Meer Demir

Port of Antwerp-Bruges / Siegfried Bracke
foto © Belga, DB
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementHet was geen voorpaginanieuws, maar het had wel op de voorpagina moeten staan: een Deens bedrijf heeft een geplande investering van anderhalf miljard in de Antwerpse haven geschrapt. Het zal een fabriek waar plastic met behulp van waterstof ‘groen’ wordt geproduceerd nu in China bouwen.
Niet in Antwerpen, om een aantal redenen: in België produceren kost veel geld, onder meer door torenhoge energieprijzen en dito loonkosten in vergelijking met de rest van de wereld – wat niet wil zeggen dat de mensen te veel verdienen; ze kosten te veel. Bovendien, zeggen de Denen, slepen vergunningen hier eindeloos aan, en het risico dat door overdreven regulitis een en ander nog langer duurt is groot. En tijd is geld.
Dat zijn eigenlijk zeer bekende redenen. Economen hebben er talloze papers en boeken over geschreven. Ze waarschuwen ook voor de gevolgen: de haven van Antwerpen is de tweede chemische bedrijvencluster ter wereld, maar hoe lang nog? De Vlaamse maakindustrie is vandaag nog goed voor 300.000 banen, maar de vooruitzichten zijn niet denderend. Politici van alle niveaus en bevoegdheden erkennen ook het probleem, vinden dat daar dringend iets aan gedaan moet worden, maar je kan bezwaarlijk zeggen dat dat ook gebeurt.
Stilstand
En misschien is het nog erger dan dat: de stilstand lijkt ons vaak gerust te stellen. We gaan ermee om zoals met het weer: daar is ook niets aan te doen. Ook machteloosheid is een vorm van stabiliteit.
Als we een brug moeten bouwen, wordt grondig bekeken wie bevoegd is voor de fundering en wie dat is voor de reling, vragen we uitgebreid na of er geen bezwaren zijn, zoeken we naarstig op wie naar de opening mag komen en wie het lint mag doorknippen. Wat Quinten Jacobs betonnen beleid heeft genoemd is het wezenskenmerk van ons politiek bestel.
De stilstand lijkt ons vaak gerust te stellen.
Er is trouwens een opvallende gelijkenis tussen onze algehele verstolling en de toestand bij Groen. De analyse van wat in die partij fout loopt is immers tamelijk duidelijk, maar ook hier blijft de gevolgtrekking uit. Erger nog: verschillende kopstukken kiezen resoluut voor de ontkenning. Van een crisis is naar hun zeggen geen sprake. Wat rest zijn clichézinnetjes: het groene verhaal is vandaag relevanter dan ooit. Welk verhaal?
Typisch Vlaams
Het systeem dat hierboven wordt beschreven is overigens nog meer een Vlaams probleem dan een typisch Belgisch probleem. Het ontslag van de topman van de VDAB is een schoolvoorbeeld van die uit de hand gelopen politieke cultuur. De man is tot ontslag gedwongen omdat hij ‘de regels’ heeft overtreden: regels over hoe en wanneer iemand in dienst mag worden genomen; regels ook over de opgelegde kennis van het Nederlands; regels, regels, reglementen, reglementen.
Bij ons word je ontslagen als je de regels schendt.
Dat de VDAB al jaren onder vuur ligt omdat de Dienst met één miljard belastinggeld nauwelijks voldoet aan de verwachtingen en zich gedraagt als een log, ouderwets staatsapparaat, is daarbij niet aan de orde. Dat de VDAB blijkbaar studiereizen organiseert naar Taiwan en Singapore – waar het sociale systeem van geen kanten te vergelijken is met het onze – is niet aan de orde. Daarvoor word je bij ons niet ontslagen.
Bij ons word je ontslagen als je de regels schendt. Al moet je ook ontslag nuanceren. De man blijft gewoon bij de VDAB. Hij wordt… iets. Zien we nog wel. Hij is nu met vakantie.
Subsidiecultuur
Typisch Vlaams is ook de kennelijk onuitroeibare subsidiecultuur. Nog niet zo lang geleden schreef ik hier dat er maar liefst 29.000 begunstigden zijn. De Tijd schrijft in het weekeinde dat dat niet klopt. Bij nader toezien zijn er dat meer dan dubbel zoveel, 61.000. Zo zijn er maar liefst een tiental organisaties die op ’s lands kosten met vele miljoenen het feminisme propageren. De krant heeft de Vlaamse subsidiedatabank grondig bekeken, maar komt tot de conclusie dat je er niet echt in kan zoeken.
Het deed me denken aan de Gentse burgemeester Termont toen die onder vuur lag omdat hij over de bouw van de Ghelamco-arena niet transparant was geweest. Termont nodigde de media uit: in een klein kamertje stonden er maar liefst 140 opbergmappen met tienduizenden documenten erin. Doe maar, zei Termont met een brede glimlach, totale transparantie.
Meer Demir
Even Vlaams is dat als er één minister is die die cultuur wil doorbreken, zij de hele wereld over zich heen krijgt: Zuhal Demir. Omdat ze ons tanend onderwijs echt wil veranderen, krijgt ze het verwijt de minister te zijn met een ‘te strakke hand’. De koepels en de vele pedagogen die ons hebben gebracht waar we nu zijn voelen zich – voor de eerste keer in vele jaren – bedreigd in hun macht én in hun centen. Ze beschuldigen de minister van micromanagement.
Meer Demir!
In Het Nieuwsblad geeft Demir dat volmondig toe. Omdat dat nuttig en nodig is, zegt ze. Anders verandert er niets. ‘Alles gaat zo traag.’ Blijkt zelfs dat in de decreten staat wie je allemaal moet zien voor er van verandering sprake kan zijn. Demir: ‘Dat doe ik niet.’ De decreten moeten dan maar worden gewijzigd. De minister vindt adviezen van de Raad van State en van de Inspectie van Financiën normaal, maar niet van ‘Jan en alleman’.
Wel maakt ze er een punt van dat een les-uur niet langer (de gemeten) 38 minuten mag zijn. Er moet les worden gegeven, zoals vroeger. De minister krijgt bij een van haar schoolbezoeken de vraag van een scholier: ‘Wanneer ga je eens iets beslissen wat mij blij maakt?’ Haar antwoord: ‘Oei, eigenlijk niet.’
Meer Demir!

Siegfried Bracke was voor de N-VA Kamervoorzitter en gemeenteraadslid in Gent. Voordien was hij journalist bij de VRT.
Gekkigheid mag, maar het moet wel gekkigheid blijven.
Doorbraak is op zoek naar een creatieve en gemotiveerde marketingmedewerker.










