Weltschmerz rond een gestrande walvis

De gestrande walvis is een voorwerp van Wiedergutmachung.
foto © Belga/Doorbraak
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementGeregeld vraag ik me af hoe historici pakweg binnen een eeuw over deze jaren ’20 zullen berichten, als de waan van de dag al lang is vervlogen. Wat tekent deze tijd, en welke gebeurtenissen markeren een grote evolutie?
De coronacrisis, dat is een zekerheid. Trump, uiteraard. Het Israël/Gaza-drama. De teloorgang van Europa. De zeeslag om de straat van Hormuz, en de gevolgen voor de wereldeconomie: tegen volgende week te kennen. Maar mogelijk wordt er in een kadertekst ook aandacht besteed aan het soort fait divers dat een hele tijdsgeest karakteriseert. En dan gok ik op het verhaal van de bultrugwalvis, Timmy gedoopt, die momenteel de gemoederen van de Duitse pers en bevolking beroert.
Slapeloze nachten
Al sinds begin maart ligt het beest nabij het Oostzeestrand te zieltogen, blijkbaar gedesoriënteerd en totaal verzwakt. Dierenwelzijnsactivisten hebben hun tenten aan het strand opgeslagen en er is zelfs een heuse walvisfluisteraar opgedoken. Geldschieters zoals Walter Gunz, oprichter van de elektronicaketen MediaMarkt, hebben zich gemeld om een grootse reddingsoperatie op touw te zetten. Men zou met luchtkussens en pontons de kolos van 25 ton naar de diepe vaargeul begeleiden, van waaruit de open zee wenkt. Een operatie die in de grootste verwarring en met gloeiende ruzie weer werd afgeblazen. Andere groteske plannen (zoals het graven van een geul richting zee) liggen ter tafel.
De politiek laat zich niet onbetuigd bij zoveel commotie. Till Backhaus (SPD), minister van Milieu, bivakkeert nabij de plek en geeft dagelijks een persconferentie over de toestand van de gestrande walvis die hij al hoogst persoonlijk in duikerspak mocht bezoeken. Voor de minister is het een existentiële kwestie geworden, het bezorgt hem naar eigen zeggen slapeloze nachten.
Het gaat niet zomaar om een aangespoelde walvis
Maar Timmy zelf lijkt weinig geïnteresseerd, verroert nauwelijks en spuit af en toe wat lucht. Marinebiologen opperen dat het beest sowieso aan het einde van zijn Latijn is, en heel die goed bedoelde aandacht zinloos. Een verkwisting van middelen, die beter zouden gebruikt worden om de plasticvervuiling in de oceaan tegen te gaan. Een columnist schamperde dat er in Duitsland alleen al per minuut 87 varkens worden geslacht, die geen naam hebben. En dan is er nog de hongersnood in Soedan.
Maar dat is allemaal naast de kwestie. Het gaat namelijk niet zomaar om een aangespoelde walvis. Hij is een cultusobject geworden, de katalysator van een hoop onderbuikgevoelens en half verdrongen wensgedachten die uit het Duitse collectieve bewustzijn opborrelen. Timmy is niets minder dan een:
Totemdier
Het gaat niet goed met Duitsland. De economie is er belabberd aan toe. Bij de klassieke sterkhouders, de auto-industrie en machinebouw, gaan honderdduizenden banen verloren. De concurrentie met China is een verloren strijd. Het industrieel apparaat en de publieke infrastructuur zijn compleet verouderd, treinen rijden niet of met veel vertraging (erger dan bij ons), de digitale trein hebben ze helemaal gemist. België is misschien de slechtste leerling van de klas inzake begroting, maar de Duitse middenklasse beweegt zich écht stilaan naar de armoedegrens.
In zo’n klimaat zoeken mensen naar troost en houvast. Een pak Duitsers doet dat door op Alternative für Deutschland (AfD) te stemmen. Het is allemaal de schuld van Merkel en haar ‘Wir schaffen das’-politiek. Maar een cruciale empathische factor ontbreekt in die harde rechtse retoriek.
