fbpx


Filosofie

Ad Verbrugge: ‘Alleen ontgoocheling kan situatie veranderen’

Filosoof Ad Verbrugge over de non-ethiek achter het virus



Ad Verbrugge is een van Nederlands meest bekende filosofen. Als hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam schreef hij onder meer de veel gelezen boeken Tijd van Onbehagen (2004) en Staat van Verwarring (2013). Met zijn filosofisch centrum voor onderzoek ‘Èthos’ weegt Verbrugge op het Nederlandse debat over onderwijs en maatschappelijke transformaties. Dit leverde hem in 2016 het Officiersschap in de Orde van Nassau op. Vandaag is Verbrugge een van de meest kritische coronadenkers in Nederland. Met zijn YouTube-programma ‘De Nieuwe…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Ad Verbrugge is een van Nederlands meest bekende filosofen. Als hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam schreef hij onder meer de veel gelezen boeken Tijd van Onbehagen (2004) en Staat van Verwarring (2013). Met zijn filosofisch centrum voor onderzoek ‘Èthos’ weegt Verbrugge op het Nederlandse debat over onderwijs en maatschappelijke transformaties. Dit leverde hem in 2016 het Officiersschap in de Orde van Nassau op.

Vandaag is Verbrugge een van de meest kritische coronadenkers in Nederland. Met zijn YouTube-programma ‘De Nieuwe Wereld’ geeft hij ook het woord aan Vlaamse coronacritici, zoals Mattias Desmet en de onfortuinlijke Sam Brokken.

Het tekent het meer volwassen niveau van het filosofische debat in het noorden. Op een schermutseling met NRC-handelsblad na – dat passages uit een interview met hem door de wetenschapsredactie liet afkeuren – zegt Verbrugge onaangeroerd zijn werk te kunnen doen als publiek filosoof.

Verbrugge beschrijft het coronagebeuren als ‘intensieve menshouderij’. Die term heeft hij ontleend aan een boek van Jaap Peters, dat beschrijft hoe managementdenken kwaliteitsvol werk uit een bedrijf jaagt. Niet toevallig is Verbrugge in 2005 ook een ‘beroepseerdiscussie’ opgestart, waarin hij beschrijft hoe de bezieling en het vakmanschap uit werk verdwijnt, ten gunste van een enggeestig soort rationaliteit en bureaucratie.

‘Intensieve menshouderij’, dus, ook als antwoord op het coronavirus. Mensen mogen niet zelf nadenken, ze moeten ‘gehouden’ worden door de overheid, en door bepaalde wetenschappelijke ‘experts’, die hen en masse uitleggen wat ze nog mogen doen om het virus – pardon, Spongebob – ‘plat te slaan’. Iedere vergelijking met veehouderij berust natuurlijk op louter toeval.

De experts en de overheid, dat verhaal kennen we. Maar is de burger er ook niet zelf toe gekomen om zich intensief te laten menshouden? Velen vragen zelf strenge regels…
‘Je kan inderdaad zeggen dat er bij velen een weinig eervolle, eerder passieve mentaliteit bestaat. Daarin laten burgers zich materieel heel wat welgevallen. Ondertussen zijn ze bang om op te komen voor wat wezenlijk van belang is, zoals het welzijn van de jonge generatie, of elementaire vrijheden. Zo roep je als het ware het knechtschap over jezelf af.’

‘Wat die mentaliteit mee voedt, is natuurlijk de aanhoudende mediadruk, die een bepaalde sfeer creëert. Een sfeer die dagelijks inprent hoe we ons rond corona dienen te gedragen. Het virus is één zaak, de manier waarop je je ertoe verhoudt een andere. De pathologie zit hem er vooral in dat je door media – die er een sensationeel en sterk gekleurd narratief op nahouden – en alle maatregelen die je op straat ziet, in een permanente angstmodus wordt gehouden. De toestand is dubbelzinnig. Vergelijk het met een horrorfilm, of met de slechterik in een politieserie. We vinden hem afstotelijk, maar hij trekt ons ook geweldig aan. Met corona gebeurt iets vergelijkbaars.’

