Derk Jan Eppink: ‘Rechts Nederland is op de dool’

Derk Jan Eppink
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementRob Jetten zit inmiddels anderhalve maand in het zadel als Nederlands minister-president. Zijn minderheidskabinet, met links-liberale D66, de rechts-liberale VVD en het christendemocratische CDA, moet een ‘return to normal’ zijn na de machtsdeelname door Geert Wilders. Een terugkeer die voorlopig niet gesmaakt wordt, want in de eerste peilingen verliest het kabinet al meteen enkele zetels. Rechtse oppositiepartijen JA21 en Forum voor Democratie (FVD) hebben dan weer de wind in de zeilen.
Deze laatste twee partijen kent – of kende – Derk Jan Eppink tamelijk intiem. De gewezen Nederlandse journalist (NRC Handelsblad) zetelde eerst voor Forum voor Democratie en daarna voor JA21 in het Europees Parlement en, voor deze laatste, in de Nederlandse Tweede Kamer. Voor Doorbraak maakt Eppink, auteur vanRechtsomkeert: De opstand van de gewone man, de balans van de eerste weken Jetten en schat hij de kansen in van zijn voormalige partijgenoten.
Wat maakt u van de eerste anderhalve maand van het kabinet-Jetten?
Derk Jan Eppink: De eerste maanden moet je zo’n nieuw kabinet de ruimte geven om zich te installeren. De nieuwe ministers moeten leren op elkaar inspelen, er moet een soort van chemie ontstaan. Dat is niet anders voor het kabinet-Jetten. Wel bijzonder is het feit dat dit kabinet van meet af aan een minderheidskabinet is, een kabinet waarvan partijen samen geen meerderheid hebben in de Tweede Kamer. Dat is de eerste keer sinds 2012, toen Mark Rutte gedoogd werd door Wilders’ PVV.
| Tweede Kamer | ||
| Partij | Zetels | Peiling MdH |
| D66 (Kabinet) | 26 | 22 |
| VVD (Kabinet) | 22 | 17 |
| CDA (Kabinet) | 18 | 18 |
| GroenLinks-PvdA (Oppositie) | 20 | 22 |
| PVV (Oppositie) | 19 | 17 |
| JA21 (Oppositie) | 9 | 16 |
| FVD (Oppositie) | 7 | 16 |
| Andere (Oppositie) | 29 | 22 |
| Totaal | 150 | 150 |
Het kabinet-Jetten moet voor wetsontwerpen dus telkens bij de oppositie op zoek naar een nieuwe meerderheid in het parlement. En dat blijkt best moeilijk, omdat de kabinetsleden verschillende partners uit de oppositie verkiezen.
Van de drie partijen, is VVD de enige met een duidelijk ‘rechts’ profiel.
Voor de verkiezingen spreekt de VDD rechtse taal, dat klopt. Maar na de verkiezingen, dan hangt de mond doorgaans naar links. Daardoor ontstaat een spagaat binnen de partij tussen de bewindslieden en de kiezers, want deze laatste zijn meestal rechtser dan die eerste. Ook nu lijkt dit het geval te zijn, al is het wel de VVD die naar rechts kijkt voor steun voor het minderheidskabinet. Logisch, want ze willen de belangrijkste concurrent JA21 mee verantwoordelijk maken voor het gevoerde beleid.
Winnaar van de verkiezingen was Rob Jetten, in Vlaanderen destijds een nobele onbekende. Hoe doet zijn D66 het?
Tijdens het kabinet-Schoof had Jetten forse kritiek op de bewindslieden, de ministers en staatssecretarissen van de PVV. Kop van jut was Marjolein Faber, die verantwoordelijk was voor asiel en migratie; ze werd uitgelachen, weggehoond. Nou, dan is het maar fair om vandaag de bestuurders van D66 onder de loep te nemen. En zij blijken meteen een kopzorg voor de premier.
