fbpx


Geschiedenis

Ooit moet er een komische serie over Auschwitz komen

Herinneren is ook kunnen afsluiten, en daar hebben we humor voor


Don't mention the war

De titel alleen al van dit essay lijkt een provocatie, een slag in het aangezicht van de Joodse gemeenschap. Met concentratiekampen lach je niet, het lijden van de Joden is een serieuze zaak. Het kamp is een gedenkplaats die ons eeuwig aan een verdoemd verleden herinnert. Droefgeestigheid is hier een morele plicht. Nazi-propaganda Wie zich toch aan een Joodse karikatuur waagt, wordt op één lijn geplaatst met nazi-propaganda uit de jaren ‘30. Het overkwam het Aalsters carnaval. De ‘antisemitische’ praalwagen…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De titel alleen al van dit essay lijkt een provocatie, een slag in het aangezicht van de Joodse gemeenschap. Met concentratiekampen lach je niet, het lijden van de Joden is een serieuze zaak. Het kamp is een gedenkplaats die ons eeuwig aan een verdoemd verleden herinnert. Droefgeestigheid is hier een morele plicht.

Nazi-propaganda

Wie zich toch aan een Joodse karikatuur waagt, wordt op één lijn geplaatst met nazi-propaganda uit de jaren ‘30. Het overkwam het Aalsters carnaval. De ‘antisemitische’ praalwagen van de Vismooil’n was, zoals gekend, in 2019 de aanleiding om dit volksfeest uit het werelderfgoed te bannen. ‘Oilsjt Voegelvroi’ luidde voortaan het motto. Ze deden verder, maar dan zonder de goedkeuring van de UNESCO.

Dat etiket van antisemitisme blijft ondertussen kleven. Waarom mag je niet lachen met Joden, en is dat hetzelfde als ze discrimineren of vervolgen? Moeten wij met de geschiedenis blijven omgaan als een last, een vloek, iets dat in het heden blijft spoken? Moet de melancholie blijven domineren rond zwarte plekken in het verleden, die op die manier zwart blijven? Is humor net geen middel om ons van dat juk te bevrijden? Mag dat? Kan dat? Een kleine filosofische excursie.

Melancholie als zelfvergiftiging

Melancholie, het woord is daarnet gevallen. Al van in de antieke oudheid associeerde men het fenomeen met een onevenwicht van de vier lichaamsvochten. De Griekse arts Hippocrates situeerde de oorzaak in een teveel aan zwarte, verbrande gal in het bloed, vandaar de term ‘zwartgalligheid’. In de romantiek sublimeerde het zich tot Weltschmerz, spleen, morose, een toestand van lijden-aan-het-bestaan en daar op een paradoxale manier voldoening in vinden.

Vandaag omschrijven we het fenomeen als een chronische depressie, een verlies aan levenslust door de zwaarte van het verleden. Het geheugen hanteert voortdurend de terugspoelknop: men beleeft het leven, de tijd, de geschiedenis, achterwaarts, hetzij nostalgisch -uit heimwee naar een verloren tijd- hetzij traumatisch, of misschien zelfs allebei. Er is de onmogelijkheid om met het verleden in het reine te komen, iets af te sluiten. Erger nog: men wil het zelfs niet meer afsluiten, en het gewicht neemt alsmaar toe. De zwarte gal dompelt de melancholicus in een toestand van zelfvergiftiging.

Freudiaans

Dit toxisch karakter werd uiteindelijk door de Weense psychiater Sigmund Freud beschreven en geïntegreerd in een analyse van de rouw en de depressie. Het is een toestand van het ongelukkig bewustzijn, waarbij iemand weet welke ballast hij voortsleurt, maar tegelijk wordt die ballast een gekoesterd hebbeding, een soort ‘geluk in het ongeluk’, ook wel zelfmedelijden genoemd.

Eigenlijk is de melancholicus een soort Sisyphus die steeds weer de rots, waaraan hij geketend is, naar boven wil duwen. In dat opzicht zouden we de melancholie als een aparte, gesofisticeerde categorie van domheid kunnen noemen. We hanteren dan de definitie die domheidsexpert Matthijs van Boxsel daaraan geeft: volharden in een foute herhaling, handelen tegen beter weten in, behept zijn met een neiging tot zelfdestructie die op de duur een levensmotto wordt.

