JavaScript is required for this website to work.
BINNENLAND

‘Rechter die spreekrecht advocaten ontneemt pleegt misdrijf’

Openbare behandeling strafzaak is grondrecht

NieuwsHans Brockmans19/1/2026Leestijd 4 minuten
Illustratiebeeld.

Illustratiebeeld.

foto © RV

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

In een Brugse drugszaak met 31 beklaagden viel onlangs een beslissing die het fundament van het strafproces raakt: geen pleidooien meer, geen repliek van het parket, enkel nog op papier. Is dit een pragmatische ingreep om een ontspoord monsterproces te redden, of werd een grens overschreden die de rechtsstaat zelf beschermt? 

‘Een rechter die advocaten het spreekrecht ontneemt in de rechtbank? Dat is een misdrijf’, meent advocaat Jan Ghysels. ‘Dat zal voor de rechter in kwestie nog persoonlijke consequenties hebben’, bevestigt strafpleiter Maarten Vandermeersch.

Beide advocaten reageren op de recente beslissing van de Brugse rechter om op een drugsproces van de advocaten geen verdere pleidooien meer toe te laten. Ook het openbaar ministerie moet zich stil houden. De rechter zal zich voor zijn oordeel in het vonnis enkel baseren op de geschreven conclusies van de advocaten en de schriftelijke strafvordering.

‘Het recht op een mondeling proces is in strafdossiers nochtans fundamenteel’, reageert Vandermeersch, die over deze maatregel een kritisch advies schreef op vraag van de Orde van Vlaamse Balies.

Recht gehoord te worden

Vandermeersch verwijst naar artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het recht op een eerlijk proces oplegt. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens benadrukt het recht om ‘gehoord te worden’ én de argumenten van de verdediging mondeling toe te lichten, de bewijzen te betwisten en zo de rechter te overtuigen.

Maar de voorzitter van de rechtbank baseert zich uitgerekend op hetzelfde artikel om de zaak alleen schriftelijk te voeren. Want als de advocaten de procedureslag verderzetten, zou de ‘redelijke termijn’ overschreden worden. Ook die wordt door het EVRM opgelegd.

Jan Ghysels noemt dit ‘een kaduke redenering’. ‘De redelijke termijn bestaat om de rechten van de verdediging te vrijwaren en mag geen voorwendsel zijn om die net te schenden’, argumenteert hij. ‘Stel dat een zaak veel langer duurt door procedure-incidenten, zoals in dit proces dreigde te gebeuren. Dan kan de verdediging geen beroep doen op het EVRM om een strafvermindering of vrijspraak te eisen.’

Monsterproces

Het proces met 31 beklaagden, onder wie de Limburgse spilfiguur Flor B., behandelt de invoer van zestien ton cocaïne voor de correctionele rechtbank van Brugge. Het monsterproces had al in oktober 2024 moeten plaatsvinden in een streng beveiligd gebouw in Brussel, maar werd uitgesteld door maar liefst zeventien wrakingsverzoeken. Op een vorige zittingsdag werden de advocaten Hans Rieder en Louis De Groote onder protest uit de zittingszaal verwijderd.

Het hof van beroep in Gent en het Hof van Cassatie wezen de wrakingsverzoeken af. Daarom kon het proces in principe in januari opnieuw opstarten. Op die zitting bleek dat de advocaten van de hoofdbeklaagde opnieuw beroep hadden aangetekend tegen een eerdere beslissing van de rechtbank. Dat beroep zou tot een nieuw uitstel hebben geleid. Om dat te voorkomen besloot de rechtbank het recht om mondeling te pleiten te ontnemen.

‘Aangezien de raadslieden zich niet wensen te schikken naar die maatregel van inwendige orde, is het niet aangewezen de debatten verder open te houden’, concludeerde de rechter. Hij besloot daarom in maart om een vonnis te vellen op basis van het schriftelijke dossier.

