fbpx


Geschiedenis
nationaalsocialisme

Achter de hakenkruisvlag

Een postuum verschenen boek probeert te verklaren waarom Adolf Hitler zoveel aantrekkingskracht uitoefende op het Duitse volk


Tot kort voor zijn dood, op 18 augustus precies een jaar geleden, bleef de Oost-Duitse historicus Kurt Pätzold – getekend door kanker, maar koppig en onvermoeibaar – vorsen over wat hij het ‘Duitse fascisme’ noemde. Het resultaat van zijn laatste onderzoek verschijnt een dezer dagen postuum onder de titel ‘Gefolgschaft hinterm Hakenkreuz. Zwanzig Kapitel zu zwölf Jahren deutscher Geschichte’ (Verlag am Park, Berlin). De vraag die Pätzold op het einde van zijn leven bezighield, was waarom de Duitsers massaal achter de hakenkruisvlag liepen en Adolf Hitler twaalf jaar lang tot het bittere einde gevolgd waren.

Bolwerk

Pätzold zelf was als jonge knaap immuun gebleven voor de nationaalsocialistische sirenenzangen. Dat had met zijn familiale achtergrond te maken. Hij kwam in 1930 ter wereld in Breslau (dat na de Tweede Wereldoorlog in Poolse handen viel en omgedoopt werd in Wroclaw). Zijn ouders waren lid van de Sozialistische Arbeiterpartei, een stroming binnen de Duitse arbeidersbeweging die communisten (KPD) en sociaaldemocraten (SPD) met elkaar hoopte te verzoenen als bolwerk tegen de NSDAP van Hitler. Dat laatste is niet gelukt. In 1946 gebruikten de Sovjets de opkomst van Hitler als excuus om in het door hen bezette deel van Duitsland de KPD en de SPD te versmelten tot Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED), de leidende, door de communisten gedomineerde partij van de in 1949 opgerichte DDR.

Socialisme

De familie Pätzold moest in 1945 Breslau verlaten. Ze was dan wel ‘antifascistisch’, maar ze was ook Duits, en de Duitsers moesten nu eenmaal weg uit Silezië dat (net zoals Pommeren en de zuidelijke helft van Oost-Pruisen) toegewezen werd aan de Volksrepubliek Polen. Kurt Pätzold studeerde geschiedenis, filosofie en economie aan de Friedrich-Schiller-Universität Jena (DDR), ging daarna als onderzoeker aan de slag bij de Akademie der Wissenschaften en was van 1973 tot 1992 hoogleraar Duitse geschiedenis aan de Humboldt-Universität in Oost-Berlijn. Zijn onderzoek ging vooral over het nationaalsocialisme dat hij in overeenstemming met de marxistisch-leninistische doctrine ‘fascisme’ noemde.  De reden daarvoor lag voor de hand: voor de machthebbers van de DDR kon het begrip socialisme alleen maar marxistisch ingevuld worden.

Fascisme

Na de Duitse eenmaking werd Pätzold zoals zovele professoren met een lidkaart van de SED ontslagen. De universiteitscommissie motiveerde zijn ontslag met de woorden: ‘Noch in den 70-er Jahren gehen Sie in Ihren Arbeiten zum Faschismus ganz dogmatisch von der Faschismusformel der Kommunistischen Internationale vom Dezember 1933 aus’ (Nog in de jaren ’70 gaat u in uw studies over het fascisme heel dogmatisch uit van de definitie die de Communistische Internationale in december 1933 aan het fascisme gaf). Die definitie luidde overigens als volgt: „Der Faschismus ist die offene, terroristische Diktatur der am meisten reaktionären, chauvinistischen und imperialistischen Elemente des Finanzkapitals.“ Zelfs nog in 2016 beklemtoonde Pätzold dat met die definitie interpretaties van het ‘fascisme’ als ‘die Macht einer Clique politischer Abenteurer auf eigene Rechnung of ‘Ausdruck und Sieg des Volkswillens als ‘misvattingen’ konden afgewezen worden. Maar zijn vasthouden aan het Historisch Materialisme van Marx en Engels is niet de enige reden waarom Pätzold moest opstappen. Als docent had hij in 1968 studenten van de universiteit laten wegsturen die kritische vragen hadden gesteld over het neerslaan van de ‘Praagse lente’ door Sovjet-Russische troepen.

