fbpx


Geschiedenis
Hitler

Hoe Joods kan Hitler eigenlijk geweest zijn? (1)

Wat is er aan van Lavrovs bewering dat Hitler misschien kwart Joods was?



Enkele weken geleden was er een diplomatieke rel tussen Rusland en Israël. Sergej Lavrov, de minister van Buitenlandse Zaken van Poetin, had tussen neus en lippen verklaard dat hij gehoord had dat Adolf Hitler misschien Joods bloed in de aderen had. Het was enerzijds een sneer naar Volodomir Zelenski die er openlijk voor uitkomt dat hij een kwart Joods bloed heeft. Anderzijds was het propaganda van het Kremlin, dat hem ervan beschuldigt met nazi’s te heulen. Na wat emotioneel gehakketak,…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Enkele weken geleden was er een diplomatieke rel tussen Rusland en Israël. Sergej Lavrov, de minister van Buitenlandse Zaken van Poetin, had tussen neus en lippen verklaard dat hij gehoord had dat Adolf Hitler misschien Joods bloed in de aderen had. Het was enerzijds een sneer naar Volodomir Zelenski die er openlijk voor uitkomt dat hij een kwart Joods bloed heeft. Anderzijds was het propaganda van het Kremlin, dat hem ervan beschuldigt met nazi’s te heulen. Na wat emotioneel gehakketak, waarbij je je kunt afvragen of Lavrov in zijn functie argumenten van horen zeggen dient te gebruiken, bood Poetin persoonlijk zijn excuses aan.

Is er een objectieve basis voor de bewering?

Frans Crols betoogde in op 17 mei in Doorbraak dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog effectief Joden waren die met nazi’s hebben samengewerkt. Zij deden dat echter meestal in de illusie zo erger te voorkomen. Ze waren dus geen nazi’s, maar naïevelingen.

Drie vragen blijven over: waarom zou het ondenkbaar zijn dat iemand met een Joodse afkomst een nazi zou kunnen zijn? Wat is eigenlijk de essentie van nazisme, Jodenhaat of rassenhaat? Vervolgens: waar haalt Israël het recht vandaan om zich beledigd te voelen door wat mensen over om het even welke Jood waar dan ook zeggen? En ten slotte: bestaat er effectief een objectieve basis voor de bewering dat ook Hitler minstens gedeeltelijk Joods was? We beperken ons in dit stuk even tot die laatste kwestie, gaan in een volgend artikel in op de controverse daarrond, en in een derde zullen we tenslotte ingaan op beide andere aspecten.

Een gechanteerde Jood

In een der eerste belangrijke biografieën van de Führer, Adolf Hitler. Versuch einer Deutung (1963), geeft Hans Bernd Gisevius (1904-1974) kort de feiten weer zoals ze naar voren kwamen in de memoires, Im Angesicht des Galgens, van Hitlers rechtskundige adviseur Hans Frank (1900-1946). Frank werd in Neurenberg voor oorlogsmisdaden ter dood veroordeeld. Hij had omstreeks 1931 een onderzoek gedaan naar de afstamming van zijn baas, om gewapend te zijn tegen de roddels in de buitenlandse pers toen deze electoraal begon door te breken. Daaruit zou gebleken zijn dat Adolfs vader Alois in 1837 geboren werd als onwettig kind van een 42-jarige Anna Schicklgruber (wat nooit ontkend was). Maar Anna zou op dat moment in dienst zijn geweest als kokkin van een Joodse koopman in Graz, Frankenberger. En zijn zoon zou dertien jaar lang onderhoudsgeld betalen voor het kind.[1]

Frank opperde dat deze compromitterende afkomst de diepe oorzaak was van Hitlers onblusbare Jodenhaat, maar Gisevius bagatelliseerde dit. Hij meende dat dit Hitler volkomen koud zou hebben gelaten, mocht hij dit geweten hebben (maar waarom liet hij dan Frank dit onderzoek instellen?). John Tolland zou in 1976 in zijn boek Adolf Hitler. Het einde van een mythe op bladzijde 266 echter beweren dat Hitler enorm geschokt was toen Frank hem zijn bevindingen voorlegde. Hij bracht hiertegen in dat zijn echte grootvader in Spital die Jood gechanteerd had. Hij zou dit persoonlijk gehoord hebben van zijn vader (die overleed toen hij veertien was) en zijn grootmoeder (maar die was, toen hij geboren werd, al veertig jaar overleden). Bovendien: als er geen grond was voor de beschuldiging, waarom liet Frankenberger zich dan chanteren?

