De 4 beste boeken in eigen beheer van 2025
Zelf je schrijfsels uitgeven is weer hip. Maar wie kent en leest ze?

Het O.V.I.D.I.U.S. project, Stefan Van den Broeck
foto © SVdB
Opvallend hoe vooral oudere blanke schrijvers afgelopen jaar ervoor kozen om zelf te investeren in printing on demand of zelfs in een eigen uitgeverij: van Stefan van den Broeck met zijn vijfdelige historische roman over Ovidius tot Paul Buekenhout, Jan Flamend en Michiel Leen.
Doodgezwegen
Schrijven is één ding, maar een uitgever vinden wordt almaar moeilijker. Zeker als je een blanke, ouder wordende man bent zonder gender issues. Je zou van minder de pen aan de wilgen hangen. Maar afgelopen jaar gingen schrijvers, van Stefan van den Broeck tot Paul Buekenhout en Michiel Leen, een eigen uitgeversformule lanceren met vaak fascinerend werk dat in de reguliere media werd doodgezwegen.
Stefan van den Broeck – zoon van wijlen Walter – was allicht de meest ambitieuze. Hij had de laatste twaalf jaar zijn vrije tijd als classicus-leraar in een monumentale Ovidius-roman gestoken (Naso’s Plejaden) waarin diens zeven belangrijkste vrouwelijke levenspartners – van moeder en dochter tot exen en een slavin – het doopceel lichten van hun meester die door keizer Augustus uiteindelijk in ballingschap werd gestuurd. In Tomis aan de Zwarte Zee lag voor hem het einde van de beschaving en van zijn leven.
Meeslepende bio over Ovidius
Van den Broeck vertelt diens relaas in vijf delen waarvan het laatste meest kloeke deel van iets meer dan 500 pagina’s zopas van de persen rolde. Hij gooide er nog een annex achteraan waarin hij met citaten bij de hand zijn Ovidius-bio staaft. Geen enkele uitgever lustte er pap van zodat hij dan maar zelf via printing on demand bij het Nederlandse Brave New Books de uitgave op een kleine oplage bekostigde.
En ja, niet alle vijf delen zijn meesterwerken maar het tweede en laatste deel samen zouden de kern kunnen zijn van een meeslepende bio over een Romeinse schrijver die tot vandaag met zijn liefdespoëzie en mythologische verhalen tot de verbeelding blijft spreken. De manier waarop Van den Broeck de literaire cenakels rond Ovidius, Tibullus, Propertius, Horatius en Vergilius in het tweede deel tot leven wekt, is du jamais lu.
LGBTQ+-stamboom gevraagd
Ook in het laatste vijfde deel, waarin het exil van zijn hoofdpersonage de hoofdmoot vormt samen met een portret van een afgepeigerde, stervende Augustus, is knap verteld. Ondertussen werd zijn krachttoer dus nauwelijks ergens gesignaleerd tenzij in de niet-commerciële media, zoals bij Doorbraak. Blijkbaar bestaat een aspirant-schrijver niet voor bepaalde mainstream media tenzij hij of zij een jongere vrouw is, liefst met een LGBTQ+-stamboom. Als je daarenboven niet-Belgische roots hebt, heb je des te meer kans om met je levensverhaal in de boekenbijlages uitgebreid te mogen uitpakken.
Blijkbaar bestaat een aspirant-schrijver niet voor bepaalde mainstream media tenzij hij of zij een jongere vrouw is
Van den Broeck is natuurlijk lang niet de enige die ontgoocheld door afwijzingen van de bekende uitgeverijen dan maar zelf de hand aan de uitgeversploeg slaat, ook al weet hij dat de kans gering is om in het reguliere circuit van vaak gesignaleerde romans te belanden.
Meest spraakmakende debuut
Zelfs Paul Buekenhout, oprichter van het Brusselse literaire boekencentrum Passa Porta in de jaren 80 van de vorige eeuw, begon onlangs met een eigen uitgeverij Klein. Na twee uitgaves, onder anderen van Ouroboros, Paul Claes’ originele vervolg op Homerus’ Odyssee, kwam hij nu zelf als 70-jarige debutant met een postmoderne roman op de proppen die allicht het meest spraakmakende debuut van dit jaar is.Leven en dood van een Corsicaan serveert het dagboek van een week waarin de verknipte geschiedenis van een eiland, van God en zijn goedgezinden en van buitenstaanders en andere mensen wordt verteld.
Buekenhout verstopte zich achter het pseudoniem Yann Zetti & Loeka Bosch om een knotsgekke schelmenroman te serveren van een Corsicaan die een eremoord pleegt en later in boeteprocessies zijn daad ongedaan wil maken. Zwart-witfoto’s van het ruwe Corsicaanse eiland en de boetetaferelen maken van die eersteling een bijzondere uitgave die ook in dit geval nauwelijks of niet werd opgemerkt in de zogenaamde kwaliteitsmedia.
Wat valt er te lachen?
Jan Flamend koos reeds jaren geleden de weg van een eigen uitgeverij en blijft met zijn Cavalerie, zoals het huiswinkeltje heet, haast jaarlijks nieuwigheden serveren. Hij is de beste en misschien minst bekende cursiefjesschrijver van Vlaanderen die met zijn stukjes over het leven op de werkvloer – naar analogie met de tv-soap Het Eiland –kortstondig enig renommee kreeg en die met zijn columns over Rony en Tony met pensioen opnieuw van zich laat spreken. In Wat valt er eigenlijk te lachen? bezint hij zich nu over het geheim van humor en andere geestige dingen.
Tot slot koos ook Michiel Leen eieren voor zijn geld met de eigen imprint Lozana Books. Zelfs Heleen Debruyne, zelfverklaard heterofatalist tot in de kist, kon in een interview over diens Geschiedenis van mijn dronkenschapniet zwijgen. Onder de vulkaan van Malcolm Lowry mag dan grote literatuur zijn, maar Leen – die zich acht maanden in het Antwerpse liet verzorgen om van zijn alcoholverslaving verlost te geraken – vertelt hier meesterlijk in kort bestek zonder tranerig te worden wat het betekent om af te kicken.
Frank Hellemans doceerde journalistiek aan de Thomas More hogeschool in Mechelen. Hij is literatuurcriticus en auteur van onder andere ‘Mediatisering en literatuur’ en ‘Echte mediaprimeurs. Een communicatiegeschiedenis’. Levenslang supporter van Malinwa én Paul van Ostaijen.
‘Een verwittigd man is niets waard’ recycleert het succesverhaal van Verhulsts populaire ‘De helaasheid der dingen’ maar zonder plot of verhaal.






