fbpx


Buitenland
eenpartijstaat

Paradoxen van Chinese eenpartijstaat en West-Europese democratieën

China en corona (4)



Welke zijn de vreemde paradoxen die bovenkomen wanneer we de politieke realiteit van de autoritaire Chinese eenpartijstaat vergelijken met die van de West-Europese democratieën? Inputdemocratie versus outputdemocratie In een inputdemocratie zijn er vrije verkiezingen waar iedereen zich kandidaat kan stellen, iedereen een partij kan oprichten, met een vrije pers, een vrij politiek debat… Deze elementen zijn in China niet of nauwelijks aanwezig. Weinig bekend is wel dat er in China naast de Communistische Partij nog acht politieke partijen bestaan, al…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Welke zijn de vreemde paradoxen die bovenkomen wanneer we de politieke realiteit van de autoritaire Chinese eenpartijstaat vergelijken met die van de West-Europese democratieën?

Inputdemocratie versus outputdemocratie

In een inputdemocratie zijn er vrije verkiezingen waar iedereen zich kandidaat kan stellen, iedereen een partij kan oprichten, met een vrije pers, een vrij politiek debat… Deze elementen zijn in China niet of nauwelijks aanwezig. Weinig bekend is wel dat er in China naast de Communistische Partij nog acht politieke partijen bestaan, al hebben die enkel een consultatieve rol.

Een outputdemocratie komt tegemoet komt aan de wensen en noden van de bevolking, de demos. In West-Europa lijkt hier redelijk goed aan voldaan. Wij kennen een hoog algemene welvaartsniveau, een sterke sociale zekerheid, de waarborg van individuele vrijheden… Niettemin is bij ons steeds vaker te horen dat onze politici de voeling met het volk kwijt zijn en vaak ingaan tegen de algemene wensen van de bevolking die naar voren komen uit peilingen. Denk aan de vraag om een vermogensbelasting als dam tegen de groeiende ongelijkheid, hogere pensioenen, een sterker sociaal en klimaatbeleid…

Ondanks de afwezigheid van een echte inputdemocratie, is het politieke systeem in China er de afgelopen 40 jaar niettemin in geslaagd tegemoet te komen aan de grootste bekommernis van het Chinese volk, namelijk om voor het eerst in zijn geschiedenis tot een algemene economische welstand te komen. Stabiliteit was daarvoor de absolute sine qua non en het mantra van de communistische partij. Dit doel werd eigenlijk nu pas bereikt, namelijk een bbp van 10.000 USD/capita, waarmee China is toegetreden tot de groep van de middeninkomenlanden, zij het nog steeds op grote afstand van West-Europa.

Verandering van naam of verandering van inhoud?

Een tweede belangrijk verschil: bij ons verandert vaak de naam, maar de lading eronder dezelfde blijft. Terwijl in China de naam bijna nooit verandert, maar de lading des te meer. De Communistische Partij van China (CCP) is sinds haar oprichting bijna honderd jaar geleden nooit van naam veranderd. Aal is het duidelijk dat ze in die eeuw een enorme ideologische omwenteling heeft gemaakt.

Wij zetten politieke veranderingen altijd heel direct en expliciet in de verf. In China gebeuren politieke veranderingen eerder onder de oppervlakte, terwijl er officieel weinig lijkt te veranderen. Bij ons gebeurt het debat openlijk tussen verschillende partijen. In China is niets wat het lijkt. Het debat vindt er plaats bínnen de CCP, tussen de verschillende facties, van gematigden tot radicalen, die publiekelijk echter allemaal wel de rangen sluiten eens er een besluit is genomen.

Chinees socialisme

Kijken we naar China, dan zorgt dit voor veel verwarring. De CCP is immers in se al lang geen puur communisme meer voorstaat, maar wel een ‘socialisme met Chinese karakteristieken’. Het was Deng Xiaoping die in 1978 een immense paradigmashift teweegbracht door te stellen dat socialisme perfect kon samengaan met een markteconomie. Het deed er niet toe of de kat zwart of wit was, als ze maar muizen ving! Hij doorbrak daarbij het bipolaire koudeoorlogsparadigma waarbij een land ofwel kapitalistisch is met een markteconomie, ofwel socialistisch met een planeconomie.