Spongebob

‘Ik noem het virus soms gekscherend Spongebob: omdat het in de media steevast wordt afgebeeld als een soort cartoonfiguurtje, dat als zodanig ons beeld is geworden van “de vijand” of “het kwaad”. Corona kan je vergelijken met een geweldige spons waarop allerhande maatschappelijke narigheid wordt geprojecteerd; iets wat we willen uitroeien. De “vijand” wordt cartoonesk uitgebeeld. Dat zet ons op het verkeerde been. We vergeten daardoor dat we primair zouden moeten nadenken over onze eigen levensstijl, de aard van de ziekte, en de gevolgen daarvan. Zo zien we het cartoonfiguurtje nu alleen maar als iets dat we willen platslaan. En dat is vermoedelijk onmogelijk.’

‘Onze afwegingen over corona zijn dus allerminst nuchter of rationeel. Beelden houden ons gevangen. Vele overheden hebben die angstsfeer moedwillig gebruikt om bepaalde maatregelen af te kunnen dwingen. Alleen zo kan de burger de zaak ernstig genoeg nemen. Dat overheden dat tijdelijk doen, dat begrijp ik ergens nog. Erger is dat je uiteindelijk ieder serieus debat tegenwerkt en de burger als vanzelf niet meer beschouwt als een autonoom individu.’

Propaganda

‘De Franse socioloog Jacques Ellul houdt ons voor dat het hoofddoel van propaganda niet zozeer meningsverandering is, maar primair gedragsverandering. Uiteindelijk gaan de meeste autonome individuen hun gedrag veranderen. Je hoort radiospotjes over mondkapjes, ziet TV-beelden, leest krantenartikelen en ziet anderen op straat een mondkapje dragen. Daarop voel je toch ergens de stille dwang om dat dan ook maar te doen. Bij veel mensen is dat mondkapje dragen geen bewuste keuze uit angst voor het virus, maar eerder een sociaal gegeven waaraan men zich aanpast tot het een gewoonte wordt. Zelfs als men het er niet mee eens is.’

Hoe komen we hier? Eerdere epidemieën in de twintigste eeuw hakten er in verhouding tot de bevolking zwaarder in. Toch werd niemand verplicht om thuis te blijven, en schoten weinigen in een angstkramp. Ik heb de vraag al vaak gesteld, maar krijg zelden antwoorden die onze huidige houding in vraag stellen.
‘Een aanzienlijk deel van de gedragsverandering die we het voorbije jaar hebben meegemaakt, heeft het voorbije decennium vorm gekregen door onze veranderde technologische omgeving. We zijn het voorbije decennium in grote mate schermwezens geworden. We verkeren in een ontlijfde ruimte.’

‘Dertig jaar geleden was de computer een hulpmiddel, waar je af en toe gebruik van maakte. Nu is de omgang quasi permanent, en heeft de computer al een verregaande invloed op de houding van je lichaam. Kijk maar naar alle nek- en rugklachten. De verhouding van mens tot computer wordt anders. Ogen en oren worden de belangrijkste zintuigen. Je wordt naar het scherm toegetrokken als het ware. Dat betekent ook dat mensen anders in hun lijf zitten. Hun levensstijl verandert. Arbeid is veel minder fysiek dan vroeger. Het lichaam wordt in onze technische omgeving grotendeels uitgeschakeld. Ontlijfd. Deels wordt dat natuurlijk gecompenseerd door sport. Maar netto is er een groot verschil met vroeger, omdat we ons lichaam minder moeten gebruiken voor onze dagelijkse bezigheden en ons werk.’

Obstakel

‘In deze technische wereld zien we het lichaam – als de werkelijkheid van het organische bestaan, het bezielde leven –  vaak als een obstakel. We denken misschien dat we een apparaat simpelweg naar onze hand zetten. Maar vanuit het apparaat gezien passen we ons aan het gebruik ervan aan. Wijzelf moeten functioneel gedrag vertonen, anders werkt het apparaat niet. Dat is onze dienstbaarheid aan de logica van het apparaat.’

‘Nu we met een ziekte te kampen hebben, is de eerste beschermingsreflex dan ook technologisch. Vandaag kunnen we ons werk virtualiseren. We sturen ons gedrag zo dat lijfelijk bestaan geen storende factor wordt. Tijdens een epidemie in de jaren 1960 was dat niet zo. Je had veelal geen andere keuze dan fysiek naar school of naar je werk gaan. Zo niet, dan zou alles letterlijk stilvallen.’

