Naso’s Plejaden: Stefan van den Broeck stunt met historische romancyclus

| Titel | Naso's Plejaden |
|---|---|
| Subtitel | The O.V.I.D.I.U.S. project |
| Auteur | Stefan van den Broeck |
| Uitgever | Brave New Books |
| ISBN | 9789465204550 |
| Onze beoordeling | |
| Prijs | € 27,95 |
| Koop dit boek | |
Stefan van den Broeck, zoon van schrijver Walter en broer van journalist Karl, probeert via de vijfdelige romancyclus Naso’s Plejaden het turbulente schrijvers- en vooral liefdesleven van de Romeinse dichter Ovidius filmisch in beeld te brengen. De eerste twee delen zijn net uit, met een glansrol voor het tweede luik ervan.
Classicusleraar Stefan van den Broeck liep al langer met het idee rond om zijn geliefkoosde Latijnse dichter Publius Ovidius Naso van naderbij te leren kennen. De bestaande literatuur over hem voldeed niet. Daarom hield hij zich na de lesuren de laatste twaalf jaar bezig met het reconstrueren van het leven en het werk van de meest populaire Romeinse liefdesdichter.
Van den Broeck doet dat door de zeven belangrijkste vrouwen uit diens leven aan het woord te laten. Vandaar de plejaden of het zevengesternte in de titel. In Naso’s Plejaden I is dat Statulia, moeder van de poëet, die uit de biecht klapt. De prille jeugd van Ovidius in Sulmo, niet zo ver van Rome, staat hier centraal en dan vooral de manier waarop hij samen met zijn een jaar oudere broer Lucius school loopt. Papa Ovidius is herenboer en amateurschrijver van epen die als tranerig en wijdlopig worden neergesabeld. Wanneer beide broers naar Rome verkassen, wordt het echt interessant.
Rode oortjes
In Naso’s Plejaden II is Van den Broeck pas goed op dreef. In deze turf van vijfhonderd bladzijden krijgt Pupilla, Ovidius’ eerste echtgenote, het woord en wordt de lezer meegezogen in politieke en erotische verwikkelingen in het Rome van keizer Augustus. Je krijgt er niet alleen een voortreffelijk beeld van de manier waarop schrijvers als Tibullus, Propertius en Ovidius zelf het maakten dankzij de voorspraak van hun politieke beschermheren maar ook Horatius en Vergilius, die blijkbaar op jongetjes viel, komen via patronus Maecenas in beeld.
Wie wil weten hoe de huwelijksmarkt er in die kringen functioneerde, krijgt rode oortjes van de vrijpostigheid waarmee mannen hun echtgenotes aan de kant schoven en vrouwen stiekem dankzij slaven en andere losse contacten aan hun trekken kwamen. Pupilla die als tiener met Lucius, de broer van Ovidius, zou gaan trouwen werd uiteindelijk de eega van Ovidius zelf.
Spitse conversatie
Als prille twintiger maakte ze het mee dat Lucius door een epidemie stierf, Ovidus na een abortus van haar de scheiding aanvroeg en ze zo opnieuw terecht kwam in het huwelijksbed van twee andere echtgenoten die haar uiteindelijk dumpten. Ovidius zelf verliest zijn tweede achttienjarige vrouw in het kraambed en ondertussen zijn ook Vergilius en Tibullus aan hun einde gekomen.
Pupilla frequenteert met haar vriendinnen de tempel van Isis, maar heeft dankzij een prima scholing als geletterde vrouw ook toegang tot de literaire salons waarin het er vaak erg pikant aan toegaat. Schaars geklede slavinnen en slaven mengen zich tussen de heren en dames van stand die op hun aanligbedden wedijveren in spitse conversatie. Dichters, zoals Ovidius maar ook Horatius en Vergilius, doen er hun ding. Uiteraard dat de liefdespoëzie van Ovidius hier het meeste aandacht krijgt en de toespelingen op zijn moeilijke muze Corinna — alias Pupilla — hierbij een hoofdrol vertolken.
Achterkamertjes
Ondertussen komt ook de opgang van Octavianus-Augustus gedetailleerd in beeld. De politieke gesprekken maakten integraal deel uit van de literaire avonden, al dan niet in de achterkamertjes. Van den Broeck laat via levendige dialogen de vele vaak tegenstrijdige stemmen in het debat pro en contra Augustus aan bod komen. Ovidius senior heeft een hartsgrondige hekel aan Augustus en het keizerschap maar als tragediedichter dient hij toch enigszins in het gevlei te komen bij de princeps en diens bevriende patroons. Hetzelfde geldt voor zijn bekende succesvolle zoon Ovidius zelf.
Van den Broeck is erin geslaagd, zeker in dit tweede deel, om Ovidius en zijn tijdgenoten terug tot leven te wekken. Zijn schets van het Rome van Ovidius is een oogopener voor al wie het fijne wil weten van de erotische en huwelijksgeplogenheden in die tijd. Ongelooflijk trouwens hoe vaak de Romeinen bij allerlei gelegenheden feestdagen inlasten: van de optocht van de ridders met publiek paard op 15 juli tot de rituele reiniging van de oorlogstrompetten op 23 mei.
Kneedbare was
Je zou er zo een tv-feuilleton van kunnen maken in de beste Britse traditie of een Amerikaanse biopic. Het verhaal van Pupilla in dit tweede deel kan zonder meer naast dat van Ilja Leonards Pfeijffers Alkibiades staan en overtreft voor mijn part Augustus van John ‘Stoner’ Williams.
Mannen denken graag dat ze de wereld bestieren, maar ze zijn slechts kneedbare was in de handen van vrouwen. Macron weet er alles van. Ovidius blijkbaar ook.
Frank Hellemans doceerde journalistiek aan de Thomas More hogeschool in Mechelen. Hij is literatuurcriticus en auteur van onder andere ‘Mediatisering en literatuur’ en ‘Echte mediaprimeurs. Een communicatiegeschiedenis’. Levenslang supporter van Malinwa én Paul van Ostaijen.
Barnard is bezig zijn zoektocht naar de verloren tijd te inventariseren in gedachten die meer en meer op een mythologische compositie lijken.






