fbpx


Analyse, Politiek
Bart De Wever

Endspiel

Het federale eindspel van De Wever is weer enkele stappen dichterbij gekomen


Na meer dan een jaar zonder Belgische regering heerst vooral een grote gelatenheid onder de bevolking. Door de functionerende regionale regeringen ligt er nauwelijks iemand wakker van de federale impasse. Sterker zelfs, terechte maatschappelijke vragen over de hoge kostprijs van onze politieke klasse klinken steeds luider. Zou de huidige onbestuurbaarheid alsnog doorbroken worden door de vorming van een nieuwe federale coalitie, dan vertrekt eigenlijk ‘de Belgische regering van de laatste kans’.

Geesten binnendringen

Wie de beweegredenen van N-VA partijvoorzitter Bart De Wever beter wil begrijpen kan het oor te luisteren leggen bij zijn kring van vertrouwelingen. De meeste partijtoppers leerden elkaar kennen tijdens hun studententijd. Eén daarvan is voormalig minister-president Liesbeth Homans. In 2016 liet zij zich in het VRT-programma Over vijf jaar  de boude stelling ontvallen dat Vlaanderen tegen 2025 de onafhankelijkheid kan bereiken. Eigenlijk zouden deze interviews pas later uitgezonden worden, maar de inhoud ervan lekte destijds vroeger uit.

Het is afwachten of de voorspelling van de huidige Vlaamse parlementsvoorzitter zal uitkomen. Maar de uitspraak geeft wel inkijk in de tijdshorizon die ambitieuze Vlaams-nationalisten voor ogen houden. Tussen 2016 en 2019 werd geen communautaire vooruitgang geboekt. Dan lijkt 2025 te kort dag. Maar staatsstructuren herinrichten doe je ook door de geesten eerst ervan te doordringen dat het huishouden dringend op orde moet.

En op dit vlak beweegt er wel degelijk iets. De basisanalyse waarmee N-VA ooit groot is geworden, namelijk dat wij in twee verschillende democratieën leven, is gemeengoed geworden. Het uitblijven van eender welke Belgische bestuursploeg, ook zonder N-VA, werkt het besef van feitelijke onbestuurbaarheid verder de hand. Dat men niet tot een politiek vergelijk komt is klaarblijkelijk niet enkel te wijten aan de onwil van één of twee separatistische partijen. Die overtuiging sijpelt door in vele hoofden: in een recente bevraging antwoordde 47,7% van de Vlamingen dat België beter af zou zijn met confederalisme.

Het probleem is niet dat er nog geen ernstige gesprekken tussen PS en N-VA zijn geweest – al laat hun partijcommunicatie graag anders uitschijnen. Het probleem is dat, zelfs met bijstand van verschillende bemiddelaars, er amper inhoudelijke convergenties werden gedetecteerd. Tot wanhoop, ja zelfs teleurstelling, aan beide kanten.

Baert-doctrine

Vlaams-nationalisten doen aan politiek met steeds enkele basisregels in het achterhoofd. Eén ervan is de ‘Baert-doctrine’: je sluit geen akkoorden die stappen achteruit in plaats van vooruit zetten naar Vlaamse onafhankelijkheid. N-VA dacht hier ook aan toen zij het Zweeds regeerakkoord ondertekende: het communautaire werd vijf jaar in de ijskast werd geplaatst maar er was tevens de geheime bepaling dat op het eind van de legislatuur de Grondwet open zou worden gezet.

Het is echter een zware misrekening geweest van de overige Zweedse partijen om deze maatregel uit het Atoma-schrift niet uit te voeren. Daardoor beschikken de federale onderhandelaars vandaag amper over communautaire manoeuvreerruimte. Het beperkt enorm de opties om een politieke ruil met N-VA tot stand te brengen. Formateur Di Rupo had die ruimte in 2011 trouwens wél toen hij de acht groene, socialistische, liberale en oranje partijen samenbracht. Di Rupo zette N-VA aan de kant maar realiseerde met de zogenaamde ‘Octopuspartijen’ wel de zesde staatshervorming.

Frontvorming

Een tweede basisregel is frontvorming. Vlaams-nationalisten vinden dat de Vlaamse partijen steeds aan één zeel moeten trekken om de belangen van Vlaanderen te verdedigen. Dit principe wordt evenwel vaak in de wind geslagen. Zo verkeert N-VA in een verbeten concurrentie met Vlaams Belang – wat soms gegniffel oplevert bij de andere partijen. Het VB overtreffen in het migratiedebat is geen heilzaam pad gebleken.

N-VA verlegde daarom begin dit jaar terug de focus naar het proberen leegzuigen van de centrumrechtse flanken van CD&V en Open VLD. Die twee laatste partijen willen op hun beurt wegkomen van onder de vleugels van N-VA en weer meer een eigen koers varen. Het bracht de liberale partijtop onlangs zelfs tot het idee om als enige rechtse partij in een paarsgroene formule te stappen teneinde een duidelijker profiel te creëren.

