Multicultuur & samenleven
El Hammouchi Othman

Naar een nieuw begrip van de toekomst van de islam in Europa



allochtoon

Het is opmerkelijk dat men ons in de meeste discussies rond de hoedanigheid van de islam in Europa voor een uitermate simplistische dichotomie stelt: het Saoedische salafisme enerzijds, of een onechte links-liberale verwatering anderzijds. Men vat deze mogelijkheden op als de twee zijden van een logisch uitputtende dialectische tegenstelling, zodat elke poging tot het formuleren van een meer genuanceerde visie wordt afgedaan als een vorm van apologie. Wellicht is de motivatie hiervoor ideologisch: het is veel makkelijker om voor een door het secularisme uitgeholde islam te pleiten als het alternatief inhoudt dat vrouwen niet mogen fietsen. Deze gedachtegang kan men echter bezwaarlijk behulpzaam noemen bij het bestuderen van de problematiek. Een meer genuanceerde visie, die erkenning opbrengt voor het conservatisme van de moslimgemeenschap, maar tegelijk de noodzaak voor intellectuele ontwikkeling en culturele aanpassing onderschrijft.

Verlicht conservatisme

In dit verband moeten we eerst de vraag stellen: wat is conservatisme? Het woord zegt het zelf al: het gaat erom iets te bewaren, van het Latijnse conservare. In zijn oorspronkelijke gedaante is het conservatisme burkeaans, d.w.z. gebaseerd op de ideeën en leerstellingen van Edmund Burke. Het is gericht op het handhaven van de traditionele modi van de beschaving, vanuit het inzicht dat hun anciënniteit een teken is van hun bestendigheid en nut. In zijn bekendste werk (dat eigenlijk een pamflet is), Reflections on the Revolution in France, roept Burke een treffende metafoor op: waarom een huis afbreken als men het ook kan herstellen? Politieke en maatschappelijke organisatie is een empirische wetenschap: we moeten uit de geschiedenis van de praktische toepassing van bepaalde filosofische ideeën opmaken in welke mate ze goed en deugdelijk zijn gebleken. Maar Edmund Burkes conservatisme is er niet louter één van methode; het draagt ook een bepaald mensbeeld uit. In essentie is dit niets anders dan het mensbeeld van Plato, bij wiens werk de geschiedenis van de filosofie niets anders is dan een reeks voetnoten, zoals Alfred N. Whitehead zei. De mens is een edel wezen dat tot beschouwen en reflecteren in staat is, en als zodanig mag hij niet geketend worden door de dierlijke passies die in onze tijd de machine van het kapitalisme draaiende houden. Niet het verlangen naar vulgair genot, maar de kunst, de wetenschap en de cultuur vormen de reële onderbouwing van de beschaving. De maatschappij moet niet alleen voorzien in de cultivering van deze waardevolle zaken, maar ook in het opnemen van het individu binnen een stevige en zingevende sociale orde: familie, gemeenschap, natie, geloof en beschaving. De vernietiging van de cultureel-sociale substantie waarin het individu ingebed was tijdens de ramp van mei 68 in de naam van een leeg begrip van ultra-individualistische vrijheid heeft geleid tot de psychische en existentiële ellende die vandaag wijdverbreid is onder de mensen in onze gebieden, en die aan de basis ligt van de immense rebellie der naties tegen de macht van het bourgeois-metropolitaanse globaliseringsproject dat we in onze tijd meemaken.

Nu droeg islam in zijn klassieke vorm (voor het instorten van het Ottomaanse Rijk) een dergelijk beschaafd conservatisme uit, van de soort die we ook bij christenen terugvinden. Preutsheid en seksuele terughoudendheid stonden garant voor het bewaren van de familie als de fundamentele bouwsteen van de samenleving, net als het handhaven van de controle van de rede over de menselijke passies. Maatschappelijk vastgelegde formele omgangsvormen verschaften gravitas aan menselijke betrekkingen en versterkten de overtuiging van de waardigheid van de mens.  Rituelen gaven de mens een zekere basis waarrond hij zijn leven zowel op korte als middellange termijn kon organiseren. Er heerste een maturiteit van geloof, versterkt door diepgewortelde instellingen van recht, moraal, theologie, ritueel, kunst en cultuur (waar nodig ondersteund door de staat) die generatie na generatie steeds grotere hoeveelheden van wijsheid en schoonheid accumuleerden, die konden dienen als een solide omkadering voor de beschaving. Tijd is de moeder van al wat bestendig en waardevol is; Rome is niet in een dag gebouwd, en welke beschaving kan die van Rome evenaren?!