Aantrekkingskracht

Pätzold wilde het nationaalsocialisme (of in zijn woorden: ‘het Duitse fascisme’) in zijn totaliteit, – dus zowel economisch, maatschappelijk als historisch vanuit het Duitse imperialisme -, bestudeerd zien. Ook de studie van het antisemitisme en de Jodenvervolging speelde een grote rol in zijn pogingen greep te krijgen op het wezen van het nationaalsocialisme. Hij publiceerde honderden artikels en een dertigtal boeken waaronder, samen met Manfred Weißbecker, biografieën over Adolf Hitler en Rudolf Heß. In 2016 verschenen nog de boeken Der Überfall: Der 22. Juni 1941: Ursachen, Pläne und Folgen (Edition Ost, Berlin) en Die Wannsee-Konferenz vom 20. Januar 1942 (Verlag am Park, Berlin). In zijn postuum door Weißbecker geredigeerd werk ‘Gefolgschaft hinterm Hakenkreuz’ verwerpt Pätzold de idee als zouden de Duitsers enkel maar ‘Verführte’ geweest zijn, verleid en verblind door de ‘Führer’. Ook na de installatie van de nazimacht zouden ze niet helemaal de mogelijkheid verloren hebben ‘zu eigenen Entschlüssen und selbstbestimmten Handlungen‘ (tot eigen beslissingen en soevereine handelingen).  Bij de verkiezingen van 6 november 1932 had de NSDAP van Hitler 33,1% van de stemmen gehaald (een verlies van 4,2% ten opzichte van de verkiezingen van 31 juli 1932). Hitler liet na zijn aanstelling tot rijkskanselier op 30 januari 1933 nieuwe verkiezingen uitschrijven voor 5 maart van datzelfde jaar. De NSDAP sleepte toen 43,9 % van de stemmen in de wacht en kon met de steun van het nationalistische kartel Kampffront Schwarz-Weiß-Rot (8%) de regeringsmacht verder uitoefenen. Die 43,9% (een stijging van bijna 11%) toont volgens Pätzold wel ‘de aantrekkingskracht aan, die van de overwinning van 30 januari uitging’ (de aanstelling van Hitler tot kanselier). Dat zou bevestigen ‘dass ein Großteil der Menschen durch nichts so sicher zu bestechen ist wie durch den Erfolg (dat een groot deel van de mensen door niets zo zeker te verleiden is als door het succes). Mensen wilden niet ‘tot de verliezers behoren’. Succes creëert succes, het is haast een wetmatigheid in de politiek. Later hebben de nationaalsocialisten dan hun aanhang nog weten te vergroten door, in de woorden van Pätzold, ‘Terror, Brot und Spiele, rassistische, über Jahrhunderte hinweg entstandene und gepflegte Ressentiments wie der Antisemitismus’ (terreur, brood en spelen, racistische, door de eeuwen heen ontstane en gekoesterde ressentimenten zoals het antisemitisme).

 

 

 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Dirk Rochtus

Dirk Rochtus is hoofddocent internationale politiek en Duitse geschiedenis.

Dit artikel delen


Als abonnee kan u dit artikel gratis verspreiden via sociale media en doorsturen naar uw vrienden. Zij zullen dit artikel volledig kunnen lezen zonder abonnee te zijn of zonder een (proef)abonnement te nemen. Zij krijgen bij het lezen de vermelding dat dit artikel door u wordt aangeboden. Als u dit via email doorstuurt, wordt het emailadres van uw vriend niet genoteerd in de databank.

Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Op dit artikel zijn reacties uitgeschakeld op vraag van de auteur of op initiatief van de redactie.
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.