Ongezien precedent

‘Dat is ongezien en zonder enig precedent’, meent Vandermeersch. ‘Er zijn op dit proces immers ook beklaagden die geen schriftelijke verdediging hebben ingediend. Hun cliënten krijgen dus geen kans om zich te verweren. Op basis van wat zal de rechter dan in maart zijn oordeel vellen?’

Ghysels wijst er ook op dat het openbaar ministerie in elke procedure op de zitting mag beslissen om mondeling de vrijspraak te vragen, los van de oorspronkelijke (schriftelijke) dagvaarding. ‘Nu valt deze mogelijkheid weg’, aldus Ghysels, die ook onderzoeker is aan de UGent. ‘Dat is een aantasting van de rechten van de verdediging én de bevoegdheid van het parket.’

Juridische spelletjes

Zijn collega Hugo Lamon, die als ‘lawluencer’ sterk actief is op digitale media, spreekt op jubel.be over een ‘oorlog’ tussen advocaten en magistraten. ‘Als dit fenomeen uitbreiding neemt, zullen er geen vonnissen meer kunnen worden uitgesproken in zware drugszaken’, waarschuwt hij.

‘Wederzijdse vijandigheid en gebrek aan vertrouwen tussen magistraten en advocaten is desastreus voor Justitie’, zegt Lamon. ‘Dit soort onenigheden had de rechtbank in deze rechtszaak perfect kunnen vermijden door op voorhand duidelijke afspraken te maken met de advocaten.’ ‘Dat is de enige manier om dit soort cinema te vermijden’, bevestigt Ghysels.

Ook Vandermeersch kan begrip opbrengen over het feit dat rechters wel eens geïrriteerd geraken door de procedureslagen die advocaten uitlokken. ‘Maar door de agressieve houding van enkele advocaten af te straffen, worden in dit dossier ook de rechten van andere beklaagden met minder snode raadslui beperkt’, meent Vandermeersch.

Eerlijk proces?

Die advocaat verwijst niet alleen naar Europees, maar ook naar Belgisch recht. ‘De behandeling geschiedt in het openbaar’, luidt een artikel van het wetboek van strafvordering. Voor zedenzaken kan eventueel een uitzondering worden gemaakt.

Het wetboek bepaalt uitdrukkelijk dat de beklaagden en hun advocaat worden gehoord, het openbaar ministerie de eindconclusie neerlegt en de beklaagde of zijn advocaat het laatste woord krijgen. Gebeurt dit niet, is de uitspraak nietig. ‘Nergens bepaalt het wetboek een algemene uitzondering, noch krijgt de rechter de mogelijkheid om van dit artikel af te wijken’, poneert Vandermeersch. ‘De rechtbank van eerste aanleg doet zijn werk niet door de behandeling te weigeren.’

Strafrechtelijke sanctie

Ghysels gaat nog een stap verder. ‘Volgens het strafwetboek is een inbreuk op een grondwettelijk gewaarborgd recht een misdrijf’, stelt hij. ‘Een openbare zitting weigeren in een strafzaak is dus een inbreuk op de Grondwet. De rechter die daaraan raakt, begaat een misdrijf en kan dus strafrechtelijk gesanctioneerd worden.’

Hij acht de kans wel klein dat andere rechters het voorbeeld van hun Brugse collega zullen volgen. ‘Deze maatregel zal geen navolging vinden’, voorspelt hij. ‘Deze juridische constructie lijkt wel uit de hoge hoed van een leerling-tovenaar te komen.’

Hans Brockmans is jurist. Hij werkte van 1988 tot 2023 bij het economische magazine Trends. Hij was drie keer genomineerd en twee keer laureaat van de persprijs van het Gemeentekrediet/Dexia. Hij kreeg ook de Citi Journalistic Excellence Award voor de financiële en economische berichtgeving. Hij was lang actief in het bestuur van de beroepsvereniging VVJ.

Commentaren en reacties