Politiek
Middenveld

Het middenveld, waar idealisme en opportunisme elkaar ontmoeten

Het middenveld. Het is de verzamelnaam voor het scala van organisaties die zich zonder winstbejag inzetten voor ideologische of principiële overtuigingen of gewoon uit noodzaak door de afwezigheid van een publiek toegankelijk alternatief. Vaak organisch gegroeid uit één of andere kleinschalige vorm van liefdadigheid, hulp of frustratie.

Op zich één van de mooiste samenwerkingsverbanden die er ontstaan. Want zich – vaak kosteloos – inzetten voor anderen, wordt door éénieder gewaardeerd maar slechts door weinigen gepraktiseerd.

Hun werking is grotendeels afhankelijk van vrijwilligerswerk, sponsoring, lidgeld en inzamelacties. Dat maakt hun bestaansreden en hun bestaan an sich extra waardevol. Een heuse organisatie die enkel en alleen kan bestaan omwille van de gratie van anderen, omwille van de interactie met dat deel van de samenleving waarvoor de organisatie zich inzet. Prachtig, toch?

De middenveldorganisatie zoekt extra hulp

Maar ook de verschillende overheden zijn gulle donateurs van middelen om het voortbestaan van deze vzw’s te garanderen. Via subsidies wordt belastinggeld dus verdeeld over deze organisaties. Uit een onderzoek gevoerd in 2018 door de Universiteit van Antwerpen blijkt dat ongeveer 70% van de middenveldorganisaties subsidies krijgen en deze gemiddeld goed zijn voor net geen 40% van hun totale budget. Dat is ruim meer dan in onze buurlanden.

Hier wringt al een eerste keer mijn schoentje. Deze organisaties zijn telkens een drukkingsgroep die de situatie van diegenen (of datgene) waarvan ze de belangen behartigt, tracht te verbeteren. De druk wordt in zowat alle gevallen dan ook uitgeoefend bij de overheid, tevens de sponsor dus. Zo zou het wel eens kunnen dat niet enkel de belangen van de leden worden behartigd… belangenvermenging, weet u wel!?

It’s the democracy, stupid!

In een eerdere reactie op Twitter noemde ik het subsidiëren van het middenveld zelfs ondemocratisch. Dit omdat belangengroepen, die een invloed trachten uit te oefenen op het beleid en dus op de samenleving, belastinggeld ontvangen om hun doelen te helpen verwezenlijken. De burger draagt dus geld af aan organisaties die een beleid trachten te beïnvloeden waarmee hij het grondig oneens kan zijn en waarvoor hij niet rechtstreeks zijn stem kan laten gelden zoals dit wél kan ten aanzien van politieke partijen.

Philip Roose heeft mij terecht gemeld dat ik hier kort door de bocht ga. Inderdaad, net als bij andere beleidsdomeinen heeft het democratisch verkozen parlement de regels opgesteld inzake subsidiëring en onrechtstreeks hebben kiezers dus een invloed op de financiering van deze vzw’s.


Het sponseren door de overheid van organisaties die het overheidsbeleid trachten te manipuleren is dan wel democratisch, maar laat me tenminste betwijfelen of het dan wel verantwoord is. Naast het risico op belangenvermenging is er tevens het risico op verzuiling. Wanneer middenveld en politiek één geheel beginnen vormen wordt het ondemocratische karakter van het middenveld enkel maar versterkt, zelfs al blijft ook dán de stelling van Philip Roose overeind.

Verder vrees ik dat de overheid zich bij het verstrekken van gelden aan de middenveldorganisaties, meer dan eens schuldig maakt aan discriminatie. Dat geldt trouwens voor alle vormen van subsidie. De overheid stelt toekenningsvoorwaarden en -procedures op waardoor de ene organisatie wél en de andere niet kan beschikken over overheidsmiddelen. Zijn die voorwaarden billijk? Behandelen die alle rechtspersonen gelijk? Krijgt elke vzw dezelfde toekenningskansen? Ik twijfel.

Het publieke dienstverleningsveld

De financiering van het middenveld middels belastinggeld is dus problematisch. Democratisch, maar onverantwoord.

Veel problematischer dan het louter subsidiëren van deze goedbedoelde drukkingsgroepen is het hen toekennen van publieke dienstverleningstaken. Onze overheid geeft sommige overheidstaken (deels) uit handen aan middenveldorganisaties. Deze taken situeren zich in de werking van de sociale zekerheid zoals de administratieve afhandeling van werkloosheidsdossiers of ziektedossiers, inclusief de uitbetaling van de betreffende uitkeringen.

