Miljarden later: is Wallonië klaar voor de volgende overstroming?
Er rest nog veel onduidelijkheid vijf jaar na de overstromingen

Het koninklijk echtpaar overziet de ravage in Pepinster, tijdens de overstromingen in 2021.
foto © Belga
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementExact vijf jaar geleden veranderden enkele dagen extreme regenval het leven van duizenden Walen. Negenendertig mensen kwamen om het leven, 48.000 gebouwen raakten beschadigd en de kosten liepen op tot 2,8 miljard euro. Sindsdien werd fors geïnvesteerd in wederopbouw, nieuwe infrastructuur en een andere aanpak van het overstromingsrisico. Toch is de conclusie vandaag minder eenduidig dan vaak wordt voorgesteld: Wallonië staat sterker dan in 2021, maar niemand kan garanderen dat een gelijkaardige ramp zich niet opnieuw zal voordoen.
Wallonië is de voorbije vijf jaar niet stil blijven staan. Naast de schadevergoedingen die door de verzekeraars werden betaald, maakte het Waalse Gewest 1,5 miljard euro vrij in nasleep van de overstromingen. Daarvan ging 700 miljoen euro naar de renovatie van infrastructuur en 160 miljoen euro naar de aankoop en sloop van gebouwen in risicogebieden. Voor de wederopbouw werden twee grootschalige plannen uitgewerkt: ‘Quartiers durables’, voor elf wijken in de zwaarst getroffen gemeenten, en het ‘Schéma stratégique de la Vesdre’, dat alleen al meer dan 1 miljoen euro kostte. Woningen in risicogebieden werden opgekocht, noodplannen aangepast en overstromingskaarten verfijnd. Tegelijk proberen verschillende gemeenten rivieren opnieuw meer ruimte te geven.
De kwetsbaarheid blijft
Zoals na elke grote ramp werd ook na de overstromingen van 2021 een parlementaire onderzoekscommissie opgericht om de gebeurtenissen te analyseren. Daaruit vloeiden honderden aanbevelingen voort, onder meer over crisisbeheer, communicatie en preventie. Toch blijven de structurele uitdagingen groot. Volgens een nieuw rapport van het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (CERAC) blijft de aanpak in Wallonië versnipperd. De kwaliteit van de klimaat- en adaptatieplannen verschilt sterk tussen gemeenten en verschillende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen zijn intussen afgelopen.
Opvallend is dat het rapport ook de vergelijking maakt met Vlaanderen. Daar beschikken alle gemeenten intussen over een hemelwater- en droogteplan en is de ondersteuning voor lokale besturen beter gestructureerd dankzij verschillende diagnose- en planningsinstrumenten. Tegelijk benadrukt CERAC dat ook Vlaanderen kampt met aflopende subsidieprogramma’s en dat overal in België de nood aan een stabiele, structurele financiering van klimaatadaptatie bestaat.
Nog lang niet gedaan
De uitdaging blijft bovendien structureel. Tientallen jaren ruimtelijke ordening corrigeer je niet in vijf jaar tijd. Net dat maakt de wederopbouw zo complex. Hoewel de overstromingen van 2021 destijds als uitzonderlijk werden beschouwd, tonen klimaatmodellen aan dat dergelijke extreme neerslag in de toekomst gemiddeld om de twintig jaar zou kunnen voorkomen. CERAC wijst er bovendien op dat tegenstrijdige lokale en regionale beleidsdoelstellingen de klimaatadaptatie bemoeilijken en dat structurele financiering nog te vaak ontbreekt. ‘Projectsubsidies alleen volstaan niet’, klinkt het in het rapport.
Dergelijke extreme neerslag zou in de toekomst gemiddeld om de twintig jaar kunnen voorkomen
Ook verschillende grote waterbeheerstudies zijn nog niet afgerond. Zo loopt het onderzoek naar de Ourthe nog, terwijl dat voor de Dijle pas recent werd opgestart. Daarnaast dateren de officiële Waalse kaarten met overstromingsgevoelige gebieden nog altijd van maart 2021, vier maanden vóór de overstromingen.
Gerechtelijk onderzoek sleept aan
Misschien vat niets de situatie beter samen dan het gerechtelijk onderzoek: vijf jaar later is ook dat nog altijd niet afgerond. Het parket van Luik bevestigde dat het uit drie delen bestaat: de weersvoorspellingen en de communicatie daarover, de crisisaanpak tijdens de overstromingen en de vraag of er fouten werden gemaakt bij het beheer van de stuwdammen. Vooral dat laatste deskundigenrapport laat nog op zich wachten.
Twee van de drie door justitie aangestelde experts zijn ondertussen overleden
Het onderzoek werd volgens het parket bemoeilijkt doordat twee van de drie door justitie aangestelde experts ondertussen overleden zijn. Volgens procureur des Konings Damien Leboutte was het daardoor bijzonder moeilijk om gespecialiseerde vervangers te vinden, wat de analyse van het dossier aanzienlijk vertraagde.
Hij bevestigt ook dat het laatste expertenverslag in september of oktober wordt verwacht, waarna het onderzoek zou kunnen worden afgerond. Een eventueel proces zou volgens het parket echter ten vroegste in 2028 kunnen plaatsvinden. Mocht het zo ver komen, dan zal de ramp al zeven jaar achter ons liggen voor de vraag naar mogelijke verantwoordelijkheden eindelijk voor een rechtbank komt.
Vanille Dujardin is zelfstandig journalist en schrijft al drie jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Haar scherpe pen en nieuwsgierige blik focussen zich vaak op politiek en maatschappelijke thema’s. Sinds 2025 werkt ze voor Doorbraak, waar ze haar passie voor politiek en journalistiek ten volle inzet.
De digitale euro is een stap dichterbij. Wat verandert er straks aan ons geld en waarom is het dossier zo omstreden?
De Europese auto-industrie heeft het zwaar. Hoe gaan onze toeleveranciers hiermee om?