De volwassenheid van de islam in haar klassieke periode blijkt uit de spirituele wijsheid die ze uitstraalde. Christenen en Joden kregen als millets (autonome naties) in het Ottomaanse Rijk rechten waarvan minderheden in andere gebieden alleen maar konden (en kunnen) dromen. Daarom duidt de Franse verlichtingsfilosoof Voltaire in zijn Traité sur la Tolérance de Turkse sultan aan als hét toonbeeld van verdraagzaamheid. Alleen een oppervlakkige, op identiteit gebaseerde vorm van de islam, zoals die thans bestaat onder de meeste moslims, zou in de ‘ongelovigen’ een dreiging kunnen zien. Oppervlakkige identiteit is namelijk een van de grootste sociale rampen die men zich kan voorstellen, omdat ze niet gegrondvest is op liefde voor zijn groep, maar haat voor alle anderen. De ontmanteling van het Ottomaanse Rijk door de westerse mogendheden in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog vereffende de weg voor de komst van Saudi-Arabië, gesticht door primitieve bedoeïenenfanatici, en betekende het begin van het einde voor de traditionele beschaafde islam. Zonder de staat wist zij zich, steunend op een verankerde culturele substantie, nog een tijdlang te handhaven onder het juk van het Europese kolonialisme, maar de ruwe modernisering en de opkomst van het monster van het Arabische nationalisme betekenden de doodssteek voor haar. De islamitische identiteit kon echter niet zo snel vernietigd worden, en toen deze verarmde, superficiële vorm van identiteit wereldwijd de kop opstak, begon de ellende die we in onze tijd meemaken.

Door de lens van identiteit

De oorzaak van de identitaire malaise die thans de westerse maatschappijen behelst en agiteert kan in één woord opgesomd worden: multiculturalisme, de idee dat verschillende identiteiten probleemloos kunnen samenleven binnen het bestek van eenzelfde sociaal raamwerk. Dit betekent niet dat het goed is dat een maatschappij ontaardt in autoritaire uniformiteit en de onderdrukking van minderheden. De zaak bestaat er veeleer in te erkennen dat elke vorm van identiteit een afzetting tegenover een ‘ander’ inhoudt, en dat het dus voordelig is zowel vanuit het oogpunt van de sociale cohesie als de welvarendheid van de minderheden. In tijden van economische voorspoed uit de identiteitspluraliteit zich in een vreedzaam naast-elkaar-leven in parallelle verzuilde structuren en getto’s, met eigen slagers, bakkerijen, kapperszaken, enz., wat nefast is voor de culturele verrijking en de gezondheid van de maatschappij. Wanneer het echter niet meer zo goed gaat met de economie of het land (zoals het geval was in de Weimar-republiek) pleegt ze zich om te zetten in actieve haat, omdat men verplicht wordt zich terug te plooien op de animale delen van zijn wezen en nood heeft aan een zondebok. Er bestaat maar één duurzaam remedie tegen deze problematiek: culturele integratie. Als we identiteit definiëren als het door animaal groepsvormingsstreven gemotiveerde onderbrengen van mensen in conceptuele categorieën volgens aanschouwelijke eigenschappen, dan bestaat culturele integratie erin zoveel mogelijk van die aanschouwelijke kenmerken in overeenstemming brengen met hetgeen vervat zit in het concept van de natie. Binnen de grenzen van de islam moet er dan een hervorming plaatsvinden van de culturele substantie die haar omringt, wat overigens perfect past binnen geschiedenis en leerstellingen van de traditionele islam, die een dergelijke oefening maakte bij alle nieuwe volkeren die haar hebben overgenomen. De Turkse, Marokkaanse en Indonesische islam worden allen getypeerd door hun respectievelijke specifieke culturele elementen. Tegelijk moet het culturele niveau van de moslims in Europa opgekrikt worden door organisatie en institutionalisering, zoals gedaan is door de Joden tijdens de Haskalah, teneinde te verzekeren dat ze nooit in de greep komen van het voor de mens immer verleidelijke communautaire identiteitsdenken. Dit kan evenwel nooit vanuit de overheid gebeuren; ze vormt een van de situaties die de grenzen van georganiseerde staatsmacht illustreren. De enige manier om hier een hervorming tot stand te brengen is door middel van individuele en collectieve activiteit in het middenveld.

De andere kant van de kwestie is dat de liberale, rechtsstatelijke vrijheid van religie binnen de grenzen van de voor het samenleven niet gehinderd mag worden in naam van de ‘vooruitgang’, omdat dit afbreuk doet aan de fundamentele burgerrechten van moslims. De moslimgemeenschap vormt bovendien een van de laatste bastions van zingeving en sociale omkadering in het Westen; het zou zonde zijn haar te vernietigen. Een erkenning van de eigenheid van de religieuze identiteit van moslims in combinatie met een beleid van culturele integratie vanuit die identiteit en gemeenschap zelf vormen de sleutel tot het oplossen van communautaire conflicten, inclusief terreur en verschansing.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Ik word vriend van Doorbraak.

El Hammouchi Othman

El Hammouchi Othman (1999) studeerde aan het KA Vilvoorde en heeft een grote liefde voor filosofie, wetenschap en sociaal denken.