Kinderjaren van Alois

Hoe dan ook, als Alois vijf jaar is, trouwt Anna met een berooide molenaarsgezel, Johann Georg Hiedler. Gesteld dat die man de vader was, dan is het niet begrijpelijk dat hij zijn kind niet wettigde. Maar ook indien hij zich slechts liet verleiden door de toelage van Frankenberger, dan is het niet logisch dat hij die stap niet zette.

Alois bleef dus de naam van zijn moeder dragen, Schicklgruber. Hij werd ondergebracht bij zijn oom, de goed boerende Johann Nepomuk van wie de familienaam als Hüttler werd geschreven. Die voedde hem samen met zijn drie dochters op alsof hij zijn eigen zoon was. Anna overleed vijf jaar na haar huwelijk in 1847, als Alois tien jaar was. De pleegvader Georg (vijf jaar ouder dan Nepomuk) overleefde haar nog tien jaar, maar keek nauwelijks naar het kind om.

Een succesvolle ambtenaar

Alois kreeg een opleiding als schoenmaker maar begon op negentienjarige leeftijd een loopbaan bij de douane. Naar zijn lage stand gemeten werd hij daar erg succesvol in, waar zijn tweede pleegvader bijzonder trots op was. Hij huwde drie keer en werd twee keer weduwnaar. Bij zijn derde vrouw Klara Pölz, die 23 jaar jonger was, kreeg hij in 1889 in Braunau het zoontje dat hij Adolf noemde (het vierde kind in dat huwelijk).

Ondertussen had er zich iets vreemds voorgedaan: in 1876, toen Alois in zijn eigen kleine wereld al ‘iemand’ geworden was, had Nepomuk de dorpspastoor Zahnschirm van Döllersheim, waar Alois geboren was, ervan overtuigd dat zijn voorganger een vergissing had begaan. En hij vertelde hem dat zijn broer verklaard had dat hij de vader was van Alois. Hij had er drie getuigen bij, die geen van allen konden schrijven. De pastoor schrapte zonder vermelding van datum in het geboorteregister de term ‘buitenechtelijk’ en veranderde de naam — volkomen onwettig ditmaal. Daarbij beging hij een schrijffout, en in plaats van Hiedler of Hüttler noemde hij hem Hitler. De getuigen tekenden met een kruisje. Achteraf blijkt dit doopregister spoorloos verdwenen te zijn (Gisevius blz. 12-17).

In Wenen nog geen antisemiet

De dan 39-jarige fiere ambtenaar Schicklgrüber werd dus Hitler, waarbij hij eigenlijk de aandacht erop trok dat hij van onwettige geboorte was geweest. Van een Joodse grootvader is daarbij geen sprake en in Adolfs jeugd is er geen sprake van opvallende Jodenhaat. Het is wel mogelijk dat Alois dacht dat een Joodse vader, als dat aan het licht kwam, hem in zijn carrière zou hinderen.

Als Adolfs moeder in 1907 aan kanker overlijdt, dan zal de huisdokter Edouard Bloch een Jood zijn en zal de jongeman hem een beleefd briefje sturen om hem te bedanken. Zijn spitsbroeder in zijn schilderijenhandeltje in Wenen, Reinhold Hanisch, zal nog in 1936 beweren dat Hitler tijdens hun verblijf in het mannenpension in Wenen nog geen antisemiet was. In 1938 laat hij hem liquideren. Vanwaar dan toch zijn pathologische Jodenhaat?

Morgen leest u meer over de mogelijke bronnen van Hitlers Jodenhaat.

Eddy Daniels