Peter De Roover (N-VA): ‘Ik blijf overtuigd van de noodzaak van Vlaams zelfbestuur’

Peter De Roover
foto © Emy Elleboog
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnement‘Mijn macht is beperkt, maar binnen die contouren zet ik me ten volle in voor Vlaanderen en onze kiezers.’ Als voortrekker van de moderne Vlaamse Beweging blijft Peter De Roovers verhuis naar de vertrekken van de Belgische Kamervoorzitter ietwat vreemd overkomen. Vermoedelijk ook bij de voorzitter zelf, voor wie, zo is hij stellig, het ‘einddoel’ niet gewijzigd is. ‘Aan mijn overtuiging van de noodzaak aan Vlaams zelfbestuur is niets veranderd.’
De Roovers engagement binnen de Vlaamse Beweging is ontegensprekelijk: hoofdredacteur van het Antwerpse KVHV-blad Tegenstroom, voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, oprichter van het IJzerbedevaartforum en, misschien wel vooral, chef-politiek van Doorbraak. Zijn bekende – voor sommigen beruchte – overstap naar de N-VA bracht de Antwerpenaar achtereenvolgens het Kamerlidmaatschap, fractievoorzitterschap en Kamervoorzitterschap. De Roover ontpopte zich zo snel tot een Vlaams-nationale power player, zij het binnen de Belgische constructie. Een constructie die hij vandaag, in binnen- en buitenland, naar best vermogen vertegenwoordigt.
Heeft het Kamervoorzitterschap Peter De Roover een nieuwe sympathie voor de Belgische staat bijgebracht?
Peter De Roover: Aan mijn overtuiging van de noodzaak aan Vlaams zelfbestuur is niets veranderd. Tegelijk ben ik een politicus in een partij die zegt aan realpolitik te doen. Dat betekent dat ze de kunst van het mogelijke beoefent. Wanneer de N-VA posities inneemt in de federale instellingen, zoals het Kamervoorzitterschap, doet zij dat om haar kiezers te vertegenwoordigen in domeinen die vandaag nu eenmaal Belgisch zijn.
Belgisch en belangrijk. Want ondanks die vele staatshervormingen worden op het federale niveau nog altijd heel gewichtige lakens uitgedeeld. En zolang we de institutionele context niet kunnen wijzigen – en dat kunnen we vandaag niet – is het maar verantwoordelijk om onze mensen ook in die instituties te vertegenwoordigen. Maar dat heeft niets te maken met het idee dat Vlaams zelfbestuur achterhaald zou zijn.
De wens om zelfbestuur kan ook een excuus zijn om niets te doen. Met alle respect voor de mensen die zeggen ‘Blijf daar toch weg, uit die Belgische instellingen’, maar dan laten we onze talrijke kiezers in de steek, op het vlak van migratie, fiscaliteit, veiligheid etc. Doorbraak-lezers kennen de bevoegdheidsverdeling. Wel, wij kiezen ervoor om die departementen op een manier te bezetten waarmee we onze Vlaamse kiezers waar voor hun geld geven.
Hoe doet u dat voor het Kamervoorzitterschap in het bijzonder? Als eerste burger van het land bekleedt u natuurlijk een ambt met ook een zekere ceremoniële, symbolische waarde.
Ik probeer mijn benadering van een slanke, efficiënte overheid hier op een bescheiden manier vorm te geven. Nog los van de afschaffing van de Senaat – en u kent ons standpunt daarover – hebben we de diensten gefuseerd om zo alvast de kosten te drukken. Ik spring ook op een zo transparant en verstandig mogelijke manier om met de ‘dotatiegerechtigde instellingen’.
Dat is een materie waarvan het ruimere publiek absoluut niet warm wordt, ik weet dat. Maar het gaat wel over een bedrag van zo’n 140 miljoen euro, voor instellingen zoals het Rekenhof, Grondwettelijk Hof, Gegevensbeschermingsautoriteit etc. Ik kijk erop toe dat die centen correct en efficiënt besteed worden. Op een manier waarop onze kiezers verwachten dat een overheidsinstelling functioneert. Daarnaast zijn we bezig de website te moderniseren en zo laagdrempelig mogelijk te maken, met name de livestream, zodat burgers gemakkelijker de werkzaamheden kunnen volgen. Er zijn nog voorbeelden.
Mijn macht is beperkt, maar binnen die contouren zet ik me ten volle in voor Vlaanderen en onze kiezers.
Maar het Kamervoorzitterschap is niet de stoel van waaruit je je grootste maatschappelijke dromen kan verwezenlijken. Mijn macht is beperkt, maar binnen die contouren zet ik me ten volle in voor Vlaanderen en onze kiezers. Ik wil ook nog eens herhalen dat wij als N-VA oprecht menen dat onze hervormingen ook de Franstaligen ten goede komen.
Als ik naar het buitenland ga, of wanneer ik buitenlanders hier ontvang, probeer ik ook op een correcte manier de specifieke structuur van dit land onder de aandacht te brengen. Dat dit niet enkel een Franstalig land is. En dat dit een land is met belangrijke bevoegdheden voor de deelstaten, die daarbij niet ondergeschikt zijn aan de federale staat. Ik doe dat niet op een activistische manier, maar ik doe het wel.
Moet de Vlaamse Beweging de Vlaamse onafhankelijkheid als expliciet streefdoel loslaten? Kan een mede door de N-VA hervormd België volstaan?
Een hervormd België zal altijd het nadeel van de onzuiverheid hebben. Ik hoop dat wij institutioneel verder kunnen opschuiven naar een zichzelf besturend Vlaanderen, maar ik hoop ook dat wij in de tussentijd inhoudelijk ons gewicht in de schaal kunnen blijven leggen. Ik zie geen enkele reden om het einddoel daarbij op te geven. Wel vind ik dat elke situatie waarin we ons op een bepaald moment bevinden, en vandaag is dat er één van institutionele stilstand, gezien moet worden als een kans op verbetering. Ook als het niet exact is wat we willen.
Als partij schuiven wij het confederale model naar voren. Dat is natuurlijk ook zo’n term die u zo lang en zo breed kan invullen als u zelf wil, hé. Maar goed, ik zou al heel tevreden zijn mochten we dat realiseren. Zou een confederaal België dan de noodzaak voor een clear cut wegnemen? Dat zien we dan wel weer. Maar op dit ogenblik is dat een luxedebat. En ik denk dat het confederalisme an sich al een goede reden zou zijn voor heel wat Vlaams feestgedruis (glimlacht).
Als u één verwezenlijking van de regering-De Wever die onvoldoende aandacht krijgt in de markt mag zetten, welke zou dat dan zijn?
Het zou natuurlijk nogal droef zijn mochten er opwindende maatregelen zijn die iedereen ontgaan waren. Als Kamervoorzitter zie ik dat de agenda ongelooflijk vol zit. Wij hebben veel meer lange commissiezittingen dan vorige legislatuur, omdat er toen eigenlijk heel weinig hervormd werd. Dus alleen al de werklast van het parlement toont aan dat onze mensen niet stilzitten. En sommige van die werkzaamheden vliegen allicht wat meer onder de radar dan ze verdienen.
De werklast van het parlement toont dat onze mensen niet stilzitten.
Ik neem een bepaalde donderdag als voorbeeld. In de rand van een zitting, die gedomineerd werd door een spectaculairder punt, werd de fusie van de Brusselse politiezones doorgevoerd en de vaste benoeming bij de NMBS afgeschaft. Dat zijn dossiers die relatief weinig aandacht kregen binnen die ruimere hervormingsagenda. Maar dat zijn dus zaken die twintig, dertig jaar vastzaten, die zelfs onmogelijk leken, maar die deze regering in beweging bracht.
Voor de oppositie is het natuurlijk allemaal onvoldoende.
Voor de meesten lijkt het net te veel te zijn. Externe omstandigheden en de noodzaak om sommige maatregelen nadien wat af te zwakken – wat soms maar goed is – betekent dat wij budgettair nog altijd met een groot probleem zitten. En wat de marketing betreft, is het natuurlijk niet zo sterk om te beweren dat wij dankzij onze maatregelen niet helemaal verdrinken in die internationale context van oorlog en crisis. Dat is nochtans wel zo, dat is dankzij ons. Maar dat is geen ijzersterke boodschap.
U weet dat de eerste minister zegt dat we tien jaar nodig hebben om de zaken enigszins op orde te krijgen. Wel, als u de budgettaire massa op het federale niveau bekijkt, dan zou men de neiging krijgen de handdoek in de ring te werpen. En de budgettaire flank is momenteel inderdaad het zorgenkind. Maar de hervormingstrein dendert door. Ik denk dat Bart het vertrouwen verdient om zijn werk verder te zetten.
Al zal het u niet verbazen dat niet elke N-VA-kiezer even tevreden is met het beleid van deze federale regering.
De hervormingen die vandaag doorgevoerd werden, zijn natuurlijk geen copy-pastes van het N-VA-programma. U vernoemde daarnet de oppositie. (Denkt na) Kijk, de ‘neen’ op dingen is altijd loepzuiver, de ‘ja’ is dat bijna nooit. De N-VA is de grootste partij, maar wel met ‘maar’ 23 zetels van de 150. Wie dat vergeet spreekt, zoals we dat in ’t schoon Antwerps zeggen, zonder vel voor zijnen buik. Mensen bekijken de politiek wel eens vanuit hun eigen grote gelijk, maar er zijn nu eenmaal heel veel mensen die iets anders denken. In parlementaire termen is de ‘niet-N-VA’ meer dan vijf keer groter dan de N-VA. Dat vereist compromis, dat verbiedt zuiverheid.
Trouwens, nog los van die parlementaire wiskunde, zijn er al die andere grenzen waarop we botsen. Kijk, het ligt hier nog (wijst naar een bijzettafeltje): Het betonnen beleid van Quinten Jacobs. Denk aan Anneleen Van Bossuyt die als minister voortdurend moet vechten tegen de al te strikte en soms activistische interpretatie van internationale regels en verdragen. Vaststellen dat de manoeuvreerruimte smal is, zoals Jacobs doet, is één ding. Zich erdoor bewegen is nog een ander.
U laat de kritiek van het Vlaams Belang van u afglijden?
Ik heb zelf in de oppositie gezeten; ik ken de trucen van de foor. Maar het komt mij toch voor dat veel van wat men ons verwijt erop neerkomt dat wij op een realistische manier aan politiek doen. De collega’s van het Vlaams Belang verwijten ons dat wat wij realiseren toch nog altijd beter zou kunnen. Dat klopt. Maar zij zijn met 20. En ik verzeker u dat ze het niet beter zouden doen dan onze 23 N-VA’ers en onze ministers.
Veel van wat de oppositie ons verwijt, komt erop neer dat wij op een realistische manier aan politiek doen.
Ik hoor Vincent Van Quickenborne – om het niet altijd over het VB te hebben – vanop de tribune roepen over wat hij allemaal wel en niet zou doen; hij en zijn zeven partijgenoten. Ja, Vincent, het zal wel, maar wat doe je met die 142 anderen. Van Quickenborne verkoopt soms verstandige praat. Maar ik heb hem ooit in een regering bezig gezien, en toen was het toch net iets minder. Daarom wil ik ons niet vergelijken met N-VA nú en Vincent Van Quickenborne nú, maar met ons nú en Van Quickenborne en Anders toen, in de regering. Dat is de faire vergelijking. En met die vergelijking ben ik best tevreden.
Het Vlaams Belang heeft natuurlijk het voordeel dat de partij nooit bestuurd heeft. In een Belgische context zal dat ook niet kunnen. Je kan dat niet eerlijk vinden, maar het is wel de realiteit. En we moeten vertrekken vanuit de realiteit.
Vreest u – of kijkt u uit naar – vervroegde verkiezingen? In de wandelgangen wordt er gefluisterd.
Als Bart zegt dat we tien jaar nodig hebben, moeten we na twee jaar niet hopen op nieuwe verkiezingen. De kritiek van sommigen dat de ‘dash’ eruit is, kunnen we op meerdere manieren uitleggen en weerleggen. Eén manier is door erop te wijzen dat heel wat belangrijke luiken uit het regeerakkoord al uitgevoerd zijn. Dat is positief, maar dat kan ook de indruk wekken dat de regering niet meer weet wat ze nog moet doen. Dan ben je een beetje slachtoffer van het eigen succes.
Nu is er nog heel wat te doen. En deze regering zal een appendix moeten breien aan het regeerakkoord. Iets wat heel moeilijk kan zijn voor elk onderdeel apart, maar voor het grote geheel haalbaar moet zijn. De uitdaging wordt het evenwicht vinden. Bart heeft duidelijk gemaakt dat het een serieuze oefening moet worden. Nu drie jaar op de lauweren rusten van de hervormingen die al plaatsvonden, kan niet de bedoeling zijn.
11 juli is een feestdag, ook op Doorbraak! Daarom bieden wij vandaag onze stukken gratis aan. Dat kunnen we enkel dankzij de steun van onze abonnees. Overweeg daarom een abonnement op Doorbraak en versterk dé onafhankelijke en tegendraadse stem in de Vlaamse media. Op 11 juli en erna.
| Categorieën |
|---|

Roan Asselman (1996) is journalist, analist en redacteur van Doorbraak. Hij concentreert zich op de impact van massamigratie op Europese natiestaten, de invulling van politieke rechten in het digitaal tijdperk en de ethische vraagstukken binnen de (bio)medische wetenschap. Roan is jurist en bio-ethicus (beide KUL) en behaalde een postgraduaat in het vermogensbeheer (EMS).
Moeten sociale media berichten van ‘betrouwbare’ overheidsbronnen bevoordelen? De Britse overheid vindt alvast van wel.
‘Mijn voorkeur gaat uit naar het voorlaatste woord, dat de parmantigheid en de ambitie van het laatste woord mist, maar zoveel menselijker is. Terloopser. Vriendelijker. Minder definitief.’