Als partij in gesloten slagorde naar buiten toe optreden is zo’n derde stelregel. Terwijl bij Open VLD de interne verdeeldheid openlijk zichtbaar werd, is ze bij N-VA veel minder publiek geworden. De aarzelende federale houding die N-VA aanneemt valt nog enigszins uit te leggen aangezien je van hen moeilijk kunt verwachten dat zij het Belgische niveau gaan ‘redden’. Maar dat de partij aanvankelijk passief en verongelijkt toekeek toen de paarsgroene trein op gang kwam was vooral ook te wijten aan diepe meningsverschillen over de eigen federale positionering.

Koninklijke druk

Tijdens het partijbureau van Open VLD van 2 december vielen harde woorden. De geminoriseerde rechtse flank dreigde ermee om haar conclusies te trekken indien de paarsgroene trein vertrok. Het kwam tot een bitse aanvaring tussen persoonlijkheden die tot op vandaag haar sporen nalaat. Alexander De Croo slaagde er de afgelopen weken als enige in om tijdens de partijvergaderingen nog de synthese te maken en de boel bijeen te houden. Hij is vandaag de échte voorzitter die binnen de partij als bruggenbouwer fungeert.

CD&V krijgt op haar beurt tegelijk met haar nieuw leiderschap ook de koninklijke druk te verwerken. Partijvoorzitter Coens werd binnen de week informateur Coens. Nochtans kampen de verlieslatende christendemocraten met ernstige interne uitdagingen: een groot personeelsverloop, gebrekkige organisatiestructuur en moeilijke verstandhouding met de zuil. De budgettaire uitschuivers van Minister Beke zijn niet toevallig. De pertinente aanbevelingen van de twaalf apostelen verdienen dringend uitwerking. Maar amper enkele dagen na Coens’ verkiezing werd zijn aandacht al vakkundig afgeleid naar hoe CD&V in de volgende federale regering kan worden gehesen.

Op korte termijn misschien een slimme zet van het staatshoofd, maar op lange termijn brengt een implosie van de christendemocratie ook het einde van de monarchie weer wat dichterbij. Je hoort CD&V’ers nu zeggen dat zij geweldig onder druk worden gezet door het traditionele Belgische establishment om als ‘staatsdragende partij’ toch maar aan een federale regering zonder N-VA deel te nemen. Binnen CD&V valt het scenario van federale oppositie maar moeilijk voor te stellen. Mandatarissen geven aan amper te weten hoe zij zich dan in parlementaire debatten moeten gedragen. En toch, eenmaal CD&V aan de onderhandelingstafel aanschuift en over bepaalde punten moeilijk gaat doen, dan kan hen telkens duidelijk worden gemaakt dat zij eigenlijk numeriek overbodig zijn.

Octopus-coalitie

Vinden de Octopuspartijen zich in 2020 opnieuw, dan vertrekt onmiddellijk ook ‘de Belgische regering van de laatste kans’. Want wie niet akkoord gaat met het gevoerde beleid kan in 2024 enkel nog extreemlinks of separatistisch stemmen. De octopus-coalitie wordt dan een échte kamikazeregering: op korte termijn blijf je het land besturen, op lange termijn werk je de definitieve politieke blokkering verder in de hand. We leefden in België lang met het idee dat ultiem de klassieke tripartite altijd een eenheidsregering kon vormen. Vandaag haalt die bijlange geen meerderheid meer.

Geraakt de Octopus in 2024 nog aan de helft van de Kamerzetels? Het zou het doembeeld van het Paleis zijn: ‘Sire, rien ne va plus’. 37% van de Vlamingen vindt in een recente peiling dat België maar beter gesplist kan worden – gevoelig meer dan de gangbare 10 à 15%. Veel ruimte voor politieke misstappen is er niet meer.

Kwantumsprong

In dezelfde peiling geeft 51% aan nu nieuwe verkiezingen te willen. Ik schreef kort na 26 mei al dat dit de enige valabele piste is. In ieder geval wordt de campagne-inzet dan anders: ditmaal geen terugkerende klimaatdiscussies als bliksemafleider of rooskleurige partijberekeningen afgestempeld door het Planbureau. Wél een fundamenteel debat over de huishoudelijke herinrichting van de Belgische staatsstructuur en wie welk deel van het gezinsbudget bekostigt.

Sedert 26 mei blijft N-VA intussen spaarzaam omspringen met mediaoptredens van voorzitter De Wever zodoende zijn politieke houdbaarheidsdatum richting 2024 te verzekeren. De historicus in hem loopt niet zozeer een specifiek politiek mandaat na, maar hoopt bovenal zijn naam te kunnen verbinden aan een institutionele kwantumsprong die Vlaanderen meer zelfstandigheid bijbrengt. Misschien is dit moment naderbij gekomen dan we vandaag denken.

Deze bijdrage verscheen ook bij VRT NWS.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Lorenzo Terrière

Lorenzo Terrière is doctoraatsonderzoeker en geeft les aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent. Voorheen werkte hij o.m. op het kabinet van Defensie (N-VA).