Forum
De rechtse democratie en de linkse rechtsstaat
Philippe Clerick: ‘De progressief vindt dat we ook moeten kijken naar “hoe het slachtoffer zich voelt”. Dat lijkt mij heel weinig juridisch.’
—

Philippe Clerick (1955) studeerde romanistiek en germanistiek en is leraar Nederlands. Politiek ongebonden na een extreemlinkse jeugd. Hij houdt een Clericks weblog bij van wat hem te binnen valt over Karl Marx, Tussy Marx en Groucho Marx. En al de rest.

foto © Tingey Injury Law Firm via Unsplash
Waarom is Nederland – en zijn wij – zo verdeeld over democratie en rechtsstaat? Terwijl ‘rechts’ zich optrekt aan de wil van de meerderheid, ziet ‘links’ de rechtsstaat als instrument om machtsongelijkheden te corrigeren. Hoe zijn onze ideeën over macht, vrijheid en democratie veranderd sinds mei ’68, en wat betekent dat voor de toekomst van onze politiek?
De NRC heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de politieke polarisering in Nederland. Schrijver Tom Naegels vatte op zijn Facebookpagina de belangrijkste conclusie samen:
‘Rechtse Nederlanders hechten vooral belang aan “de wil van de meerderheid” en vinden dat internationale verdragen, de rechtspraak, adviezen van experts of van de Raad van State die niet in de weg mogen staan. Linkse draaien dat om: democratie draait net om respect voor de rechtsstaat, checks & balances, de rechten van minderheden. Nu zal dat voor een groot deel wel te verklaren zijn door het feit dat rechts op dit moment de meerderheid hééft en dus gefrustreerd is dat dat zo weinig oplevert, terwijl links moet rekenen op de instellingen om zijn tegenmacht te doen gelden.’
Naar hun opvattingen
Dat is niet alleen een perfecte samenvatting van het probleem, het geeft ook een geloofwaardige verklaring, die op Facebook nog werd uitgebreid door N-VA-districtsburgemeester Paul Cordy:
‘Het kan er natuurlijk ook mee te maken hebben dat rechts-populistische partijen pas zeer recent echt electoraal gewicht hebben. De hele omkadering van de rechtsstaat heeft vorm gekregen in het verleden, toen centrum- en centrumlinkse partijen het beleid bepaalden, en dat hele kader is dus ontworpen naar hun opvattingen. Binnen dat kader verdedigen die partijen hun erfenis en ervaren de populistische partijen taaie weerstand om zelf de samenleving vorm te geven, wat die andere partijen vroeger wel konden.’
Met ‘democratie’ bedoelen we meestal ‘liberale democratie’. De democratie verwijst naar de ‘wil van de meerderheid’ en de liberale omkadering moet ervoor zorgen dat er geen ‘dictatuur van de meerderheid’ ontstaat waar individuen het slachtoffer van zijn. Daarover zouden rechts en links het eens moeten zijn.
Dictatuur van de meerderheid
Historisch waren rechts-liberalen bang van die dictatuur van de meerderheid. Een meerderheid van bezitslozen kon zomaar een regering verkiezen die de bezittende klasse op ‘democratische wijze’ haar bezit afnam en verdeelde onder het volk.
Oorspronkelijk was links veel meer gehecht aan de ‘wil van de meerderheid’ dan aan de liberale vrijheden.
Er moest dus voor worden gezorgd dat een regering niet zomaar op een goede dag van alles kon beslissen. Het beleid moest onderworpen worden aan weloverwogen op elkaar afgestemde wetten die een juridische logica volgden. Die wetten moesten dan weer in overeenstemming zijn met een grondwet die je niet zomaar op stel en sprong kon veranderen. Die grondwet legde traditionele rechten en vrijheden vast waar niet aan te tornen viel: vrijheid van godsdienst, vrijheid van mening, iedereen gelijk voor de wet, en uiteraard onvervreemdbaar recht op eigendom …
Oorspronkelijk was revolutionair én democratisch links veel meer gehecht aan de ‘wil van de meerderheid’ dan aan de liberale vrijheden. David Caute roept in zijn boek The Left in Europe Since 1789 de zogenaamde volkssoevereiniteit uit als de centrale gedachte van links. Van Lenin tot F.D. Roosevelt zie je het ongeduld waarmee ze de juridische beperkingen op de politieke besluitvorming aanschouwden, al trokken ze er niet dezelfde conclusies uit. Je voelt die linkse motivatie nog na in Elchardus’ magnum opus Reset.
Mei ‘68
