JavaScript is required for this website to work.

Boeken voor later: de edele kunst van de tsundoku

Jürgen Pieters15/7/2026Leestijd 3 minuten
Tsundoku – de Japanse kunst van boeken verzamelen, Taiki Raito Pym (2026).

Tsundoku – de Japanse kunst van boeken verzamelen, Taiki Raito Pym (2026).

foto © Mozaïek

In het honderdste hoofdstuk van Robert Musils De man zonder eigenschappen staat een vermakelijk verhaal over een wat sullige generaal. Stumm heet de goede man en zijn naam zegt natuurlijk al veel. De generaal bevindt zich in dat hoofdstuk in de hofbibliotheek van zijn land. Een medewerker vertelt hem dat er 3,5 miljoen boeken in het gebouw verzameld staan. De generaal rekent razendsnel uit: niet minder dan tienduizend jaar zou hij nodig hebben om al die boeken te lezen. De gedachte maakt hem moedeloos en hij besluit ter plekke dat hij zijn verdere leven lang geen boek meer aan zal raken.

Vandaag zijn er wereldwijd meer boeken dan ooit: 160 miljoen volgens een recente berekening. Laten we er even van uitgaan dat een mens die zijn leven lang naast slapen en eten en drinken niets anders doet dan lezen, elke dag een boek van 300 pagina’s gemiddeld tot zich kan nemen. En dat er 300 leesdagen in een jaar zijn. En dat die gemiddelde mens 70 jaar lang leest. De 21.000 boeken die in zo’n rijk leesleven worden verwerkt, zijn maar een fractie van die 160 miljoen: 0,013125 procent om precies te zijn.

Wie veel boeken leest, laat zich doorgaans niet tot de wanhoop leiden van Musils generaal. Fear of missing out is een gevoel dat de veellezer gemakkelijk weet te relativeren. Natuurlijk kun je niet alles lezen, en dan? Wie veel boeken leest, weet uit ervaring dat lang niet alle boeken de moeite van het lezen waard zijn.

Umberto Eco

Twee weken geleden had ik het hier over Umberto Eco. Diens bibliotheek telde op het einde van zijn leven zo’n 50.000 werken. Die boeken heeft hij sowieso niet allemaal gelezen. Dat kon niet en dat hoefde ook niet. Een bibliotheek is geen trofeeënkamer, zei Eco altijd. De boeken die je nog gaat lezen, moeten per definitie in de meerderheid zijn. Ze wachten op je, met het geduld dat vooral oude boeken eigen is. De boeken in je bibliotheek zijn er niet om te tonen wat je allemaal weet, maar om het tegendeel te bewijzen. Om te tonen dat je nog zoveel kunt leren en dat er aan dat leren nooit een einde mag komen.

Een bibliotheek is geen trofeeënkamer

Ik herinner me niet of Eco de term ook gebruikt, maar zijn uitspraken over het belang van ongelezen boeken variëren op de Japanse kunst van de tsundoku. Die kunst draait om het verzamelen van boeken die je ooit nog eens gaat lezen – niet meteen, maar later, op het gepaste moment. In het woord komen twee Japanse begrippen samen: het lezen van boeken (dokusho) en het voorzienig verzamelen van dingen waarvan je voelt dat je ze ooit nodig gaat hebben (tsunde-oku). Wie aan tsundoku doet, maakt zichzelf niets wijs: de overtuiging van dat soort verzamelaar is die van de wissel op de toekomst.

Fielen en manen

In een vermakelijk nieuw boekje wordt de oosterse kunst van de tsundoku gecontrasteerd met twee meer westers georiënteerde ‘aandoeningen’ van boekenliefhebbers: de bibliofilie en de bibliomanie. De bibliofiel is doorgaans meer geïnteresseerd in het boek als hebbeding dan in datgene wat er te lezen valt. Bibliofielen hebben doorgaans ook zeer secuur georganiseerde bibliotheken. Hun boekenkasten hebben glazen deuren en niet zelden ook een ingebouwde temperatuurregeling, ter bescherming van de meest waardevolle exemplaren. Bibliofielen zijn alleen geïnteresseerd in de juiste uitgave, in dit boek en geen ander.

De bibliomaan is een ander soort verzamelaar. Hij wil alles wat een schrijver ooit schreef, alles wat over een bepaald onderwerp in druk bestaat. Zijn permanente vrees is dat zijn collectie niet volledig is. Net als de bibliofiel is ook de bibliomaan niet noodzakelijk een lezer: ook bij hem draait alles om het hebben van het boek. Niet zo de boekenliefhebber die aan tsundoku doet. De aankoop van het boek is bij hem niet gericht op het hebben van het boek, maar op het lezen ervan. Ooit zal dat gebeuren, op het moment dat het de lezer het beste van pas komt.

Keuze

De kunst van de tsundoku steunt op het geluk dat besloten ligt in het maken van keuzes. Wie aan tsundoku doet, kent in principe geen keuzestress. Welk boek het juiste is, kan niet hier en nu beslist worden. Dat is een zaak van later. Voor dit soort lezer is een huis vol boeken een huis vol mogelijke toekomst. Vaak zijn die mogelijkheden onverwacht en onverhoopt: de tsundoku lezer herinnert zich immers nooit precies welke boeken hij ooit heeft gekocht. Ook daar zit een verschil met bibliofielen en bibliomanen: die weten tot in de kleinste details wat er in hun huisbibliotheek aanwezig is. Bovendien kunnen die precies zeggen wanneer elk boek werd gekocht en hoeveel het kostte.

Boeken zijn toonbeelden van zekerheid, de zekerheid dat het boek ooit eens de juiste gezel zal blijken

Voor bibliofielen en bibliomanen zijn boeken bronnen van trots, dingen waarmee je kunt uitpakken, trofeeën om het beeld van Umberto Eco te herhalen. In de filosofie van de tsundoku functioneren boeken heel anders: het zijn bakens van hoop en troost. Meer dan persoonlijk bezit zijn het toonbeelden van zekerheid, de zekerheid dat het boek ooit eens de juiste gezel zal blijken.

Bezoekers

Wie de kunst van de tsundoku beoefent, loopt niet te koop met de boeken die hij heeft. Bibliofielen en bibliomanen tonen hun collectie maar wat graag aan bezoekers. Niet zo de tsundoku-lezer: die is er als de dood voor dat een toevallige passant een boek dat op de eettafel rondslingert ter hand neemt en er meteen een gesprek over begint. ‘O jij hebt dat boek ook!’ ‘Wat vond je ervan?’ ‘Wie is jouw favoriete personage.’

De kans is bijzonder groot dat de tsundoku lezer moet toegeven dat hij het boek nog niet heeft gelezen. Boeken zijn in dat denken altijd voor later, een later dat zich door niemand laat dicteren, maar wel tot het fijnste gevoel leidt dat een lezer zich kan voorstellen. In bad, op de bank, in een ligstoel, jij en het juiste boek op het juiste moment.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.

Meer van Jürgen Pieters

Een van mijn favoriete Italiaanse woorden is dietrologia, de leer die wil dat niets is wat het lijkt. De leer (logia) die zegt dat je nooit zomaar moet geloven wat iemand je vertelt, omdat er van alles verborgen zit achter (dietro) wat je op het eerste gezicht denkt te zien. In zijn goede versie is die leer een ode aan het kritisch …

Commentaren en reacties