JavaScript is required for this website to work.
ZOMERINTERVIEW

Blogger Philippe Clerick: ‘De Standaard blijft profiteren van een onverdiend imago’

NieuwsRoan Asselman18/7/2026Leestijd 7 minuten
Philippe Clerick

Philippe Clerick

foto © PC

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

Philippe Clerick schrijft over alles, of toch alles waarover hij denkt te kunnen schrijven. Wie even naar zijn blog, Clericks Weblog, surft, treft onder andere stukken aan over Zuhal Demir, Israël, abortus en fascisme – niet meteen de minst omstreden topics. Met zijn ‘metastukjes’ wil de gewezen leraar Nederlands zijn lezers helpen om argumenten beter te begrijpen – zijn eigen argumenten, en die van anderen. ‘Wie wil depolariseren, moet daar beginnen.’

Clerick (71) is romanist en germanist. Na een, in zijn woorden, ‘extreemlinkse jeugd’ koos hij voor het onderwijs en voor een minder extreme politiek; zijn voormalige strijdmakkers zouden hem vandaag allicht als ‘rechts’ omschrijven. ‘Soms volstaat het om een relatief neutraal stukje te schrijven over een omstreden thema om als “rechts” weggezet te worden.’

Waarom kruipt u (bijna) elke dag in uw pen?

Philippe Clerick: Niet alleen waarom, maar ook hoe! Mijn blog is intussen de hoofdbrok van mijn leven geworden, iets waarvoor ik andere zaken heb opgegeven. Vroeger speelde ik veel meer piano, deed ik zelfs aan boekbinden, maar nu ben ik voortdurend met mijn blog bezig. Dat komt omdat ik heel traag schrijf; als ik spontaan iets schrijf is dat niet mooi. Ik moet dus veel schrijven en schrappen en herschrijven. Ik dacht lang dat ik totaal níét kon schrijven, maar dat bleek niet waar te zijn (glimlacht).

Maar dan de waaromvraag. Ik las ergens dat 30 à 50 procent van de mensen lijdt aan een monologue intérieur-syndroom, mensen die voortdurend voor zichzelf gedachten formuleren. Wel, ik heb dat al sinds ik heel klein was. En met mijn blog heb ik een manier gevonden om iets productiefs te doen met die gedachten, met die innerlijke monoloog. Pas op, daar kruipt nog veel werk in – mijn gedachten zijn zeker niet zo mooi geordend dat de alinea’s er zo uit komen.

Uw blog is een soort van therapie?

Dat zou ik niet zeggen, ik ben niet ziek. Maar die ideeën zijn er nu eenmaal, en ik ben ijdel genoeg om te vinden dat ze misschien de moeite waard zijn voor andere mensen om ze te lezen. Sommige mensen zullen misschien zelfs plezier beleven aan de manier waarop ik ze verwoord. Ik kan u dat niet beloven, maar het zou kunnen. Er zullen ook mensen zijn die mijn blog lezen met veel ergernis, maar dat is in elk geval niet mijn bedoeling.

Wat ik niet probeer, is mensen overtuigen van mijn gelijk. Dat is iets wat ik op mijn leeftijd niet meer ambieer. Als iemand vindt dat Vladimir Poetin gelijk had toen hij Oekraïne binnenviel, zal ik hem niet op andere gedachten brengen. Maar wat ik dan wel doe, is formuleren waarom een of andere reden die Poetins inval goedpraat, volgens mij verkeerd is. Ik probeer de argumenten die aan een standpunt ten grondslag liggen, te doorgronden en overzichtelijk en begrijpelijk te maken.

Uw stukken zijn inderdaad heel gestructureerd.

Ik was leraar, hé, dat blijft erin zitten (lacht). Maar ik probeer vooral een argument, een tegenargument of een formulering te vinden die niet al tien keer elders is gebruikt. Dat doe ik soms door heel algemeen te gaan of omgekeerd, op een detail in te zoomen. Iemand noemde het ooit ‘metastukjes’ omdat ze zich een beetje naast de dominante discussie situeren.