‘Besef dus goed dat corona als verschijnsel een ziekte is die in verschillende opzichten hoort bij ons technologisch tijdperk. Neem nou ook de detectie van de ziekte. We hadden haar op een totaal andere manier beschreven, mocht ze vijftig jaar geleden toe hebben geslagen. We zouden niet eens geweten hebben dat het virologisch iets anders was dan een zware griep. De ziekte zou ook geen dagelijkse wereldwijde nieuwsstroom op gang hebben gebracht, waarbij permanent het aantal ziektegevallen en  doden wordt bijgehouden. Corona is dus in grote mate ook een mentale ziekte, die ons letterlijk van het samenleven met anderen “afschermt”, en daarmee ons bestaan subjectiveert.’

Een intelligent virus?

‘Opnieuw laat Spongebob zich gelden: het virus maakt je niet alleen fysiek ziek, het is vooral een voorwerp van collectieve wetenschappelijke en maatschappelijke verbeelding geworden. Elke dag moeten we procesmatig aantonen dat het virus er nog is en dat het bestreden moet worden. Met meting wekt de medische wereld immers de suggestie van een zekere mate van controle over het virus. Spongebob wordt daarbij antropomorf beschreven, als een slimme vijand die het op ons gemunt heeft, en die we moeten “vernietigen”.’

‘Mag ik dat vreemd vinden, dat een virus wordt opgevat als een intelligente entiteit, met een boosaardige wil? Bedenk dan ook dat de kans dat dit virus endemisch wordt zeer groot is, dat we er vermoedelijk dus mee zullen moeten leren leven, op een verstandige manier.’

Smetvrees

‘Deze technologische denktrant heeft tot gevolg dat we nog méér tijd achter het scherm doorbrengen. Niet alleen op ons werk, maar ook in onze vrije tijd. Nog méér ontlijving. Dát is de logica van de machine, die ons naar zich lijkt te trekken, en die ons in zekere zin bang maakt voor onszelf. Bang voor het organische leven, en bang ook voor de dood.’

‘En we willen onszelf niet alleen afschermen, nee, de ander moet het ook doen. Omdat die ander als levend wezen een bedreiging is voor de hygiënische orde, moet er ook intensief toezicht op hem worden gehouden. De normale organische wisselwerking met onze omgeving wordt nu als storend gezien. De coronacrisis is een ziekte die hoort bij onze technologische biotoop. Ze gaat ook gepaard met een geestesgesteldheid die pathologische kenmerken vertoont; sociale afscherming en permante smetvrees.’

Schept de techniek hier een nieuw soort ethiek? Want hoe exact werkt het ethische dogma dat je binnen moet blijven, terwijl vele mensen dat van nature niet makkelijk doen? Waarom is die ethiek zo krachtig?
‘De onzichtbare vijand heeft door ons eigen toedoen een gezicht gekregen. In een Hobbesiaanse logica zijn mensen bereid om vrijheden op te offeren in ruil voor bescherming door de staat. Tegelijkertijd moet je natuurlijk die verregaande inperkingen rechtvaardigen, zeker als je van anderen hetzelfde verwacht. De angst voor de ziekte betreft trouwens overwegend de anderen als dragers en mogelijke verspreiders van het virus. Je zou natuurlijk ook naar je eigen conditie en levensstijl kunnen kijken, maar dan is “de vijand” een stuk minder goed identificeerbaar. Welnu, als je zelf niet ziek bent, dan kan je altijd ziek worden. Door de anderen die het virus bij zich kunnen dragen, net omdat het levende wezens zijn. Het moralisme achter Spongebob is er dus vooral op gericht om ervoor te zorgen dat anderen met lijf en leden geen bedreiging vormen.’

‘Een minderheid zal misschien een oprechte bekommernis om de gezondheid van anderen koesteren. De meerderheid wil vermoedelijk vooral de ander binnenhouden om zichzelf te beschermen. De grens tussen die twee is nooit duidelijk. De meerderheid gaat bijgevolg ook steeds minder van de ander verdragen; met een onaangename massadynamiek tot gevolg.’

Angst is op zich begrijpelijk, als een uiterst sterke basisemotie. Ondertussen is wel duidelijk dat corona hoofdzakelijk een gevaar is voor ouderen, en dat jonge mensen al bij al weinig te vrezen hebben. Waarom dringt dat niet door in de coronamoraal?
‘Dat komt deels door de beeldvorming. In de media wordt het verhaal over corona niet goed verteld. Zo vergeten we dat 80% van de mensen helemaal geen last heeft van een corona-besmetting. Wie, wat, waar, en in welke conditie overlijdt aan corona, dat blijft onduidelijk. We horen vooral abstracte cijfers: besmettingen, opnames, R-factor, aantallen vaccinaties, enzovoort.’

‘Daarnaast leven we niet meer in een tijd dat de dood nabij is. Een dikke eeuw geleden was kindersterfte nog een zeer reëel gegeven in het leven van mensen. Nu kunnen we ons nauwelijks meer voorstellen dat mensen vooral stierven als kind. Een vrouw moest in de middeleeuwen zes kinderen baren om de populatie stabiel te houden. De menselijke verhouding tot de dood was vroeger helemaal anders. Je zag de dood om je heen zolang je leefde. Sterven op zeventig of tachtigjarige leeftijd was een voorrecht. Velen was het niet gegeven.’

Artsen als hogepriesters

‘Vandaag de dag is de dood in grote mate ingebed in een technisch proces. Je hebt klachten waarmee je naar de huisarts gaat. Die stuurt je eventueel door naar een ziekenhuis, waar je onderzocht en behandeld wordt door specialisten. Je legt een heel traject af. Waar je vroeger op weg naar je dood vaak slechts de mogelijkheid had tot gebed, heb je nu de mogelijkheid tot een consultatie bij specialisten.’

‘We geloven misschien niet meer in de almacht van God, maar wel in de grote macht van de medische wetenschap. Dat is dan ook vaak de enige plaats waar je te rade gaat wanneer je een fysiek of zelfs psychisch probleem hebt. Artsen zijn in die zin de hogepriesters van vandaag. De enigen trouwens die ook nog veel mensen zien doodgaan. Ook de confrontatie met de dood is een kwestie van arbeidsindeling geworden. We schrikken van de chaotische beelden van overvolle ICU’s, waar geen plaats meer is voor patiënten, en zij zomaar komen te overlijden.’

‘Bij veel mensen heerst het idee dat je altijd recht moet hebben op een IC-bed. In de Verenigde Staten is het IC-bed welhaast het natuurlijk eindstation van het leven. We hebben een sterke neiging om ons niet zomaar bij de dood neer te leggen. Er moet behandeld worden. We voeren een eindeloze strijd tegen het einde. Het ziekenhuis moet altijd beschikbaar zijn om je te helpen. Je mag er dan ook pas sterven nadat ze je er geholpen hebben.’

De donkere zijde daarvan is dat je tegenwoordig als een verrader wordt gezien als je weigert onder de indruk te zijn van ziekte. Door die houding moet je zelfs het recht op verzorging kunnen ontzegd worden, zoals artsen of verpleegkundigen tegenwoordig al eens durven beweren in de media. Toont dat niet gewoon wreedheid aan?
‘Waar de angst toeneemt, is er ook behoefte aan homogeniteit. Iedereen moet hetzelfde denken, iedereen moet hetzelfde doen en degenen met een andere opvatting vormen een bedreiging voor de eensgezindheid in de groep. Zo’n massastemming slaat over op velen. Men heeft behoefte aan een sterke consensus om de angst te bezweren. Je wilt dan geen afwijkende opvattingen, want die versterken de onzekerheid, en dus de angst.’

‘Juist in tijden van onzekerheid stemt collectiviteit mensen gerust. Ze geeft hen de overtuiging dat ze de crisis aan kunnen. Er komt in die zin ook een sterk fascistoïde element in een dergelijke crisis tevoorschijn. De massa spant samen als collectief, en ontleent daaraan richting en zekerheid. Wie in zo’n situatie iets anders zegt, wordt onderdeel van het probleem. Een vijand die mensen herinnert aan de onzekerheid van de situatie. Als zodanig kan hij ook diegene worden op wie de angst wordt uitgeleefd.’

