JavaScript is required for this website to work.

De lastige werklastmeting

BHV opgelost?

Hendrik Vuye8/8/2013Leestijd 5 minuten

Wie zei daar weer dat BHV was opgelost? Wie had het over een historisch akkoord? Maar hoe komt het dan toch dat de poppen alweer aan het dansen zijn? Hoe zit het met die beruchte werklastmeting waar de Vlaamse partijen van de institutionele meerderheid zoveel heil van verwachten? Nogmaals, en het zal niet de laatste keer zijn, ziehier … het gerechtelijk arrondissement BHV. 

In de justitiële wereld wordt al lang gesproken over een werklastmeting. Alleen is het tot op heden nooit gelukt. Men is zelfs nooit in de buurt gekomen van enig tastbaar resultaat. Toch blijft het spook van de werklastmeting de Wetstraat beduvelen. Nu nog meer dan vroeger, want enkele niet door veel dossierkennis gehinderde onderhandelaars zijn erin geslaagd om de werklastmeting te koppelen aan dat andere spook dat door de Wetstraat dartelt: BHV. Wie kon er zoiets bedenken?

Niet het grootste, maar wel het domste akkoord ooit

Het akkoord over het gerechtelijk arrondissement BHV is een slecht akkoord. Servais Verherstraeten (CD&V), bevoegd voor de marketing van de zesde staatshervorming, tracht dit allemaal te verkopen als ‘de grootste staatshervorming ooit’. De werkelijkheid is anders. Het akkoord omtrent het gerechtelijk arrondissement BHV is waarschijnlijk het slechtste akkoord ooit. Dit akkoord gaat zonder enige twijfel de verfransing van de Vlaamse rand in de hand werken. Men heeft er namelijk een Franstalig juridisch universum gecreëerd met Franstalige rechters en Franstalige parketmagistraten tot diep in Vlaanderen. Bovendien werden de taalfaciliteiten voor Franstaligen aanzienlijk uitgebreid, hetgeen reeds lang een eis was van de Franstalige Brusselse Balie. Men heeft het mogelijk gemaakt dat Franstaligen in Vlaanderen komen wonen en toch Vlaanderen de rug toekeren. Bovendien is dit alles bijzonder eenzijdig. Franstaligen in Vlaams-Brabant krijgen nog bijkomende rechten, terwijl de Vlamingen in Waals-Brabant van geen enkele faciliteit in gerechtszaken genieten.

Onderhandelingsstrategisch bekeken is dit akkoord het domste akkoord ooit afgesloten door Vlaamse onderhandelaars. En men weet het! Eén van de toponderhandelaars heeft me toevertrouwd dat men ‘daar beter was van afgebleven’. Ik kan dat enkel volmondig beamen.

Wat baten kaars en bril …

Op 5 oktober 2011 bereiken de onderhandelaars van de institutionele meerderheid een akkoord omtrent de ‘splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV’. Stoer zoals steeds wordt aangekondigd dat de ‘doeners’ een ‘historisch akkoord’ hebben bereikt.

De juridische wereld was meteen verbijsterd bij de aankondiging dat een verdeelsleutel 80/20 wordt gehanteerd tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. Deze cijfers zijn kennelijk fout. En men heeft het geweten. Magistraten en academici stelden dit onmiddellijk aan de kaak. Sommige magistraten richtten zelfs een schrijven aan kamervoorzitter André Flahaut (PS) met de vraag om gehoord te worden, maar men heeft naar hen niet willen luisteren. De Orde van Vlaamse Balies, de Adviesraad van de magistratuur en zelfs de Hoge Raad voor de justitie hebben de institutionele meerderheid gewezen op de foute cijfers.

Het mocht allemaal niet baten. Het akkoord werd gewillig goedgekeurd door CD&V, Open VLD, Sp.a en Groen. Wetens en willens schreven deze partijen de foute cijfers in de wet in. Wat baten kaars en bril, als den uil niet zienen wil.

Rest dan de vraag hoe het toch maar mogelijk is dat de Vlaamse partijen van de institutionele meerderheid zich zo in de luren laten leggen? Stefaan De Clerck (CD&V) was immers minister van justitie. Indien er in België dan al één persoon was die de juiste cijfers moest kennen, dan wel Stefaan De Clerck. Indien er één politieke partij de juiste cijfers moest kennen, dan is het wel CD&V. Indien er één groep onderhandelaars de juiste cijfers moest kennen, dan zijn het wel de Vlaamse partijen van de institutionele meerderheid.

Het schaamlapje

Het schaamlapje dat de Vlaamse onderhandelaars uit het vuur wisten te halen is de werklastmeting. Servais Verherstraeten (CD&V) haalde dat doekje al zo dikwijls uit de kast, dat het al tot op de draad moet versleten zijn.

Alleen, nu er forfaitaire criteria (80/20) in de wet staan ingeschreven, zijn de Franstalige partijen opnieuw ‘demandeurs de rien’, de Vlamingen daarentegen opnieuw vragende partij. In een vrije opinie gepubliceerd in Knack argumenteert Meester Fernand Keuleneer dat de Vlamingen maar moeten eisen dat de wet wordt toegepast. Zo makkelijk is het echter niet.

In de wet staat: ‘De kaders en de taalkaders worden vastgelegd op basis van de werklastmeting van de dossiers in de respectievelijke talen, middels een uniform registratiesysteem, uiterlijk op 1 juni 2014’. Volgens de wet mag de minister van justitie deze werklastmeting uitbesteden, hetgeen is gebeurd. KPMG heeft deze uitgevoerd en de regering nam er op 18 juli kennis van.

Eerste vaststelling: de einddatum voor het vaststellen van de kaders ligt na de verkiezingen van 25 mei 2014. De regering kan deze hete aardappel dus gewoon doorschuiven naar de volgende regering.

