fbpx


Politiek

Populisme symptoom crisis liberalisme



populisme

De jongste VRT-De Standaard-peiling laat een vrij stabiel beeld van het kiesgedrag zien. Verwonderlijk is dat niet. Kiezers laten zich niet alleen leiden door conjuncturele factoren, zoals het gevoerde beleid. Ze drijven ook mee op structurele stromen. Wie naar structurele patronen en veranderingen in onze samenleving speurt, heeft aan de socioloog Andreas Reckwitz (Humboldt-Universität Berlijn) een goede gids. Zijn Das Ende der Illusionen is in Duitsland een bestseller en plichtlectuur van politici en politieke waarnemers*. Sociaal-corporatisme In de naoorlogse politieke…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De jongste VRT-De Standaard-peiling laat een vrij stabiel beeld van het kiesgedrag zien. Verwonderlijk is dat niet. Kiezers laten zich niet alleen leiden door conjuncturele factoren, zoals het gevoerde beleid. Ze drijven ook mee op structurele stromen.

Wie naar structurele patronen en veranderingen in onze samenleving speurt, heeft aan de socioloog Andreas Reckwitz (Humboldt-Universität Berlijn) een goede gids. Zijn Das Ende der Illusionen is in Duitsland een bestseller en plichtlectuur van politici en politieke waarnemers*.

Sociaal-corporatisme

In de naoorlogse politieke ontwikkelingen in de westerse landen ziet Reckwitz een paradigma aan het werk. Het domineert gedurende enkele decennia het politieke denken en handelen, en bestrijkt het nagenoeg volledige politieke spectrum. Er bestaan dan ook zowel eerder linkse als eerder rechtse versies van. Na verloop van tijd kan een paradigma geen probate antwoorden meer geven op problemen die het deels zelf creëert en komt een ander in zijn plaats.

Tot het midden van de jaren 1970 domineerde volgens Reckwitz het sociaal-corporatistisch paradigma. De industriële samenleving kwam tot volle ontplooiing, aangestuurd door de staatsoverheid die het economische, sociale en culturele leven regelde. Met een keynesiaans beleid werd de welvaartsstaat uitgebouwd, met een herverdelende sociale zekerheid, een gereglementeerde arbeidsmarkt, democratisering van het onderwijs en forse investeringen in infrastructuur. De levensstandaard van de bevolking was relatief egalitair. Langs volkspartijen, vakbonden, verenigingen en kerken – in Vlaanderen de verzuiling – waren de mensen sterk ingebed in de gemeenschap. De samenleving was cultureel vrij homogeen, de sociale controle en het conformisme hoog.

Dat sociaal-corporatisme werd gedragen door op centrumlinks sociaaldemocratische en op centrumrechts christendemocratische partijen, zegt Reckwitz. Voor ons land durven wij daar de toen sociaal georiënteerde liberale partij aan toevoegen.

1968 en 1973

Met de oliecrisis van 1973 kwam een einde aan dertig jaar groei en welvaartstoename, en brak een periode aan van stagnatie, met hoge werkloosheid, galopperende inflatie en oplopende staatsschulden. Onderliggend transformeerde de industriële economie in een postindustriële economie, met een hooggekwalificeerde kennissector enerzijds en een laaggekwalificeerde dienstverleningssector anderzijds. Tegelijk begon de globalisering, die de staat een deel van zijn sturingscapaciteit ontnam.

Parallel aan die sociaaleconomische crisis voltrok zich een sociaal-culturele crisis. Het studentenprotest van 1968 en de daarop aansluitende ‘alternatieve’ stromingen reveleerden ontevredenheid met het regulerende en op conformisme gerichte systeem. Traditionele waarden en binding met de gemeenschap erodeerden, het individu en zijn zelfontplooiing kwamen voorop te staan. Mensen identificeerden zich almaar minder met de volkspartijen en zuilorganisaties, nieuwe sociale bewegingen (feminisme, ecologie) zagen het licht.

Het sociaal-corporatisme was ‘slachtoffer’ van zijn succes geworden. De postindustrialisering en globalisering, bijvoorbeeld, kwamen er om ter wille van het ‘welvaart voor iedereen’-doel de productie verder te laten groeien en nieuwe producten te ontwikkelen. En zo is het de democratisering van het onderwijs die de ‘generatie van 1968’ voortbracht.