Over die ergernissen die u bij sommigen opwekt straks  meer. Maar eerst: als blogger bent u, of u het nu wil of niet, een alternatieve informatiebron. Welke mainstreammedia volgt u zelf nog? 

Ik lees ’s ochtends De Standaard. Sommige stukken lees ik helemaal, soms streep ik zaken aan met een viltstift. Vaak ook al met in het achterhoofd mijn zoektocht naar materiaal voor mijn blog, dus dat neemt zo ook mijn ‘ontspannende’ leestijd over. Voor de rest schrijf ik over wat komt aanwaaien. Sociale Media zijn een soort van verzamelaar van media, dus als ik op de sociale media een artikel uit de traditionele media zie passeren dat mij interesseert, lees ik dat ook. Maar voor de rest zijn er geen geschreven media die ik consistent lees. Toch niet in Vlaanderen.

Ergens ben ik ervan overtuigd dat een leek heel wat kan doorzien.

(Denkt na) Ik zit ergens met de overtuiging dat een leek – en dat ben ik in bijna alle materies – eigenlijk een heel aantal dingen kan doorzien. Ik heb een boekje van Karel van het Reve, dat heet Uren met Henk Broekhuis. Daarin schrijft hij over een veertigtal typische ideeën die in de jaren 70 geweldig in de mode waren, en waarvan hij hoopt ze met gezond verstand en elementaire feitenkennis te kunnen weerleggen. Dat probeer ik ook. Dat lukt niet altijd, meestal door onvoldoende dossierkennis, en dan geef ik dat ook toe.

Denkt u dat de specialisten, mensen die veel weten over weinig, soms overschat worden, en ‘generalisten’ onderschat?

Ik denk vooreerst dat specialisten, experts of deskundigen, vaker op het niveau van de leek moeten schrijven. U denkt dan misschien aan die vreselijke doctorandi die iets schrijven op de opiniepagina van De Standaard, maar dat zijn natuurlijk niet de enige experts. Tijdens de coronacrisis vond ik dat die experts hun maatschappijvisie en gespecialiseerde kennis op een bevattelijke manier in columns moesten gieten, in plaats van alleen te waarschuwen en raad te geven. Zodat de bevolking hun achterliggende visie kon beoordelen, zonder filters. Die deskundigen die dat doen bestaan wel degelijks, socioloog Mark Elchardus is een mooi voorbeeld.

Daarnaast denk ik dat niet-experts die zich een expertise aanmatigen die ze niet onder de knie hebben een groter probleem zijn. Het klimaat is zo’n voorbeeld. Er zijn echte experts die onderzoek verrichten en dat in lange rapporten gieten. Rapporten die dan worden samengevat, en die samenvattingen worden dan opnieuw samengevat, enzovoort. En dan heb je mensen, soms journalisten, die uit die samenvatting van die samenvatting dan zaken halen die totale onzin zijn. Daar kan je als leek tegenop.

De Standaard kwam al twee keer ter sprake. Die krant heeft een minder ‘linkse’ reputatie dan, bijvoorbeeld, De Morgen, terwijl ze wellicht niet moet onderdoen. Hoe komt dat?

Ik lees De Standaard een beetje omdat anderen De Standaard lezen (glimlacht). Ik denk dat door De Standaard te lezen, ik ook lees wat mijn lezers lezen. Daarnaast kan een reputatie echt iets hardnekkigs zijn. Jullie hebben allicht hetzelfde probleem met Doorbraak. Doorbraak is al jaren niet alleen maar een opinieblad, maar toch worden jullie steevast zo omschreven in andere media. Jullie zouden ook ‘extreemrechts’ zijn, maar als ik jullie website open, zou ik niet weten waarom. Maar een imago is een vies beestje; het komt niet altijd overeen met de realiteit en blijft lang plakken.