Ten tweede: de wet stelt helemaal geen automatisme in tussen werklastmeting en kaders. Wel integendeel, de kaders dienen ‘vastgelegd’ en dat gebeurt door de regering. Er is dus wel degelijk een nieuwe onderhandelingsronde op komst tussen Franstaligen en Nederlandstaligen

Wat gebeurt er indien er geen akkoord wordt bereikt? Wel heel eenvoudig, dan blijft de verdeling 80/20 bestaan, ook na 1 juni 2014. Want in de wet staat ook dat de verdeling 80/20 blijft gelden zolang de nieuwe kaders niet zijn vastgesteld. Franstaligen kunnen dus opnieuw onderhandelen vanuit de comfortabele positie van ‘demandeurs de rien’.

Ten slotte is de werklastmeting niet heilig, zeker niet voor de Franstaligen. Ze hebben op dit punt steeds open kaart gespeeld. Tijdens de parlementaire debatten stelde toenmalig PS-voorzitter Thierry Giet dat er ook dient rekening gehouden met ‘economische, demografische en sociale gegevens en de werkbaarheid van de dienst in functie van de verschillende soorten rechtscolleges’. Meer nog, dit standpunt van Thierry Giet werd zelfs uitdrukkelijk nagepraat door Servais Verherstraeten (CD&V). Nu het tegendeel gaan beweren is op zijn minst ongeloofwaardig.

Senator Francis Delpérée (cdH) vertolkt dan ook niet meer of niet minder dan de Franstalige visie op het BHV-akkoord waar hij stelt dat de werklastmeting van KPMG maar ‘een informatieve nota’ is. ‘Ce rapport est un élément parmi d’autres. Le débat continue au sein du gouvernement. Ce n’est pas KPMG qui décide.’ (lees ook wat Doorbraak daarover schreef.)

De werklastmeting van KPMG

Tot op heden weigert minister van justitie Turtelboom (Open Vld) om de resultaten van de werklastmeting openbaar te maken. In De Tijd van 6 augustus maakt de altijd uitstekend gedocumenteerde journalist Lars Bové de cijfers van KPMG bekend. Er blijkt alvast wat door welhaast iedereen werd voorspeld: de 80/20 sleutel is grondig fout. Voor de rechtbank van eerste aanleg moet de sleutel 71/29 zijn, voor de burgerlijke afdeling van deze rechtbank zelfs 65/35, voor de arbeidsrechtbank is de sleutel voorgesteld door KPMG 66/34.

Wat iedereen al lang wist, weten nu ook de Vlaamse partijen van de institutionele meerderheid. De afgesproken 80/20 regel is helemaal fout.

Niet bruskeren’

Hallucinant is het alvast om te lezen in De Tijd dat de Vlaamse partijen nu al hebben afgesproken om de Franstaligen ‘zo weinig mogelijk te bruskeren’. Het schaamlapje van de werklastmeting blijkt nu zelfs niet eens een schaamlapje te zijn. Het vijgenbladje is in werkelijkheid een niemendalletje. Meer nog, het is het kleinste niemendalletje ooit.

Zo’n werklastmeting is immers geen positieve wetenschap. Bovendien bestaat er geen draaiboek, want het is nog nooit gebeurd. Hoe gaat men meten? Telt men het aantal zaken? Of gaat men de zaken wegen, bijvoorbeeld door rekening houden met de moeilijkheidsgraad? Of telt men het aantal bladzijden van de vonnissen en arresten? Of … nog iets anders.

Het is dus alvast fout te denken dat een werklastmeting een zuiver objectief gegeven is. Alles hangt af van de gehanteerde parameters. Met een beetje fantasie, kan men de methodologie van eender welke werklastmeting onderuit halen. Dit is nu al volop bezig.

Dat dit ging gebeuren, ook dat wist men. CD&V’er Michel Doomst noemde dit alles ooit de ‘subjectieve werklustongeveermeting’ … maar hij stemde toch voor het BHV-akkoord.

Wat staat ons te wachten?

Een regeerakkoord met de Parti Socialiste betaal je drie keer: bij het sluiten van het akkoord, bij het uitschrijven van de bereikte overeenkomst en bij de uitvoering ervan, stelde ooit Herman Van Rompuy (CD&V).

Dit is alvast niet juist voor het akkoord omtrent het gerechtelijk arrondissement BHV. Deze keer betaalt men vier keer: bij het sluiten van het akkoord, bij het uitschrijven ervan, bij de uitvoering ervan en bij de werklastmeting. En betalen zal men maar al te graag. Er is immers geen alternatief. CD&V, Open VLD, Sp.a en Groen kunnen toch de regering van ‘de grootste en meest historische staatshervorming ooit’ niet laten vallen? Tegen alle logica in een onverdedigbaar akkoord verder verdedigen, dat is de enige weg die deze partijen kunnen bewandelen.

Dit brengt ons bij de hamvraag, die ik ook al stelde in een eerdere bijdrage. Zou het niet redelijk en verstandig geweest zijn in hoofde van CD&V, Open VLD, Sp.a en Groen om eerst een werklastmeting door te voeren en vervolgens de hervorming van het gerechtelijk arrondissement in werking te laten treden? Zou de communautaire vrede ook niet meer gebaat zijn bij een akkoord gebaseerd op juiste cijfers, dan op giswerk? Wie schrijft er nu een verdeelsleutel in de wet waarvan iedereen weet dat hij grondig fout is? Meten is toch weten?

 

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

Hendrik Vuye is doctor in de rechten, master in de criminologie en master in de filosofie. Hij is gewoon hoogleraar Staatsrecht en Mensenrechten aan Universiteit Namen

Commentaren en reacties