Als je in Nederland begint te liegen, dan is het meteen einde van de oefening
Eerst hadden we de beoogde staatssecretaris van Financiën Nathalie Van Berkel. Zij trok zich terug als kandidaat en nam ontslag uit de Tweede Kamer nadat bleek dat ze had gelogen over haar academische vorming. Ze zei dat ze een universitaire opleiding had genoten, maar dat bleek niet zo te zijn. En als je in Nederland begint te liegen, dan is het meteen einde van de oefening. Maar goed, zij is nooit lid van het kabinet geworden.
Het acuter probleem is de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Van wonen, dus. Elanor Boekholt-O’Sullivan, heet ze, een voormalig luchtmachtgeneraal. Zij kwam, pun intended, geheel uit de lucht gevallen toen zij voorgedragen werd; ze had bijvoorbeeld niet deelgenomen aan de verkiezingen. En nu blijkt dat mevrouw Boekholt-O’Sullivan een best merkwaardig cv heeft. Ze is luchtmachtgeneraal, ja, maar heeft geen enkel vliegbrevet. Boekholt-O’Sullivan is een ‘vergadergeneraal’, een ambtenaar in uniform. Wilders noemt haar de ‘kletsmajoor’.
In de Tweede Kamer komt ze niet uit de verf. Ze klapt dicht in debatten, ondanks het bataljon adviseurs om haar heen. Dat loopt, denk ik, niet goed af.
Iemand zonder politieke ervaring lijkt een gewaagde keuze voor een belangrijk dossier als woningbouw. Het woningtekort in Nederland was één van dé thema’s tijdens de verkiezingen die resulteerden in het kabinet-Jetten.
Dat klopt. Er is in Nederland naar schatting een tekort van 400.000 woningen. Iets wat veel te maken heeft met immigratie. In Nederland zijn er ongeveer 1.000 asielverzoeken per week, ofwel 4.000 per maand en zo’n 50.000 per jaar. En zij die mogen blijven, moeten ook ergens kunnen wonen. Er zijn verder ook huizen en appartementen nodig voor arbeidsmigranten, mensen die naar Nederland komen om te werken. Dat is fijn, maar in een klein, al erg dichtbevolkt land oefent dat een opwaartse druk uit op de vastgoedprijzen.
Om dat op te lossen, moet het kabinet jaarlijks 100.000 woningen bouwen. Laten bouwen, natuurlijk. Maar die broodnodige woningbouw hapert door allerlei vergunningen, stikstof- en milieuregels. En dan is er nog één regel die Nederlanders het meest stoort, en dat is de voorrang die erkende asielzoekers (de ‘statushouders’) soms krijgen op Nederlanders op de sociale woningmarkt. Dat je dan op net dit belangrijk domein zo’n vergadergeneraal of kletsmajoor krijgt, is toch wat een slag in het gezicht.
Rob Jetten had tijdens de kiescampagne een opmerkelijk plan geformuleerd voor de bouw van ‘tien nieuwe steden’ om de woningcrisis aan te pakken.
(Glimlacht) Blijkt dat we dat voornemen ‘metaforisch’ moesten begrijpen, niet letterlijk. Een plannetje dat sterke krantenkoppen opleverde, maar achteraf een losse flodder bleek. Geen tien nieuwe steden dus. Jetten kondigt graag grote dingen aan, maar is niet zo goed in de uitwerking van die grote dingen. Dat doet de vraag rijzen of onze premier wel uit het juiste hout gesneden is voor een ambt als het zijne. Weet hij wel waar hij mee bezig is?
Een plannetje dat sterke krantenkoppen opleverde, maar achteraf een losse flodder bleek
Ik wil daaraan toevoegen dat het kennisniveau in Nederland achteruitboert, en dat dat ook doorsijpelt naar de Tweede Kamer. Allerlei mensen die maar wat praten, zonder dossierkennis of onderbouw. Dat wreekt zich nu bij verschillende ingewikkelde dossiers. ‘Wonen’ is zo’n voorbeeld. Want wonen is niet één probleem, maar een kruispunt van veel probleemlijnen: milieu, migratie, stedenbouw en architectuur. Evenals demografie en economie. Want door een tekort aan woningen, starten jonge Nederlanders pas later met een gezin en krijgen ze minder kinderen. Daardoor vernietig je ook de pilaren van de sociale zekerheid en de welvaartstaat.
