Commentaar, Satire
cartoonist

Open brief aan Julie Cafmeyer

Toch steeds weer tobben, dat vrije beeld

Geachte mevrouw Cafmeyer

Het heeft even geduurd voor ik in mijn pen kroop om u te antwoorden. De privileges van cartoonisten zijn niet van dien aard dat men zomaar heelder dagen tobbend door het raam onzin kan verzinnen. Ok, dat is een leugen, omdat het de kern is van wat we doen, maar ik bedoel als ernst verpakte onzin.

De reden waarom ze mij van het plafond konden schrapen, was dat u mij uitdaagde om voortaan mijn privilege als cartoonist even in ogenschouw te nemen en te herpositioneren, omdat we blijkbaar beschikken over het privilege van het vrije beeld. Zoals we al weten is dat nog problematischer dan het privilege van het vrije woord.

Het privilege van de thermoskan

Wat, wil ik de freule Cafmeyer  vragen, is precies mijn privilege? Het privilege neergemaaid te worden door islamofascisten?  Het privilege safety rooms  in mijn huis te bouwen omdat ik mijn pen wat te vrijpostig over de profeet liet gaan? Of gewoon het privilege gebroodroofd te worden door een ghostwriter van een invloedrijk politicus die je daarvoor enkele keren hard aanpakte en die ineens je hoofdredacteur wordt? Of gewoon het privilege om totaal statuutloos voor de pers te werken en in de hiërarchie aldaar net na de thermos van de koffiedame te komen?

Als ik nog een privilege vergeten ben gelieve mij daar op te wijzen, beste mevrouw Cafmeyer, ik kan er niet zo meteen een voor de geest halen.

Kern van mijn beroep

Of het moet zijn dat u de kern van mijn beroep, als satirist als een privilege beschouwt? Daar moet ik u jammer genoeg teleurstellen. De kern van mijn beroep is nu eenmaal de kern van mijn beroep.

Er is een reden, beste mevrouw Cafmeyer, waarom wij doen wat wij doen. De eerste is waarschijnlijk dat wij een slecht karakter hebben (alhoewel ik bijna elke cartoonist persoonlijk ken, en dat zijn stuk voor stuk zeer beminnelijke figuren). Ten tweede is het zo dat satire het lymfesysteem van de samenleving is.

U zal niet zover nagedacht hebben over het hoe en het waarom van satire, zoals ik dat gedaan heb de laatste 20 jaar dat ik professioneel bezig ben. En het zal u waarschijnlijk verwonderen dat cartoonisten en satiristen bij uitbreiding wel degelijk weten waarmee ze bezig zijn.

Anti-autoritaire homo sapiens

De mens — het zal u verwonderen, mevrouw Cafmeyer — is van nature geen dociel wezen. De homo sapiens  is, zoals de meeste mensapen, een zeer anti-autoritaire soort. En daar voelde die homo sapiens  zich wel best lekker bij.  Tot zo rond 11.000 voor Christus de domesticatie van planten en dieren er voor zorgde dat men ging samenklitten in gemeenschappen en dat die gemeenschappen leiders kozen.

Wel beste mevrouw Cafmeyer, in tegenstelling tot uzelf liet de gemiddelde homo sapiens sapiens  niet zomaar over zijn hoofd lopen. Hij aanvaardde wel dat er een staat ontstond en dat er gezag uitgeoefend werd, maar hij bracht ook meteen een tegenremedie in stelling die dodelijk was voor elk gezag. De satire.

Van flauwe moppentapper tot cartoonist

Ik verzin dat niet zelf. De antropoloog Christopher Boehm vertelt dat in zijn boek Hierarchy in the forest.
Mensen werkten noodgedwongen samen en er was er wel altijd eentje die het voortouw nam — laten we hem Oenga noemen. Wel, die Oenga mocht de groep leiden voor de tijd van de jacht. Als die Oenga niet tijdig uit zijn rol stapte en ook buiten de jacht op zijn strepen begon te staan, dan zat er wel altijd eentje in de groep die een besmuikt grapje maakte. Waarna heel de groep begon te giechelen en de leider meteen alle gezag verloor.

Die flauwe moppentapper is de cartoonist van nu.

Het hedendaagse cartoonisme is ontstaan in Engeland (niet voor niets 200 jaar voorop qua humor) na het einde van the Glorious Revolution  in 1688, toen men vergeten was de censuurwetten te stemmen. Plotsklaps werden de straten overspoeld door satirische straattheaters, waar het ene scabreuze toneelstuk na het andere werd opgevoerd — tot groot jolijt van de omstaanders.

Geboorte van de democratie

Het is daar waar de democratie geboren werd. Het is daar waar burgers op ordentelijke manier leerden omgaan met het gehate gezag, het is daar dat het gezag met rode kaken het beleid bijstelde.

Toen een Franse edelman Londen bezocht en voor het winkeltje van Hannah Humphrey stond, waar de grootste cartoonist ooit, James Gillray, zijn werk tentoonstelde, was hij zo aangedaan dat hij een vlammende brief naar het thuisfront schreef over hoe Engeland een staat op instorten was waar zo’n ongecensureerde satire kon bestaan.

Die edelman is nooit thuis geraakt, beste mevrouw Cafmeyer, omdat ondertussen de Franse revolutie uitgebroken was. Een orgie van bloedvergieten die de Engelsen nooit nodig hadden om tot hetzelfde resultaat te komen, dankzij de bliksemafleider van de satire.

Uw toegenegen cartoonist

Erwin Vanmol

Erwin vanmol

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Erwin vanmol?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans