JavaScript is required for this website to work.

Lode Wils’ activisme of het grote gelijk

Pieter Jan Verstraete29/11/2014Leestijd 3 minuten

In 1974 publiceerde de gewezen Leuvense professor Lode Wils zijn boek Flamenpolitik en aktivisme. Het werk was baanbrekend en ophefmakend tegelijk. Binnen de Vlaamse Beweging werd het boek op verontwaardiging en felle kritiek onthaald. Wils poneerde immers dat de Duitse bezetter met zijn Flamenpolitik het activisme in het leven had geroepen. Op 15 en 16 november 1974 werd speciaal in Leuven een colloquium gehouden over de Vlaamse Beweging tijdens de Eerste Wereldoorlog. Daar werd Wils overladen met bakken kritiek. Lammert Buning en Jan Brans behoorden tot zijn felste critici. Later in 1991 bewees de Gentse filoloog Daniël Vanacker met zijn boek Het aktivistisch avontuur, dat wat betreft Gent de stelling van Wils alvast niet opging. In Gent was het de Nederlandse dominee Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard die het voortouw nam, en de leidende figuur werd van het activisme nog vooraleer de bezetter in actie kwam. De Duitsers beschikten in Antwerpen over de gezaghebbende August Borms, die maar al te graag bereid was om met steun van de bezetter de vooroorlogse Vlaamse eisen te verwezenlijken. In Brussel, dan weer, waren het de Duitsers die het initiatief namen en bereidwillige Vlaamse activisten zochten en ook vonden. Leerlingen van Wils met onder meer Bruno Yammine traden dan weer in de voetsporen van hun leermeester. Het is een discussie zonder eind.

Of de Duitsers nu al of niet vanaf de winter 1914/1915 met hun Flamenpolitik het initiatief namen om een fractie van de Vlaamse Beweging tot samenwerking aan te zetten, doet eigenlijk weinig ter zake. Feit is, zoals de Gentse historicus Harry van Velthoven in zijn laatste boek Scheurmakers en carrièristen stelde, dat het activisme niet plots uit de lucht kwam vallen maar groeide uit een zich geradicaliseerde Vlaamse Beweging. Het activisme was geen wilde maretak aan de boom van de Vlaamse Beweging, zoals Wils ons wil doen geloven, maar maakte integendeel juist integraal deel uit van die beweging. Op p. 328 schrijft Wils immers: ‘Het activisme (…) is door de Duitsers kunstmatig op de Vlaamse beweging ingeënt. Maar zij hebben dat maar gekund omdat de boom ontvankelijk was voor die nieuwe twijg, (…)’. Met inenten heeft dat weinig of niets te maken.

Thans is de volledig herwerkte en aangevulde tweede editie van zijn boek bij uitgeverij Pelckmans verschenen. Deze tweede uitgave is qua vormgeving heel wat aantrekkelijker dan de karige Davidsfonds-uitgave. De toon van Wils mag dan al iets milder geworden zijn maar hij blijft bij zijn oorspronkelijk standpunt, zoals hierboven kort geschetst. Wils houdt in feite nooit rekening met de standpunten van zijn tegenstrevers, zeker niet als die komen vanuit niet-katholieke hoek. En in het activisme zaten nogal heel wat vrijzinnigen en ook Groot-Nederlanders. Graag heeft Wils het over ‘Hollanders’. De professor-emeritus blijf overtuigd van zijn eigen groot gelijk, en komt nooit terug op eenmaal ingenomen standpunten. Zo wordt de grote mythe-afbreker zelf een mythe.

Lode Wils beroept zich erop dat hij zijn boek geactualiseerd heeft maar deze vlieger gaat toch niet helemaal op. Althans voor wat betreft het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en de Belgische betrokkenheid. Nergens vonden we verwijzingen naar de recente boeken (in 2013 en begin 2014 verschenen) van Christopher Clark, Douglas Newton en Jörg Friedrich. Auteurs die elk nieuwe informatie aanbrengen wat betreft België in de zomer van 1914. Wel integendeel: Wils beroept zich nog altijd op de stellingen van het volledig verouderde en achterhaalde boek van Fritz Fischer, Griff nach der Weltmacht, dat een halve eeuw geleden  in 1964 verscheen. Indien hij kennis genomen had van deze werken dan zou hij geweten hebben, dat volgens recent onderzoek de Alldeutscher Verband in 1914 heel wat minder in de pap van de Duitse regering te brokken had. Maar neen, Wils blijft zich op Fischer beroepen die dat Verband een machtsfactor toebedeelde, dat het niet bezat.

Wel kunnen we ons vinden in de wilsiaanse stelling dat’“voor Duitsland de Flamenpolitik een middel  tot opslorping van de Lage Landen, en een lokaas voor de Hollanders was’ (p. 153).

Het is daarom goed dat het boek heruitgegeven werd. Zo kan een jongere generatie er kennis mee nemen. Het boek van Lode Wils blijft immers hoe dan ook een van de standaardwerken over het activisme.

 

 

 

Pieter Jan Verstraete (1956) is sinds 2019 als bibliothecaris met pensioen. Zijn hele leven al wijdt hij zich aan de geschiedschrijving van de Vlaamse beweging. In 2025 publiceerde hij een tweedelige biografie van de VNV-leider Staf de Clercq. Momenteel werkt hij aan een reeks biografieën van Europese collaborateurs (uitgeverij Aspekt).

Commentaren en reacties