Geen categorie

‘Nederlands Vanzelf Sprekend’

Interview met Peter Debrabandere

‘Op dezelfde golflengte zitten is geen prioriteit meer’, verklaarde de Permentier verder nog. Ook de directeur van het Vlaams-Nederlands Huis ‘De Buren’, Dorian Van Der Brempt, liet toen optekenen dat we ‘geen inspanning meer leveren’ om elkaar te verstaan. Maar dat was buiten enkele leden van de Orde van den Prince gerekend. Zij vatten het idee op om via een actiegroep te reageren op het artikel. Ze lanceerden een onlinepetitie die iedereen oproept om het Standaardnederlands en de taaleenheid tussen Nederland en Vlaanderen te versterken en te bevorderen. Reden genoeg voor Doorbraak om een gesprek te voeren met één van de initiatiefnemers: Peter Debrabandere, docent Nederlands aan de Katholieke Hogeschool Vives en hoofdredacteur van Neerlandia/Nederlands van Nu, het tijdschrift van het Algemeen-Nederlands Verbond.

Doorbraak: Wat en wie is de Actiegroep Nederlands?

Peter Debrabandere: ‘De Actiegroep Nederlands is een idee van een groep geëngageerde leden uit Antwerpse afdelingen van de Orde van den Prince. Na enkele voorbereidende vergaderingen is de actiegroep uitgebreid met vertegenwoordigers van meerdere cultuurverenigingen, zoals de Marnixring, het Priester Daensfonds en het Algemeen-Nederlands Verbond. Bij de lancering van de onlinepetitie Nederlands Vanzelf Sprekend had de actiegroep 21 leden: hoogleraren, docenten, artsen, juristen, zakenmensen. De neerlandici in de actiegroep zijn in de minderheid, wat erop wijst dat het Standaardnederlands gekoesterd wordt door mensen met heel diverse achtergrond. Dat blijkt ook uit de achtergrond van de nu al ruim 2000 ondertekenaars: onderwijs, cultuur, politiek, justitie, bedrijf, literatuur, pers, gezondheidszorg … Ook veel studenten en gepensioneerden behoren tot de ondertekenaars.’

Wat was dan de precieze aanleiding om de actiegroep op te richten en met een petitie te starten?

‘De aanleiding was een artikel in De Standaard van 11 juni 2013 – ‘De taal is half het volk’ – waarin opgemerkt werd dat de taal in Vlaanderen en Nederland uit elkaar groeit, en dat niemand dat erg lijkt te vinden. Dat uit elkaar groeien werd verderop in het artikel wel enigszins genuanceerd, maar de lezer onthield toch vooral het uit elkaar groeien. De aanleiding was in het bijzonder die soms overdreven focus op het verschil tussen het Nederlandse Nederlands en het Belgische Nederlands, dat vaak herhalen van de verminderde interesse van de Vlamingen voor het Nederlands zoals het in Nederland gesproken wordt, de boodschap dat Vlamingen geen inspanning meer hoeven te doen om Standaardnederlands te spreken of te schrijven …’

Licht u even de doelstelling van uw initiatief toe.

‘De actiegroep wil met de petitie Nederlands Vanzelf Sprekend om versterking vragen van het onderwijs in het Standaardnederlands. Het Standaardnederlands is voor alle inwoners van Nederland en Vlaanderen onmisbaar om volwaardig aan het maatschappelijk leven deel te kunnen nemen, om toegang te krijgen tot de wereld van wetenschap en cultuur. Ook anderstaligen die zich bij ons komen vestigen, hebben er alle baat bij om de standaardtaal te leren. Dat is de sociale en culturele invalshoek van het initiatief. Verder wil de actiegroep de taaleenheid van Nederland en Vlaanderen bevorderen. Vlamingen en Nederlanders moeten in het Nederlandse taalgebied en daarbuiten een gemeenschap van 23 miljoen gebruikers van dezelfde Nederlandse taal blijven. Dat is de culturele en economische invalshoek van het initiatief. Meer dan in het verleden werken Nederlanders en Vlamingen in allerlei sectoren samen: onderwijs, havens, theater, gezondheidszorg … Het is nogal duidelijk dat die samenwerking precies door de gemeenschappelijke taal mogelijk gemaakt wordt. We hebben er dus alle belang bij om het Nederlands zo gemeenschappelijk mogelijk te houden en niet in twee te veel van elkaar verschillende varianten van dezelfde taal of zelfs in twee talen uit elkaar te laten vallen. Met de petitie willen we ons in elk geval niet afzetten tegen het dialect, ook niet tegen andere varianten die in Nederland en Vlaanderen thuis, op het werk of in de sportclub gebruikt worden. Meerdere varianten van dezelfde taal kunnen namelijk best wel naast elkaar elk hun eigen rol vervullen in onze maatschappij. Maar de standaardtaal moet het bindende element zijn, waardoor Vlamingen en Nederlanders van Veurne tot Groningen elkaar kunnen blijven begrijpen.’

Vanwaar dan de noodzaak om dit initiatief te ondernemen?

‘Er is vandaag onmiskenbaar een verminderde aandacht voor de zorg voor de standaardtaal: de beheersing van de uitspraaknorm, de naleving van grammaticale regels. Het onderwijs heeft het ideaal van de beheersing van de standaardtaal in de loop van de voorbije decennia steeds meer losgelaten. Ik doceer Nederlands en communicatieve vaardigheden in de lerarenopleiding en kan alleen maar vaststellen dat de beheersing van de Nederlandse standaardtaal de voorbije twintig jaar bij achttienjarigen achteruitgegaan is. Beleidsteksten wijzen wel op het belang van de standaardtaal, maar dat blijft vaak bij een theoretische benadering. In de praktijk zijn leerlingen en studenten niet beter Nederlands gaan leren sinds Frank Vandenbroucke en Pascal Smet hardop hun steun aan het Standaardnederlands betuigd hebben. Universiteiten, hogescholen en middelbare scholen werken nu hard aan een mooi gedocumenteerd taalbeleid. Er worden allerlei systemen bedacht om studenten buiten het curriculum om schrijfvaardiger te maken. Maar het is toch de taak van de scholen om leerlingen te leren spreken en schrijven in de standaardtaal, zodat er geen taalbeleid nodig is als ze de stap maken naar het hoger onderwijs. Een ander punt is het gevoel dat het Nederlands in Nederland en Vlaanderen uit elkaar aan het groeien is. Vlaamse fictie moet op de Nederlandse televisie ondertiteld worden. Nogal wat Vlamingen hebben moeite om Nederlanders te begrijpen omdat hun uitspraak afwijkt van wat in Vlaanderen als norm geldt. Natuurlijk zijn er nog voldoende radio- en televisieprogramma’s waarin het Standaardnederlands – uiteraard nu eens Nederlands en dan weer Vlaams gekleurd – weerklinkt: nieuwsprogramma’s, documentaires, talkshows, … Maar als in soaps, films, stand-up comedy, kookprogramma’s en reality-tv in Vlaanderen bijna uitsluitend tussentaal te horen valt, wordt de indruk gewekt dat de standaardtaal in Vlaanderen onbruikbaar is en nooit gebruikt wordt in informele situaties. De werkelijkheid is soms toch nog even anders. Ik hoor om me heen ook mensen die Nederlands met elkaar spreken. Te voet onderweg naar mijn hogeschool in Brugge hoor ik ouders Nederlands spreken tegen hun kinderen die ze naar de lagere school brengen, zelden dialect, nooit tussentaal. We willen ook duidelijk maken dat de eenheid van het Nederlands gekoesterd moet worden, hoewel bepaalde academici bewust afstand nemen van dat idee. Het is ontzettend belangrijk dat het Nederlands de gemeenschappelijke taal blijft van Nederland en Vlaanderen. Het is niet zo vergezocht om de mogelijkheid te zien dat het Nederlands op termijn in twee talen uit elkaar valt. Zo’n ontwikkeling is een mentaal proces. Het steeds weer herhalen van de jammerklacht dat Vlamingen sinds de komst van VTM niet meer naar de Nederlandse televisie kijken, is niet bevorderlijk voor het besef dat het Nederlands de taal is van Nederland en Vlaanderen samen. Alsof we in Vlaanderen die Nederlandse tv nodig hebben om Nederlanders te horen en alsof de belangstelling voor de standaardtaal vermindert doordat we niet meer naar de Nederlandse tv kijken. We horen de Nederlanders nu gewoon op de Vlaamse radio en tv. Voetbaltrainers Mario Been (RC Genk) en John van den Brom (RSC Anderlecht) horen we bijna wekelijks. In Vlaamse nieuwsuitzendingen weerklinken Nederlandse buitenlandcorrespondenten als Ankie Rechess (Israël), Hedwig Zeedijk (Italië), Geert Groot Koerkamp (Rusland) en Lia van Bekhoven (Verenigd Koninkrijk). Koen Fillet en Sven Speybrouck ontvangen in Interne keuken (VRT, Radio 1) bijna wekelijks een Nederlandse gast. Er zijn blijkbaar geen ondertitels nodig om Nederlanders op de radio te kunnen verstaan én begrijpen. Dat ene Nederlandse taalgebied is een enorm voordeel. Aan ongeveer 175 universiteiten in niet-Nederlandstalige landen doceren zo’n 700 docenten Nederlands als vreemde taal. Het is een illusie om te denken dat we met een eigen Vlaamse taal ook zo’n ruim onderwijsaanbod in het buitenland kunnen hebben.’

U hebt op dit moment ruim 2000 ondertekenaars. Hoeveel steun hoopt u uiteindelijk te verkrijgen om van een succes te kunnen spreken?

‘Dat is een moeilijke vraag. Het aantal handtekeningen is één zaak, maar belangrijker is het om vast te stellen dat de handtekeningen niet alleen uit de hoek van de taaldocenten, schrijvers, universitair geschoolden komen. Nogal wat studenten betuigen hun steun aan de petitie. Er zijn ook verpleegsters, kleuterleidsters, boekhouders, kunstenaars onder de ondertekenaars. Die spreiding is belangrijker dan het aantal handtekeningen. Natuurlijk moeten er voldoende handtekeningen zijn om te bewijzen dat onze oproep bij veel mensen leeft.’

Zijn er beleidsmakers die uw petitie steunen?

‘De petitie heeft ondertussen de aandacht van de Nederlandse Taalunie getrokken. De Taalunie heeft contact met ons opgenomen en een afspraak gemaakt om over onze oproep overleg te plegen. Op dat overleg zal ook Geert Joris, algemeen secretaris van de Taalunie, aanwezig zijn. Dat wijst erop dat we au sérieux genomen worden. Namens de Actiegroep Nederlands zullen Stijn Verrept (woordvoerder en secretaris), Ghislain Duchâteau en ikzelf aan het gesprek deelnemen. De bedoeling is in elk geval om het gesprek in een constructieve sfeer te laten verlopen, niet om eisen op tafel te leggen of een klachtenboek te overhandigen. Verder zien we onder de ondertekenaars nogal wat gemeenteraadsleden, provincieraadsleden en parlementsleden. Interessant is ook de steun die we krijgen van bekende Vlamingen en Nederlanders uit de pers (William van Laeken, Walter Zinzen, Paul Jambers …), de literatuur (Benno Barnard, Geert van Istendael, Stefan Hertmans …), de universitaire wereld …’

Slaagt u er ten slotte in gehoor te krijgen in Nederland met deze petitie?

‘Op de tweehonderd recentste handtekeningen zijn er dertig uit Nederland, vijftien procent. Dat is niet zo heel veel, het zou gerust meer mogen zijn. Maar het valt wel te verklaren en te begrijpen. Nederlanders hebben nooit strijd hoeven te leveren om het Nederlands als nationale taal, als officiële taal te kunnen gebruiken. Het Nederlands is in Nederland een natuurlijk en vanzelfsprekend gegeven. In Vlaanderen is lang strijd geleverd om het Nederlands als officiële taal aanvaard te krijgen. De Vlamingen hebben bewust voor het Nederlands als standaardtaal gekozen. Het hoeft dus niemand te verwonderen dat Vlamingen dat nu niet weer verloren willen laten gaan.’

Wie het initiatief van de Actiegroep Nederlands wil ondersteunen vindt hier de petitie.


<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

Harry De Paepe

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Harry De Paepe?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbaak.

Ik help Doorbraak groeien.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier

Voeg een reactie toe

https-doorbraak-be

Lees ook

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans