JavaScript is required for this website to work.
post

Blinde economen en de Belgische economie

Advocaat en fiscalist Thomas Spaas verschaft inzicht in de boeiende geschiedenis van onze economie.

Economie beheerst ons dagelijks leven meer dan we beseffen. Een gesprek met advocaat en fiscalist Thomas Spaas.

In se gaat economie over omgaan met schaarste. Volgens Spaas kan je spreken van een economie zodra een groep mensen geconfronteerd wordt met goederen en diensten die niet onbeperkt zijn. Hoe we die verdelen, dat is het domein van de economie.

Oorspronkelijk valt het verhaal van de economie samen met de militaire geschiedenis. Daar geldt het recht van de sterkste. Interessanter wordt het wanneer we daaruit loskomen.

Gaan we naar een vrije markt die ongeorganiseerd is en gebaseerd op vrije keuze en spontane interacties tussen verschillende partijen. Of naar een communistisch systeem waarbij een overheid gaat bepalen wie waar recht op heeft. Daar wordt de vrijheid van handelen aan banden gelegd, tot die zelfs niet meer bestaat.

Onbeperkte geldcreatie en inflatie.

We leven in een gemengde economie, waarin vrijheid van ondernemen bestaat maar de overheid via bepaalde mechanismen kan ingrijpen.

De vraag is of dat niet stilaan uit de hand loopt. Door het onbeperkt creëren van geld, naar de principes van de Moderne Monetaire Theorie, steken allerlei problemen de kop op. Niet het minst het probleem van een uit de hand lopende inflatie. Volgens Spaas is die wel degelijk te wijten aan ongebreidelde geldcreatie en niet  aan graaiflatie van individuele bedrijven of aab de oorlog in Oekraïne. ‘Iedereen die de geschiedenis kent, weet dat inflatie automatisch volgt als je op korte tijd veel geld bij drukt. Misschien is die door sommige overheden gewenst, omdat zo hun schuld erodeert. Maar inflatie gaat altijd ten koste van de spaarder. We zijn op dit moment de welvaart uit het verleden – de spaartegoeden – als die van de toekomst aan het opsouperen. Want de inflatie zet ook een domper op toekomstige groei.’

Open economie

We zijn altijd een open economie geweest. Daardoor zijn we veel gevoeliger voor globalistische tendenzen. Voor WOI stond België economisch aan de top. Maar daar kwam verandering in met de Duitse bezetting. De zogenaamde rape of Belgium, waarbij de economische infrastructuur werd ontmanteld en naar Duitsland werd versleept, brengt onze economie een slag toe die we nooit echt te boven zijn gekomen.

Ondertussen is het economische zwaartepunt verschoven van het industriële Wallonië naar Vlaanderen, dat sneller schakelde na de teloorgang van de oude zware industrie. Naast een economie die op diensten is gebaseerd blijft er ruimte voor hoogtechnologische industrie, waarbij de opleidingsgraad van de bevolking een belangrijke rol speelt.

In de uitzending gaan we dieper in op de problemen die sindsdien op onze weg kwamen. Daarbij is de almaar groter wordende overheid meer een oorzaak dan een oplossing. Overheidsdiensten hanteren een andere logica dan de privé. Terwijl een falend privé-bedrijf failliet gaat, is de oplossing voor een falende overheidsdienst het toeschuiven van meer geld. Spaas benadrukt het belang van de aanwezigheid van industrie naast de dominante dienstensector. Het idee van de Degrowthers dat we wel verder kunnen zonder fabrieken leidt ons naar de afgrond.

Concreet gaat het over de productie van toegevoegde waarde die een economie doet draaien. Die vind je niet zozeer bij overheden maar wel in de privé. Dat besef is verwaterd, wat mee verantwoordelijk is voor de groei aan zogenaamde bullshitjobs. Volgens Spaas zijn we ondertussen voorbij het gezonde evenwicht tussen staatsinterventie en privé-markt. Hij legt uit hoe onze complexe staatsstructuur verantwoordelijk is voor de wildgroei aan subsidies die een gezonde marktwerking verstoren.

Blinde economen

Onze gemiddelde kennis van de economie is niet zo groot. Spaas ziet een grote verantwoordelijkheid bij onze economen, of toch die die steeds aan het woord worden gelaten. Daar overheerst de Keynesiaanse visie. Daarnaast ziet hij dat economen zich inspannen om de macht naar de mond te praten. ‘De bandbreedte in het economische debat is heel klein. Wanneer een econoom als Stijn Baert, die het aandurft om te hameren op de gebrekkige arbeidsparticipatie van de actieve bevolking, al wordt weggezet als “rechts”, is er niet veel ruimte voor een zinvol debat.’

‘Doordat we stilaan zo afhankelijk zijn geworden van de dienstensector, maar zeker ook van de aanwezigheid van de Europese instellingen, zijn sommige onderwerpen stilaan taboe geworden. Binnen de economie is er klassiek een tegenstelling tussen Keynesianen en aanhangers van de Oostenrijkse school.’

Bij ons vind je eigenlijk enkel nog die Keynesianen, terwijl de Oostenrijkse school toch wel zinnige dingen zegt over de economie. Die stem hoor je niet, waardoor een zekere blindheid ontstaat voor bepaalde onderwerpen en visies. Die blindheid zorgt voor onbespreekbare taboes en een gesloten geest. ‘Wanneer je een keynesiaan vraagt wat hij vindt van de Oostenrijkse school krijg je steevast het antwoord dat dat onzin is. Daarmee is het gesprek gelijk afgelopen. En dat is heel erg.’

Winny Matheeussen (1973) noemt zichzelf misantroop, hondenvriend en bergzitter.