JavaScript is required for this website to work.

Sterfelijk onsterfelijk: Paul Simon in Brussel

Jürgen Pieters6/5/2026Leestijd 4 minuten
Paul Simon in Bozar, na de outfitwissel.

Paul Simon in Bozar, na de outfitwissel.

foto © JP

De Leesneus houdt erg van gezongen poëzie, van liedjes die literatuur worden. Een van de allergrootsten in dat vak was onlangs in ons land, voor het laatst wellicht: Paul Simon, in de eerste decennia van zijn carrière nog in duo met de uit veel te zoete honing opgetrokken Art Garfunkel, maar sinds een halve eeuw vooral solo aan het werk. Vijftien studioalbums heeft hij gemaakt. Geen enkel daarvan is minder dan uitstekend.

Een paar jaar geleden verscheen Simons jongste, mogelijk ook zijn laatste plaat: Seven Psalms. De zeven aan elkaar gekoppelde nummers duren samen twee seconden meer dan 33 minuten. Op de afscheidstournee waarmee hij drie avonden lang in de Brusselse Bozar stond, was die plaat het eerste deel van het concert.

Na de pauze volgden dan de hits, althans die hits die het stembereik van de intussen 84-jarige zanger nog aankan. Geen Late in the Evening, wel Graceland en Fifty Ways to Leave Your Lover. Maar ook het wonderlijke René and Georgette Magritte with their dog after the war. (De zanger en zijn groep hadden voordien het Magritte-museum in Brussel bezocht.)

Simon is zichtbaar oud geworden. Uitgedund haar, mager, hij stapt naar zijn leeftijd, het lichaam trager dan de geest het zou willen. De zaal weet dat het de laatste keer zal zijn. De zanger nam in 2018 al afscheid, maar keerde onlangs terug naar het podium, mede om zijn Seven Psalms live te kunnen spelen.

Draaglijke zwaarte

Live klinkt het geheel net als op de plaat, maar zoveel intenser, zoveel breekbaarder ook, een beetje trager bij momenten. Voor de pauze draagt Simon een donkerblauw kostuum, de kleur van de teksten in zekere zin, blues tot de tweede graad. Reflectief, confessioneel, van een zwaarmoedigheid die in de mond van een andere zanger – met een diepere stem dan die van Simon – snel te veel zou zijn. Simons stem blijft iets jeugdigs hebben, iets dat de zwaarte van het bestaan nog draaglijk houdt.

Simons stem blijft iets jeugdigs hebben, iets dat de zwaarte van het bestaan nog draaglijk houdt

Net als de plaat begint het concert met vier zacht aangeslagen klokkentoetsen, gevolgd door het zuivere gitaarspel waarop Simon al zes decennia een patent heeft. Lange vingernagels, geen plectrum nodig. En dan komt het openingsvers dat de hele cyclus in zich draagt: ‘I’ve been thinking about the great migration.’ De zaal hangt aan de lippen van de zanger op leeftijd.

De grote migratie

Grote poëzie is meerduidigheid in zijn meest transparante vorm. Geen moeilijkdoenerij waarvoor woordenboeken of geleerdheid nodig zijn. Een beeld dat verschillende dingen tegelijk zegt, zonder dat een ervan de doorslag mag hebben. Zoals hier dus: Simon heeft het over een wereld – de onze – waarvan de geschiedenis bepaald wordt door migratie. De mens als nimmer weerkerende trekvogel. Nu eens op zoek naar nieuw geluk, dan weer vluchtend voor onheil.

Simon is zelf zoon van migranten: zijn ouders waren Hongaarse joden die hun kinderen een Amerikaanse jeugd konden geven. Maar de grote migratie is tegelijk een beeld voor de laatste oversteek die de ouder wordende zanger almaar dichter ziet komen: de trek naar het land waar een terugkeer hoe dan ook niet aan de orde is.

Elegisch

De zeven nummers die Simon brengt zijn psalmen, maar ze hebben tegelijk iets elegisch. Ze zingen over verlies – verlies van jaren, verlies van energie, verlies van onschuld – in een wereld die blind op zoek is naar winst. Een van de draden in het tekstweefsel gaat over ecologie, een thema dat Simon al lang sterk bezig houdt. Over hoe de aanhoudende mensentrek de aarde meer en meer uitput.

Maar naast elegieën zijn de nummers dus ook psalmen, gericht aan een God waarvan Simon zich in het eerste nummer (The Lord) lijkt af te vragen, niet of die bestaat, maar wel hoe hij zich die het beste kan voorstellen. De tekst somt een lijst van mogelijkheden op:

‘The Lord is my engineer / The Lord is the earth I ride on / The Lord is a face in the atmosphere / The path I slip and I slide on / The Lord is a virgin forest / The Lord is a forest ranger / The Lord is a meal for the poorest of the poor / A welcome door to the stranger’.

De God van deze zeven psalmen heeft het goede in pacht, maar soms ook het slechte. The Lord heeft ook voor covid gezorgd en voor de stijging van het zeewater, zingt Simon, zich ongetwijfeld realiserend dat die God een mensengod is en dus feilbaar.

David

In een interview met de Ierse dichter Paul Muldoon – een goede vriend van de zanger – vertelt Simon hoe zijn plaat in dromen tot stand kwam. Eerst kwam de muziek op bezoek, in de vorm van flarden gitaarpartij. Maanden later volgden er reeksen van woorden die Simon zorgvuldig noteerde, aangezet door wat? Zijn eigen fantasie, zijn onbewuste zorgen, een hogere kracht die hem als medium gebruikte?

Simon presenteert zich in zijn zeven psalmen als een eigentijdse variant van David

Simon presenteert zich in zijn zeven psalmen als een eigentijdse variant van David, de Bijbelse figuur die niet alleen Goliath versloeg, maar op zijn harp ook lofzangen voor God componeerde. ‘The sacred harp’ heet een van Simons zeven psalmen: net als David toont hij er zich als een man die twijfelt en momenten van zwakte meer als eigen wezenstrekken ziet dan momenten van glorie.

Zot van zichzelf

Zot van zichzelf: Simon is het nooit geweest. Dat wordt ook duidelijk in de verschillende applausrondes die hem te beurt vallen, aan het begin van het concert, voor de pauze en helemaal op het einde. Hij ontvangt de blijken van bewondering professioneel, neemt zijn tijd om iedereen in de zaal het gevoel te geven dat hij hier voor hen is. Maar het applaus went na al die tijd duidelijk niet. De zanger is verlegen, hij doet ook maar waar hij goed in is.

Na de pauze heeft Simon voor andere kleren gekozen. Rood vestje, geel T-shirt en honkbalpetje op, maar de kleren maken de man niet. Het jongetje dat na de Tweede Wereldoorlog in Queens opgroeide, is heel oud geworden. Onder the spotlights blijkt hij intussen wel heel sterfelijk. Zijn liedjes zullen hem hoe dan ook overleven, al weet niemand hoelang. Maar dat we ze onsterfelijk mogen noemen, daar zullen weinigen aan durven te twijfelen.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.

Commentaren en reacties