JavaScript is required for this website to work.
Buitenland

Filosofen geven elkaar soms, maar niet altijd gelijk

Finkielkraut, Sloterdijk en Serres

Marc Vanfraechem13/4/2015Leestijd 3 minuten

Levert onderricht in klassieke cultuur autochtonen voorkennis op? Op de beurs mag dat niet, maar cultuur is toch geen commerce?

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

 

‘Pessimisten geloven dat er een catastrofe op komst is. Ik deel hun optimisme niet. De catastrofe is er al. Voor de rest ben ik heel gelukkig.’

Zo eindigt het gesprek dat Alain Finkielkraut hadmet enkele redacteurs van het Franse weekblad Le Point, en waaruit ik een paar fragmentjes haal en vertaal. Hij heeft het over onderwijs, elitevorming, de teloorgang van de klassieke cultuur, de bijhorende gelijkschakeling van alle mogelijke culturen, en aan het eind ook even over ‘diversiteit’. Het zijn misschien niet de belangwekkendste fragmenten, maar dat leg ik nu uit.

Eerst was ik namelijk niet van plan om uit dit zeer recente interview te vertalen, maar wel uit het destijds in 2003 door Chirac nog bestelde onderwijsrapport, bekend als het “Rapport Obin”. In Frankrijk is het nu heel actueel geworden, nadat het jarenlang in het Ministerie van Nationale Opvoeding te rijpen heeft gelegen, allicht in een stille en koele wijnkelder.

Wat Finkielkraut hieronder zegt, staat niet los van wat Obin tien jaar geleden al schreef, maar dat stuk is voor morgen:

Finkielkraut: Vandaag wil links de erfgenamen [van de klassieke cultuur en van de republikeinse gedachte] laten oppakken wegens voorkennis. En, in hun ijver om komaf te maken met het elitarisme, willen ze het Latijn en Grieks, te weten de klassieke cultuur uit de middelbare school laten verdwijnen. Anders gezegd, links beweert net het tegenovergestelde van Marc Bloch, die aan de vooravond van de bevrijding schreef: ‘Wij vragen een zeer breed openstaande middelbare school. Haar rol is de vorming van de elites, ongeacht afkomst of financiële middelen. Aangezien dit onderwijs niet langer (of niet opnieuw) een klasse-onderwijs mag zijn, zal selectie geboden zijn.’ Voor de democratische gevoeligheden is dit republikeinse taalgebruik inmiddels kwetsend geworden. In dit tijdperk van strijd tegen de discriminaties overheerst een totaal verschillende opvatting over openheid. Nu geldt: voor iedereen een diploma, en de aanwezigheidspolitiek triomfeert.
Le Point: Wat is voor u de grootste fout van de socialisten? Hun bekering tot het liberalisme, zoals Régis Debray denkt? Of hun cultureel gauchisme?
Voor mij zit de grootste fout in hun schoolpolitiek. Het anti-elitarisme wat onderwijs betreft, richt onherstelbare schade aan.
Bent u niet een ongeneeslijke conservatief?
Ik leg me niet neer bij de gevestigde orde, te weten dat het lot van elkeen al vastligt door zijn afkomst, en dus zou ik me eerder als progressief willen omschrijven.* Maar betekent de oorverdovende intrede van een post-nationale en post-literaire samenleving dan een vooruitgang? Als de kunst van het lesgeven omgevormd wordt tot een receptenboekje “hoe je klas in toom te houden”, is dat vooruitgang? Is algemene argwaan vooruitgang? Moeten we blij zijn als we de Petites Poucettes** van het derde millennium de klassieke teksten achter zich zien laten, terwijl ze frenetiek op hun tablets kijken? Is het Frankrijk van “daarna” echt geciviliseerder dan het Frankrijk van daarvoor? Die cruciale vragen mogen niet meer gesteld worden, want “daarvoor”, dat was vóór de diversiteit. Elke nostalgie is bijgevolg racistisch en valt onder de rechter.

____________

* Sloterdijk treedt hem in de Wiener Zeitung bij: […] ik denk dat vandaag de conservatieven de progressieven zijn. In de optiek van vandaag is bewaren een bijna revolutionaire houding geworden. Zo zonderling staan de zaken nu, omdat diegenen die snelheid willen maken overal aan het stuur zitten.

** Hij verwijst naar een pamflet van de filosoof Michel Serres, académicien net als Finkielkraut zelf. Serres is een optimist en zegt dat er «een nieuwe mens» geboren is. Hij noemt die Petite Poucette (een gefeminiseerd Klein Duimpje), omdat deze mens ertoe in staat is met zijn/haar duimpje sms’jes te versturen. De leerlingen zijn tegenwoordig ondergedompeld “in een tsunami van veranderingen. We zien vandaag een immense ommekeer, vergelijkbaar met het einde van het Romeinse Rijk, of met de Renaissance.”


Marc Vanfraechem (1946) werkte voor Klara (VRT-radio); vertaler, blogger http://victacausa.blogspot.com sinds 2003. Hij schrijft het liefst, en dus meestal, artikels met daarin verwerkt vertaalde citaten van oude auteurs, die hem plots heel actueel lijken.

Meer van Marc Vanfraechem
Commentaren en reacties
Gerelateerde artikelen