fbpx


Binnenland, Politiek

De onaantastbare olifant in de pensioenkamer: het ambtenarenpensioen

Gedachten over hervorming van ambtenarenpensioenen



Langer werken? Recht op pensioen al na tien jaar werken, of pas na twintig of dertig jaar? Een gegarandeerd minimumpensioen van 1500 euro voor iedereen? Met de geplande pensioenhervorming kan het nog alle kanten uit. Maar aan het ambtenarenpensioen lijkt voorlopig niemand te durven raken. Nochtans ligt dat gemiddeld een flink stuk hoger dan dat van werknemers of zelfstandigen. En: ambtenaren nemebn hun pensioen ook nog eens een stuk vroeger op. Op termijn is die scheeftrekking onhoudbaar. Te veel op…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Langer werken? Recht op pensioen al na tien jaar werken, of pas na twintig of dertig jaar? Een gegarandeerd minimumpensioen van 1500 euro voor iedereen? Met de geplande pensioenhervorming kan het nog alle kanten uit. Maar aan het ambtenarenpensioen lijkt voorlopig niemand te durven raken. Nochtans ligt dat gemiddeld een flink stuk hoger dan dat van werknemers of zelfstandigen. En: ambtenaren nemebn hun pensioen ook nog eens een stuk vroeger op. Op termijn is die scheeftrekking onhoudbaar.

Te veel op de lange baan

‘Het onvermogen om het pensioenstelsel in dit land duurzaam te maken, is eigenlijk perfect vergelijkbaar met de klimaatcrisis’, vindt Marjan Maes. Zij is bijzonder goed geplaatst om die vergelijking te maken. Als pensioeneconome aan de KU Leuven onderzoekt Maes onder meer het verband tussen het ontwerp van pensioenstelsels en vervroegde uittreding. Ze is tevens bestuurder bij het Vlaams Pensioenfonds.

‘We zijn intussen in een stadium beland waarin een groot deel van het financieringsprobleem niet langer op te lossen valt met langer werken alleen. Willen we aanzienlijke belastingverhogingen en een ontsporing van onze al bijzonder hoge overheidsschuld vermijden, dan moeten er nu meteen doortastende pensioenhervormingen volgen.’

Hoe toxisch het hele pensioendebat intussen geworden is, werd vorige week nog maar eens bewezen. Nadat zowat alle experten de eerste plannen voor de langverwachte pensioenhervorming van bevoegd minister Karine Lalieux (PS) hadden afgekraakt, besloot premier De Croo de politieke discussie daarover nog maar eens op de lange baan te schuiven. Tot daar de doortastende maatregelen, dus.

Zestien miljard euro naar vervroegd pensioen

Om te illustreren hoe zinvol een grondige hervorming van het ambtenarenpensioen binnen die even noodzakelijke bredere pensioenhervorming wel is, moeten we eerst enkele cijfers op tafel leggen. Volgens het meest recente jaarverslag van de Federale Pensioendienst betaalde ons land in 2019 aan 535.000 ambtenaren een rust- of overlevingspensioen uit. Goed voor een totaal kostenplaatje van ruim zestien miljard euro.

Een niet onbelangrijk detail in dezen: vijftien procent van het totale aantal uitgekeerde pensioenen gaat naar ambtenaren die vervroegd op pensioen werden gestuurd wegens lichamelijke ongeschiktheid om hun baan nog uit te oefenen. Niet zelden blijkt een rustpensioen voor de betrokken overheidsdienst een dankbaar alternatief voor een zoektocht naar een andere baan bij de overheid, waarvoor de betrokken werknemer misschien wél nog geschikt en geïnteresseerd is.

Zestien miljard euro: dat is natuurlijk een smak geld. Maar wat betekenen die uitgaven voor ambtenarenpensioenen nu in een internationaal perspectief? In 2016 becijferde de OESO dat België van alle ontwikkelde landen proportioneel het meest uitgeeft aan ambtenarenpensioenen (2,6% van het bruto binnenlands product, om precies te zijn). Nu zijn ook die bedragen niet zo gemakkelijk te vergelijken, onder meer omdat elk land ook andere normen hanteert voor welke uitgaven er nu precies onder de noemer ‘pensioenen’ vallen.