Goed. Maar waar is de christelijke reflex naartoe? We zijn immers nazaten van die beschaving…
‘Tja. Ik merk op dat vele generaties vandaag de dag niet meer zomaar bereid zijn om te sterven, en niet gericht zijn op het leven hierna. Maar sterven is van nature ook de manier waarop plaats wordt gemaakt voor een nieuwe generatie. Op die manier kunnen er ook nieuwe dingen opbloeien. Het is de natuurlijke cultuurcyclus van leven en dood waarin de generaties elkaar opvolgen en hun stempel drukken op de tijd. Vergrijzing in combinatie met een grote angst voor ziekte en dood leidt tot een verstening van onze gehele samenleving, ten koste van het nieuwe leven: de komende generatie. Die verandering is al lang gaande. Vergelijk de uitgaven voor onderwijs en zorg. Begin jaren negentig waren die uitgaven in Nederland gelijk, jaarlijks een dikke dertig miljard euro. Inmiddels geven we jaarlijks zo’n 100 miljard euro uit aan zorg, en zo’n 40 miljard euro aan onderwijs (voor België respectievelijk 47 miljard euro voor gezondheidszorg en 21 miljard euro voor onderwijs, red).’

‘Dat wil dus zeggen dat je zorg maatschappelijk gesproken veel belangrijker vindt, terwijl ons onderwijs evident met kwaliteitsproblemen kampt. We weten allemaal dat het laatste levensjaar zeer kostbaar is, en grote happen neemt uit het zorgbudget. Het gaat me er niet om oude mensen aan hun lot over te laten. Maar we kopen onze zorg voor ouderen wel af door een dergelijke intensieve “medische zorg” , en die zorg gaat ook ten koste van iets anders. Terwijl er in andere, eveneens liefhebbende tijden, helemaal anders met ouderdom en sterfte werd omgegaan.’

De meeste samenlevingen respecteren ouden van dagen om hun wijsheid, die de jongere generatie helpt om betekenis te geven aan de wereld. Dat is althans het ideaal. Maar met wat u schetst is het evenwicht zoek. Kunnen we dan niet anders dan de ouden van dagen minder respecteren? Want als we hen zouden voorhouden dat niet alles uit de kast moet gehaald worden om hen te redden, dan betonen we naar de huidige moraal geen respect.
‘Integendeel, er is iets anders aan de hand. Men respecteert de wijsheid van oudere generaties om te beginnen niet. Men “respecteert” in mijn ogen alleen hun biologisch ouder worden, hun naakte bestaan als lichamelijke wezens. Het medisch-industrieel complex zet daar vooral op in. Van de geestelijke traditie van de generaties voor de babyboomers – het christelijk cultureel erfgoed – heeft men in grote mate afstand genomen. De ouders van de babyboomers, dát zijn de echte ouden van dagen.’

Babyboomer-adolescentenmaatschappij

‘De babyboomers hebben in grote mate afstand genomen van de wijsheid en waarden van de voorafgaande generatie. In feite hebben zij een adolescentenmaatschappij gecreëerd, waarin vooral vitaliteit en jong zijn wordt vergoddelijkt. En nu worden de babyboomers desondanks ook oud. Om vooral de ouderen en zwakken te beschermen, zijn zeer ingrijpende maatregelen genomen die voor iedereen gelijk gelden. De maatschappelijke kosten daarvan zijn reusachtig, in economisch, sociaal en psychologisch opzicht. De jeugd moet momenteel zwijgen en wordt vooral gezien als een risicofactor omdat ze het naakte bestaan in gevaar brengt. Dat gebeurt met een moraal waarin de verhouding tussen oud en jong wordt omgekeerd om het naakte bestaan van de oudere en verzwakte leden van onze maatschappij –  waartoe nu ook de babyboomers behoren – veilig te stellen.’

‘Begrijp me niet verkeerd; ik vind zeker niet dat we ouderen of zwakkeren aan hun lot moeten overlaten. Maar we zouden ook naar andere oplossingen kunnen kijken. Zoals met een omgekeerde lockdown, waarin oudere personen zelf mogen kiezen of ze gezien het zekere gevaar van corona voor hen al dan niet thuisblijven. Het offer dat nu van jongeren wordt gevraagd is enorm. Ongelijke gevallen gelijk behandelen is ook een vorm van onrecht.’