Kranten en magazines worden soms te veel beoordeeld op hun meest uitgesproken artikels in plaats van op hun ‘gemiddelde’.

Jullie zijn vandaag slachtoffer van een onverdiend imago, De Standaard blijft vandaag profiteren van een onverdiend imago. Ze doen er nochtans veel aan om van die neutrale reputatie af te geraken, maar het lukt blijkbaar niet (lacht). De Standaard is dé links-liberale krant van Vlaanderen. De economiebladzijden zijn liberaal, en de cultuurpagina’s zijn links tot uiterst links.

Ik zeg niet dat dat an sich een probleem is. Bovendien: kranten en magazines worden soms te veel beoordeeld op hun meest uitgesproken artikels in plaats van op hun ‘gemiddelde’. Ook voor De Standaard is dat zo. Ik heb ooit een aantal dagen alle DS-artikelen bijgehouden die mij níét gestoord hadden, en dat was de overgrote meerderheid.

Een artikel over een omstreden onderwerp dat niet geheel aansluit bij het dominante narratief, wordt snel als ‘links’ of, vooral, ‘rechts’ bestempeld.

De berichtgeving over Donald Trump, bijvoorbeeld. Het is voldoende om een neutraal, analytisch stukje te schrijven over Trump om weggezet te worden als ‘pro-Trump’. Voor de duidelijkheid: ik moet die man helemaal niet. Maar de verslaggeving over de Amerikaanse president is in de reguliere pers zo vooringenomen en zo eenzijdig, dat een klein beetje overhellen naar de andere kant volstaat om ‘trumpist’ genoemd te worden. Of welk adjectief ze die dag weer verzinnen.

Wie wil ‘depolariseren’, moet aandacht schenken aan de argumenten van de tegenstander. Niet instinctief een spreker of een standpunt demoniseren, maar proberen om de argumenten, de bouwstenen te doorgronden. Dat is zo voor Trump, want die instinctieve haat is nergens goed voor. Maar dat is net zo goed waar voor het klimaat, migratie of Israël. Als we elkaar niet eens meer willen begrijpen, zitten we met een ernstig probleem. Dat is ook wat ik met mijn blog probeer tegen te gaan.

Als u één medium moet kiezen dat té veel vertrouwen krijgt van het publiek, welk medium zou dat dan zijn?

(Lacht) Ik denk dat ik te weinig media lees om daarop een sluitend antwoord te geven. Maar ik moet zeggen: ik ben geabonneerd op de nieuwsbrief van Knack, met daarin de koppen van hun belangrijkste artikels. Dat is werkelijk van een lachwekkend niveau. Wat blijft er nog over van het prestige van dat algemeen opinieblad van weleer? Die koppen die ik dan zie, jongens toch. De eigenlijke artikels zijn dan weer gematigder, maar wel vaak erg flauw.

Er komt veel kritiek op de audiovisuele media, op radio en tv, maar die volg ik minder. Tenzij er écht ophef over iets is. Naar aanleiding van de moord op Henry Nowak in het Verenigd Koninkrijk, bijvoorbeeld. Op VTM Nieuws, dat was er echt over. Men besprak de omstandigheden van die dood op zo’n manier dat het totaal onverstaanbaar was wat er gebeurd was en waarom. En wel omdat men wegliet dat de dader het slachtoffer beschuldigd had van racisme, waardoor de politie hem niet hielp en hem in de boeien sloeg. Maar zonder die context, zonder die dynamiek, was dat verhaal onbegrijpelijk.

Fake news zijn maar zelden echte leugens. Het gaat veel vaker over selectieve weglatingen.

De framing, de accenten, wat men niet zegt. En ook wat men wél voortdurend brengt. Neem Gaza. Hoe dat de berichtgeving van De Standaard domineerde ten koste van ál het ander internationaal nieuws, was eigenlijk hallucinant.

