Wat Vlaanderen echt nodig heeft, is geen kookwekkertje

Illustratiebeeld / Pieter Bauwens
foto © Unsplash, DB
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementOp 11 juli klinkt in Vlaanderen altijd wel ergens de roep om ‘meer autonomie’. Een verzamelnaam die moet verdoezelen dat er in de Vlaamse Beweging onenigheid is over de te volgen weg. De ene wil onafhankelijkheid, de andere confederalisme, nog een andere een beter gestructureerd federalisme, met of zonder splitsing van de sociale zekerheid. De discussie over ‘waarheen’ wordt afgewisseld met de discussie over ‘hoe’. N-VA en Vlaams Belang sloven zich uit om de onhaalbaarheid van elkaars ideeën aan te tonen. De partijpolitieke logica haalt het van de strategie op lange termijn. Zo gaat het al decennia.
Ondertussen hebben zes staatshervormingen ons gebracht waar we staan, met ad-hocoplossingen voor schijnbaar elk politiek probleem. De Vlamingen verdedigden de logica van drie Gemeenschappen, de Franstaligen dachten eerder in Gewesten. Nooit werd voor een van de twee modellen gekozen, met een duidelijke bevoegdheidsverdeling. ‘Behalve’ werd het meest gebruikte woord: een bevoegdheid wordt aan de deelstaten toegekend, behalve een aantal onderdelen ervan. Voorstanders van splitsing konden zeggen dat ze hun slag thuishaalden, tegenstanders konden beweren dat er garanties tegen verdere splitsing waren ingebouwd. Ze hadden beiden gelijk.
Betonnen beleid
Het resultaat is wat we – in de woorden van Quinten Jacobs – ‘betonnen beleid’ kunnen noemen. België is niet gewoon een logge maar zich gestaag voortbewegende tanker. Het is verhard, gestold tot een structuur die niet meer buigt, alleen nog kraakt.
Elke staatshervorming stortte een nieuwe laag beton: nieuwe instellingen, nieuwe evenwichten, nieuwe vetorechten, nieuwe groepen die garanties kregen in ruil voor hun akkoord. De hervorming die de starheid moest oplossen, bevestigde alleen de starheid zelf. Er is geen manier voorzien om een mechanisme af te schaffen. Wat erbij komt, blijft.
Net genoeg gerommel in de marge om het deze legislatuur met nog een beetje trots te overleven.
Nochtans kan een gezonde federale begroting enkel door een staatshervorming, maar daar is geen meerderheid voor. En als er niets institutioneel verandert, zal de volgende regering geen andere keuze hebben dan besparen op de sociale zekerheid. Maar ook dáár is geen meerderheid voor. Zo wordt de hete Belgische aardappel steeds doorgeschoven naar een volgende coalitie. Net genoeg gerommel in de marge om het deze legislatuur met nog een beetje trots te overleven.
Wekkertje
Twee jaar geleden gebruikte Tom Van Grieken in Het Conclaaf de inmiddels beruchte metafoor van het kookwekkertje: het Vlaams Parlement verklaart zich soeverein, onderhandelt over splitsingsmodaliteiten, en als de Franstaligen niet willen meewerken, roept Vlaanderen op eigen voorwaarden de onafhankelijkheid uit. Tot zolang tikt het wekkertje. Maar eigenlijk tikt er ook bij N-VA en bij de regering-De Wever een kookwekkertje.
Want uitstel is het enige alternatief voor afstel. De volgende top, het volgende Monitoringcomité, het volgende regeerakkoord, een volgend compromis tussen partijen die elkaar nodig hebben om te overleven, maar niet om iets te veranderen. Zet het wekkertje op tien jaar, op twintig jaar, en kijk wat er rijpt. Niets rijpt in beton. Het verhardt verder, of brokkelt af.
Wachten heeft als pervers effect dat je begint te hopen op betonrot. Op constructiefouten die het Belgische bouwsel wankel maken. Maar als het instort, worden we er allemaal bedolven.
Wat we nodig hebben is een drilboor om het beton open te breken, al is ook dat problematisch. Een staatshervorming vereist een bijzondere meerderheid: tweederde in de Kamer én een meerderheid in elke taalgroep. Een regel uit een tijd dat drie grote politieke families het politieke landschap beheersten, als rem op overhaaste verandering. Vandaag werkt die als grendel. Je hebt al heel wat partijen nodig om die meerderheid te halen.
Daarnaast is er geen partij – in de huidige coalitie of erbuiten – die de N-VA de overwinning gunt die een grondige hervorming zou betekenen. Politiek is een ‘zero sum game’: een kiezer kan maar voor één partij stemmen. Partijen in de meerderheid werken elkaar tegen zodat niemand echt succesvol is. Samen iets bereiken is daarin een vreemd begrip.
Sleutels
Toch bestaat de drilboor. Hendrik Vuye en Veerle Wouters beschreven ze in Sleutels tot ontgrendeling (2017). Hun stelling: de Kamer heeft het recht om, los van de huidige grondwet, een geheel nieuwe grondwet te schrijven en goed te keuren met een gewone meerderheid. ‘Als die met een gewone meerderheid wordt goedgekeurd en het volk komt niet in opstand, is er geen vuiltje aan de lucht. Een feitelijke machtsuitoefening wordt achteraf gelegitimeerd.’ Of er ooit een gezamenlijke visie gevonden wordt tussen voldoende partijen om zo een grondwet te schrijven, is allerminst zeker. Maar de weg bestaat.
Een kookwekkertje veronderstelt dat er iets aan het garen is, dat tijd het werk doet als je maar wacht. Een drilboor veronderstelt het omgekeerde: dat niets vanzelf verandert, en dat verandering alleen komt als iets dat vastzit, kapot wordt gemaakt. Niet met een net compromis, maar gewoon recht erdoorheen.
Als de drilboor niet wordt bovengehaald, tikt het kookwekkertje verder.
Als de drilboor niet wordt bovengehaald, tikt het kookwekkertje verder. Het telt af naar een rentesneeuwbal, een oncontroleerbare staatsschuld, oplopende vergrijzingskosten. Hoe langer gewacht wordt, hoe harder er ooit bijgestuurd moet worden. Uiteindelijk pakt iemand anders de drilboor en breekt zonder nuance de boel open zoals in Griekenland.
11 juli 2026 is geen vrolijke dag. We staan er niet goed voor. Politici die de analyse kunnen maken, hebben we genoeg. Wat ontbreekt zijn politici die oplossingen aanreiken voorbij de volgende tweet, het volgende journaal, de volgende verkiezing. Die niet kiezen voor een extra laag beton of een trager tikkend wekkertje, maar die de drilboor oppakken. Politici die weten waar ze moeten beginnen boren.
| Categorieën |
|---|

Pieter Bauwens is sinds 2010 hoofdredacteur van Doorbraak. Journalistiek heeft hij oog voor communautaire politiek, Vlaamse beweging en religie.
De Wever ziet wat er moet gebeuren om dit land te redden, maar krijgt zijn partners niet mee. De burger ziet het ook, en gelooft het allemaal niet meer.
‘Mijn voorkeur gaat uit naar het voorlaatste woord, dat de parmantigheid en de ambitie van het laatste woord mist, maar zoveel menselijker is. Terloopser. Vriendelijker. Minder definitief.’