Apertistisch liberalisme

Vanaf 1980 werd het sociaal-corporatisme vervangen door wat Reckwitz apertistisch liberalisme (van het Latijn aperire = openen) noemt: openmakend, ontsluitend liberalisme.

Terwijl het sociaal-corporatisme een regulerend paradigma is en de klemtoon op algemeenheid en gelijkheid legt, is het apertistisch liberalisme een dynamiserend paradigma dat bijzonderheid en verschil accentueert. Het is gericht op dereguleren, openen, ontgrenzen. Het economisch neoliberalisme is er de centrumrechtse vorm van, het culturele linksliberalisme de centrumlinkse.

Het neoliberale beleid, op gang gebracht door Thatcher in Groot-Brittannië en Reagan in de VS, bouwde overheidsregulering af, opende en globaliseerde markten, en stimuleerde concurrentie onder landen, bedrijven en personen. Sectoren die staatsmonopolie waren, werden geliberaliseerd: post, telecommunicatie, openbaar vervoer, … Zelfs de strak gereglementeerde bank- en financiële wereld werd gedereguleerd.

Paars-groen

Zoals het neoliberalisme markten opende, zo opende het linksliberalisme  ‘identiteiten’. Het versterkte de rechten van individuen (vrouwen, seksuele minderheden) en (etnische en andere) groepen, moedigde ‘empowerment’ aan, stond positief tegenover migratie en bevorderde culturele diversiteit. Zo verdrong het de veeleer egalitaire en homogene samenleving door een meer diverse en multiculturele samenleving.

Ten onzent werd het apertistisch liberalisme vertegenwoordigd door de liberale partij (neoliberale dimensie), de groenen (linksliberale dimensie) en tot op zekere hoogte ook de socialistische partij, die zeker in Vlaanderen steeds minder een arbeiderspartij is. In die paradigmatische context is het geen toeval dat partijen elkaar in 1999 vonden in paars-groene regeringscoalities.

Crisis

Ook het apertistisch liberalisme creëerde problemen die het zelf niet kan oplossen, waardoor het sinds uiterlijk 2010 in crisis verkeert. Sociaaleconomisch veroorzaakte de deregulering de banken- en financiële crisis en ontstond door belastingverlagingen een kleine groep superrijken, die de sociale ongelijkheid een nieuwe dimensie gaf. Het neoliberale beleid verwaarloosde publieke infrastructuur en openbare dienstverlening, en bouwde sociale bescherming af.

In het sociaal-culturele veld werkten multiculturalisme, identiteitspolitiek, liberalisering en individualisering het ontstaan van parallelle samenlevingen en de culturele desintegratie in de hand. De consensus over algemeen geldende samenlevingsnormen erodeerde, zoals de verruwing van de communicatie in de ‘sociale media’ illustreert.

Met de transformatie van de industriële in de postindustriële samenleving gingen de sociaaleconomische klassenverschillen in sociaal-culturele over. De oude middenklasse (waartoe ook de meeste arbeiders behoorden) is grotendeels opgegaan in een nieuwe middenklasse van hoogopgeleiden enerzijds en een nieuwe onderklasse van laagopgeleiden anderzijds. De kosmopolitisch georiënteerde middenklasse van hoogopgeleiden is drager van het apertistisch liberalisme en staat aan de kant van de ‘winnaars’. De nieuwe onderklasse en wat overblijft van de oude middenklasse zijn communitaristisch georiënteerd en zien hun traditionele cultuur- en waardepatroon bedreigd. Ze voelen zich de ‘verliezers’ van de postindustrialisering en de economische en culturele globalisering.

Revolte

De (overwegend rechts)populistische revolte in de westerse landen is voor Reckwitz product en symptoom van de crisis van het apertistisch liberalisme. Voor populistische partijen moet de ‘wil van het volk’ direct en onversneden in de politiek tot uiting komen. Daarom wijzen ze pluralisme en compromisvorming af, en plaatsen zo het volk (‘wij’) tegenover de elite (‘zij’). Tegenover de economische en culturele openmaking en globalisering stellen zij regulering door de natiestaat voorop. Hun kiezers voelen zich ondergewaardeerd en achtergesteld, en vinden dat de overheid hen in de steek laat.

Hoewel het populisme een tegenprogramma voor het apertistisch liberalisme presenteert, kan het volgens Reckwitz niet het nieuwe paradigma zijn. Het mist daarvoor de integratieve maatschappelijke functie die een leidend paradigma moet hebben. En het staat al te zeer op gespannen voet met de niet terug te draaien globalisering, postindustriële samenleving en culturele heterogeniteit.

Bindend liberalisme

Het nieuwe paradigma zal die drievoudige ‘liberale’ grondlaag moeten aanvaarden, stelt Reckwitz. Tegelijk zal het opnieuw regulerend moeten zijn en inzetten op een synthese tussen algemeenheid en gelijkheid enerzijds en bijzonderheid en verschil anderzijds. Reckwitz schuift als naam voor het nieuwe paradigma einbettend Liberalismus naar voren: integrerend, bindend liberalisme.

In elk geval zal het nieuwe paradigma een antwoord moeten geven op deze drie uitdagingen:

  1. de kloof versmallen tussen de kenniseconomie met haar hogeropgeleiden en de eenvoudige dienstverlening met haar lageropgeleiden. De samenleving zal moeten erkennen dat alle jobs in gelijke mate nodig zijn, het beleid met onder meer het minimumloon en fiscale maatregelen de sociale verschillen afzwakken.
  2. de culturele integratie bevorderen, zowel van migranten als van autochtonen uit verschillende milieus en klassen. Daartoe moet werk worden gemaakt van grondregels en basiswaarden voor het samenleven die voor iedereen gelden.
  3. een cultuur van wederkerigheid creëren, waarin rechten samengaan met plichten en eigen belangen afgewogen worden met die van anderen.

Partijlandschap

Als we Reckwitz’ analyse volgen – en dus abstractie maken van het communautaire thema – is de electorale opgang van het rechtspopulistische Vlaams Belang en, in mindere mate, de linkspopulistische PvdA/PTB een symptoom van de crisis van het apertistisch liberalisme. De twee partijen halen hun stemmen (grotendeels) bij de nieuwe onderklasse en de oude middenklasse. Ze zullen blijven scoren tot die crisis voorbij is en het nieuwe paradigma van het ‘bindend liberalisme’ het politieke denken en handelen domineert.

Partijen die antwoorden geven op de drie uitdagingen kunnen drager van het paradigma worden en de stem terugwinnen van mensen die voor de populistische partijen kiezen. In de electorale positie van N-VA durven wij een aanwijzing te zien dat die partij al antwoorden formuleert op de tweede en derde uitdaging (culturele integratie en wederkerigheidscultuur). De eerste uitdaging (sociale ongelijkheid) zou haar kunnen aansporen een meer sociale koers te volgen.

Het versmallen van de sociaaleconomische kloof is gefundenes Fressen voor de socialistische partij, die de centrumlinkse vleugel van het ‘bindend liberalisme’ kan vertegenwoordigen. Ten aanzien van de tweede en derde uitdaging zou sp.a/Vooruit sociaal-cultureel, onder meer op het migratiethema, zoals de Deense socialistische partij, naar rechts moeten opschuiven.

CD&V lijkt als centrumpartij goed geplaatst om breed gedragen antwoorden op de drie uitdagingen te formuleren. Hamvraag is of en in welke mate zij zich daarmee kan onderscheiden van N-VA.

Terwijl het voor Groen voor de hand ligt de partij van de hoogopgeleide kosmopolitische middenklasse te blijven, liggen de kaarten voor Open Vld iets moeilijker. Haar linksliberale discours heeft de partij al wat afgezwakt. Om dragende kracht van het ‘bindend liberalisme’ te worden, zou ze dat ook met het neoliberale moeten doen en meer ‘sociaal’ worden. Maar misschien dwingt de Vivaldi-constellatie de partij daar sowieso toe.

 

* Andreas Reckwitz, Das Ende der Illusionen. Politik, Ökonomie und Kultur in der Spätmoderne, 305 blz., Suhrkamp Verlag Berlin, 2019. In juni verschijnt bij de Amerikaanse academische uitgever Wiley de Engelse vertaling The End of Illusions: Politics, Economy, and Culture in Late Modernity.

 

 

[ARForms id=103]

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.