Daarbij werd één ding meestal weggelaten, en dat was dat het om een militair conflict ging, een oorlog tussen twee strijdende partijen. Maar de berichten gingen bijna uitsluitend over het feit dat er burgerslachtoffers vielen, waardoor men op den duur de indruk kreeg dat die Palestijnse burgers het echte doelwit waren van de acties. Wat natuurlijk de weg voorbereidde voor de aantijgingen van genocide.

Zo komen we naadloos bij de ‘ergernissen’. In uw blogs verdedigt u regelmatig Israël. Dat is vandaag de dag niet vanzelfsprekend. Waarom doet u dat?

Het is een kwestie die al heel lang politiek relevant is; een kwestie die, hoewel het slechts over ‘enkele miljoenen’ gaat, een groot symbolisch belang heeft. U weet, ik had een extreemlinkse jeugd. En allicht mijn allereerste vormingsvergadering die ik bijwoonde, toen ik 16 was, was van het Palestinacomité. Over de manieren waarop de Palestijnen verdreven werden van hun land sinds 1948 en daarvoor ook al.

Enkele jaren voor de start van de Gazaoorlog, heb ik geprobeerd om mijn gedachten over Israël te ordenen en een aantal zaken op een rijtje te zetten. Een van die zaken is: als ik moet kiezen tussen de maatschappij die Hamas wil en de maatschappij die Israël wil, dan kies ik voor die laatste. Dat is een beetje de basis van mijn houding. Uiteraard ben ik bereid om elke schurkenstreek die men Israël verwijt serieus te nemen. Maar ik zie dat de kritiek op Israël soms overhelt naar een sympathie voor Hamas en waarvoor Hamas staat. Dat is zorgwekkend.

Als ik moet kiezen tussen de maatschappij die Hamas wil en de maatschappij die Israël wil, dan kies ik voor die laatste.

De tweede zaak vermelde ik daarnet al, met name dat Israël een intentie – een heel ernstige intentie – wordt toegeschreven die helemaal niet bewezen wordt. Het lijkt wel alsof Israël, omdat het zich op een dag verveelde, besloot om scholen en ziekenhuizen te bombarderen. Ik vind dat heel oneerlijk. Bovendien lijkt bij de bredere linkse beweging een underdog-syndroom te bestaan, dat dicteert dat Israël zijn militaire superioriteit niet mag gebruiken, omdat Hamas nu eenmaal zo inferieur is.

Speelt antisemitisme een rol?

Ik zal niet snel iemand beschuldigen van antisemitisme. Toen ik jong was, was antisemitisme in mijn (uiterst) linkse kringen niet echt een ding. Vandaag is dat volgens mij anders. Men is zo begaan met de situatie in Gaza, en met zo’n uitgesproken visie, dat men alle joden over één kam scheert, ook diegenen die niets met de Israëlische staat te maken hebben. Ik heb dat ‘emotioneel antisemitisme’ genoemd, op z’n Herman Brusselmans: alle joden een mes door de keel.

Ik merk ook wel een verslechtering op in Israël. Er was een tijd dat de expansionistische stromingen in Israël veel beter onder controle waren dan nu. De meerderheid was bereid een akkoord te sluiten dat neerkwam op ‘land for peace’: laat de Palestijnen die gebieden hebben waar ze toch al zitten, in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, in ruil voor een duurzame vrede en co-existentie. Maar de Palestijnen waren niet bereid om die duurzame vrede aan te bieden. De appetijt voor de zogenaamde tweestatenoplossing is bij de gemiddelde Israëli vandaag dan ook een stuk kleiner dan twintig jaar geleden. Dat is niet onbegrijpelijk, maar wel spijtig.

Roan Asselman (1996) is journalist, analist en redacteur van Doorbraak. Hij concentreert zich op de impact van massamigratie op Europese natiestaten, de invulling van politieke rechten in het digitaal tijdperk en de ethische vraagstukken binnen de (bio)medische wetenschap. Roan is jurist en bio-ethicus (beide KUL) en behaalde een postgraduaat in het vermogensbeheer (EMS).

Commentaren en reacties
Gerelateerde artikelen