fbpx


Cultuur

Jan Fabre, het proces, de spinnen en de me(i)sjes

Het exit van een professionele charlatan



Momenteel loopt het proces tegen Jan Fabre wegens pesterijen, geweld en seksueel ongewenst gedrag op de werkvloer. De kunstenaar zou zich te buiten gegaan hebben aan respectloze behandeling van zijn artistiek personeel - in casu danseressen -  tot en met seksuele dwang (‘geen seks, geen solo’). Ironisch genoeg bracht een VRT-interview in 2018 met Fabre zelf waarin hij beweerde dat zijn gezelschap clean was, de zaak aan het rollen. Een open protestbrief van zijn medewerksters volgde, waarna het Antwerps parket…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Momenteel loopt het proces tegen Jan Fabre wegens pesterijen, geweld en seksueel ongewenst gedrag op de werkvloer. De kunstenaar zou zich te buiten gegaan hebben aan respectloze behandeling van zijn artistiek personeel – in casu danseressen –  tot en met seksuele dwang (‘geen seks, geen solo’). Ironisch genoeg bracht een VRT-interview in 2018 met Fabre zelf waarin hij beweerde dat zijn gezelschap clean was, de zaak aan het rollen. Een open protestbrief van zijn medewerksters volgde, waarna het Antwerps parket er zich mee ging bemoeien.

De jammerklacht van de danseressen vertoont enige gelijkenis met die van de Hollywood-actrices in de Weinstein-affaire: het gaat om oude koeien (sommige zelfs juridisch verjaard) en over een cultuur waarin zogenaamd ‘grensoverschrijdend gedrag’ tot de norm behoorde. Dat heeft alles te maken met de personencultus rond de artiest, het idee dat het om een ‘specifieke’ context gaat (een term die Fabre’s advocate Eline Tritsmans gebruikt) van radicale l’art-pour-l’art, zich totaal geven voor een meesterwerk, waarin de kunstenaar quasi God is.

Ik blijf het moeilijk hebben met de klaagcultuur in deze. It takes two to tango. Het gaat hier uiteindelijk niet om het misbruik van minderjarigen of zwakke personen, maar om professionele artiestes waarvan men toch veronderstelt dat het geen seuten zijn. Heel de hitsige sfeer die rond zijn kunst hing, het vertoon van bloed, urine, geweld en seks, kreeg uiteraard zijn verlengstuk buiten de scène en op het canapé. Het is/was één universum van de décadence, waarin het genie schittert, vrijgesteld van enige morele beperking. Deze uitzonderingspositie werd geaccepteerd en zelfs gecultiveerd. Dat Fabre zijn danseressen uitkafferde is in dat opzicht een bijna lachwekkend fait-divers. Elke regisseur met ballen doet dat, of deed het, voor de MeToo-processie passeerde.

Beeldenstorm

Kunstencentrum De Singel haalde ‘De man die de wolken meet’ alvast weg.

Het Fabre-proces is echter geen alleenstaand geval. Dit krijgt de allures van een beeldenstorm. De doortocht van MeToo zal zijn sporen nalaten in de kunstgeschiedenis: het romantisch ideaal van de absolute kunst mag op de schop. Elke performance wordt nu afgemeten aan de hoeveelheid personen van kleur die op de scène staan, de vrouwvriendelijkheid van het spektakel, en of er ook wel geen andere minderheden of personen met een handicap onheus worden bejegend.
De totale overgave van de kunstenaar is niet meer aan de orde. Alles wordt ideologisch gewogen en zelfs met terugwerkende kracht in proces gebracht. Zelfs een enscenering van de opera Rigoletto van de 19de eeuwse componist Guiseppe Verdi, over een gebochelde nar die zijn dochter ombrengt, wordt problematisch. Een belediging voor mensen met een beperking.

Met Verdi’s tijdgenoot Richard Wagner en diens antisemitische symboliek worstelde de politieke correctheid al langer. Wagners omgang met artiesten, zangers en musici is overigens berucht gebleven: onvoorwaardelijke dienstbaarheid was een must, zangers moesten een ‘Germaans’ voorkomen hebben, en de tenor die de onmogelijk veeleisende Tristan-rol creëerde stierf een paar maanden nadien van uitputting. Wagner was niet eens op zijn begrafenis aanwezig.

Nieuwe bijbel

Dit romantisch-radicaal kunstideaal, waarop Fabre zich expliciet beroept, is vandaag een anachronisme. Momenteel creëert de woke-ideologie een nieuwe bijbel waarin heel de politiek-correcte schroom, die al in de jaren ’70 van vorige eeuw vanuit de Amerikaanse universiteiten doorsijpelde, wordt uitgekristalliseerd tot een geheel van geboden en (vooral) verboden die niet alleen de artistieke vrijheid maar ook heel de burgerlijke vrije meningsuiting beperken. Een korset dat via de media – de zogenaamde vaandeldragers van die vrijheid – deskundig wordt aangesnoerd.
Dat heeft zo zijn gevolgen. Naar aanleiding van de klacht zijn alvast Fabre-kunstwerken uit de publieke ruimte weggehaald. Zo verhuisde ‘De man die de wolken meet’ van het dak van Kunstencentrum De Singel naar de kelder. De woke-ideologie is onverbrekelijk verbonden met de cancel culture, het bannen van personen en hun intellectuele of artistieke producten. Men zou kunnen zeggen dat de ene hype (MeToo) de oudere hype (de vrijbuiter Fabre) heeft ingehaald en vernietigd, en dat binnen hetzelfde cultureel-progressief universum.

Hespenzuilen en vliegende katten

Met Jan Fabre heb ik echter weinig compassie. Hij is het product van de Vlaamse cultuur-pr die vanaf de jaren ’80 een type kunstenaar in de markt zette dat het vooral moest hebben van het grote gebaar, de grootspraak en de provocatie. Fabre is zelf een creatie, een nuttige nar die naar Venetië werd uitgestuurd met de halve pastavretende Vlaamse cultuurambtenarij in zijn zog.

De kunstenaar en zijn groep Troubleyn – tot op vandaag het subsidievehikel – vormden hét vlaggenschip en het visitekaartje van de Vlaamse moderne theater- en beeldcultuur. Zijn theatergebouw dat openging in 2007 werd grotendeels gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap en de stad Antwerpen. Het fenomeen werd door de Vlaamse overheid onthaald en financieel vertroeteld als een enfant terrible, waarvan de impact op het grote publiek anderzijds zeer beperkt bleef.

Dat was ook geen bezwaar: de modale Vlaming moest vooral werken en zwijgen, cultuur was iets voor een tolerante en breeddenkende elite. Dat het publiek af en toe morde, zoals met de Gentse hespenzuilen, was een teken dat het goed zat en Vlaanderen de deur van de 21ste eeuw met branie had open gestampt. De kersverse Vlaamse deelstaat was er een van klerken en boekhouders, die via een artistieke hooligan aan ‘progressieve’ cultuurpolitiek wilden doen. Dat mocht choqueren. De fameuze act waarin katten van de trap van het Antwerps stadhuis werden gegooid (‘De schoonheid van de krijger’, 2012), en het idee om vogelspinnen door een veld met scheermesjes te laten lopen tot ze hun eigen poten afsneden: het was allemaal grote kunst die Vlaanderen na Rubens weer op de wereldkaart moest zetten.

Regimedecorateur

De leut kon niet op. Na de Vlaamse introductie werd Fabre het troetelkind van het Belgisch koningshuis, dat dezelfde ijver aan de dag legde om zich ‘modern’ en hedendaags te profileren via een buitenissige excuusflamouche. Speciaal koningin Paola was zot van hem, met als artistiek hoogtepunt de keverdecoratie op het plafond van het paleis. Als beloning volgden de eretitels van grootofficier in de Kroonorde en commandeur in de Leopoldsorde. De artiest liet het zich allemaal welgevallen.

De crux is namelijk dat zo’n ‘provocerende’, excentrieke kunstenaar een ideaal mistgordijn vormt voor een quasi-falend staatsbestel en een nutteloze monarchie. De hilarische rariteit België trekt zich op aan de nog grotere hilarische rariteit Fabre, wereldwijd bekend en berucht om zijn fratsen. Een theatraal-moderne versie van Manneken Pis. Na het 19de eeuwse surrealisme werd dit grotesk danstheater de nieuwe façade waarachter zelfs een oerconservatieve queen Paola zich met graagte verschool. Tot een dozijn actrices een brief schreef.

Arte

Uiteraard zwijgt het Hof nu in alle talen, en gaat het voorlopig ook niet in op voorstellen, zoals dat van ex-danseres Geneviève Lagravière, om Fabre die eretitels te ontnemen. Zo’n herroeping zou betekenen dat het hier inderdaad om een uit de gratie gevallen regimedecorateur gaat, en niet om een creatief genie met een eeuwigheidswaarde. Anderzijds zullen de kevers ook niet vanzelf op de grond vallen, daarvoor plakken ze te stevig. Mijn gedacht: de kunstenaar zal zich vanaf nu tot aan zijn pensioen beperken tot zijn plastische oeuvre, en het theaterwerk als jeugdzondes afdoen. Misschien zit er dan nog een voorwaardelijke straf in.

Hij kan dan, helemaal in stijl, zijn theaterperiode afsluiten met een mea-culpa-performance van de zelfverwonding, waarin bijvoorbeeld als spinnen verklede danseressen hem tot bloedens toe met scheermesjes bewerken. Allemaal uiteraard op onze kosten. Voor mij blijft Jan Fabre het voorbeeld van kunst die ontstaan is uit de bovenbouw, een cultuuradministratie, een subsidiestelsel, het façadisme van een regime, eerder dan van onderuit, als teken van innerlijke gedrevenheid.

Uitspraak op 29 april.

Johan Sanctorum

Johan Sanctorum is filosoof, publicist, blogger en Doorbraak-columnist.