JavaScript is required for this website to work.
BINNENLAND

De Grote Vlucht Vooruit: hoe wij onze vakantie veroverden

NieuwsLuc Pauwels30/6/2025Leestijd 3 minuten

foto © Unsplash

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

Heel binnenkort is het juli. Dan hangt de geur van zonnecrème in de lucht, files slingeren zich als lome slangen naar de Côte d’Azur, en ergens in West-Vlaanderen draait een garagist voor het eerst in maanden het bordje “Gesloten wegens verlof” om. De jaarlijkse vakantie is begonnen. Maar het idee dat je betaald thuis mag blijven, is eigenlijk relatief jong. En het begon – hoe verrassend – met strijd. En zweet. En een beetje socialistische welsprekendheid.

De geboorte van het betaald verlof

We schrijven 1936. België is nog herstellende van de Grote Depressie, en de gemiddelde arbeider werkt zich het stof uit de longen, zes dagen per week, zonder ooit echt te pauzeren tenzij hij ziek wordt (en dat liefst pas op zondag). Maar dat jaar gebeurt iets ongekends: na een spontane staking van duizenden arbeiders krijgen ze plots – tromgeroffel – een week betaald verlof. Betaald! Een mirakel, volgens sommigen. Een onvermijdbaarheid, vinden anderen.

De wet op het jaarlijks betaald verlof wordt datzelfde jaar gestemd onder de regering-Van Zeeland. Een coalitie van katholieken, liberalen én socialisten: alsof Tom van Grieken, Conner Rousseau en Georges-Louis Bouchez vandaag samen een yogakamp zouden organiseren. Dat soort mirakel dus.

Van één week naar vijf (of meer)

De Belgen hebben de smaak snel te pakken. In 1945 wordt het jaarlijks verlof uitgebreid tot twee weken, in 1956 naar drie, en tegen 1971 krijgt de doorsnee werknemer vier weken betaalde vakantie. Vandaag zit de modale loontrekkende op zo’n 20 wettelijke verlofdagen, aangevuld met Arbeidsduurverkortingsdagen, zeg maar ADV-dagen, anciënniteitsverlof, sectorale afspraken en voor sommigen zelfs het mysterieuze ‘brugpensioen’ – een soort vervroegde vakantie die nooit eindigt.

Voor ambtenaren is het allemaal nog zonniger. Daar waar de gewone sterveling twintig dagen telt, lijken sommigen in overheidsdienst op een geheime kalender te leven, waar de week drie donderdagen telt en de vrijdag optioneel is.

En hoe zit dat in het buitenland?

België is zeker geen wereldkampioen verlof – maar doet het niet slecht. In Frankrijk, waar alles wat leuk is ooit werd uitgevonden (behalve misschien deodorant), krijgt men wettelijk 25 vakantiedagen. In Duitsland zijn het er gemiddeld 24, in Italië ook. Nederland is wat minder doorzichtig: wettelijk heeft iedere loontrekkende recht op 20 dagen. Maar in de praktijk krijgen werknemers gemiddeld 25,6 vakantiedagen per jaar. Hangt af van de sector waarin ze werken. Britten krijgen formeel 28 dagen, maar daar zitten de nationale feestdagen vaak bij inbegrepen – een beetje zoals frieten tellen als groenten.

De echte hardwerkende held? Dat is natuurlijk de Amerikaan. Die krijgt gemiddeld 10 dagen betaald verlof, maar durft ze niet allemaal op te nemen uit angst voor ontslag, reputatieschade of – erger nog – verveling. In Japan is het nóg schromelijker: daar heeft men wel recht op verlof, maar het opnemen ervan is sociaal bijna taboe. Wie vakantie neemt, wordt daar al snel verdacht van luiheid, of erger nog, individualisme.

De zin en onzin van vakantie

Maar laten we eerlijk zijn: vakantie is geen overbodige luxe. Het is een teken van beschaving. Een reminder dat de mens niet gemaakt is om continu productie-eenheden uit te spuwen, maar ook eens op een ligstoel mag liggen met een boek dat hij toch niet uitleest.

Toch verandert het idee van vakantie. De klassieke zomervakantie maakt stilaan plaats voor citytrips, “workations”, en het hybride model waarbij je zogezegd werkt vanuit Toscane maar vooral probeert te vermijden dat je wifi uitvalt tijdens het Teams-overleg.

En misschien, heel misschien, ligt daar de toekomst: vakantie niet als ontsnapping aan het werk, maar als een manier om te leven naast het werk. Wat volgens sommigen natuurlijk een gevaarlijk links idee is. Maar goed – dat dachten ze in 1936 ook.

Dus pak uw koffer, zet op uw computer de “out-of-office” aan, en onthoud: wie zijn vakantie niet eert, heeft zijn burn-out verdiend.

Categorieën

Luc Pauwels is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichter van het tijdschrift 'TeKoS', waarvan hij de eerste hoofdredacteur was.

Meer van Luc Pauwels
Commentaren en reacties