JavaScript is required for this website to work.
post

Een vaatwasmachine op de maan

Einstein had zich een kriek gelachen.

ColumnJohan Sanctorum23/2/2019Leestijd 4 minuten

foto © Reporters

Het project van de Israëlische maanlander heeft allerlei bedoelingen en agenda’s, behalve wetenschappelijke.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

‘Twee dingen zijn oneindig, het universum, en menselijke domheid. Maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker.’ (Albert Einstein)

We hadden het er verleden donderdag nog over tijdens een diner van Facebookvrienden/Twitterianen in Overijse: Vlaamse onafhankelijkheid is geen enkel politiek issue meer. Het leeft niet bij de doorsnee Vlaming, de politieke partijen, N-VA incluis, verkiezen te functioneren binnen de krijtlijnen van de Belgische monarchie. Hoe dat republikeins vuur weer aanwakkeren? Ik heb een idee: laat ons Vlaanderen eens interplanetair op de kaart zetten, tonen we ineens wat we in ons Mars hebben.

Eerste stap: Vlaanderen moet dringend een maanlander ontwikkelen, een tuig dat dus echt een zachte landing op de maan maakt, en Vlaamse parafernaliën bevat zoals een cd met de Vlaamse leeuw, Consciences Leeuw van Vlaanderen, maar ook iconen als ‘Ik spring uit een vliegmachien’ van Eddy Wally en een recept voor Gentse Waterzooi.

Overheidsgeld hoeft er niet aan te pas te komen: dat de rijke Vlamingen en vooral de industriële kapiteins maar eens hun portefeuille openen voor een campagne die toch enorm onze technologisch-innovatieve sector in de kijker zet. Alle onderdelen van dat tuig zouden uiteraard Made in Flanders zijn, en in alle scholen zou het project uitgebreid aan bod komen, ten einde jongeren aan te moedigen om een technisch-wetenschappelijke richting in te slaan in plaats van dat softe menswetenschappelijke gedoe. Chauvinisme, internationaal prestige, innovatie, werkgelegenheid, opwaardering van de kennismaatschappij…: dit project heeft alleen maar voordelen.

Kosmische aanwezigheid

Ons idee is al niet meer origineel: na de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en China heeft nu ook het ‘kleine’ Israël reeds een maanlander zacht neergezet (foto), genaamd Beresheet, ter waarde van honderd miljoen dollar. Op Cape Canaveral afgeschoten, ‘zo groot als een vaatwasmachine’, zo wordt het formaat van de Israëlische sonde wereldwijd in de pers omschreven. Wat gaat hij daar doen? Niet veel, voor zover we kunnen lezen. Hij zal ook snel verbranden want voor die prijs kon er geen koelinstallatie af. Jammer dan toch voor de symbolen van kosmische aanwezigheid die de Beresheet mee heeft: de Israëlische vlag, het volkslied, een exemplaar van de Thora en een verslag van de Holocaust.

Het blijkt dus in eerste instantie om een prestigeproject te gaan, want zich naast een maansonde van de VS, de Sovjet-Unie en China parkeren is niet niks. De fondsen werden bovendien verzameld door de toonaangevende Joodse miljardair-filantroop Morris Kahn, enthousiast pleitbezorger van het mondiale zionisme. Dat mag allemaal, er is plaats genoeg op de maan, en als de Israëlieten daar gelukkig van worden, waarom niet. Alleen: Einstein had zich een kriek gelachen. Want als er al drie maansondes staan, wat is dan nog de wetenschappelijke relevantie van een vierde? En had men met die honderd miljoen dollar echt geen meer fundamentele of planetair meer nuttige onderzoeksprojecten kunnen financieren? Milieu, klimaat? Kanker? Het voeden straks van tien miljard aardbewoners? Neen dus: de symbolen van het wereldjodendom moesten zo nodig naar de maan geschoten worden. En voor hier weer de verwijten van antisemitisme in het rond vliegen: de Koran, de Playboy of de Vlaamse Leeuw waren net zo absurd geweest. Hier is een technologische krachttoer voltooid die voor niemand op deze planeet enig nut heeft, behalve dus voor de persoonlijke ijdelheid van een handvol politici.

Kakmachine

Wim Delvoye: mini-cloaca

Samen met oorlogstuig behoren technologische prestigeprojecten tot de categorie van de menselijke domheid in haar ergste vorm: het aanwenden van intelligentie en zogenaamde know-how louter om te verbluffen. Ik durf te refereren naar de zo verguisde Cloaca van onze Vlaamse grootmeester Wim Delvoye: een even nutteloos apparaat, maar dan tenminste nog met een parfum van ironie. Of denk aan de zo versmade Rock Strangers van Arne Quinze op de Oostendse Zeedijk: rommel, verpakt als kunst, maar vooral duur en de Stad Oostende wil er zich ook mee ‘op de kaart’ zetten.

Ik zie dus enige analogie met (post)moderne publieke kunst. Het project om eetbaar voedsel om te zetten in stront (in plaats van omgekeerd) benadert zeer dicht absurditeiten als een vaatwasmachine naar de maan sturen. Delvoye was visionair, we hebben ons in hem vergist: de talloze jongeren die we nu de STEM-richting insturen, weg van die verdomde menswetenschappen, zullen wel goed overweg kunnen met soldeerbout en algoritmes, maar ze zullen bij god niet weten wat ermee aanvangen.

Ik wil er nogmaals de jood Albert Einstein bij halen, de man wiens relativiteitstheorie de kernbom mogelijk maakte. Einstein beschouwde de mens als onrijp voor ‘zijn’ wetenschap en zag in dat de technologie ermee aan de haal zou gaan op het niveau van de kakmachine: absurd, kinderachtig, destructief. Mannelijk dus. Quote: ‘Het is ontstellend duidelijk geworden dat onze technologie onze menselijkheid heeft overschreden.’

Deze discrepantie tussen wetenschappelijk vernuft en technologisch haantjesgedrag heeft niet alleen te maken met machtsmechanismen en het welbekende militair-industriëel complex dat de relativiteitstheorie als het ware vanonder de neus van de wetenschapper weghaalt. Het zit ook in die wetenschapper zelf: niet nadenken over zijn eigen bestaan en plaats in de samenleving, de planeet, de kosmos. En dan komen we weer uit op het onderwijs: het secundair onderwijs richt zich steeds meer op het afleveren van techneuten die hun kennis niet kunnen omzetten in producten die ons leven verbeteren, én die van ons nageslacht. Doe maar wat, blijf bezig, lijkt het devies voor ingenieurs, technici en informatici.

Voor we het door hebben, wordt de maan een schroothoop vol reclamegadgets. Ik blijf dan toch een soort bewondering koesteren voor wetenschappers die zich met échte problemen bezig houden, zoals, jawel, die Nederlandse uitvinder Boyan Slat en zijn drijvende constructies om de oceanen schoon te vegen van plastic rommel. Het schijnt niet goed te werken, het moet terug naar de studietafel, maar het zal wel te danken zijn aan vernuftelingen als Boyan Slat als er eindelijk iets constructiefs uit de bus komt, voorbij de klimaatbetogingen van Anina en Greta.

De domheid waar Einstein over sprak zit overal, van links tot rechts, maar ze heeft als gemeenschappelijk kenmerk dat ze er niet in slaagt om kennis en vaardigheden te koppelen aan breedtezicht en een algemeen-menselijk perspectief over wat er nu echt toe doet. En dus loopt de ene helft van het mensdom rond met belachelijke slogans, terwijl de andere helft wasmachines naar de maan schiet. Terug naar de oude doelstellingen van de humaniora dan maar: wetenschappelijke, culturele en menselijke vorming hand in hand. Dat men daarmee kritische burgers kweekt die zich vragen durven stellen, des te beter. Of was dat nu net de reden waarom men van die breedtekijk is afgestapt?

Johan Sanctorum (°1954) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de VUB. Achtereenvolgens docent filosofie, tijdschriftuitgever, theaterdramaturg, communicatieconsultant en auteur/columnist ontpopte hij zich tot een van de scherpste pennen in Vlaanderen en veel gevraagd lezinggever. Cultuur, politiek en media zijn de uitverkoren domeinen. Sanctorum schuwt de controverse niet. Humor, ironie en sarcasme zijn nooit ver weg.

Commentaren en reacties