Hebben we niet eerder te maken met de geest die zich niet meer wil beperken tot het lichaam, als evolutie? De verlichte geest wil zich kunnen inschakelen op het niveau van de technologie. Het lichaam heeft beperkingen en is onvoldoende ‘efficiënt’, ja, het is zelfs een biologisch wapen. De geest kan tenminste zuiver zijn in de rationaliteit, en gaat niet dood als hij een pact sluit met de technologie.
‘Nou, da’s dubbel. Het vrije “ik” wil zich enerzijds bevrijden van de beperkingen van het lichaam. Maar tegelijkertijd ligt de vervulling van veel hedendaagse behoeften en identiteitservaring net grotendeels in onze lichamelijkheid, en dus ook in zinnelijkheid. Zie ook de hele discussie over transgenders. Verder is onze consumptiecultuur sterk gericht op lichamelijke genoegens en een maximum aan comfort, ook als dat betekent dat we als mens ontlijven, ten opzichte van onszelf of anderen. We kijken voetbal om aan een sportbehoefte te voldoen. Of naar porno om aan onze seksuele behoefte te voldoen.’

‘We mogen dan menen dat we een soort cartesiaanse geesten zijn die onszelf door middel van techniek hebben bevrijd van lichamelijke beperkingen. Maar hoezeer wij in de ban zijn van ons lichaam, blijkt pas uit onze omgang met ziekte en dood. Zodra je op intensieve zorgen terechtkomt, gebeurt net het omgekeerde. Je wordt er gereduceerd tot het naakte lichamelijke bestaan, helemaal ingepakt en gekoppeld aan buisjes en apparaten. De geest is dan van geen tel meer.’

Driften

‘Neigingen, driften, gedachten en emoties van het lichaam worden in het verlichtingsdenken subjectief gedefinieerd, en met het individuele lichaam verbonden. Terwijl bij de oude Grieken neigingen en gevoelens werden begrepen vanuit onze betekenisvolle verhouding tot mensen en dingen in de wereld. Zo kwamen de Grieken tot de idee van een èthos, de samenhang van gewoonte en woonplaats. Daarin lag besloten hoe je met de ander diende om te gaan. Daarop steunt heel de deugdethiek.’

‘De moderne medische reductie van een mensenleven tot je eigen biologische lichaam, is daarmee vergeleken erg gekunsteld. Als we ziekte en dood daartoe reduceren, dan zonderen we het bezielde leven als louter lichaam af van de volle levenservaring. We staan dan niet meer in de wereld. Je wordt nu lichamelijk erg geïndividualiseerd. Jouw lichaam, jouw ziekte. Dat zijn zelfs onderwerpen van politiek geworden.’

‘De overheid is echter ook een spiegel van onze eigen zelfverhouding. In onze hedendaagse cultuur staan wij in toenemende mate op deze manier in het leven, dus manifesteert de overheid zich ook als dusdanig.’

Soms lijkt het of we het begin van de singulariteit meemaken, het samengaan van mens en technologie in een nieuw soort ‘intelligentie’. Of schakelen we onszelf toch gewoon in om de technologie te dienen, zoals de Duitse schrijver Ernst Jünger het zag?
‘We hebben het alleszins moeilijk om de cycliciteit van het leven nog langer te aanvaarden, waardoor we in een rechte beweging gevangen zitten. In die beweging staat de gezonde verhouding tussen jong en oud onder druk. Je ziet dat ook belichaamd in iemand als Joe Biden, die als 78-jarige het machtigste land ter wereld leidt, terwijl er redenen zijn om aan ‘s mans geestelijke vermogens te twijfelen. Symbolischer kan de vergelijking niet zijn, maar toch zien velen het niet.’

‘U refereert aan Ernst Jünger, die een eeuw geleden het archetype van “de arbeider” omschreef: de moderne mens die zich van zijn taak kwijt en ervoor zorgt dat de techniek blijft draaien. Zo zou ik de huidige plaats van de mens te midden van de technologie niet omschrijven. “Arbeid” op zich moet je vandaag anders zien. De identiteitservaring van de mens die trots is op zijn eigen functionaliteit, zoals Jünger het bedoelde, die was eerder van toepassing op het communisme en het nazisme. Nu zitten we in een andere cultuur, waarin de techniek wel erg dominant is – dat zag Jünger zeer goed – maar de gestalte van de mens die de techniek bedient anders is.’

