aan het leven van Frans Van de Elst. Velen getuigden over hem. Een van hen was Manu Ruys. De gewezen hoofdredacteur, tevens parlementair verslaggever, schreef: ‘Hij was een Vlaamse gentleman. Hij dwong steeds eerbied af in het parlement, en voor zijn persoon en voor zijn partij. Hij sprak doordachte taal en verafschuwde demagogie en clowneske mediastunts. Hij deed aan politiek om Vlaanderen te dienen, niet uit persoonlijke ambitie of om zich te verrijken.’ Zelf bedachten we hem met de status van Vader des Vaderlands…

Op de begrafenisplechtigheid in de kerk van Heembeek was een vertegenwoordiger van het Paleis aanwezig. De geüniformeerde groette kist en familie en maakte zich uit voeten. Het toonde aan dat de verhouding tussen de minister van Staat en zijn Lakense buren nooit schitterend is geweest.

Maurits van Liedekerke

De auteur is oud-hoofdredacteur van Wij, het weekblad van de Volksunie.