In de loop van de twintigste eeuw heeft democratisch rechts – conservatief of liberaal – de volkssoevereiniteit als ultiem principe aanvaard maar het zag in de rechtsstaat een belangrijk instrument om de rol van de overheid beperkt te houden. Toen Guy Verhofstadt nog rechts-liberaal was, hanteerde hij het motto: ‘meer rechters, minder politici’.
Wat is er veranderd? Waarom zijn links en rechts van plaats veranderd? Het korte antwoord is: mei ’68. De studentenleiders hadden iets anders voor ogen, maar verwezenlijkten decennia later een dominantie van het links-liberalisme. Het gedachtegoed vond zijn weg naar politieke partijen, naar de pers, naar de bureaucratieën, naar de academische wereld waar de technocraten van de binnenlandse en buitenlandse politiek worden gevormd en … naar de nieuwe rechters. Die ideologie werd er ‘gebetonneerd’, om de term van grondwetspecialist Quinten Jacobs gebruiken.
Optelsom van ongelijkheden
Hoe ziet die ideologie eruit? Tom Naegels formuleert een nogal linkse – en daarom consequente – samenvatting van die ideologie.
‘Progressieven zien de sociale werkelijkheid als een optelsom van, vaak historisch gegroeide, vormen van machtsongelijkheid, die zich niet alleen expliciet maar vaak ook impliciet voordoen. De machtigste partij vindt altijd nieuwe manieren om zijn overwicht te doen gelden, is hun (onze) visie. Als je dan begrippen als “racisme”, “grensoverschrijdend gedrag”, “verkrachting”, “gelijkheid” zeer strikt en beperkend gaat invullen, geef je die machtigste de vrije hand om zijn zin te blijven doen … Zodra een partij de parlementaire meerderheid heeft gehaald, kan er geen sprake zijn van ondemocratisch gedrag. En iedereen die zich toch slachtoffer voelt, tant pis.’
Progressieven zien allerlei vormen van machtsongelijkheid die te allen prijze moeten worden gecorrigeerd door de wetgeving.
Het is een interessante zienswijze die ik als volgt interpreteer. Progressieven zien allerlei vormen van machtsongelijkheid die te allen prijze moeten worden gecorrigeerd door de wetgeving, door het beleid, door de adviezen van sociologen en door de rechtbanken. En Naegels heeft het geluk dat veel van die wetgeving, veel van die sociologen, en veel van die rechtbanken ook naar die kant overhellen, wat het voor het beleid moeilijk maakt om naar de andere kant over te hellen.
Minder juridisch
Hebben we vandaag te maken met een ‘extreem uitgetrokken interpretatie vanwege de rechterlijke macht’, zoals Boudewijn Bouckaert beweert? Dat is een kwestie die ik hier niet wil uitklaren. Ik lees in De Standaard een degelijk stuk van Joris van Cauter maar ik lees ook het antwoord van Evelien de Kezel, Bruno Lietaert en Sammy Bouzoumita. Dat ziet er ook degelijk uit. Ik neem mij voor het boek van Quinten Jacobs te lezen. Misschien vind ik daar het antwoord.
Progressief beleid als ‘positieve discriminatie’ waarbij, als het zo uitkomt, niet iedereen meer gelijk is voor de wet.
Maar ondertussen wil ik op iets anders wijzen. Als ik de redenering van Naegels lees ontkom ik niet aan de indruk dat de ‘progressieven’ over veel maatschappelijke kwesties minder ‘juridisch’ redeneren dan conservatieven en rechts-liberalen. Die laatsten willen begrippen als racisme, grensoverschrijdend gedrag, verkrachting en gelijkheid inderdaad strikt en beperkend invullen. Dat is de essentie van het juridische denken.
De burger moet beschermd worden tegen valse beschuldigingen van bijvoorbeeld racisme – doordat het begrip strikt omlijnd wordt. De progressief vindt dat we ook moeten kijken naar ‘hoe het slachtoffer zich voelt.’ Dat lijkt mij heel weinig juridisch. En dan heb ik nog niets gezegd over progressief beleid als ‘positieve discriminatie’ waarbij, als het zo uitkomt, niet iedereen meer gelijk is voor de wet. Dat lijkt mij pas een aanfluiting van de rechtsstaat, zelfs als het ‘democratisch’ is beslist.

Philippe Clerick (1955) studeerde romanistiek en germanistiek en is leraar Nederlands. Politiek ongebonden na een extreemlinkse jeugd. Hij houdt een Clericks weblog bij van wat hem te binnen valt over Karl Marx, Tussy Marx en Groucho Marx. En al de rest.
Philippe Clerick: ‘Zijn vrouwen fanatieker dan mannen? Dat zou mij verwonderen, maar misschien zijn ze op een andere manier fanatiek.’
Is Paraguay het beloofde land voor mensen die de richting die Europa uitgaat niet meer zien zitten? Dat zien we in een subtiele documentairereeks.