Hoog bbp-precentage kwijt aan ambtenarenpensioenen

Een zeer recente studie (uit mei 2021) van de Europese Commissie bevestigt intussen wel de grote lijnen van het OESO-rapport. Volgens het Aging Report van de Europese Commissie eindigt ons land op de vierde plaats in de Europese ranglijst van het bbp-percentage dat naar ambtenarenpensioenen gaat. Tegelijk beklemtoont de Commissie ook dat de gegevens soms onvolledig zijn. Dit komt doordat heel wat ambtenaren (denk aan politie, militairen of brandweerlui) in verschillende landen nog eens onder een specifiek systeem vallen.

Nu is het uiteraard ook mogelijk dat ons land bovenmatig veel ambtenaren telt, waardoor we ook meer zouden uitgeven aan ambtenarenpensioenen. Maar dit is niet het geval. In een OESO-vergelijking – die wel al van 2013 dateert – blijkt dat België zowat in de Europese middenmoot zit qua tewerkstelling door de overheid. En terwijl pakweg Denemarken of Noorwegen een pak meer ambtenaren tellen, geven die landen niet meer dan 1,5% van hun bbp uit aan ambtenarenpensioenen.

2000 euro netto

In het totale prijskaartje van onze ambtenarenpensioenen spelen uiteraard ook de pensioenbedragen zelf een cruciale rol. ‘Over alle beleidsniveaus heen – federaal, regionaal en lokaal – ontvangt een statutaire ambtenaar in ons land gemiddeld 2800 euro bruto per maand. Dit resulteert dan in een nettopensioen van zowat 2000 euro’, weet Marjan Maes. ‘Vergelijken we het gemiddelde Belgische ambtenarenpensioen met wat een werknemer in de privésector of een zelfstandige maandelijks ontvangt, dan blijkt dat een gepensioneerde zelfstandige het gemiddeld met zowat 1000 euro netto moet stellen. Een werknemer uit de privé mag op zowat 1400 euro netto rekenen. Dat is dus substantieel minder dan de ambtenaren.’

‘Bij zo’n vergelijking moet je natuurlijk ook het aanvullend pensioenkapitaal in rekening brengen dat het pensioeninkomen van zelfstandigen en werknemers aanvult. Maar recente cijfers van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten FSMA (uit 2019) geven aan dat, als je dit aanvullende pensioenkapitaal omzet in rentes, je maandelijks amper aan 100 tot 200 euro aanvullende rente extra komt.’

‘Het verschil in pensioeninkomen met ambtenaren blijft dus aanzienlijk. Zowat 10 000 gewezen ambtenaren ontvangen maandelijks zelfs 5900 euro bruto. Dit wordt uiteraard progressief belast. Maar die belastingvoet ligt wel een stuk lager dan bij de gewone lonen, omdat pensioenen als vervangingsinkomens worden beschouwd. Ook hier kunnen we ons wel wat vragen bij stellen: is het billijk dat iemand op een dergelijk hoog pensioen nog een belastingvermindering geniet, terwijl een doorsnee werknemer, die maandelijks zijn hypotheeklening moet afbetalen, daar geen aanspraak op kan maken?’

Ambtenaren gaan eerder met pensioen

Niet in de laatste plaats trekt de gemiddelde ambtenaar er ook flink wat vroeger de stekker uit dan de gemiddelde werknemer uit de privé, of de doorsnee zelfstandige. In 2019 nam nog 40% van de ambtenaren zijn pensioen al op zestig jaar. Bij de werknemers uit de privé was dit maar twaalf procent. Bij de zelfstandigen werkte 70% toen al door tot de leeftijd van 65 jaar. ‘Toch is er de voorbije jaren wel degelijk een positieve evolutie zichtbaar’, vindt Maes. ‘In 2015 ging nog 70% van de ambtenaren op zijn zestigste of vroeger al met pensioen. Twintig procent van hen – dit zijn dan voornamelijk militairen en het rijdend personeel van de NMBS – vertrekt tot vandaag overigens nog altijd voor zijn zestigste met pensioen.

Bij werknemers piekt de pensioenopname officieel nog altijd op 65, maar dit cijfer geeft een vertekend beeld. Ook al de oudere werklozen of SWT’ers (het vroegere brugpensioen) nemen immers pas op hun 65ste officieel hun pensioen op, maar in praktijk zijn zij dan vaak al jarenlang van de arbeidsmarkt verdwenen. De effectieve gemiddelde leeftijd waarop werknemers het voor bekeken houden, schommelt in ons land nu rond 61 jaar.’

