Nee, de aanstelling van Nathan Cofnas aan de UGent was geen ‘doorgestoken kaart’
Interne documenten betwisten standpunt van de vakgroep

Nathan Cofnas, de Amerikaanse filosoof wiens aanstelling aan de UGent voor commotie zorgde.
foto © NC
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementDe aanstelling van de Amerikaanse filosoof Nathan Cofnas aan de UGent veroorzaakt al maandenlang commotie. Eerst lagen zijn wetenschappelijke publicaties en publieke standpunten onder vuur. Toen dat niet volstond om hem aan de deur te zetten, verschoof het zwaartepunt van de kritiek naar de aanwervingsprocedure zelf. Die zou niet transparant geweest zijn en was misschien zelfs doorgestoken kaart. Maar uit de documenten die onze redactie kon inkijken bleek dat de procedure net ongewoon uitgebreid en zeer zorgvuldig verliep.
Cofnas kreeg een deeltijdse aanstelling van een jaar op het onderzoeksproject ‘Het geboorteprobleem van het liberalisme’. Filosoof Bouke De Vries leidt het project en kreeg daarvoor interne financiering van de UGent. Het project onderzoekt de toekomst van het liberalisme en de uitdagingen waarmee die politieke traditie wordt geconfronteerd.
Zodra zijn aanstelling bekend raakte, lanceerden studenten sociale wetenschappen een petitie tegen hem die inmiddels meer dan 2.000 handtekeningen verzamelde. Ze noemden Cofnas’ werk – hij onderzoekt onder andere intelligentieverschillen tussen rassen – ‘pseudowetenschappelijk’ en schreven dat hij ‘raciale hiërarchieën’ verpakt als wetenschap promoot.
Internationale steun
Maar Cofnas kreeg ook steun. In een internationale open brief namen 179 ondertekenaars het op voor zijn recht op academische vrijheid en vrije meningsuiting. Onder hen bevonden zich gerenommeerde academici als de filosoof Peter Singer, psycholoog Steven Pinker, wiskundige Alan Sokal en geneticus Robin Plomin. Ook diverse Vlaamse academici ondertekenden de petitie, onder wie datawetenschapper Tijl De Bie en filosofen Andreas De Block, Filip Buekens, Rafael De Clercq en Maarten Boudry.
Tot voor kort ging de commotie vooral over de inhoud van Cofnas’ academisch werk en over zijn publieke standpunten. Zo verwees hij in een blogpost van 5 februari 2024 naar een interne studie van Harvard die bekend werd in de rechtszaak over discriminatie van Aziatisch-Amerikaanse kandidaten in de toelatingsprocedure. Uit die studie bleek dat zwarte studenten nog slechts 0,7 procent van de studentenpopulatie zouden uitmaken als Harvard op basis van academische kwalificaties, zoals cijfers en testscores, zou selecteren.
Dat iemand gemiddelde groepsverschillen in intelligentie bespreekt, betekent nog niet dat hij die groepen moreel of menselijk ‘superieur’ of ‘inferieur’ noemt
‘In een meritocratie zou de faculteit van Harvard worden gerekruteerd uit de allerbeste studenten, wat betekent dat het aantal zwarte professoren de 0 procent zou benaderen. Zwarten zouden verdwijnen uit bijna alle prominente posities buiten sport en entertainment’, schreef Cofnas.
Dat kostte hem zijn affiliatie aan het Emmanuel College van de Universiteit van Cambridge. Maar in oktober 2025 concludeerde de Universiteit van Cambridge dat de uitlatingen van Cofnas, hoe beledigend velen ze ook vonden, binnen de wettelijke grenzen van de vrije meningsuiting vielen en geen disciplinaire sanctie rechtvaardigden.
Strafbaar racisme?
Maar in België zou de beoordeling anders zijn. Volgens Pierre Thiriar, raadsheer bij het Hof van Beroep van Antwerpen, zijn de uitlatingen van Cofnas niet zomaar een mening maar een misdrijf dat volgens de Belgische Antiracismewet van 30 juli 1981 strafbaar gesteld kan worden. Cofnas zou immers een hiërarchie tussen de rassen en denkbeelden over ‘rassuperioriteit’ poneren.
Alleen: deze interpretatie is niet onomstreden. Rosalind Arden, intelligentieonderzoeker en gedragsgeneticus aan de London School of Economics, ziet daarin een categoriefout: Thiriar verwart volgens haar uitspraken over menselijke variatie met uitspraken over menselijke waarde. Dat iemand gemiddelde groepsverschillen in intelligentie bespreekt, betekent nog niet dat hij die groepen moreel of menselijk ‘superieur’ of ‘inferieur’ noemt, zegt Arden.
