JavaScript is required for this website to work.
Binnenland

Meer Engels in de aula, of toch vooral meer geld in de lade?

Filip Michiels23/9/2023Leestijd 3 minuten
KU Leuven rector Luc Sels.

KU Leuven rector Luc Sels.

foto ©

De rectoren pleiten opnieuw voor meer Engels op onze universiteiten. Dat ze daarmee de onderwijskwaliteit eerder ondermijnen, lijkt hen niet te deren.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Je kan er intussen haast gif op innemen: een nieuw academiejaar, en dus ook een vernieuwd pleidooi voor meer anderstalige – lees Engelstalige – lessen op onze universiteiten. Ditmaal was het Luc Sels, rector van de KU Leuven, die de kat nog maar eens de bel aanbond.

‘Identitair denken remt onze internationale uitstraling, en door het al te strenge taalbeleid dreigt Vlaanderen dan ook kansen te missen’, betoogt Sels in De Standaard. En dus pleit hij voor een geleidelijke verdubbeling van het aantal Engelstalige bachelors en voor minder strenge taaleisen voor sommige buitenlandse professoren.

Van hen wordt nu verwacht dat ze na vijf jaar voldoende goed Nederlands spreken om een stevige Nederlandse tekst neer te pennen en deel te kunnen nemen aan een debat. Waarbij je je al meteen de vraag kan stellen of dat voor het intellectuele kruim van onze samenleving dan echt zo’n onhaalbare doelstelling is.

Framing

Veel problematischer is de framing die Sels – en met hem ook andere rectoren – telkens opnieuw aan dit debat meegeven. Vlaanderen dreigt dus kansen te missen, en onze internationale uitstraling heeft te lijden onder al dat Nederlands in onze aula’s. Zou het? Is dit dan echt de kern van de zaak? Of gaan er achter die nobele bezorgdheden ook minder fraaie,  eerder mercantiele, motieven schuil?

Meer Engelstalige opleidingen zorgen immers ook voor een (veel) grotere instroom aan buitenlandse studenten. Dat zijn – om het even in het Engels te stellen – echte cashcows. Ze betalen niet alleen een pak meer inschrijvingsgeld, ze vertegenwoordigen ook een haast onuitputtelijke groeimarkt. Meer Engelstalige opleidingen doen dus ook en vooral de kassa rinkelen.

Basisfinanciering uitgehold

Het moet gezegd: Sels en zijn collega-rectoren leggen niet onterecht de vinger op een pijnlijke wonde. In de periode 2012-2022 werd de basisfinanciering van de Vlaamse universiteiten door de Vlaamse overheid systematisch uitgehold. De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) becijferde dat de universiteiten tussen 2008 en 2022 net geen 350 miljoen euro misliepen aan middelen waar ze volgens het bestaande regelgevende kader wel recht op hadden.

Vanaf dit jaar past de Vlaamse regering daar een mouw aan en wordt de looncomponent in de werkingsenveloppe aan de reële index gekoppeld. De bezorgdheid van de rectoren dat universiteiten door die systematische onderfinanciering internationaal niet meer mee zouden kunnen, is dus niet onterecht. Maar de remedie die ze voorstellen, is op vele vlakken erger dan de kwaal. Om dat te beseffen, moet je heus geen hogere wiskunde gestudeerd hebben. Een blik over de landsgrenzen volstaat.

Kolossale flater

In Nederland, jarenlang hét ‘gidsland’ op dat vlak, wint het besef almaar meer terrein dat de doorgedreven verengelsing een kolossale flater was. Veertig procent van alle eerstejaarsstudenten is er intussen afkomstig uit het buitenland. Die evolutie laat zich pijnlijk voelen, op didactisch, sociaal én financieel vlak. Professoren – tenminste zij die wél nog Nederlands begrijpen – vallen er van hun stoel wanneer ze het povere taalbegrip van hun Nederlandstalige studenten moeten aanschouwen.

Nog meer Engels, in de aula en elders, zal de zaak allicht niet verbeteren. Omgekeerd blijkt de Engelse woordenschat van de doorsnee Nederlandstalige student er nog altijd minstens 50 procent kleiner te zijn dan hun Nederlandse woordenschat. Die dubbele taalarmoede heeft uiteraard ook een stevige impact, zowel het lesniveau als op de kennisoverdracht.

Steenkolenengels

Naast de puur didactische bezorgdheid spelen er ook andere argumenten: Nederlandse studentensteden worden overspoeld, waardoor de prijzen van studentenkoten door het dak gaan. Universiteiten zoals die van Amsterdam – intussen goed voor 40.000 studenten – luiden nu zelf de alarmbel, omdat ze die enorme instroom financieel en organisatorisch niet meer kunnen bolwerken.

Minder kapitaalkrachtige – Nederlandse of Vlaamse – studenten dreigen zo op termijn uit de markt te worden geduwd. Last but not least dreigen ook de dienstverlening aan de studenten en finaal dus opnieuw de kwaliteit van de lessen in het gedrang te komen. Meer studenten per docent en per leslokaal zijn immers allesbehalve bevorderlijk voor het lesniveau. Om nog maar te zwijgen over het steenkolenengels van heel wat niet-Engelstalige docenten. Hogere inschrijvingsgelden, onbetaalbare studentenvoorzieningen én minder kwalitatieve lessen in ruil voor meer internationale uitstraling: is dat dan het model waar onze rectoren voor staan? Really?

Filip Michiels is zelfstandig journalist/auteur en schrijft voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Hij won tweemaal de Citi Persprijs voor economische journalistiek en was eenmaal genomineerd voor de Belfius Persprijs. In 2022 publiceerde hij de biografie van Bessel Kok: "Chaos & Charisma".

Commentaren en reacties
Gerelateerde artikelen