Om van deze diensten gebruik te kunnen maken moet men weliswaar eerst aangesloten lid zijn van de middenveldorganisaties die gelast zijn met deze dienstverlening. En laat nu net het aantal leden van een drukkingsgroep de belangrijkste factor zijn om de mate van beïnvloeding op het beleid te bepalen.

Omdat deze organisaties zijn gegroeid uit een verzuild politiek landschap, hebben zij als het ware een monopolie verworven op deze dienstverleningen, waardoor er zo goed als geen andere aanbieders zijn. Mensen kunnen weliswaar kiezen voor een neutrale organisatie die deze diensten aanbiedt, maar deze zijn minder gekend.

Ook zorgt deze structurele machtstoekenning ervoor dat het zeer moeilijk is om daar op democratische wijze, dus via de stembusgang, verandering in te krijgen. Politieke partijen kunnen mits voldoende overwicht het subsidiebeleid min of meer makkelijk wijzigen, maar structureel verankerde publieke dienstverleningen wijzigt men niet zomaar even.

Strikt gezien verloopt dit hele proces democratisch, maar ik vrees dat er een sterke wanverhouding is tussen de feiten en de wil van het volk.

Beheerskosten met marge zijn ook inkomsten

Om deze dienstverlening tot een goed einde te brengen is er natuurlijk geld nodig. Naast het uitkeringsgeld an sich worden er middelen verstrekt door de overheid om die hele administratie te voeren. En wees gerust, net zoals bij de banken en meeste andere bedrijven verdienen de middenveldorganisaties aan die beheerskosten.

Vaak staan deze beheerskosten in verhouding tot het aantal dossiers. Voor de werkloosheidsuitkeringen wil dit bijvoorbeeld zeggen dat de vakbonden meer geld verdienen wanneer er meer werklozen een uitkering vragen via hun organisatie. Erg efficiënt in de bestrijding van werkloosheid lijkt me dat niet…

Hoe laffer de politiek, hoe meer macht voor het middenveld

Tot slot wil ik het hebben over een logisch proces waarmee op zich niets verkeerd is, toch wanneer het binnen het juiste kader wordt toegepast.

Drukkingsgroepen mogen vanzelfsprekend hun stem laten horen en wanneer die stem luid genoeg klinkt, middels het aantal leden, zal er in vele gevallen ook rekening mee moeten worden gehouden.

Enorm grote en belangrijke drukkingsgroepen mogen of moeten zelfs op een meer structurele manier hun verzuchtingen kunnen uiten op een heel rechtstreekse manier.

De bekendste vorm van beïnvloeding door het middenveld op het beleid is de Groep van 10. Deze groep bestaande uit bijvoorbeeld werknemers- en werkgeversorganisaties zit mee aan tafel bij het uitzetten van verschillende beleidsdomeinen. Zij trachten samen een compromis te maken dat dan wordt voorgelegd aan de regering en al dan niet als dusdanig kan worden omgezet in beleid.

Zoals ik al schreef: een logisch en zelfs positief proces. Maar wanneer de overheid consequent belangrijke en moeilijke maatschappelijke dossiers aan het middenveld overlaat met op voorhand quasi een belofte dat een compromis wordt aangenomen ongeacht de inhoud ervan, dan vind ik dat enerzijds laf en anderzijds kiezersbedrog.

De verzuiling is dan misschien niet meer wat ze ooit geweest is, nog steeds regeert in België het middenveld.

Haal de politiek uit het veld

Hoe meer het middenveld losgekoppeld geraakt van de politiek, hoe meer de stem waarmee ze spreekt vertaald kan worden naar een reële boodschap vanuit de samenleving of minstens een deel ervan.

Wanneer het middenveld moet strijden voor het verkrijgen van publieke financiën, publieke faciliteiten of zelfs publieke macht, verliezen de organisaties gaandeweg het puur idealisme en daarbij ook hun zuiverheid. Ze beconcurreren elkaar, ze verankeren zich aan politieke stromingen, ze bezondigen zich aan machtsmisbruik en ze breiden de kern van hun bestaan uit naar andere domeinen.

Dit alles zorgt ervoor dat het middenveld haar geloofwaardigheid verliest en steeds meer in het gepolariseerde maatschappelijk debat wordt betrokken als zijnde een mede- of tegenstander. Een drukkingsgroep moet volledig onafhankelijk zijn van de overheid, op alle vlakken, zodat haar strijd duidelijk, zuiver en correct meetbaar is.

John Croughs

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van John Croughs?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans