fbpx


Actualiteit, Commentaar
Robert Reynders

Bochtenwerk en onderschatting van het coronavirus



coronavirus

Op 5 april jongstleden, tijdens de uitzending De Zevende Dag, hebben VRT-journalisten de ‘euvele’ moed gehad om hun gesprekspartner, professor Van Ranst, een uitspraak van 23 februari voor de voeten te werpen. Toen verklaarde de professor dat ‘het beter is griep te voorkomen, die meer doden maakt dan het nieuwe coronavirus’. Geconfronteerd met zijn uitspraak van 23 februari antwoordt de professor: ‘Ik neem geen woord terug van mijn uitspraak. Ten andere, het was toen politiek niet haalbaar om actie te ondernemen’.

Met dit antwoord legt de professor een enorm probleem bloot bij zijn vele media-optredens. Hij maakt bovendien duidelijk dat hij minder en minder in zijn hoedanigheid van viroloog-vakman opereert, maar wel als een soort crisismanager van zij die nu aan de politieke knoppen zitten. De afwezigheid van sterke beleidsmakers in de media is opvallend. Is dit omdat ze geen vertrouwen inboezemen en – zoals sommigen zeggen – allen lilliputters zijn? Op enkele uitzonderingen na?

Public health emergency

De voor mij enige belangrijke vraag is de volgende: Had de professor als viroloog tegen eind februari het enorme besmettingsgevaar en de dodelijke infectiekracht niet veel beter kunnen inschatten? En aldus de politieke bewindvoerders beter kunnen inlichten?

De Directeur-Generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) verklaarde op 30 januari tijdens zijn persconferentie de globale uitbraak van het nieuwe coronavirus een internationale noodsituatie voor de volksgezondheid (‘I am declaring a public health emergency of international concern over the global outbreak of novel coronavirus’). Daarmee gaat de sirene af voor het hoogste alarmniveau dat de WHO kan uitroepen. Tevens beveelt de WHO haar leden aan om noodplannen te bekijken, hiaten te identificeren en de middelen te evalueren die nodig zijn om gevallen te identificeren, isoleren en behandelen en om overdracht te voorkomen (‘review preparedness plans, identify gaps and evaluate the resources needed to identify, isolate and care for cases and prevent transmission’). Dit noem ik zeer duidelijke communicatie van een internationale instelling op zijn best. De WHO doet haar job.

Blijkbaar was professor Van Ranst er echter gerust in. Krokusvakantiegangers en carnavalisten konden in februari zonder voorbehoud hun gang gaan. Zo gingen er vele weken verloren. Nochtans is het bij exponentiële verspreiding van een ziekte zaak om zo vroeg mogelijk tegen de ziekte op te treden. Elke verloren week is een potentieel drama.

Het coronavirus in Wuhan?

De professor had blijkbaar ook geen weet van wat er in Wuhan en omstreken gebeurde. Of hij vergat er lessen uit te trekken. Vanaf begin januari namen de Chinese autoriteiten een reeks ongeziene, draconische maatregelen zoals wellicht enkel een land als China kon nemen. Toch kregen ze het nieuwe virus maar zeer moeilijk onder controle. Dan nog de ernst van de zeer besmettelijke ziekte Covid-19 relativeren, is onvergeeflijk. Als je het nieuwe virusgevaar dat op ons afkomt zo onderschat, past het niet een hoge borst op te zetten. Bescheidenheid en nederigheid zijn dan op hun plaats.

Hopelijk gaat men bij de bepaling van de exitstrategie bij ons wel rekening houden met de informatie afkomstig van de WHO en van alle landen die ons zijn voorafgegaan in hun exit. Dan zal er achteraf minder bochtenwerk nodig zijn.

Ander bochtenwerk…

Dit alles brengt mij bij totaal ander bochtenwerk en de onderschatting van een ander gevaar. De laatste weken nam ik tientallen wetenschappelijke publicaties over het nieuwe virus door en had ik contact met virologen. Bijna alle publicaties kwamen tot de conclusie dat het virus zeer waarschijnlijk een natuurlijke oorsprong heeft — via in het wild levende dieren. Een volledig wetenschappelijk bewijs geven die publicaties niet. Ze slagen er evenmin in een vleermuis of een schubdier te vinden waarvan het genoom bijna 100% overeenstemt met dat van het nieuwe virus. Voor SARS en MERS vond men dit wel.

In feite kent men niet echt en met zekerheid de oorsprong van het 2019-nCov. Van 16 tot 24 februari is de zogenaamde ‘WHO-China Joint Mission on Coronavirus disease‘ aanwezig in China. Kort daarna publiceert de WHO het verslag van die zending. Zoals men kon verwachten is volgens die zending de oorsprong van het nieuwe virus duidelijk terug te vinden in dieren.

Voorzichtigheid met virussen

De zending en aldus de WHO gaan wel kort door de bocht door te stellen dat er uitsluitend een natuurlijke dierlijke oorsprong kan zijn van het virus. Impliciet betekent dat dus dat het nooit het gevolg kan zijn van menselijke genetische manipulatie.  In het verslag is er geen enkele verwijzing naar de theoretische mogelijkheid of onmogelijkheid van een toevallig lek vanuit laboratoria die proeven doen met dieren, meer bepaald met vleermuizen.  Nochtans weet men dat er in Wuhan sedert lang twee zeer belangrijke laboratoria zijn die vleermuizen genetisch manipuleren.

Dit is duidelijk een gemiste kans. Transparantie is de belangrijkste voorwaarde om ongelukken te vermijden. Er moet ook een vorm van interne controle en externe audit aanwezig zijn. Waar die niet of onvoldoende aanwezig is, moeten die worden ingevoerd. Niet alleen in Wuhan, maar in alle ‘gevaarlijke’ laboratoria ter wereld. Die boodschap had de WHO kunnen brengen teneinde de kans op een gevaarlijke toekomstige pandemie fel te verminderen.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Robert Reynders

Robert Reynders is Ere-directeur van de Nationale Bank