JavaScript is required for this website to work.

Het mecenaat van een familie voor Cyriel Verschaeve

Pieter Jan Verstraete20/11/2025Leestijd 3 minuten
TitelDe feestzaal van mijn ouders
SubtitelEen Vlaamse familiegeschiedenis
AuteurEls Snick
UitgeverVan Oorschot
ISBN9789028252080
Onze beoordeling
Aantal bladzijden293
Prijs€ 22.50
Koop dit boek

Honderden families kwamen voor hun bruiloften, jubilea en begrafenissen naar de Visscherie in het West-Vlaamse Oostrozebeke. Slechts weinigen onder hen wisten dat de kapelaan van Alveringem Cyriel Verschaeve er vóór 1945 kind aan huis was.

Els Snick, docente Duitse literatuur aan de universiteit van Gent en stichtster van het Joseph Roth Genootschap, schreef een boeiend relaas met talloze kleine verhalen en anekdotes over haar familie, waar Verschaeve een tijdlang deel van uit maakte.

Op 16 maart 1909 bezocht Cyriel Verschaeve, toen leraar in Tielt, voor het eerst de familie Lootens. Hij werd er met alle honneurs ontvangen. De 25-jarige Jozef Lootens had hem om hulp gevraagd bij het libretto dat hij schreef voor de opera Gudrun, naar het gelijknamige drama van de voormalige studentenleider Albrecht Rodenbach.

Adoratie

Jozef Lootens leidde de brouwerij die sinds jaar en dag tot het welgestelde, Vlaamsgezinde, sociaal en cultureel geëngageerde doktersgezin behoorde. Bij hem sloeg de bewondering voor de priester-dichter al snel om in adoratie. Zijn zus Maria, die ongehuwd bleef om voor haar broer te zorgen, volgde hem hierin.

Verschaeve werd opgenomen in de familiekring die samenkwam in het gastvrije Lootenshuis en het erachter liggende grote park de Visscherie. Els Snick beschrijft het allemaal beeldig. Voor haar familiegeschiedenis deed zij jarenlang intensief onderzoek. Veel vond ze in het familiearchief en putte ze uit de geheugens van de oudere familieleden.

Alveringem

Haar boek bestaat uit drie grote delen: 1) De eigenlijke familiegeschiedenis, 2) De geschiedenis van de familie Lootens en 3) Cyriel Verschaeve en de familie. Snick vertelt honderduit zoals over de toepassing als een van de eersten in Vlaanderen van de dr. Kneipp-kuur of het wonder van de koudwaterbaden.

De gesprekken tussen Verschaeve en Lootens leidden tot een intensief contact.

De gesprekken tussen Verschaeve en Lootens over Rodenbach en de Europese literatuur leidden tot een intensief contact: de priester vertelde, zijn leerling noteerde, redigeerde de daaruit voortvloeiende tekst en documenteerde. Zo werd de basis gelegd voor een levenslange samenwerking. Lootens dacht met hem mee, leefde in functie van hem, speelde met overgave de secretaris en mecenas. Er was al die jaren wederzijds vertrouwen en respect.

Toen Verschaeves tijd als collegeleraar in 1911 ten einde liep, gebruikte de familie Lootens haar invloed in het bisdom Brugge om hem naar wens een benoeming te bezorgen als onderpastoor in het landelijke Alveringem. Daar kon hij ongestoord lezen en schrijven en tussen de velden wandelen en mediteren.

Beeldhouwer

Tijdens de oorlogsjaren (1914-1918) geraakte de kapelaan overspannen. Zijn dokter raadde hem aan om een hobby te nemen, bijvoorbeeld boetseren. Zo gezegd, zo gedaan. Verschaeve begon te boetseren: ‘kopjes’ van vrienden, kruisbeelden, figuren uit de Bijbel…

Ook hier droeg Lootens bij tot het creëren van de mythe over Verschaeve als beeldhouwer. Zonder de hulp van een door Jozef in dienst genomen professionele beeldhouwer (Georges Vandemoortele) zou Verschaeve er maar weinig van terecht gebracht hebben. Hij cultiveerde in de beelden zijn liefde voor het koene, jonge mannenlichaam.

Verschaeve cultiveerde in de beelden zijn liefde voor het koene, jonge mannenlichaam.

In 1921 lieten Jozef en Maria — over geld mocht er nooit gesproken worden — voor hun intieme vriend in de Visscherie een villa bouwen met beeldhouwatelier en een podium waarop de beelden konden worden opgesteld.

Uitgeverij Zeemeeuw

Het wel grootste geschenk dat Verschaeve van broer en zus Lootens kreeg, was de oprichting van een eigen uitgeverij Zeemeeuw, onder leiding van de voormalige jeugdleidster Martha van de Walle. Deze uitgeverij verschafte ‘Oorda’ (een van zijn vroegere pseudoniemen) als auteur brede bekendheid. Jozef financierde ook de biografie die Dirk Vansina over Verschaeve schreef en maakte de eerste uitgave van zijn Verzameld Werk mogelijk.

Maar de Lootens hielden zich ver van de collaboratie van hun vereerde vriend, al gaven ze hem wel onderdak vóór hij naar Oostenrijk vertrok. Ze bleven hem trouw tot aan zijn overlijden in 1949.

Breslau

We moeten ons de vraag stellen: wat als Verschaeve broer en zus Lootens niet had leren kennen en zij zijn artistieke rechterhand en levenslange mecenassen niet geweest waren?

Ik kan de lectuur van dit boek niet genoeg aanprijzen, maar toch dien ik twee foutjes te berde te brengen. Professor Frans Daels is tijdens de Eerste Wereldoorlog noch activist, noch lesgever aan de vernederlandste (von Bissing) universiteit geweest, maar verbleef de hele oorlogsperiode in niet-bezet België (p. 221). Breslau (hoofdstad van Silezië) is vóór 1945 nooit Pools geweest maar was vanaf de 13de eeuw grotendeels Duits en lange tijd in het bezit van de Habsburgers, waarna het na 1740 Pruisisch bezit werd (p. 258).

Het verzorgd uitgegeven boek bevat een bibliografie, maar moet door het leven gaan zonder register, wat te betreuren valt.

Pieter Jan Verstraete (1956) is sinds 2019 als bibliothecaris met pensioen. Zijn hele leven al wijdt hij zich aan de geschiedschrijving van de Vlaamse beweging. In 2025 publiceerde hij een tweedelige biografie van de VNV-leider Staf de Clercq. Momenteel werkt hij aan een reeks biografieën van Europese collaborateurs (uitgeverij Aspekt).

Commentaren en reacties