Uitstekende publicatielijst
Wat er ook van zij: beschuldigingen van pseudowetenschap en strafbaar racisme waren niet voldoende om een academicus met een – daar kunnen we niet omheen – uitstekende publicatielijst en een verleden aan prestigieuze universiteiten als Oxford en Cambridge aan de deur te zetten. Dus richtte de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de UGent zijn pijlen op iets anders: de aanwervingsprocedure van Nathan Cofnas.
De aanwerving van Cofnas werd veel uitgebreider gemotiveerd dan gebruikelijk is voor zulke functies
De kritiek op die procedure werd uitgewerkt in een officieel standpunt dat de vakgroep open en bloot op haar website publiceerde en ook aan het UGent-bestuur bezorgde. Daarin lezen we dat er ‘geen communicatie’ zou zijn geweest door Bouke De Vries. Ook zou door het gebrek aan transparantie bij een meerderheid van de vakgroepleden de indruk zijn ontstaan dat de aanstelling ‘doorgestoken kaart’ was: het was een ‘ideologische keuze’ waarbij vooraf vaststond wie de job zou krijgen. En De Vries had ‘oneigenlijk gebruik’ gemaakt van de autonomie die hij door de UGent-reglementen had. Dat standpunt werd meteen gretig opgepikt door onder andere De Standaard, Het Nieuwsblad en Apache.
Maar uit informatie die onze redactie kon inzien, komt een heel ander beeld naar voren: de aanwerving van Cofnas werd veel uitgebreider gemotiveerd dan gebruikelijk is voor zulke functies.
Procedure gepauzeerd
De procedure werd opgestart in oktober 2025. Op 3 november kreeg De Vries een e-mail van vakgroepvoorzitter Erik Weber dat de selectieprocedure ‘voorlopig werd gepauzeerd’. ‘Dit moet de bevoegde diensten op centraal niveau de tijd geven om het verloop van de selectieprocedure te bekijken en na te gaan of er al dan niet bezwaren zijn tegen de tewerkstelling aan de UGent van de door jou geselecteerde kandidaat’, aldus Weber.
Er loopt geen onderzoek naar de kandidaat en er is ook geen sprake van enige beschuldiging
De Vries vroeg daarop of er een onderzoek liep naar Cofnas. Het antwoord van Mike Nachtegael, academisch beheerder van de UGent, was duidelijk: ‘Er loopt geen onderzoek naar de kandidaat en er is ook geen sprake van enige beschuldiging.’ Wel bevond de procedure zich volgens Nachtegael nog in de fase waarin de dienst HR controleerde of aan alle reglementaire en procedurele vereisten was voldaan.
Schriftelijke motivering
Enkele weken later, op 26 november, ontving De Vries van Weber en Gita Deneckere, decaan van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte, een e-mail. Daarin zeiden ze dat de aanwervingsprocedure zou worden hervat zodra Bouke de Vries een schriftelijke motivering voor de selectie van Nathan Cofnas bezorgde.
Daarbij moest hij vooral vier dingen doen, aldus Weber en Deneckere:
- een objectieve beoordeling en gelijke behandeling van de kandidaten motiveren
- schriftelijk uitleggen waarom hij voor Nathan Cofnas koos
- de rangorde tussen meerdere kandidaten motiveren
- aantonen dat het profiel van Cofnas paste bij de voorwaarden van de vacature
Daarnaast vroegen Weber en Deneckere aan De Vries om bijzondere aandacht te besteden aan de commotie rond een artikel van Cofnas over intelligentieverschillen tussen rassen in Philosophical Psychology, een toonaangevend tijdschrift. Enkele wetenschappers reageerden dat dit artikel nooit gepubliceerd had mogen worden, omdat het naar hun inschatting niet aan de wetenschappelijke standaarden voldeed.
Competent wetenschappelijk werk
Deneckere en Weber vonden ook dat het niet meteen duidelijk was waarom Cofnas met zijn algemene profiel – onder meer filosofie van de wetenschap, biologie, moraalpsychologie, waarden in wetenschap, ethiek en politieke theorie – een goede kandidaat was voor De Vries’ specifieke project.
Zoals gevraagd bezorgde De Vries een uitgebreide motivering. Daarin wees hij onder meer op Cofnas’ diverse publicaties in toptijdschriften en zijn expertise op het onderwerp van het project, het liberalisme. Hij voegde ook een brief toe van Richard J. Haier, emeritus hoogleraar intelligentiepsychologie aan UC Irvine. Haier verdedigde daarin Cofnas’ omstreden artikel in Philosophical Psychology als ‘competent wetenschappelijk werk’.
In tegenstelling tot wat het standpunt van de vakgroep suggereert, blijkt uit deze correspondentie dat de vakgroep en de faculteit wel degelijk op de hoogte waren van Cofnas’ profiel en daarover uitgebreid met De Vries communiceerden.
Zorgvuldigheidsprincipe
En de communicatie stopte daar niet. Nadat Weber en Deneckere De Vries op 27 november hadden bedankt voor zijn motivering, kwam op 16 januari opnieuw een verzoek: De Vries moest voor elk van de zestien andere kandidaten afzonderlijk aangeven waarom Cofnas geschikter was. Hij vond dit verzoek ongebruikelijk, omdat hij al een algemene motivering had gegeven waarin hij uitlegde waarom Cofnas de beste kandidaat was. Ook Nachtegael bevestigde diezelfde dag dat de volledige procedure ‘met nog meer aandacht dan anders’ werd behandeld, wegens het ‘zorgvuldigheidsprincipe’. Dat houdt in dat de universiteit bij een gevoelig dossier extra moet kunnen verantwoorden waarom een kandidaat wordt geselecteerd.
Toch deed De Vries wat hem gevraagd werd en bezorgde op 19 januari 2026 een nog meer uitgebreide vergelijking tussen Cofnas en de andere kandidaten. Waarna hij te horen kreeg dat alles in orde was. Nadien kwamen er ook geen verdere vragen meer van de vakgroepvoorzitter, van de decaan of van ander personeel.
Toen De Vries begin juni kennisnam van het document van de vakgroep contacteerde hij Weber en vroeg hem het document offline te halen. Weber gaf gevolg aan deze oproep en op 6 juni 2026 was het document verwijderd.
Collectief onwelzijn
Maar daarmee was de zaak niet van de baan. Rector De Sutter heeft inmiddels IDEWE, de externe preventieadviseur psychosociale aspecten van de UGent, gevraagd om binnen de vakgroep een ‘onderzoek op vraag van de werkgever’ te voeren. Aanleiding daarvoor zijn onder andere herhaalde signalen die IDEWE ontving over collectief ‘onwelzijn’ op de werkvloer door de tewerkstelling van Cofnas. Opmerkelijk, want Cofnas is in totaal amper 10 minuten op de faculteit aanwezig geweest.
In tegenstelling tot wat de vakgroep suggereerde, was de aanstelling van Cofnas dus allesbehalve een ‘ideologische keuze’ waarbij vooraf vaststond wie de job zou krijgen
En daar wringt het schoentje: waar het vermeende ‘onwelzijn’ door de aanwezigheid van Cofnas nu aanleiding geeft tot een formeel onderzoek, bleef bescherming van Cofnas zelf uit. Nochtans werd hij na een lezing voor het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond in Gent tweemaal fysiek aangevallen door personen die voorwerpen naar zijn gezicht gooiden. Een publieke – en zelfs geen interne – veroordeling van die aanvallen kwam er niet, hoewel daar uitdrukkelijk om was gevraagd.
In tegenstelling tot wat de vakgroep suggereert, was de aanstelling van Cofnas dus een zeer uitgebreide en zorgvuldig doorlopen procedure.
In een reactie laat vakgroepvoorzitter Erik Weber weten dat de vakgroep ook nergens beweerd heeft dat De Vries zich buiten het reglementaire kader heeft begeven. Het probleem, aldus Weber, was dat De Vries ervoor koos de procedure volledig alleen af te handelen. Dat mocht volgens de regels, maar hij had ook collega’s kunnen betrekken en de vakgroep betreurt dat hij dat niet deed.
De Vries antwoordt daarop dat het om een eenjarige halftijdse positie ging, waarvoor het ongebruikelijk is om nog externen in te schakelen. Bij een eerdere, identieke aanstelling binnen hetzelfde project – die naar Maarten Boudry ging – volgde hij exact dezelfde procedure en toen werd er geen bezwaar gemaakt.
Dat Cofnas’ aanwezigheid nu als psychosociaal risico wordt ingeroepen, terwijl geweld tegen hem onbeantwoord bleef, roept bovendien minstens de vraag op of de UGent in dit dossier met twee maten en twee gewichten meet.
| Categorieën |
|---|

Astrid Elbers is doctor in de geschiedenis, gediplomeerd journalist en geeft Nederlands aan anderstaligen aan Linguapolis (Universiteit Antwerpen).
Stephen Hicks over de oorsprong en de impact van het postmodernisme
Een rapport van de omstreden politicus Rupert Lowe heropent het debat over Britse ‘Grooming Gangs’ en legt opnieuw institutioneel falen bloot.











