JavaScript is required for this website to work.
POLITIEK

Forum

Brussels politiebeleid wordt exclusief Franstalig

Barbara Pas (Vlaams Belang): ‘Deze eenmaking van de Brusselse politiezones is een vorm van communautaire contractbreuk.’

Barbara Pas is Kamerlid en fractievoorzitter voor Vlaams Belang.

27/4/2026Leestijd 3 minuten
Barbara Pas (Vlaams Belang).

Barbara Pas (Vlaams Belang).

foto © Belga

De plenaire vergadering van de Kamer keurt weldra de fusie van de zes Brusselse politiezones goed. Dat is op zich een goede zaak, maar het is communautair geen neutrale operatie.

Op zich is een fusie van de zes Brusselse politiezones een goede zaak. De versnippering van het veiligheidsbeleid in de hoofdstad leidt al jaren tot inefficiëntie, gebrekkige coördinatie en onduidelijkheid op het terrein. Een eengemaakte structuur kan bijdragen tot meer slagkracht, een betere aansturing en een coherenter veiligheidsbeleid.

Evenwichten

Maar een noodzakelijke hervorming mag niet misbruikt worden om fundamentele communautaire evenwichten overboord te gooien. Dat is wat hier nochtans gebeurt. Wat vandaag als een technische reorganisatie wordt voorgesteld, blijkt bij nader toezien een veel verdergaande politieke keuze te zijn. Achter de fusie schuilt immers ook een fundamentele communautaire verschuiving. Het veiligheidsbeleid en het bestuur van de politie in Brussel komen daardoor voortaan namelijk exclusief in Franstalige handen terecht.

Dat wordt echter samengesteld uit de negentien Brusselse burgemeesters, die in feite allemaal Franstalig zijn

Dat komt omdat deze hervorming de bestaande politieraden afschaft, het enige politieorgaan waarin de Brusselse Vlamingen gewaarborgd vertegenwoordigd zijn en dus mee het beleid kunnen bepalen. In de plaats daarvan wordt alleen nog het politiecollege als besluitvormingsorgaan behouden. Dat wordt echter samengesteld uit de negentien Brusselse burgemeesters, die in feite allemaal Franstalig zijn. Ook de andere actoren die een rol spelen in het veiligheidsbeleid, met name de Brusselse minister-president en de hoge ambtenaar, zijn in praktijk Franstalig.

Door deze hervorming ontstaat derhalve een situatie waarin het beleid en bestuur van de Brusselse veiligheid de facto een exclusief Franstalige aangelegenheid worden. Dat is geen detail in een stad die grondwettelijk tweetalig en de hoofdstad van het land is. Het is integendeel een breuk met het communautaire en institutionele evenwicht waarop Brussel geacht wordt te functioneren.

Contractbreuk

Die breuk is des te problematischer omdat hiermee een oud communautair compromis eenzijdig wordt opgeblazen. In het Lombardakkoord, onderdeel van de vijfde staatshervorming, werd destijds namelijk een duidelijke communautaire ruil gemaakt. De Vlamingen kregen een minimale vertegenwoordiging in de Brusselse politieraden. In ruil daarvoor gaven ze een nochtans cruciale garantie op voor hun beleidsdeelneming op gewestelijk niveau, namelijk de dubbele meerderheid in de Brusselse instellingen.

Vandaag blijft die cruciale Vlaamse toegeving dus overeind, maar gaat de Franstalige tegenprestatie zonder meer op de schop

Die dubbele meerderheid was een krachtig instrument om als minderheid mee te kunnen wegen op het gewestelijke beleid. De communautaire koppeling tussen deze beide dossiers werd destijds bij de parlementaire bespreking van het Lombardakkoord ook met zoveel woorden expliciet gemaakt. Vandaag blijft die cruciale Vlaamse toegeving dus overeind, maar gaat de Franstalige tegenprestatie zonder meer op de schop, zonder daarbij in enig alternatief te voorzien. Dat is moeilijk anders te noemen dan een eenzijdige communautaire contractbreuk.

Taalwetgeving

Deze gang van zaken is des te meer onaanvaardbaar omdat de toepassing van de taalwetgeving in de Brusselse politiezones al jarenlang systematisch wordt genegeerd. In Brussel moeten politieambtenaren bij wet tweetalig zijn. De cijfers tonen echter aan dat de Brusselse politiekorpsen door de massale onwettige aanwerving van Nederlandsonkundige politiemanschappen almaar minder tweetalig worden, waarbij het alleen de Vlaamse burgers zijn die daarvan de dupe zijn.

Concreet: momenteel is minder dan de helft van de Brusselse politieambtenaren het Nederlands (en nagenoeg 100 procent het Frans) machtig. En dat aantal gaat er elk jaar verder op achteruit. Het laat zich raden dat met een exclusief Franstalig bestuursorgaan en het ontbreken van elk efficiënt controlemechanisme inzake taalvereisten daar geen positieve verandering in zal komen, integendeel.

Architect

De architect van deze communautair onevenwichtige hervorming is minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR). In het beantwoorden van parlementaire vragen geeft hij zich steevast uit als iemand die zeer bezorgd is over het naleven van de taalwetgeving en de rechten van de Vlamingen in Brussel. In werkelijkheid blijkt hij vooral een wolf in schaapsvacht te zijn, een francofiele hardliner die – niet voor het eerst overigens – zijn beleidsruimte gebruikt en misbruikt om communautaire punten te scoren ten nadele van de Vlamingen.

En de grootste Vlaamse regeringspartij? Die staat erbij, kijkt ernaar en keurt mee goed. En ook dat is niet voor het eerst.

Barbara Pas is Kamerlid en fractievoorzitter voor Vlaams Belang.

Commentaren en reacties