Contractuelen versus statutairen

Het zou uiteraard veel te kort door de bocht zijn om alle ambtenaren zomaar over een zelfde, homogene kam te scheren. Niet enkel omdat er voor tientallen categorieën evenveel uitzonderingssystemen bestaan, maar ook omdat het pensioen van de contractuele ambtenaren doorgaans heel wat minder riant oogt dan dat van hun statutaire collega’s. En die contractuele ambtenaren vinden we vandaag vooral terug op het lokale niveau. Dat is geen toeval: in tegenstelling tot de federale en Vlaamse overheid, moeten de lokale besturen de pensioenen van hun statutair personeel zelf financieren. ‘Ze betalen daarvoor een bijdrage op de loonmassa van 43%’, stipt Marjan Maes aan.

‘Voor de regio’s liggen de kaarten voorlopig nog een heel stuk gunstiger. Maar op termijn zal de pensioenkost van statutaire ambtenaren ook voor hen almaar zwaarder worden. Vanaf 2030 moeten immers ook de deelstaten een bijdrage van ruim acht procent van de loonmassa afdragen voor de financiering van de pensioenen van hun statutaire medewerkers. De federale overheid tot slot – gaande van de ministeries over de federale politie en de cipiers tot de luchtverkeersleiding – wordt amper geresponsabiliseerd voor de pensioenfactuur die ze genereert.’

Meer gelijkschakeling van statuten en pensioensystemen

‘Zij worden dus ook helemaal niet gestimuleerd om mee na te denken over mogelijke hervormingen van het pensioensysteem. Omgekeerd wordt de financiële last van de vaste, statutaire benoemingen stilaan onhoudbaar voor de lokale besturen. Zij zijn de voorbije jaren dan ook massaal overgestapt op contractuele benoemingen. Terwijl anno 2021 nog zowat 75% van de federale en 70% van de Vlaamse ambtenaren vast benoemd is, ligt die verhouding bij de lokale ambtenaren intussen net omgekeerd. Tegelijk zetten die lokale besturen nu al jarenlang ook veel zwaarder in op een aanvullend pensioen voor die contractuele medewerkers. Dit is de zogenaamde tweede pensioenpijler.’

Maes: ‘Wat mij betreft zouden we op termijn, parallel met deze evolutie, naar een veel uniformer systeem moeten evolueren. Qua pensioen is een contractuele die tegelijk ook aanspraak kan maken op een aanvullend pensioen, best vergelijkbaar met een werknemer uit de privé. Mochten we de verschillende statuten en hun pensioensystemen meer gelijkschakelen, dan zou dit ook een positieve impact hebben op de mobiliteit tussen de verschillende sectoren. Want laat ons eerlijk zijn: heel wat ambtenaren zouden maar wat graag eens van de privésector proeven. Zij doen doen dit echter nu niet, omdat ze hun gunstige pensioenvoorwaarden niet in gevaar willen brengen. Ambtenaren zitten eigenlijk in een gouden kooi.’

Achterpoortjes bij de vleet

België zou België niet zijn mochten er, bovenop de toch al niet bepaald ongunstige algemene pensioenregeling voor ambtenaren, ook niet nog een indrukwekkend aantal achterpoortjes en uitzonderingen bestaan. Op maat van evenveel lobby’s, belangengroepen of vakbonden met soms buitensporig veel macht. Zo bestaan er in ons land welgeteld 57 zogenaamde verloven voor vervroegde uittreding in de publieke sector. Vergelijkbaar met het brugpensioen, waarbij al die verloven dus ook netjes worden meegenomen in de berekening van de pensioenrechten.

Marjan Maes: ‘Militairen mogen nog altijd op 56 met pensioen. Treinconducteurs zelfs al op 55. Ook voor luchtverkeersleiders ligt de pensioenleeftijd rond de 56. In hun geval wordt dit dan gemotiveerd vanuit veiligheidsoverwegingen, maar in Frankrijk bijvoorbeeld gaan zij pas op 59 met pensioen. Blijkbaar is het met het zicht van de Franse luchtverkeersleiders dus minder slecht gesteld dan met dat van hun Belgische collega’s.’

Bijzonder jammer hierbij is ook dat heel wat van die info nog niet is opgenomen in de zuivere pensioenstatistieken. Als de lonen van ambtenaren bij de pensioendienst bijvoorbeeld maar tot 2005 gekend zijn, wordt het uiteraard moeilijk de pensioenberekening te baseren op lonen van de ganse loopbaan. Dit gebrek aan visibiliteit maakt een hervorming of rationalisering hiervan ook een heel stuk lastiger.