Hachelijk wordt het pas, als deze morose collectief wordt, en maatstaf wordt van politieke correctheid waarin schuld het kernbegrip uitmaakt. Dit kan een complete maatschappij aantasten, die zelfs te ziek is om de kluisters te herkennen waaraan ze geketend is. Een permanente indoctrinatie, die het verleden ‘bewaakt’ en steeds weer als argument gebruikt, organiseert deze zelfdestructie sociaal en politiek. Net omdat humor subversief is, en de lach bevrijdt, maakt deze het voorwerp uit van vervolging en censuur.

Wokeness, morose en haattaal

Vandaag is de wokeness de nieuwste variant van deze totalitaire droefgeestigheid: een volstrekt humorloze beweging van jonkies die amper de geschiedenis nog kennen en er tegelijk door geobsedeerd zijn. Men viseert vooral het universele racisme, het kolonialisme en de misdaden van de blanke man. Haat is de vaste grondtoon, die weerom kan overgaan in zelfhaat: ‘het racisme zit in ons’.

De wokes lezen de geschiedenis in een mix van zwartgalligheid, verontwaardiging en aan de paranoia grenzende uitsluitingsijver jegens het kwaad in hun cancelculture. Het verleden is traumatisch én onuitwisbaar: er is ‘iets’ misgelopen, waardoor er alleen nog martelaars en beulen, zwarten en witten, op deze planeet rondlopen. Een complete intellectuele industrie, vooral actief in de media, identificeert steeds weer nieuwe slachtoffers, – de gekleurde mens, de vrouw, de anders geaarde -, en de overeenkomstige ‘racistische’ delinquenten. Zij moeten kleur bekennen en boete doen, evenals hun kinderen en kleinkinderen, want kleur is vooralsnog onuitwisbaar zoals de erfzonde.

Dekolonisering

De ‘dekolonisatie’ -hét project van de wokes – is daarom altijd maar voorlopig. Ook al hebben een hoop historici de Belgische Congo-kolonisatie kritisch doorgelicht, inclusief de afgehakte handjes en de moord op Lumumba, toch blijft het lijden, het verdriet, het ongeluk van de zwarte mens ons achtervolgen, overal, in het voetbal, cultuur, de musea, de literatuur, het straatbeeld. Het wit is slecht, het alludeert op zuiverheid en een nieuw begin, wat in de melancholische zelfdestructie een taboe is. Dus blijft men ‘dekoloniseren’ en de cancel culture alias het uitsluitingsdenken beoefenen. Als de standbeelden van Leopold II zijn neergehaald, is het de beurt aan de straatnamen, de boeken, de kledij, de taal.

Wordt iemand daar gelukkig van? Ik denk het niet, noch de witten noch de zwarten. Slimmer? Ook niet. De slachtoffers blijven slachtoffers, de daders daders, en de geschiedenis een blok dat aan ons been blijft hangen. De wokeness tast de samenleving aan als virale wolk van rancuneuze verdwazing en morele hoogmoed, waarbij men bijvoorbeeld vaststelt dat topvoetballers die nauwelijks belastingen betalen, de supporters lessen geven in solidariteit. Niet toevallig bestaat het militante woke-publiek voornamelijk uit semi-analfabeten en studenten/docenten van een middelmatig niveau die nauwelijks nog Nederlands kunnen schrijven. Tegelijk verdient een flinke schare links-progressieve journalisten, columnisten en culturo’s zijn brood in het aanhouden van de ‘dekoloniserende’ waakvlam: domheid en sluwheid houden elkaar in evenwicht.

Humor en politieke correctheid: ‘Don’t mention the war’

In de grote clash tussen melancholisch despotisme en humor slaat die afrekeningscultuur wild om zich heen. De heksenjacht op ‘foute’ taal, beeldspraak, personages, iconen trof op een zeker ogenblik zelfs de Britse komische serie die als de beste ooit wordt beschouwd, namelijk Fawlty Towers, meer bepaald de aflevering waarin hotelbaas Fawlty Duitse gasten ontvangt en onder het motto ‘Don’t mention the war’ heel de tijd allusies maakt op het Duitse nazi-verleden. Tussendoor geeft een de half-seniele kolonel, een vaste hotelgast, seksistische en racistische commentaren weg. Heerlijke humor uit een tijd dat dit nog kon.

