JavaScript is required for this website to work.
Analyse

En wat als ouders het niet kunnen?

NieuwsRoan Asselman14/12/2025Leestijd 4 minuten
Snapchat, Instagram en TikTok in het bijzonder teren op tonnen en tonnen
‘brainrot’.

Snapchat, Instagram en TikTok in het bijzonder teren op tonnen en tonnen ‘brainrot’.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

Geen sociale media voor kinderen in Australië. Met haar nieuwste verbod steekt de Australische overheid stokken in de wielen van Big Tech, ‘influencers’ en natuurlijk de jongeren wier leven verstrengeld is met hun smartphone. Maar is zo’n verbod wel een goed idee? Een relevante vraag, want ook in Europa overwegen verschillende landen om het socialemediagebruik van hun jongste burgers aan banden te leggen. 

Australië verbood eerder deze week de meeste sociale media voor inwoners jonger dan zestien. Niet álle socials, wel de meest populaire, zoals TikTok, Instagram en Snapchat. De overheid focust op de platformen die verslavend werken, niet toevallig maar opzettelijk, via hun algoritmes, visuele content en eindeloze scroll. Om die reden blijven berichtenapps als Messenger, Discord en WhatsApp toegelaten – kinderen kunnen dus nog altijd chatten met hun vrienden, maar niet veel meer.

Drie vragen 

Het debat over sociale media – vaak gevoerd óp sociale media – blinkt niet uit in precisie. Vaak wordt er naast elkaar gesproken in plaats van met elkaar, en worden argumenten over het bestaan van een probleem verward met de oplossing ervan. Ook wordt er, soms overdrijvend, geschermd met principes die maar weinig met de casus te maken hebben of, minstens, niet absoluut (kunnen) zijn. Vrijheid, bijvoorbeeld.

Daarom, zonder exhaustief te willen zijn: de (Australische) socialemediaban voor minderjarigen in drie vragen.

Tegen wat (en wie) worden kinderen nu écht beschermd?

Tegen zichzelf. Het eindeloze scrollen is een enorme tijdverspilling die niets bijdraagt aan de ontwikkeling van het plastische kinderbrein, integendeel. Dat betekent niet dat er geen waardevolle content creators actief zijn op sociale media. Helaas bevinden die zich niet op de feed van twaalfjarigen. Snapchat, Instagram en TikTok in het bijzonder teren op tonnen en tonnen brainrot: afbeeldingen en video’s – almaar vaker door AI gemaakt – met maar één doel: ogen op het scherm houden. Of, alternatief, het verkopen van merchandise. Van brol.

Het Facebook uit The Social Network bestaat niet meer

Sociale media zijn niet langer ‘sociaal’. Het Facebook uit de film The Social Network (2010), een spannend nieuw medium met een focus op de vereenvoudiging van menselijk contact, bestaat niet meer. De belangrijkste, door het algoritme gepushte berichten op TikTok, Snapchat of Instagram zijn niet van vrienden, familie of klasgenoten, maar van bedrijven, beroemdheden en influencers allerhande. Die accounts creëren een parasociale relatie met hun volgers die ze, op de ene of de andere manier, willen verzilveren. Niets van dat heeft nog te maken met contact houden met de vriendjes van de sportclub of de jeugdbeweging.

Tieners verliezen uren aan brainrot, uren die ze elders nuttig kunnen besteden. Dat alleen is een reden om het gebruik van sociale media te beteugelen. Gooi daarbovenop een overvloed aan pornografisch materiaal en het cultiveren van onrealistische – en soms ziekelijke – verwachtingen over relaties en professioneel succes, en sociale media zijn voor de doorsneetiener een gesel, geen gewin.

Waarom doen ouders dan niets? 

Omdat ze het niet begrijpen, er niets aan willen doen of, in de meeste gevallen, denken er niets aan te kúnnen doen. Die laatste categorie is divers, en omvat ouders die sociale druk voelen om hun kinderen te laten aansluiten. Uit een peiling van sociaal psycholoog Jonathan Haidt blijkt dat 54 procent van de Amerikaanse ouders vindt dat ze hun kinderen sociale media moeten geven, ‘omdat zoveel andere gezinnen dat al hadden gedaan’. De kroost moet ‘mee’ zijn, wat dat ook moge betekenen.