Hoe is die gestalte dan?
‘Ik denk dat we vandaag moreel meer dwalen, en dreigen te vervallen in een vorm van autisme of belevingssolipsisme, zoals ik het ook wel heb genoemd. Dat kan ook een massa-fenomeen zijn. Het verleidelijke en gevaarlijke aan de huidige situatie is dat we denken dat de wetenschappelijke lockdownwereld de beste oplossing biedt en ons uiteindelijk het grootste geluk zal opleveren. Er wordt natuurlijk gezegd dat de situatie op de korte termijn niet prettig is, maar dat ze op de langere termijn de oplossing betekent. Deze deal hebben we geaccepteerd als de ogenschijnlijk meest rationele omgang met het virus, waarin ondertussen allerlei aannames én waarden werkzaam zijn.’

‘Het enige dat momenteel de situatie ten gronde kan veranderen, is ontgoocheling over deze deal. Wetenschap wordt nu als ultieme waarheid ingeschakeld in een postideologische wereld, en geldt als laatste strohalm om ons gedrag collectief te sturen. Als blijkt dat ook de wetenschap met het technologische alternatief helemaal niet voor een fundamentele oplossing zorgt, of zelfs de situatie ernstig heeft verergerd, dan zal de verwarring totaal zijn. Het zou ook voor de wetenschap beter zijn als we de onzekerheid in de huidige situatie niet proberen te verdoezelen.’

Vaccins en auto-immuunziekten

‘Stel je maar eens voor dat binnen enkele jaren bijvoorbeeld blijkt dat het coronavaccin van Pfizer bij 5% van de gevaccineerden tot een auto-immuunziekte leidt. Dergelijke bijwerkingen kunnen we nooit helemaal uitsluiten. Stel je dan ook nog eens voor dat ook gevaccineerde jonge mensen – die van het coronavirus eerder weinig te vrezen hadden – deze ziekte zouden krijgen. Wat voor paniek en woede zou dat teweeg brengen?’

‘Ik merk op dat enkele maanden geleden het AstraZeneca-vaccin een deel van de verlossing was. Vandaag doet men het nieuws dat het bij jonge mensen in zeldzame gevallen tot bloedklonters kan leiden, af met “ja, maar dat hoort erbij, zulke bijwerkingen”. Natuurlijk horen bijwerkingen erbij! En op de korte termijn maak ik me daar ook geen grote zorgen over, want die vaccins zijn getest. Maar op de lange termijn moeten we gewoon erkennen dat er wel degelijk onzekerheid bestaat. Wie zag de bloedklonters aankomen, trouwens?’

Leren leven met het virus

‘Of stel nou dat de vaccins ook gewoon niet zo goed tegen Covid-19 werken als vooraf aangenomen, en dat het virus endemisch wordt. Dat we gewoon zullen moeten leren leven met het virus; en dat alle offers die nu gebracht zijn eigenlijk weinig zin hadden. Als dat het geval zal zijn, dan kan ik me inbeelden dat er heel wat verwijten richting wetenschap zullen gegooid worden. De wetenschap moet zich daarom niet te zeer voor het politieke karretje laten spannen, of voor het karretje van de technologisch-farmaceutische lobby.’

Waarom heeft de kerk hierop geen antwoord? Men heeft het over ‘zelfopoffering’ ten gunste van anderen door thuis te blijven, of door je te laten vaccineren. Maar je ontneemt mensen op die manier ook wel het voorbeeld van Christus. Een beetje kerk zou mensen aan kunnen manen om niet thuis te blijven, en zich lijfelijk in te zetten voor de medemens, met andere woorden.
‘Dat is erg grappig dat u dat zegt. Ik heb het er tijdens een lezing aan de TU Delft in verband met de vraag naar “caritas” vorig jaar ook over gehad. De kerk is ook zelf erg “aards” geworden. Het lijkt natuurlijk heel christelijk wanneer er wordt opgeroepen om aan je naasten te denken en hen niet ziek te maken. Maar dat wordt toch wat sinister wanneer je beseft dat we mogelijk bereid zijn om alles op te offeren ten gunste van het naakte bestaan. Zo wordt juist het aardse leven verabsoluteerd. Was de premisse van Christus niet dat “mijn rijk niet van deze wereld is”? Maken we van de aarde bijgevolg niet eerder een hel wanneer we dat rijk hier op aarde willen situeren, door dit naakte bestaan tot hoogste waarde te verheffen?’