Welke partij van dit minderheidskabinet neemt volgens u het grootste risico?
Het grootste risico ligt bij de VVD. D66 boert wat achteruit in de peilingen, maar ik zie hen wel standhouden. Het CDA is helemaal terug na een rampzalig resultaat in 2023. Toen hielden ze maar vijf zetels over na leeggezogen te zijn geweest door de BBB en het Nieuw Sociaal Contract (NSC) van Pieter Omtzigt. Vandaag hebben ze er weer 18, en in de peilingen zijn ze relatief stabiel. CDA is ook een ervaren partij met de juiste mensen om ministerposten te bekleden. Dat helpt.
De VVD-top heeft een politiek probleem, geklemd tussen twee coalitiepartners links van hen en rechtse kiezers die vorig jaar toch maar weer op VVD stemden voor een rechtser beleid, zowel op socio-economisch vlak als op dat van immigratie. Dit laatste is een enorm pijnpunt. Tijdens de recente gemeenteraadsverkiezingen zagen we bijvoorbeeld dat VVD het moeilijk had op plaatsen waar rechtse lokale partijen opkwamen, zoals In Den Haag. Dat komt onder meer omdat ook in rijkere wijken asielcentra (AZC’s) worden gebouwd. Dat zijn wijken waar veel VVD’ers wonen en die worden door die nieuwe buren natuurlijk bijzonder onaangenaam verrast.
Tijdens die gemeenteraadsverkiezingen deed ook Forum voor Democratie (FVD), de partij van Thierry Baudet, het erg goed. In de meest recente peiling van Maurice de Hond scoren FvD en JA21, een afsplitsing van Forum, beide zestien zetels. Zien we een herverkaveling op rechts?
Als je een luchtfoto maakt van de Nederlandse politiek, ziet het er allemaal best overzichtelijk uit. Tussen de dertig en veertig procent van de Nederlanders is links, de rest is rechts. Binnen die kampen heb je natuurlijk meerdere tinten en gradaties, en het zijn binnen die twee kampen dat de meeste verschuivingen plaatsvinden. Van rechts naar links en vice versa is het stemverkeer vrij gering. Links beconcurreert links en rechts beconcurreert rechts.
Tussen de dertig en veertig procent van de Nederlanders is links, de rest is rechts
Na 2023 was PVV van Geert Wilders veruit de grootste partij op rechts, met 37 zetels. Nu hebben ze er, na de mislukking van het kabinet-Schoof en de recente afsplitsing van zeven Tweede Kamerleden, nog 19. Dat is ook ongeveer het aantal waarop ze vandaag peilen. Daarnaast hebben we, zoals gezegd, de VVD die er niet in slaagt om een voldoende rechtse koers te varen. En die dubbele dynamiek bevoordeelt inderdaad twee partijen: Forum voor Democratie, dat vooral oud-PVV’ers trekt, en JA21, dat de belangrijkste concurrent is voor VVD.
Op X stipte opiniemaker Wierd Duk (Telegraaf) dat Forum voor Democratie en JA21 samen de grootste partij van Nederland zijn. Een sprongetje dat hij maakt, omdat JA21 voortkomt uit FVD.
Historisch klopt dat, maar JA21 en Forum voor Democratie zijn vandaag echt wel andere partijen. Toen ik in 2018 aan de slag ging bij FVD, was dat een partij die begonnen was als een centrumrechtse protestpartij. Waarvan de leider, Thierry Baudet, door heel wat mensen als beloftevol werd beschouwd. Maar Baudet zou helemaal ontsporen, met de coronacrisis en de inval van Rusland in Oekraïne als dieptepunten. JA21 was eigenlijk het resultaat van rechts-liberale FVD’ers die zich niet langer wilden associëren met Baudet en zijn steeds radicalere en samenzweerderige standpunten. Ik was één van de mensen die vertrok.
