JavaScript is required for this website to work.

Nieuwe literaire canon is een woke grabbelton

Je zou van minder aan de relevantie van de Academie gaan twijfelen

Frank Hellemans8/7/2025Leestijd 3 minuten
‘Wie verzint het om dat zogenaamde literaire pantheon elke vijf jaar te
herbekijken?’

‘Wie verzint het om dat zogenaamde literaire pantheon elke vijf jaar te herbekijken?’

foto © Belga

Wie verzint het om dat zogenaamde literaire pantheon elke vijf jaar te herbekijken? Het project verliest zijn sérieux.  De Franse Académie prijst de Franstalige evenknie van ‘Pluk van de Petteflet’ ook niet aan.

Elke vijf jaar heeft de Vlaamse letterenacademie in Gent zich voorgenomen om het literaire pantheon van de Nederlandstalige literatuur te herschikken. In 2015 was er nog sprake van een canon ‘uit Vlaams perspectief’. Ooit was de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren, zoals die prestigieus heet, als Vlaamse academie opgericht.

Niemand minder dan de nu alom verguisde Leopold II sponsorde in 1886 de onderneming. Zijn konterfeitsel was prominent aanwezig in het nog altijd prachtig resonerende rococo-interieur. In 2020 werd hij gecanceld en achter een zwart doek verbannen. Definitief gedefenestreerd.

Pil verzachten

Ander teken aan de wand dat het er het afgelopen decennium in de Gentse literaire tempel bijzonder woke aan toe ging, was de verbanning van good old Jef Geeraerts’ Black Venus, het eerste deel van zijn spraakmakende Gangreen-cyclus. Ooit als erotisch-vitalistisch meesterwerk bejubeld, kreeg het nu de stempel van hopeloos kolonialistisch en vrouwonvriendelijk uitbuitersproza.

Ten laatste in 2020 werd dus duidelijk dat de Academie de vlucht vooruit had gekozen en zich overijverig in de waan van de dag had ingeschreven. Om de pil te verzachten werd Geeraerts trouwens ingeruild voor Turks fruit, Jan Wolkers’ ontwapenende ode aan de vrije liefde.

Vier naoorlogse Vlaamse auteurs

Vijf jaar later wordt Wolkers’ heidense ode nu eveneens de wacht aangezegd. En wie de overigens mooi gepresenteerde nieuwe canon van 2025 op de website inkijkt, merkt dat het beloofde Vlaamse perspectief haast helemaal is uitgegomd voor Nederlandse auteurs met queer roots, zoals Andreas Burnier of de Curaçaose Frank Martinus Arion naast de Joodse Marga Minco en Anne Frank. Hoe divers en inclusief kan je zijn, nietwaar?

Waer bestu bleven: Herman Teirlinck, Johan Daisne, Richard Minne, om over Walter van den Broecks Brief aan Boudewijn nog te zwijgen? Als zelfs Tom Lanoye het in De Standaard van 3 juli opneemt voor Filip De Pillecyns Monsieur Hawarden en diens Mensen achter de dijk (‘de missing link tussen Walschap en Boon’) is het ver gekomen. Bij de naoorlogse selectie zijn er onder de zestien zogenaamde onsterfelijken amper vier Vlaamse auteurs: Louis Paul Boon, Hugo Claus, Ivo Michiels en Herman de Coninck.

Doodzwijgen

Enig lichtpunt is de vervrouwelijking van de canon. Terecht dat literaire pareltjes als Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken (de eerste moderne Nederlandstalige briefroman) of Een revolverschot van Virginie Loveling (de eerste Vlaamse thriller die naam waardig) voor het eerst hun opwachting maken.

Maar met alle respect voor Annie M.G Schmidt en haar everseller Pluk van de Petteflet, het enige jeugdboek dat nu werd binnengehaald: van een canon verwacht je toch een andere uitstraling. Wat is er trouwens mis met De Witte van Ernest Claes? Onbegrijpelijk dat Patricia de Martelaere, de beste Vlaamse en misschien wel Nederlandstalige essayiste ooit, nog altijd wordt doodgezwegen.

Slecht geweten

Wie elke vijf jaar de kaarten opnieuw wil schudden, maakt van de canon een gezelschapsspelletje. Tijdverdrijf voor fijne luiden. Maar wie heeft er iets aan dat deze dames en heren van stand in hun rococopaleisje het wokelijstje afvinken en in functie van die parameters de pionnen op het ganzenbord herschikken?

Ergens hebben de nieuwerwetse keuzedames en -heren een slecht geweten en beseffen ze zelf dat ze met deze canonspelletjes het kind met het badwater wegspoelen. Ze stipuleren immers dat alleen overleden auteurs met werken die minstens 25 jaar oud zijn in aanmerking kunnen komen voor een zitje op de Nederlandstalige Parnassus.

Spellingskloof

Een canon die respect wil afdwingen en het literaire erfgoed recht aandoet, dient inderdaad slechts binnen de tijdsspanne van een generatie herijkt te worden. Dus elke vijfentwintig of ten hoogste twintig jaar. De Duitse, Engelse of Franse academies doen er zelfs in de regel nog langer over of vullen mondjesmaat hun canon met een nieuwe klassieker aan. Door als overheid ook echt te investeren in de herpublicatie van de canonieke meesterwerken in kwestie, krijgt die canon dan ook een echte educatieve en vulgariserende functie.

Nu dreigt deze canon hetzelfde lot beschoren als de spellingscanon van de Taalunie. Elke tien jaar zou er een herziening komen. De Nederlandse confraters haakten echter af bij die recente revisie, zodat de spellingskloof tussen Nederland en Vlaanderen vandaag opnieuw een feit is. Hoeft het te verbazen dat het Groene Boekje nu zelfs niet meer gedrukt wordt, want niet commercieel interessant nu de Nederlandse markt heeft afgehaakt?

Grabbelton

Kortom, de Vlaamse letterenacademie heeft zijn hand overspeeld door al te ijverig de letteren te reduceren tot een grabbelton à la tête du client waarbij in het beste geval iemand schouderophalend door de website snuistert. Hoog tijd om de literatuur zelf weer serieus te nemen, zonder aanzien van geslacht, nationaliteit of historische beladenheid. Deze vijfjarige pseudocanon ondergraaft de degelijkheid die de Academie zou moeten uitstralen.

Frank Hellemans doceerde journalistiek aan de Thomas More hogeschool in Mechelen. Hij is literatuurcriticus en auteur van onder andere ‘Mediatisering en literatuur’ en ‘Echte mediaprimeurs. Een communicatiegeschiedenis’. Levenslang supporter van Malinwa én Paul van Ostaijen.

Commentaren en reacties