Boze tongen beweren zelfs dat Till Backhaus de Timmy-hype heeft gecreëerd en aan de gang houdt om extreemrechts de wind uit de zeilen te nemen
De gestrande walvis concentreert daarentegen positieve emoties én inspireert tot technologische fantasieën om het tij letterlijk te doen keren. Hij is het zinnebeeld van de Duitse systeemfaling, maar ook van de hoop op een nieuw Wirtschaftswunder, gecombineerd met romantisch-ecologische accenten. Boze tongen beweren zelfs dat Till Backhaus de Timmy-hype heeft gecreëerd en aan de gang houdt om extreemrechts de wind uit de zeilen te nemen.
De minister heeft de mythologie mee. Van oudsher is de walvis een symbool van bezinning, bewustzijn en transformatie. Hij is een orakel, een bewaker van de aarde en de oceaandiepten, én, jawel, een redder in nood. Die religieuze betekenis, die de Eskimo’s aan de Noordpool met de Australische Aboriginals verbindt – en vergeten we ook de Bijbelse Jonas niet – maakt er een echt totemdier van. Een natuurwezen met een sacrale betekenis, dat de gemeenschap samenhoudt en spiritueel voedt.
Wiedergutmachung
In de meest banale vorm verschijnen totemdieren als het huisdier waar we een speciale band mee hebben. Mensen sparen zich het eten uit de mond om het duurste luxevoer voor hun kat te kopen. Sommigen kunnen meer verdragen van hun hond dan van hun kinderen. Dieren-pretparken als Pairi Daiza floreren als nooit tevoren: ze geven de illusie dat het verloren gewaande aardsparadijs binnen handbereik is.
Maar bij de Duitsers speelt misschien nog een ander motief rond de actie ‘Red Timmy’: de Holocaust en het Duitse schuldcomplex. Denkers zoals Sigmund Freud en René Girard hebben interessante dingen geschreven over de manier waarop collectieve schuldgevoelens een cultuur funderen. Zonen die hun vader vermoorden en daarna uit wroeging een solidaire samenleving stichten als memoriaal (Freud). De gewelddadige dood van de zondebok – met Jezus als prototype – die postuum een object van verering wordt (Girard).
De retourreis naar de oceaan is meteen een feestelijke apotheose die de omkeerbaarheid van de geschiedenis suggereert
Schuldgevoel dus, als mede-lijden achteraf: de gestrande walvis is een voorwerp van Wiedergutmachung. Timmy is totemdier én het slachtoffersymbool, dat met veel luchtkussens de zwaarte van het Duitse verleden kan opheffen. De retourreis naar de oceaan is meteen een feestelijke apotheose die de omkeerbaarheid van de geschiedenis suggereert. Willen we niet allen soms dat we de klok konden terugdraaien?
Helaas is dat een utopie. Timmy zal sterven en de Duitse natie zal rouwen. Minister Backhaus wil er een heus monument voor oprichten aan de Oostzeekust, waar de nazi’s ooit enorme vakantiekampen voor arbeiders bouwden, onder het motto ‘Kraft durch Freude’. Wie die dubbelzinnige melancholie wil begrijpen, raad ik een stukje Duitse romantische muziek aan.
Wegens het ontbreken van enig historisch schuldgevoel en minder zin voor Weltschmerz is de kans klein dat wij hier een halfdode walvis aanbidden. UFO-verhalen en het waarnemen van apocalyptische drones, daar zijn we dan weer wel goed in. Zo heeft elk volk zijn trauma’s en fantasieën. Maar thuiskomen willen we allemaal.
Luistertip: Im Abendrot, Richard Strauss

Johan Sanctorum (°1954) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de VUB. Achtereenvolgens docent filosofie, tijdschriftuitgever, theaterdramaturg, communicatieconsultant en auteur/columnist ontpopte hij zich tot een van de scherpste pennen in Vlaanderen en veel gevraagd lezinggever. Cultuur, politiek en media zijn de uitverkoren domeinen. Sanctorum schuwt de controverse niet. Humor, ironie en sarcasme zijn nooit ver weg.
De vlaggenruzie aan de Schelde kan makkelijk opgelost worden. Maar misschien willen de partijen dat niet.
De ESN-partij, waaronder het Duitse AfD valt, riskeert haar status als een officiële EU-partij te verliezen.











