JavaScript is required for this website to work.

Wanneer de dood niet scheidt: Siri Hustvedt over Paul Auster

Jürgen Pieters20/5/2026Leestijd 3 minuten

foto © De Bezige Bij

Een rouwboek schrijven is delicaat. Niet alleen moet je als schrijver de juiste woorden vinden voor een wrang verliesgevoel dat iedereen kent zonder goed te weten wat het precies is. Maar vooral moet je het spotlicht kunnen plaatsen: niet te veel op jezelf, maar voldoende op degene om wie je rouwt.

Telkens als ik zo’n rouwboek lees, moet ik denken aan de anekdote van Cicero in zijn traktaat over de vriendschap. Daarin krijgt Laelius het verwijt dat hij onvoldoende laat zien wat de dood van zijn vriend Scipio met hem doet. Laelius klaagt immers niet, plengt geen traan. Het lijkt alsof het afscheid van zijn vriend hem koud laat.

De repliek van Laelius is krachtig en kort: het moet nu even niet over mij gaan. Ik ben het niet die aandacht verdient. Mijn verdriet moet niet de plek opeisen van degene die we net nu in blijvende herinnering moeten houden. Dat is voor Laelius de definitie van ware vriendschap: ze verdwijnt niet als de vriend verdwijnt. Ze stijgt uit boven de grens die levenden en doden van elkaar scheidt.

Oerboek

De voorbije twee decennia verschenen er meer rouwboeken dan voor een lezer goed kan zijn. Ze vonden een dankbaar publiek, want ze gaan over wat we allemaal ervaren: onuitspreekbaar verlies dat toch moet worden uitgesproken. Het oerboek in deze is The Year of Magical Thinking (2005) van de Amerikaanse essayiste Joan Didion.

Volgens sommige critici vindt Didion niet altijd de juiste balans. ‘Widow porn’, schreef een slechtgezinde recensent; een formulering die bleef hangen. Didion, was het verwijt, heeft het te weinig over de echtgenoot met wie ze al die jaren leefde en samenwerkte, en te veel over zichzelf. Daar waar ze in haar andere essays doorgaans de nodige afstand kan bewaren, zet ze in haar rouwboek zichzelf te veel in de schijnwerpers.

Longkanker

Eerder dit jaar verscheen in de VS een nieuw rouwboek dat mogelijk even vaak over de toonbank zal gaan als dat van Didion. De Nederlandse vertaling is al een paar maand uit, maar nu is het ook in de oorspronkelijke Engelse versie verkrijgbaar: Ghost Stories van schrijfster Siri Hustvedt. Het boek kwam er twee jaar na het overlijden van Hustvedts echtgenoot, de schrijver Paul Auster die op 30 april 2024 het leven liet.

Auster had longkanker: in Ghost Stories heeft Hustvedt het uitvoerig over de ziekte en het intensieve behandelproces, maar even goed haalt ze herinneringen op aan betere tijden. De twee ontmoetten elkaar ruim 40 jaar geleden, toen Auster nog aan het begin stond van wat in de VS en ver daarbuiten zou uitgroeien tot een grote schrijverscarrière.

Auster was op dat moment getrouwd en had een zoon, al woonde hij niet meer samen met de moeder van dat kind, de schrijfster Lydia Davis. Haar naam valt niet in Ghost Stories, al wijdt Hustvedt wel verschillende pagina’s aan een periode, vroeg in hun relatie, wanneer Auster terugkeert naar Davis. Brieven die Hustvedt in die tijd van twijfel naar Auster stuurt, krijgen we in deze memoires fotografisch afgedrukt op de binnenkaft van het boek.

Brieven

Hustvedts rouwboek bevat ook brieven van Auster zelf. Ze zijn niet aan haar gericht, maar aan hun kleinzoon Miles, die geboren wordt op 1 januari van het jaar waarin zijn grootvader sterft. Auster weet op dat moment al dat hij de jongen niet zal zien opgroeien. Hij richt zijn brieven aan de jongeman die Miles ooit zal zijn.

In zijn brieven vertelt hij Miles over de jeugd van zijn moeder, de dochter die Auster samen met Hustvedt had, de muzikante Sophie. Maar evengoed gaat het in die ontroerende brieven ook over Miles’ vader, Spencer Ostrander, de fotograaf met wie Auster het in 2023 verschenen boek Bloodbath Nation maakte, een schrijnend verslag van talloze schietpartijen die in de VS jaarlijks voor zoveel onschuldige doden zorgen.

Twee-eenheid

De aanwezigheid van Austers brieven zorgt ervoor dat ook de overledene letterlijk een stem heeft in Ghost Stories. Het boek is daardoor het verhaal van een twee-eenheid, van twee schrijvers die alleen samen zichzelf konden zijn. De foto op de kaft van het boek zegt het eigenlijk al. Auster en Hustvedt waren elkaars eerste lezers, maakten elkaar volledig en konden niet zonder elkaar.

Ze maakten elkaars zinnen af, kenden elkaars onuitgesproken gedachten. Ze leerden van elkaars fascinaties. Door hem ging zij van baseball houden, terwijl zij hem de beginselen van de neurowetenschap bijbracht. De vraag die het schrijven van Ghost Stories oproept, is voor Hustvedt dan ook hartverscheurend: wie zal zij zijn nu Paul er niet meer is?

Tijdsbesef

Ghost Stories geeft een antwoord op die vraag waarvan Hustvedt weet dat ze alleen voorlopig is. Rouwen is een proces dat tijd neemt, in het begin zelfs tijd wegneemt. Verse rouw desoriënteert, slaat gaten in het tijdsbesef. Er is geen morgen meer, weet Hustvedt, enkel nog varianten van vroeger die tonen dat het toen beter was: toen was hij er nog, nu niet meer.

Wat de dood van haar man op termijn met haar zal doen, kan en wil Hustvedt niet weten. Tijdens het schrijven is Auster het soort aanwezigheid uit de titel, Ghost Stories: hij is er niet echt, maar toch is hij er. Op de meest onverwachte momenten ruikt Hustvedt de sigaren die haar man tot kort voor zijn finale diagnose bleef roken.

Uniek huwelijk

Ook het lezen van een rouwboek heeft iets delicaats. Uitspraken over het werk klinken onvermijdelijk als uitspraken over het verdriet dat aan het werk ten grondslag ligt. Als je van een rouwboek zegt dat je het maar niets vond, heb je dan niet tegelijk een oordeel uitgesproken over de gevoelens die in zo’n boek centraal staan?

In dit geval is de vraag louter een theoretische kwestie en daardoor niet echt aan de orde. Hustvedt heeft met haar rouwboek de lat voor het genre weer wat hoger gelegd. Maar ze heeft vooral een portret gemaakt van een huwelijk dat uniek was, in kwade en goede dagen. Till death do us part, zeggen de huwelijksgeloften in het Engels: alvast in Ghost Stories slaagt de dood er niet in de geliefden te scheiden.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.

Commentaren en reacties