JavaScript is required for this website to work.

Met Montaigne naar Italië 

Jürgen Pieters22/4/2026Leestijd 4 minuten
Een standbeeld van Michel de Montaigne in zijn geboortestad Bordeaux.

Een standbeeld van Michel de Montaigne in zijn geboortestad Bordeaux.

foto © Wikimedia

De eerste week van de paasvakantie was uw Leesneus in Pisa, om er vier zonnige dagen lang deel te nemen aan workshops en een conferentie over de kunst van het schrijven van essays.

Studenten en onderzoekers bogen zich enthousiast over dit meest avontuurlijke en grillige van alle literaire genres. Behalve om enthousiasme draait het essay nog om drie andere woorden die met een ‘e’ beginnen: engagement, energie en  elegantie.

‘Onze Montaigne’

Geen uur ging voorbij of iemand liet de naam Michel de Montaigne vallen, de letterkundige reus aan wie we de term ‘essay’ te danken hebben. Zijn naam riep naast dankbaarheid ook verbondenheid op (‘onze Montaigne!’), het soort bewondering dat hem zelf zeer zou hebben verbaasd, mogelijk zou hebben gegeneerd.

De kern van het essay, zo maakt Montaigne duidelijk, is dat de teksten niet om de schrijver draaien. ‘Ik heb mijn essays niet geschreven voor de eigen roem’, zegt hij in het voorwoord bij zijn Essais. ‘Daartoe zijn mijn talenten niet toereikend’, voegt hij eraan toe.

Bescheidenheid

Of die bescheidenheid vals is dan wel gemeend, valt op basis van die zes woorden niet af te leiden. Maar het beeld dat de schrijfsels van Montaigne ons van hun auteur geven, doet ons wel degelijk naar dat tweede neigen.

‘Ik vorm zelf de stof van mijn boek’, schrijft de auteur van de Essais, maar dat ‘zelf’ blijkt hooguit een snijpunt van invloeden, van persoonlijke banden met familieleden en vrienden enerzijds en de geschriften van denkers uit de oudheid anderzijds.

Montaigne is eigenlijk een lezer die schrijver wordt, en ook dat is een goede definitie van wat een essayist doet. Hij of zij toetst eigen reflecties aan gedachten die anderen voordien al verwoordden – vaak meer gebald, vaak beter klinkend. Het schrijven van essays is vanuit dat perspectief een oefening in bescheidenheid, in het kennen van je plaats.

Het laatste woord

Die plaats is er hoe dan ook een van nemen en geven. De essayist steelt als de raven, maar niet om de buit voor zichzelf te houden. De essayist neemt het woord, maar nooit, zoals Roland Barthes schrijft, om dat woord voor goed op te eisen. De kunst van het essay bestaat er net in, aldus Barthes, om iemand anders het laatste woord te laten hebben.

De essayist steelt als de raven, maar niet om de buit voor zichzelf te houden

In tijden als de onze, waarin het hebben van het Grote Gelijk hoog op de agenda staat, gedijt de kunst van het essay mogelijk minder. Het vraagt om scepsis, om relativering, om de voorzichtige verwoording van gedachten die desalniettemin niet vrijblijvend zijn. Het essay ademt twijfel, maar twijfel die productief is, die het denken vooruithelpt en niet laat doodlopen. Wie op voorhand weet dat de ander fout zit, schrijft beter geen essays.

Traditie

Uit gesprekken met deelnemers aan de schrijfworkshops in Pisa merk ik dat ze de uitdagingen van het genre niet gering vinden. Bij Montaigne is essayeren een gesprek voeren met stemmen uit het verleden. In zijn geval is dat een ver verleden dat toch dichtbij lijkt te zijn. Zo’n anderhalf millennium scheidde hem van zijn dode gespreksmakkers – van Lucretius, van Seneca, van Plutarchus.

De tijdspanne tussen ons en Montaigne is veel minder lang – nog geen vijfhonderd jaar. Toch vinden studenten het lastiger in hem het soort tijdgenoot te zien dat Montaigne zelf in zijn ‘vrienden’ uit de oudheid zag. Zijn vriendschap met de klassieken was er een die steunde op gedeelde traditie, op geërfde cultuur.

Verwijzingen

In een van de workshops werd aan studenten gevraagd over het onderwerp van hun teksten datgene te doen wat Montaigne ook deed: citaten sprokkelen, verwijzingen zoeken, stemmen van anderen introduceren die nieuw licht konden werpen op de eigen stem.

Steevast waren die citaten en verwijzingen eigentijds, uit heel diverse hoeken van de hedendaagse populaire cultuur – uit films, liedjesteksten en recent verschenen boeken. Verwijzingen naar werken ouder dan een kwarteeuw waren echt zeldzaam. En als ze er al waren, leken ze voor de deelnemers uit een verleden te komen dat melkwegstelsels verwijderd is van de tijd waarin ze zijn ontstaan. Het verleden is voor hen kennelijk anders dan dat van Montaigne.

Artificiële Intelligentie

Onvermijdelijk ging het in de Pisaanse gesprekken ook over de impact van AI op het genre. Chatbots en large language models lijken een schrijfstijl te promoten die beoefenaars van het essay hardnekkig proberen te ontlopen – een stijl die stijf staat van zekerheid, bij voorkeur in een zo onpersoonlijk mogelijk taaljasje gestopt.

Wat kan het essay in tijden van AI nog betekenen?

We dachten met z’n allen na over wat het essay in tijden van AI nog kon betekenen. Terwijl het schrijven van een essay in wezen een oefening is in het vinden van de eigen stem, in het aftasten van wat je zelf denkt te denken. Hoe kan ChatGPT daarin een plaats krijgen?

Wat zou Montaigne van AI gedacht hebben, vroegen we ons af. En nee, we vroegen het niet aan ChatGPT, Claude of Deepseek, al hadden die ons ongetwijfeld sneller op het denkspoor gebracht dat we uiteindelijk bewandelden. Montaigne zou AI tegelijk een zegen en een plaag gevonden hebben, besloten we, nu eens een medicijn, dan weer een vergif. Daarin toont zich immers de blik van de scepticus, die de dingen van alle kanten beschouwt, pro’s en contra’s tegelijk ziet.

Lucca

In de marge van de bijeenkomst in Pisa bezocht ik het nabijgelegen Lucca, een wondermooi stadje dat Montaigne tijdens een lange reis naar Italië ook aandeed. Hij was op dat moment – de zomer van 1581 – op weg naar een nabijgelegen kuuroord dat hem moest genezen van de nierstenen die hem danig pijnigden.

Het drinken van het heilzame water maakte de onderkant van zijn lijf wel beter, schreef Montaigne in zijn Italiaanse dagboek. Maar hij kreeg er aan de bovenkant hoofpijn van, en last aan zijn ogen. Niets is één ding – absoluut goed of slecht. Het zou het sprekende motto van een goed essay kunnen zijn.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.

Commentaren en reacties