‘De biopolitiek zoals een postmoderne denker als Michel Foucault haar beschreef – de politiek die verregaand controleert en intervenieert in het biologische leven van de mens, en ze voor politieke doeleinden gebruikt – zit helaas ook in de moraal van de hedendaagse kerk. De ziekenzorg is van origine christelijk, en komt uit de kloostertraditie en haar caritas. Nu heeft de kerk deze caritasdoctrine door laten trekken naar de volledige maatschappij, waardoor het risico bestaat dat de caritas ten koste van het leven zelf gaat. Ten koste ook van andere belangrijke geestelijke waarden. In eigenlijke zin zou het de kerk moeten gaan om zielenheil. Daartoe behoort juist – zoals Christus heeft laten zien – de verlossing van de dood, en daarmee dus ook de bereidheid om lichamelijk te sterven, uit liefde voor de naaste.’

Mensen die zich niet bang willen laten maken door corona, of hun angsten tenminste niet willen laten primeren op waarden zoals vrijheid, worden vaak als ‘complotdenkers’ weggezet. Dat klopt voor een deel. Maar wat daar over het hoofd wordt gezien, is dat er in onze verlichte tijden gewoonweg een verbod bestaat om er een ander wereldbeeld op na te houden, of een wereldbeeld kritisch te onderzoeken.
‘Dat is een van de grootste risico’s van de verlichting zelf: een andere opvatting staat meteen buiten de verlichting, en wordt op die manier automatisch een inhumane opvatting, een misdaad tegen de menselijkheid. Een monster. Want wie verlicht nadenkt, die kan maar op één wereldbeeld uitkomen, namelijk op de verlichting zelf.’

‘We zitten gevangen in een geperverteerde vorm van Kantiaans denken. Handel zo dat jouw wil een algemene wet wordt. Maar dat impliceert natuurlijk ook dat de ander helemaal niets meer te willen heeft, als je doorredeneert. En zo krijg je het soort wreedheid waarop u in dit gesprek gewezen hebt. De wreedheid die ervan uitgaat dat je een generatieconflict oppookt als je zegt dat je ook aan jonge mensen moet denken. Zulke dingen horen niet gezegd te worden. Opruiing! Generatieterrorisme!’

Sterfhuizen

‘Maar laten we eerlijk zijn. In de Nederlandse woonzorgcentra liggen ouderen gemiddeld negen maanden. Dat zijn de facto sterfhuizen. Net als overal ter wereld heeft corona daar massaal toegeslagen. Is het dan zo gek om te stellen dat het coronavaccin aan die mensen toedienen hen voorlopig misschien vrijwaart van corona, maar dat ze dan wel aan iets anders zullen sterven binnen die negen maanden?’

‘Daarmee zeg ik niet dat deze mensen niet gevaccineerd mogen worden, en al helemaal niet dat ze aan hun lot moeten worden overgelaten. Ik zeg er vooral mee dat in een woonzorgcentrum verblijven geen pretje is, en dat voor deze mensen het einde nabij is. Is het dan zo onmenselijk om de vraag te stellen die het afgelopen jaar maar weinigen durfden te stellen: zou het niet veel beter zijn om juist aan humane stervensbegeleiding te gaan doen, voor alle betrokkenen, ook voor de familieleden, dan het levenseinde tot een eenzame en kille technologische aangelegenheid te maken?’

‘Laten we de zin van onze maatregelen en vaccinatieplannen toch vooral relateren aan een rijker begrip van het goede leven, in plaats van alleen aan het naakte lichamelijke bestaan. De reductie van het leven daartoe is mensonterend. En kan dus ook tot mensonterende handelingen leiden.’

 

[ARForms id=103]

Christophe Degreef