fbpx


Onderwijs

Middelbaar onderwijs in Nederland slechter of beter dan in België?

Over vroeg selecteren en doorstromen



In Nederland wordt gedacht dat het Belgische onderwijs beter is. Door de huidige onderwijshervorming is dat wellicht een achterhaald beeld. In Nederland werd In 1963 werd een wet aangenomen die zoveel zaken in het middelbaar onderwijs tegelijk veranderde, dat deze ‘Mammoetwet’ ging heten. In 1968 trad die in werking. Critici heb je altijd, maar de indertijd ingestelde structuur houdt nog steeds stand. In de jaren negentig vonden ook enkele hervormingen plaats, maar veranderden eerder de inhoud dan de indeling in…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


In Nederland wordt gedacht dat het Belgische onderwijs beter is. Door de huidige onderwijshervorming is dat wellicht een achterhaald beeld.

In Nederland werd In 1963 werd een wet aangenomen die zoveel zaken in het middelbaar onderwijs tegelijk veranderde, dat deze ‘Mammoetwet’ ging heten. In 1968 trad die in werking. Critici heb je altijd, maar de indertijd ingestelde structuur houdt nog steeds stand. In de jaren negentig vonden ook enkele hervormingen plaats, maar veranderden eerder de inhoud dan de indeling in schooltypen. Wel wordt al vijftig jaar continu gepraat over het invoeren van veranderingen, vooral door mensen die zelf niet voor de klas staan. Vinden leerkrachten vermoeiend.

Klopt het dat momenteel niet alleen gediscussieerd wordt over eindtermen, maar ook over de vraag of selectie naar onderwijsniveau in het secundair onderwijs al bij het verlaten van het primair onderwijs moet plaatsvinden of pas twee jaar later? Voor beide uitgangspunten kan het leerzaam zijn meer te weten van het Nederlandse systeem.

Standaard: drie soorten middelbaar onderwijs

In beide landen gaan scholieren op twaalfjarige leeftijd naar de middelbare school. In Nederland werden kleuterschool en lagere school in 1985 samengevoegd tot basisschool. Groep 8 = zesde jaar lagere school in vrijwel ieder ander land.

Veel Europese landen hebben drie typen middelbaar onderwijs: een praktische waar leerlingen een vak leren (A), een theoretische/academische waar leerlingen worden voorbereid op doorstuderen aan hogeschool of universiteit (C) en eentje daar tussenin (B). België past in dit model. Nederland niet. In 1968 kregen wij vier schooltypen (daarvoor hebben er zelfs nog meer bestaan). Lastig uitleggen aan buitenlanders.

Vier soorten middelbaar onderwijs

Twee schoolsoorten duurden vier jaar. Eén daarvan, in 1993 omgedoopt tot voorbereidend beroepsonderwijs (vbo),  gaf ook praktische vakken. De andere, middelbaar algemeen vormende onderwijs (mavo), was eenvoudig, maar theoretisch. Het derde, hoger algemeen vormend onderwijs (havo) duurde vijf jaar. Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) was zesjarig.

In 1999 werden vbo en mavo samengevoegd tot het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De term vbo betond pas zes jaar… Havo en vwo bleven. Op papier drie schooltypen, net als in België en Duitsland. Alleen: schooltype B is eerder een combinatie van mavo (betere leerlingen) en havo (zwakkere leerlingen). Nederland loopt nog steeds uit de pas.

Eerst school, daarna beroepsvorming

Vóór 1968 bestond slechts één schoolsoort waarvan het diploma toegang gaf tot vervolgstudie, zonder dat je al aan het werk kon gaan: het zesjarige gymnasium (klassieke humaniora). Vanaf 1968 moeten leerlingen eerst hun middelbare school voltooien. Pas daarna kon begonnen worden met beroepsopleiding of studie. In de nieuwspraak van de huidige Vlaamse onderwijshervorming: geen finaliteiten, enkel doorstroomrichtingen.

Nederland sluit daarmee aan bij Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Er zijn ook landen waarbij dit enkel geldt voor het schooltype dat voorbereid op hoger onderwijs (C), terwijl leerlingen met een diploma van de overige schooltypen (A en B) direct de arbeidsmarkt op kunnen. België bijvoorbeeld, maar ook Italië en Denemarken.

Na vbo volgde doorgaans een praktisch beroep, na mavo een eenvoudig theoretisch. Al deze beroepsopleidingen werden verzorgd door het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Vertaald naar Vlaanderen: de bso houdt op na de tweede graad. De inhoud van de derde graad bso leren Nederlanders op het mbo.

Alleen met vwo kon je naar de universiteit. Havo bood toegang tot de hogeschool oftewel hoger beroepsonderwijs (hbo). Hbo duurt vier jaar, inclusief stages. Havoleerlingen krijgen geen praktische beroepsvaardigheden aangeleerd.

Vakkenpakketten

Derde belangrijke wijziging. Voorheen telden de theoretische schooltypen uiterlijk de laatste twee jaar twee richtingen. Bij richting A lag de nadruk op talen en werd lesgegeven in zaakvakken als handelskennis en boekhouden. Bij richting B draaide het om wiskunde en exacte wetenschappen.

Voortaan kozen leerlingen voor de laatste twee jaar een vakkenpakket. Zes vakken voor mavo en havo, zeven voor vwo. Nederlands en een vreemde taal waren verplicht (veel scholen verplichtten Engels), verder vrije keus.

Stapelen

Mavoleerlingen met goede cijfers konden na het eindexamen instromen in 4 havo, om twee jaar later ook een havodiploma te behalen. Na de havo kun je instromen naar 5 vwo. In beide gevallen heeft iemand met één extra jaar alsnog het ‘hogere’ diploma. Twee jaar als iemand na mavo en havo ook vwo doet.

Ook dit lijkt uniek voor Nederland. In de meeste landen is selectie, ook als het pas met 14 of 15 jaar gebeurt, vrijwel definitief. Al vóór de jaren zestig was het mogelijk, maar niet gangbaar. De Mammoetwet vergemakkelijkte dit.

Gymnasium en hbs

Tijdens de negentiende eeuw kreeg Nederland twee soorten middelbaar onderwijs met toegang tot hoger onderwijs: het zesjarige gymnasium en de vijfjarige Hogere Burgerschool (hbs). Aanvankelijk fysiek gescheiden. Na verloop van tijd ontstonden scholen die met beide opleidingen aanboden. Dat werd lyceum genoemd.

In veel Europese landen is ‘gymnasium’ de term voor onderwijstype C. In Nederland was het de school die ook Latijn en Grieks gaf. De eindrichtingen heetten hier α en β. Meer dan vijftig jaar na het afschaffen van die richtingen worden mensen met aanleg voor talen nog steeds alfa’s genoemd en mensen met aanleg voor wiskunde, wetenschappen en techniek bèta’s. Een richting gymnasium-γ bestond niet, toch noemen we economen en sociale wetenschappers vaak gamma’s.

Gymnasiasten hoorden naar de universiteit te gaan. Kon ook met hbs, al was hogeschool of direct na school op kantoor werken niet ongebruikelijk. Detail: Nederlandse Nobelprijswinnaars hadden doorgaans hbs-b.

Officieel is gymnasium sinds 1968 slechts een variant binnen het vwo. Wie een paar jaar Grieks en Latijn volgde en in minstens één klassieke taal eindexamen aflegt, krijgt een gymnasiumdiploma. Vwo zonder klassieke talen is atheneum. Zoals de Belgische klassieke en moderne humaniora?

Na de Mammoetwet veranderden de lycea in havo/vwo-scholen.

Havo = tso?

In andere landen besluiten leerlingen na voltooien van schooltype C of ze naar hogeschool of universiteit gaan (waarbij soms eindcijfers of een toelatingsexamen bepalen of je naar de universiteit mag). Of er bestaat een schooltype B, inclusief praktische vaardigheden, dat de keuze laat tussen werken of hogeschool. Een theoretisch schooltype dat voorsorteert op hogeschool? Bestaat alleen in Nederland.