Dat verklaart waarom JA21 vooral een concurrent is van VVD, en Forum voor Democratie vooral van PVV, toch in 2026. Daarom zei premier Mark Rutte ook dat JA21 het grootste gevaar was voor zijn VVD. Ik voeg daaraan toe dat het partijlandschap in Nederland bijzonder volatiel is, en dan vooral ter rechterzijde. De BoerBurgerBeweging (BBB), bijvoorbeeld, was in 2023 even de grootste partij van Nederland, maar houdt volgens peilingen vandaag maar één zetel over. Het NSC van Omtzigt ging van onbestaand naar twintig zetels naar weer nul in minder dan twee jaar.
JA21 en FVD rekenen zich dus best niet té snel rijk?
Ik noem de zetels zoals ze nu verdeeld worden ook wel ‘parkeerzetels’. Kiezers ter rechterzijde zijn dolende, of minstens zoekende. En heel wat van die zoekende kiezers geven nu aan dat ze, uit onvrede met VVD of PVV, op JA21 respectievelijk FVD willen stemmen. Dat zijn vogels die voor beide altijd wel binnen handbereik zijn, maar die ze nooit echt in de hand hebben. Mensen die teleurgesteld zijn in Wilders of in VVD-leider Yeşilgöz willen wel wat anders, maar het is nog niet zeker of dat andere bij de eerstvolgende stembusgang ook echt JA21 en FVD zal zijn. Zoals ik zei: het Nederlandse electoraat is erg volatiel.
Ik noem de zetels zoals ze nu verdeeld worden ook wel ‘parkeerzetels’
Dat heeft ook wel wat te maken met het Nederlandse kiessysteem. In Nederland is er geen formele kiesdrempel; je hebt in de praktijk maar circa 70.000 stemmen nodig om een zetel te halen in de Tweede Kamer. Het is dus veel makkelijker dan in België om nieuwe partijen het parlement in te loodsen, en dit gebeurt daarom ook geregeld.
Als u zegt dat meer dan de helft van de Nederlanders ‘rechts’ is, is het opmerkelijk dat een nieuw rechts kabinet na de verkiezingen onmogelijk blijkt.
De verdere verdeling werkt dit ook niet noodzakelijk in de hand. Forum voor Democratie groeit, maar niemand wil eigenlijk met Baudet samenwerken. Hij is strikt genomen niet langer de politiek leider van FVD (het gezicht), maar achter de schermen houdt hij de touwtjes in handen. Ook Wilders heeft zich voor afzienbare tijd onmogelijk gemaakt bij potentiële coalitiepartners.
Wie even naar die peiling van Maurice de Hond kijkt, ziet eigenlijk vier ‘rechtse’ partijen die ongeveer even groot zijn: VVD (19), PVV (18), JA21 (16) en FVD (16). Ook het CDA, dat wel linkser is dan vroeger, zweeft in die buurt. Voor de ‘niet-linksen’ in Nederland, is er vandaag dus geen echte marktleider. Rechts is niet enkel volatiel, maar ook verdeeld.

Roan Asselman (1996) is journalist, analist en redacteur van Doorbraak. Hij concentreert zich op de impact van massamigratie op Europese natiestaten, de invulling van politieke rechten in het digitaal tijdperk en de ethische vraagstukken binnen de (bio)medische wetenschap. Roan is jurist en bio-ethicus (beide KUL) en behaalde een postgraduaat in het vermogensbeheer (EMS).
Volgens de Europese Commissie is een verbod op niet-Europese immigratie strijdig met ‘Europese waarden’. De massale regularisatie van illegalen is dat dan weer niet.
Waarom hangt de ene vlag wel aan het Antwerpse stadhuis en de andere niet? Achter de gevel schuilt veel protocol.