Hogere lonen én pensioenen

Voor die hogere ambtenarenpensioenen is er, zuiver historisch gezien, natuurlijk ook een verklaring. In combinatie met de grote werkzekerheid die een statutaire benoeming bood, moest een royaal pensioen een compensatie vormen voor de lagere lonen die de overheid uitbetaalde in vergelijking met de privésector. Driewerf helaas: ook dat riedeltje gaat anno 2021 veelal niet langer op. Reeds in 2014 toonde een vergelijkend onderzoek van de Federale Overheidsdienst Personeel & Organisatie aan dat werknemers met het niveau A (waarvoor een diploma van het hoger onderwijs vereist is) bijna altijd meer verdienen dan hun collega’s uit de privésector.

Ambtenaren op de niveaus B, C en D zaten dan weer gemiddeld vijftien tot 30% onder de marktmediaan. Marjan Maes: ‘Een heel recente studie op basis van EU-SILC-data bevestigt nu zwart op wit dat, ook in België, de lonen in de openbare sector hoger liggen dan in de privé. Dit geldt overigens voor de meeste Europese landen, zo blijkt uit dit onderzoek.’

Vergrijzing

Dat de financiering van ons pensioensysteem tegen almaar hogere snelheid richting afgrond dendert, is uiteraard niet enkel toe te schrijven aan de royale ambtenarenpensioenen. Op de achtergrond speelt vooral de vergrijzing van de brede bevolking. Bart van Craeynest, hoofdeconoom van het ondernemersnetwerk Voka, becijferde onlangs nog dat er tegen 2050 in ons land netto zowat een miljoen gepensioneerden bijkomen.

Terwijl de verschillende overheden vandaag globaal al 52 miljard aan pensioenen uitgeven, komt daar zonder doortastend ingrijpen tegen 2050 nog eens dertien miljard euro bovenop. Berekeningen van de Studiecommissie voor de Vergrijzing geven wel aan dat vooral de financiering van de ambtenarenpensioenen op termijn onhoudbaar wordt.

Maes: ‘Een interessante maatstaf hiervoor is de impliciete bijdragevoet. Dit is, eenvoudig gezegd, de bijdragevoet die geheven zou moeten worden op de loonmassa om het pensioenstelsel break-even te laten draaien. Terwijl de impliciete bijdragevoet voor het werknemers- en zelfstandigenstelsel tussen 2020 en 2050 van +/- 20% naar 30% stijgt, stijgt die voor het ambtenarenpensioenstelsel van maar liefst 67.3% in 2020 naar 90% in 2050. Dit cijfer illustreert perfect de nood aan een diepgaande hervorming van die ambtenarenpensioenen.’

Preferentiële berekening

De vraag is natuurlijk welke richting zo’n hervorming dan zou moeten uitgaan. Bij de vakbonden is er vooralsnog geen bereidheid om dit debat zelfs nog maar te openen, vanuit het idee dat er niet kan worden teruggekomen op eerder vastgelegde voorwaarden en afspraken.

‘Aan de verworven rechten van de ambtenaren die nu al met pensioen zijn of van de statutaire ambtenaren die nu nog aan de slag zijn, kan je uiteraard niet raken’, erkent ook Marjan Maes. ‘Maar als men bij de werknemers al jaren de brugpensioenleeftijd en de gelijkgestelde periodes van het brugpensioen optrekt, dan rijst de vraag waarom men die hervorming ook niet doortrekt naar de verloven voor vervroegde pensionering bij ambtenaren.’

‘Of we kunnen het systeem van de preferentiële berekening van de ambtenarenpensioenen – waardoor die nog altijd berekend worden op het loon van de laatste tien jaren van hun carrière en niet van de volledige carrière – aanpassen voor de vanaf heden gepresteerde jaren. Bij een contractueel of bij een werknemer uit de privésector gebeurt die berekening over het loon dat ze gedurende de hele loopbaan ontvingen. Hoe langer we met dit soort relatief laagdrempelige hervormingen wachten, hoe hoger de last die op de schouders van onze kinderen zal terechtkomen.

Maandag volgt deel 2: Hoe Nederland de beste leerling van de pensioenklas werd

[ARForms id=103]

Filip Michiels

Filip Michiels is zelfstandig journalist.