JavaScript is required for this website to work.
Buitenland

Het uur van de Masaï

Masaï is de naam van een grotendeels nomadische groep in Afrika.

Masaï is de naam van een grotendeels nomadische groep in Afrika.

foto © Pixabay

Masaï is de naam van een grotendeels nomadische groep in Afrika. Hierover meer.

De Masaï zijn behoorlijk lang. Ik wist dat al van documentaires die ik had gezien. Meestal staan ze in zo’n documentaire dan wat op en neer te springen, speer in de hand en geruite klederdracht aan. De regisseur van zo’n documentaire wil wat beweging in zijn film en heeft dan waarschijnlijk aan die mannen gevraagd om wat op en neer te wippen. Waarna vervolgens iedere bezoeker aan de Masaï heeft gevraagd om op en neer te springen zoals in de documentaire van de BBC.

Fooi

Om geen fooien mis te lopen doen ze dat dan en voor je het weet wordt dat een gewoonte waar je niet meer van af raakt. Zo gaan die dingen. Vaak ook is hun haar gevlochten in kleine vlechtjes. Ze hoeden koeien en drinken hun melk met koeienbloed erin weet ik dank zij die documentaires. Dat moet hun geheim zijn denk ik: melk en koeienbloed, daarom zijn ze natuurlijk zo lang.

Een beuling gedoopt in melk, maar dan in vloeibare vorm. De beuling bedoel ik, de melk is al in vloeibare vorm. Tenzij het al kaas is geworden natuurlijk. Dan is het melk in vaste vorm. Behalve als het een lopende brie is of een camembert bijvoorbeeld, die lopen soms ook. Beuling wordt soms ook zwarte pens genoemd, maar ik vind beuling een mooier woord. Grappiger ook. Beuling. Beuling. Beuling. Het is een beetje warm hier in Zanzibar en dat doet rare dingen met mijn gedachtentrein.

Vochtig ook. Niet dat het regent, maar er hangt een humide tropische hitte in de lucht. Wat logisch is, want ik zit in de tropen en dan kunnen die dingen gebeuren, daar moet ik niet over zeuren. Ik heb me dan maar op een overdekt terras gezet, aan het strand van Nungwi, een dorp in het uiterste noorden van Zanzibar.

Zanzibar

Had ik al gezegd dat ik in Zanzibar ben? Door de hitte vergeet ik soms dingen merk ik. De witte Chardonnay uit Zuid-Afrika die de vriendelijke ober net heeft gebracht zorgt voor wat verkoeling, maar ook niet overdreven veel. Het was geen Masaï, de ober, want Masaï oberen niet blijkbaar.

Althans, ik heb nog geen enkele Masaï-kelner gezien. Waarschijnlijk omdat er geen melk met koeienbloed op het menu staat. Het is mijn eerste alcoholisch drankje sinds ik hier vijf dagen geleden ben aangekomen, ik zweer het. Het is hier te heet voor alcohol: ik hou het meestal bij mangosap.

Ik heb al wel Masaï gezien die bij hotels de wacht houden én Masaï die op het strand armbanden en halskettingen verkopen. Ik zou dan toch liever koeien hoeden dan altijd maar weer over zo’n heet strand te banjeren op zoek naar een toerist die wat kraaltjes wil kopen, maar ieder zijn meug natuurlijk.

Russische toeristen

Op het strand liggen enkele Russische toeristen te braden. Ik weet dat het Russen zijn omdat de vrouwen nepborsten en opgespoten lippen hebben en de mannen dikke buiken en vierkante hoofden, getooid met kapsels die wij vroeger wel eens coup pispot durfden noemen. Romeinse keizers hadden vaak ook zo’n kapsel. Toch volgens de prentjes die ik vroeger spaarde van Artis Historia. Ik herken de Russen overigens ook aan het feit dan ze Russisch spreken, dat is natuurlijk altijd een weggever.

Masaï-vrouwen heb ik hier nog niet gezien. Die zijn blijkbaar nog niet geëmancipeerd en zitten misschien thuis een heerlijk maal van melk en bloed te bereiden. ‘Schat, wat eten we vanavond? Melksoep met bloed! Oh lekker! Zoals gisteren, eergisteren en alle dagen daarvoor!’ Jeroen Meus zou niet veel kookboeken kunnen slijten aan deze stam. Ik besluit nog wat door het dorp te slenteren voor ik naar mijn afspraak van vijf uur moet. Op de hoek van de straat staan drie Masaï in de schaduw wat rond te hangen.

‘Djambo’, groeten ze me. Want ze spreken naast hun eigen taal ook Swahili. Drie meertalige Masaï. ‘Do you know what time it is?’, vraag ik aan de middelste krijger die me met witte blikkerende tanden toelacht. Ik wil niet te laat komen en de batterij van mijn gsm is plat en een uurwerk draag ik al in geen jaren. De Masaï man wel: hij draagt een gigantisch horloge om zijn pols. Maar dat gebruikt hij niet, want hij tovert een mobieltje vanonder zijn tuniek. ‘Yes sir, I know the time’, antwoordt hij met een zeker trots. Hij kijkt op zijn gsm en zegt zonder verpinken: ‘It is, let’ see: Ni saa kami hadi saa tano’. Waarna ze met zijn drieën trots wegwandelen, mij verbaasd en nog steeds tijdloos achterlatend.

Alain Grootaers (1964) was achtereenvolgens profvoetballer (1 jaar), journalist (altijd al), hoofdredacteur, uitgever, radio- en tv maker, auteur, olijfboer, reisorganisator en documentairemaker. Sommigen zouden zeggen: twaalf stielen en dertien ongelukken maar zelf houdt hij het op: uomo universalis. Hij woont op een boerderij in Andalucía.

Commentaren en reacties