Ook al trok de BBC na protest de ban terug in, het is de zoveelste illustratie van de manier waarop domheid en humorloosheid taboes in stand houden. Commentaar van bedenker John Cleese: ‘Gevoel voor humor weerspiegelt gevoel voor nuance, het is daarom dat het merendeel van de politieke correctheidspolitie geen humor heeft’. Toch is hier nog meer aan de hand: Fawlty’s politiek correcte devies ‘Don’t mention the war’ brengt net het omgekeerde te weeg: een stortvloed van foute grappen. Waartoe dit kan leiden? Een kleine anekdote.

Opgesloten in Auschwitz

Naar aanleiding van de 70ste verjaardag van de bevrijding van het concentratiekamp Auschwitz vonden in 2015 een aantal herdenkingsplechtigheden en reportages plaats. Op een zeker ogenblik bevond zich een filmploeg met enkele Joodse overlevenden in het kamp, die plots vaststelden dat ze… opgesloten zaten. De poorten gaan daar namelijk op een bepaald uur dicht, en er is geen nooduitgang voorzien.  Allo, allo? Ook met GSM’s lukte het niet: de gevangenen kregen alleen Polen aan de lijn die geen woord Engels verstonden. Slechts na een mislukte ontsnappingspoging ging een alarm af, waarna hen nog een urenlang verhoor door de Poolse politie wachtte.

Ik weet niet of ze er uiteindelijk mee konden lachen, ik hoop van wel, want dit verhaal heeft een komische kant: het lijkt me prachtig materiaal voor een satire-scenario rond Auschwitz, met vele knipogen. Een zonnestraal doorheen de mist van gedenktekens, gedempte toespraken in mineur, defilés van streepjespakken, knievallen en verplichte schooluitstappen.
Satire zei u? Rond Auschwitz?? Don’t mention the war!

Voltooid verleden tijd

Zucht, inderdaad. Kan zo’n kampkomedie gemaakt worden zonder respectloos, antisemitisch of negationistisch over te komen? Ik denk van wel. En ik denk ook dat het ooit moét gebeuren, omdat alleen humor ons met het verleden in het reine kan brengen. De oorlog is niet gedaan als de wapenstilstand is ondertekend, maar pas als er parodische kolder rond ontstaat.

De BBC heeft hier alleszins een grensverleggende traditie. Op de oerserieuze reeks ‘Secret Army’ (1977-1979) over het Belgische verzet dat ontsnappingsroutes organiseerde voor neergehaalde Britse piloten tijdens WO II, volgde de parodie ‘Allo, allo!’ (1982-1992). Daarin werd uit voorzorg het Joodse thema weliswaar zorgvuldig gemeden, maar voor de rest was het lachen geblazen met de Duitsers, de Gestapo, de martelkelders, de weerstand, en heel de oorlog.

Tragedie en komedie

De tragedie laten afsluiten met een komedie, de parodie het laatste woord geven, de oude Grieken wisten waarom: op het einde is er enkel de lach. Eens moet het gejammer stoppen en de oorlog ‘vergeten’ worden. Dit heeft niets met een moraal van de vergeving te maken, en nog minder met de sorry-cultuur: het is de tragikomische dimensie van het bestaan ontdekken. Door humor in de tragedie te smokkelen, wordt het verleden afgestempeld, gearchiveerd als ver-leden, in de etymologische betekenis: ‘van leed ontdaan’.

Auschwitz is dus een feit, een vreselijke waarheid, maar werkt ook als een mythe, een alibi, een schakel in een lange historische ketting die ergens in de bijbel vastgeklonken is aan een religieus fantasme. Via de logica van schuld en vergelding geraken we er nooit uit. Ergens moet de schakelaar van de fatale oorzaak-gevolg-ketting omgedraaid worden, om het leven terug een kans te geven.

Herinneren is kunnen afsluiten, vergeten is een kunst. Het ultieme bewijs van dit motto ligt in het leven van elk van ons. Hoeveel shit we ook meemaken, het is pas als we het achteraf als een grap kunnen navertellen, dat de demonen buiten ons bereik blijven. Geestigheid, als zelfgenezing en gezonde zin voor zelfbehoud. Je kan een slechte dag hebben, maar maak er geen jaar van. Rouwen mag, maar binnen redelijke termijn dient de zwarte weduwe haar gewaad af te leggen.

Dus ja, benieuwd wanneer de opnames voor de sitcom ‘Ausch-witz’ van start gaan. Niets is heilig, niets is eeuwig, niets is fataal. Gun de doden rust, maar gun de levenden ook nog een leven. Het is voorbij. Voltooid verleden tijd.

Johan Sanctorum

Johan Sanctorum is filosoof, publicist, blogger en Doorbraak-columnist.