Nochtans voelen de meeste ouders dat er iets schort. Uit een Britse peiling blijkt dat maar liefst 93 procent vindt dat sociale media ‘schadelijk’ (‘harmful’) zijn voor kinderen. Een peiling van het Amerikaanse Pew Research Center stelt vast dat 80 procent van ouders met een kind jonger dan twaalf denkt dat er ‘meer nadelen dan voordelen’ verbonden zijn aan gebruik van sociale media. Toen Haidt aan ouders vroeg om de ‘lege ruimte’ in te vullen bij de volgende stelling, bleek dat TikTok en X slechter scoren dan vuurwapens en alcohol: ‘Als ik denk aan de jeugd van mijn kind, zou ik willen dat ____ nooit was uitgevonden.’

TikTok63%
X (Twitter)62%
Vuurwapens62%
Alcohol57%
Instagram56%
Sociale media55%
Facebook53%

Nu bestaan er toepassingen die ouders toelaten om sociale media-apps te blokkeren op de smartphone of tablet van hun kinderen. Daarmee maken ze zich evenwel zelden populair, en wordt de verantwoordelijkheid voor verantwoord sociale media-gebruik op de schouders van ouders gelegd. Tegenstanders van een overheidsban wijzen erop dat die schouders de enige juiste plaats zijn, en dat de overheid niet moet bepalen vanaf wanneer een kind volwassen genoeg is om met sociale media om te gaan. Die taak komt toe aan de ouders, de volwassenen die hun kind het beste kennen.

Is een overheidsverbod niet nutteloos?

Een verbod, inclusief beboeting van sociale mediabedrijven die de leeftijd van hun gebruikers niet controleren, is niet nutteloos. Overheidsverboden werken, altijd en overal, zij het niet altijd en overal even efficiënt. Zo zorgt een verbod op drugs ervoor dat er minder drugs gebruikt wordt, net zoals een verbod op gokken of prostitutie mensen weghoudt van gokautomaten en ‘sekswerkers’. In die zin ‘werkt’ een verbod.

Wie een verbod als nutteloos bestempelt, bedoelt meestal dat het verbod niet waterdicht is. Soms lekt er zelfs veel water door. Daarnaast zijn er nefaste neveneffecten die een verbod met zich meebrengen. De War on Drugs is een ‘mislukking’, niet omwille van het aantal druggebruikers, wel omdat de overblijvende zwarte markt een gevaarlijker product verhandelt tegen een hogere prijs. Dat ondanks verwoede pogingen om ook de resterende marktwerking aan banden te leggen. In die zin ‘werkt’ een verbod dus niet.

Het is moeilijk voor een sociaal medium om én succesvol te zijn én in de schaduw te blijven

Door de toegangsdrempel te verhogen zullen minder Australische tieners en pre-teens op TikTok en Snapchat zitten. Gemotiveerde gebruikers zullen proberen om de ban te omzeilen, nog anderen zullen hun toevlucht zoeken tot platformen die in de luwte opereren. Die laatste zouden evenwel minder succesvol zijn dan de ondergrondse markt voor drugs of seks, en wel omwille van het inherente (para)sociale karakter van sociale media. Een platform is immers maar interessant als er voldoende (bekende) mensen gebruik van maken. En zodra dat het geval is, komt het platform al snel in het vizier van de autoriteiten.

Het is, met andere woorden, moeilijk voor een sociaal medium om én succesvol te zijn én in de schaduw te blijven. Moeilijk, maar misschien niet onmogelijk. Ook daarom zal het succes van elk overheidsverbod, in Australië of in Europa, afhangen van de waakzaamheid van ouders die het smartphonegebruik van hun kinderen opvolgen. Een publiek-private samenwerking, zeg maar.

Roan Asselman (1996) is journalist, analist en redacteur van Doorbraak. Hij concentreert zich op de impact van massamigratie op Europese natiestaten, de invulling van politieke rechten in het digitaal tijdperk en de ethische vraagstukken binnen de (bio)medische wetenschap. Roan is jurist en bio-ethicus (beide KUL) en behaalde een postgraduaat in het vermogensbeheer (EMS).

Commentaren en reacties