Daarmee wist Deng eigenlijk de perfecte combinatie te maken in lijn met twee belangrijke Chinese aspiraties. Enerzijds socialisme, in het Chinees vertaald als ‘maatschappij-isme’. Dat is volledig in lijn met het aloude Chinese collectivisme. Het land wordt er gezien als één grote familie. Dat is overigens ook letterlijk de Chinese term is voor een land: 国家 guó-jiā = land-familie. Anderzijds werd China een geleide markteconomie, waar de eveneens aloude Chinese handelsgeest de vrije baan kreeg. Niet voor niets wensen Chinezen elkaar met Chinees Nieuwjaar 恭喜发财gōngxǐ fācái= ‘moge je rijk worden’. Die spreuk dateert uit het 19de-eeuwse Kanton.

Dictatuur of autoritaire eenpartijstaat?

In het eerste stuk van deze reeks haalde ik aan dat de term ‘autoritaire éénpartijstaat’ voor China beter de lading dekt dan de passe-partout ‘dictatuur’. Het lijdt niet de minste twijfel dat in China individuele mensenrechten frequent en op grote schaal met de voeten worden getreden. Het lot dat de Oeigoeren anno 2020 in Xinjiang moeten ondergaan tart daarbij alle verbeelding. Chinezen zullen argumenteren dat dit hun antwoord is op de terroristische aanslagen die in China plaatsvonden. Maar dit soort van collectieve volksstraf druist in tegen alle internationale verdragen ter bescherming van minderheden. Volstrekt ontoelaatbaar.

Desalniettemin is het een denkfout om China daarom als een dictatuur te omschrijven en daarmee basta. In mijn ogen is een dictatuur ook een systeem dat het volk zelf onderdrukt, en niet alleen individuele activisten, journalisten of minderheden. In China bestaat de CCP echter enkel en alleen bij gratie van het Chinese volk. Dat is voor buitenstaanders heel moeilijk te begrijpen.

Het Chinese volk lijkt te zwijgen en te berusten. Toch weet de Partij maar al te goed dat wanneer dingen fout gaan, haar autoriteit in een mum van tijd ondermijnd zal worden. Het beeld van het gedweeë Chinese volk dat zijn lot ondergaat is daarbij een grove misvatting. Zo vinden er elk jaar naar schatting zo´n 180.000 kleine opstanden plaats. Die gaan veelal over lokale conflicten, zoals lokale partijbonzen die zich verrijken, land dat onteigend wordt, arbeiders die niet betaald worden…

Groeiende middenklasse

Bovendien zien we dat de steeds rijkere middenklasse uit de Chinese grootsteden steeds meer de agenda gaat bepalen. Niet zozeer via expliciete protesten, maar via indirecte kanalen komen de wensen van die groeiende middenklasse naar boven. Zo raakte bijvoorbeeld heel recent bekend dat China het eten van honden en katten gaat verbieden. Dit is een gebruik dat sowieso slechts in een klein aantal rurale gebieden gangbaar was. Maar de coronacrisis, in combinatie met het feit dat steeds meer Chinezen in de steden zélf honden en katten als huisdieren hebben, leidden tot deze maatregel. Niet toevallig was het de rijke Chinese kuststad Shenzhen die als eerste dit verbod invoerde, vóór het nationale verbod.

De aspiraties van het Chinese volk zijn ook helemaal niet onveranderlijk. De grootste bekommernis van de afgelopen 40 jaar was zonder meer grotere economische welstand. Vandaag treden er steeds meer andere bekommernissen op de voorgrond bij de Chinese middenklasse. Schoner milieu, veiliger voedselsysteem, betere psychologische gezondheidszorg, vooruitgang op vlak van holebirechten… Nu China is toegetreden tot de landen met een middeninkomen, zal de wil van het volk steeds meer de wil van de groeiende, welstellende stedelijke middenklasse vertolken, ten nadele van de plattelandsbevolking.

De confucianistische filosoof Xunzi gebruikte al in de 3de eeuw v.C. een beeld dat deze relatie tussen het volk en de machthebber verbeeldt. 水能载舟,亦能覆舟: ‘Water kan een boot dragen, maar evenzeer een boot doen kapseizen.’

[ARForms id=103]

Jan Wostyn

Jan Wostyn is econoom en sinoloog (beiden KU Leuven). Hij woonde zes jaar in China in Wuhan, Xiamen, Shanghai en Beijing en is mede-oprichter van de Hutong School, één van de leidende Chinese taalinstituten in China. Hij doceerde ook Bedrijfskunde aan de Thomas More Hogeschool.