JavaScript is required for this website to work.

Achtergrond: het meest merkwaardige poëziedebuut van de laatste jaren?

Frank Hellemans15/5/2025Leestijd 2 minuten
TitelAchtergrond
SubtitelGedichten
AuteurGust Peeters
UitgeverUitgeverij Polemos
ISBN9789493005280
Onze beoordeling
Aantal bladzijden68
Prijs€ 15
Koop dit boek

In de jaren 1980 schreef de jonge Gust Peeters Vlaamse bekentenislyriek in de traditie van René De Clercq en Anton van Wilderode, maar wel iets rebelser dan de priester-dichter hem voordeed. Onlangs werd ‘Achtergrond’ eindelijk boven de doopvont gehouden. Wat een verschil met ‘Het Liegend Konijn’, de halfjaarlijkse genereuze poëziebloemlezing van Jozef Deleu die ook nu weer de verrassende veelkleurigheid van de eigentijdse Nederlandstalige poëzie in het zonnetje zet.

Het minste wat je van Peeters’ uitgesteld poëziedebuut Achtergrond kunt zeggen is dat het om ‘oneigentijdse’ Vlaamse gedichten gaat, zoals Joachim Pohlmann in zijn voorwoord stelt. Peeters vertelt er trouwens zelf bij dat hij zich maar al te bewust is van die ‘oneigentijdsheid’: ‘Dit is een nichebundel.’ Hij geeft nog mee dat het narratief van deze gedichten de Vlaamse Beweging behelst van ongeveer het laatste kwart van de vorige eeuw.

Kortom, hoe gedateerd kan je zijn? En toch bevat dit uitgesteld debuut van bijna een halve eeuw geleden genoeg gedichten die ook vandaag nog detoneren. Peeters mag dan al lang geleden bindteksten hebben geschreven voor de IJzerbedevaart die hier en daar in deze bundel naklinken, zijn uitgesproken Vlaamse gemeenschapspoëzie bevat ook heel wat weerhaakjes.

Dolen en dwalen

Wanneer Peeters die tegensprekelijkheid poëtisch omspeelt is hij op zijn best, zoals in het gedicht ‘Ballingschap’: ‘Wij hoopten dat de dageraad / niet enkel licht bracht, maar ook vrede. / Toch kwamen wij steeds weer te laat / met onze vloeken en gebeden / en heel de oude woordenschat.’

Ook in zijn ‘Vrijbuiterlied’ spreekt hij in de wij-vorm, maar gaat hij de reserves die hij heeft bij zijn volkslyriek niet uit de weg: ‘Vrijbuiter langs de lanen / van de oude tijd, /wij dolen en wij dwalen doorheen de eeuwigheid.’

Wat Vlaanderen is

Afsluiten doet hij met een ‘Litanie’ die veelzeggend begint: ‘Wat Vlaanderen is, kan ik niet zeggen.’ Om vervolgens toch te proberen een antwoord te geven: ‘Dat is zoveel, zo weinig ook. / Dat zijn de schorre en de zegge, / de morgenmist, de avondrook (…).’ Hier komt hij misschien het dichtst bij zijn poëtische idool Van Wilderode. Om maar te zeggen dat hij inderdaad voor een bepaalde Vlaamse doelgroep schrijft, maar toch met schwung en stijl.

Wat een contrast met de nieuwste editie van Het Liegend Konijn waar de onvermoeibare 88-jarige Jozef Deleu halfjaarlijks nieuwe gedichten presenteert van de meest uiteenlopende signatuur. Knap hoe hij in deze bloemlezing van 170 gedichten altijd weer bekende stemmen, zoals Eva Gerlach, Luuk Gruwez, Miriam Van hee of Erik Spinoy, mixt met eigenzinnige probeersels van jonge dichters die nog nooit een bundel hebben gepubliceerd.

Bo Vanluchene is zo een nieuwe stem en heeft blijkbaar verkleed als zeemeermin het zwembad al opgevrolijkt. Hij schreef er een aparte triptiek over. In ’transgender zwemuurtje’ leidt dat tot pittige, vaak ironische versregels: ‘Leggen meermensen eieren? / half mens / half vis / (…) misschien is het zo dat / al wat je niet met de waarheid beantwoorden kan / fantastisch is.’

Wulpse wolken

Geef me dan maar ‘Hetero’ van Benno Barnard, met wie de anthologie begint: ‘Het gebeurt dat je je heel hetero / bij het passeren in een kastanjeallee, / op straat, in een overheidsgebouw, / in de supermarkt, op een roltrap, / een tot je dood durende seconde / vergaapt aan een vrouw.’ De afsluitende anticlimax een paar strofen verder mag er zijn: ‘Dan is de straat voorbij, het gebouw / spuwt je uit, de roltrap struikelt / en jij bent haar kwijt. / Maar o die wulpse wolken, dat licht!’

Frank Hellemans doceerde journalistiek aan de Thomas More hogeschool in Mechelen. Hij is literatuurcriticus en auteur van onder andere ‘Mediatisering en literatuur’ en ‘Echte mediaprimeurs. Een communicatiegeschiedenis’. Levenslang supporter van Malinwa én Paul van Ostaijen.

Commentaren en reacties