Vmbo is het Nederlandse onderwijstype A. Vmbo + mbo = bso. Het vwo is ons type C, vergelijkbaar met aso. Nederland kent geen tso. Havo ligt qua leerstof boven B en is louter theoretisch. Aan buitenlanders niet uit te leggen.

Brugklas

Laatste aspect van de basisvorming: introductie van de brugklas. De term sloeg aan – als synoniem voor het eerste jaar middelbare school.

Wat niet aansloeg, was het concept: eerst een of twee jaar wennen aan de middelbare school, dan pas selecteren op schooltype. Een praktische reden was dat maar weinig scholen alle vier de niveaus onder één dak aanboden. Fusies werden aangemoedigd, maar daar hadden scholen geen trek in.

Een tweede praktische reden, die tevens principieel was: de leraren werkten niet mee. Een reden waarom leerlingen op twaalfjarige leeftijd het primaire onderwijs verlieten, was dat de verschillen in aanleg te groot werden.

Verbetering of verslechtering?

Hbs en gymnasium werden hierboven werden uitgebreid beschreven, omdat daarin meer vakken werden gevolgd en duidelijke richtingen waren. Sommigen verkozen dat boven een kleiner aantal vakken kiezen. Aan de andere kant van het onderwijsaanbod werd het jammer gevonden dat voor praktisch ingestelde kinderen helemaal geen vakschool meer bestond. Sommige leerlingen zouden daarin beter tot hun recht komen.

Wat breed gewaardeerd werd, was de mogelijkheid om na mavo of havo alsnog twee jaar havo of vwo te doen. Het instellen van het vmbo maakte het moeilijker om daarna havo te doen. Sommigen spreken sindsdien van tweedeling in het Nederlandse onderwijs. Zestig procent vmbo, veertig procent havo. De kleinere groep die toch wel doorleert heeft twee schooltypen. De meerderheid moet het met vmbo doen.

Brede eerste graad?

Voorstanders van de brede eerste graad willen laatbloeiers meer tijd geven, tegenstanders vrezen kwaliteitsverlies. Voor beiden: in Nederland wordt eens in de zoveel tijd een meerjarige brugklas voor alle leerlingen voorgesteld. Houdt opiniemakers telkens een tijdje van de straat. Komt er nooit van, omdat ouders en leraren dat niet willen.

Mijn bezwaar tegen een meerjarige brugklas/brede eerste graad is overwegend praktisch. In landen met een middenschool (Frankrijk, Italië, Scandinavië) wordt de indeling weliswaar uitgesteld, maar is die uiteindelijk definitief. In Nederland en Duitsland wordt vroeg geselecteerd, maar kunnen leerlingen van de niet-academische schooltypen na afloop alsnog instromen in de academische variant.

Voorstanders van de brede eerste graad bedoelen het goed. Nederland heeft de afgelopen vijftig jaar alleen betere resultaten geboekt door vroeg te selecteren, maar later alsnog doorstromen mogelijk te maken. Vandaar dat onze middelbare schooltypen verschillen in aantal jaren.

Omdat ik het Belgische onderwijs niet van uit eigen hand ken een vraag: is er ooit nagedacht over mogelijkheden om bso- en tso-leerlingen die uitblinken alsnog in te laten stromen in tso of aso? Bijvoorbeeld na de tweede graad overstappen naar het vierde jaar van het beoogde schooltype? Wat is een jaar langer school op de hedendaagse gemiddelde levensduur?

Rust, reinheid, regelmaat

Voor wie kennisoverdracht verkiest boven ‘vaardigheden voor de 21 eeuw’ een opwekkende afsluiter. NRC Handelsblad berichtte 15 juli over een vmbo-school die juist goede resultaten boekt met een traditionele aanpak: leraar voor de klas, regelmaat, geen mobieltjes.

[ARForms id=103]

Pieter de Jonge

Pieter de Jonge is historicus. Hij publiceert regelmatig op www.historiek.net en is Nederland-correspondent voor Doorbraak.be.